Reine de Pelseneer: 'Geboren in 1982 in Zandhoven. Ik studeerde Germaanse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit Antwerpen. In 2005 verscheen mijn debuutbundel Doorgrond bij Uitgeverij P in Leuven. Ik werk aan een tweede bundel.' Met de bundel Doorgrond werd De Pelseneer vierde in de eerste 'Publieksprijs voor de beste poëziebundel', op gedichtendag 2006.
1. Met welk gedicht van uzelf zou u zich aan de lezers willen voorstellen?
Met ‘Voor de val’, uit een tweede bundel in wording. Maar ik had net zo goed een ander gedicht kunnen kiezen.
Voor de val
Vlieg tussen zee en zon.
Ovidius, Metamorphosen.
I.
Geen muur die mij nog nietig maakt
ik wiek naar wat mij wenkt: lucht
die blinkt en mij steeds lichter tilt.
Hoogte maakt mijn vlerken vlug
en toont het overmaatse ruim.
Ben ik een pluim, een vogel boven wind
of toch een espenblad dat trilt?
II.
Er ligt een zee van wolken voor mij uit
een droom van water. Ik kijk neer
en zwaai naar wie ik achterlaat:
de man die nauwgezet mijn vlucht ontwierp.
Ik klim, voel meer dan ooit
de duizel in het hoofd en gloeiend licht
dat op mijn wassen wervels drukt.
III.
Soms komt het feest van alle kanten:
flitsend licht, een wervelwind
een vaart die niet te stuiten
valt. Maar vaak houdt schaduw in
mijn kleinste hoeken huis, trekt
alle ruimte rond mij dicht. Ik blijf
het kind dat in een doolhof kruipt.
2. Waarom poëzie?
Ik heb er nog nooit bij stil gestaan en misschien doe ik dat ook beter niet. Poëzie schrijven heeft geen enkel nut, het is vaak vervelend, het doet me twijfelen aan de meest onbenullige dingen en er is (bijna) geen kat die gedichten leest. Dus tja, waarom? Ik begon te schrijven als kind en ik ben er gewoon nooit meer mee gestopt. Waarom (vooral) poëzie? Omdat ik van geconcentreerde taal houd, van millimeterwerk, van schaven en prutsen. Ook al vind ik schrijven vaak een zenuwslopende bezigheid, als ik het niet doe, wordt ik helemáál rusteloos. Het is iets dat moet, denk ik, om alles min of meer op z’n plaats te laten vallen.
3. Welke dichters behoren tot uw inspiratiebronnen? Zou u kunnen uitleggen waarom en op welke wijze zij uw eigen werk beïnvloeden?
Onder andere de volgende dichters hebben gedichten geschreven die me intrigeren en daardoor vaak ook inspireren: Hugo Claus, Hugues C. Pernath, Dirk van Bastelaere, Frank Pollet, Charles Ducal, Stefan Hertmans, Roger M.J. De Neef, ... Omdat ik de neiging heb op vragen als deze enkel met mannennamen te antwoorden, voeg ik er snel nog enkele vrouwelijke dichters (ik heb een hekel aan het woord dichteres!) aan toe: Eva Cox vind ik niet oninteressant, ik ben aangenaam verrast door de onlangs verschenen bloemlezing Al die zalige zomers van Aleidis Dierick en ik heb me laten boeien door gedichten van Albertina Soepboer.
Wat deze dichters, ondanks enorme onderlinge verschillen, gemeen hebben is het feit dat ze er (nu en dan) in slagen gedichten te schrijven die intrigeren, die suggereren, die van vakmanschap getuigen, die verrassen, die je bij de keel grijpen, die je niet onverschillig laten, die beklijven. Op welke wijze ze mijn werk beïnvloeden? Geen flauw idee. De meeste van deze dichters schrijven poëzie die in niets lijkt op de mijne. Maar als ik hun werk lees, treedt op één of andere manier het raderwerk in mijn hoofd in werking. En verder weet ik het ook niet...
4. Welke gedicht van een andere dichter zou u in de online bloemlezing der Nederlandstalige poëzie willen laten opnemen?
Één gedicht?! De twijfel slaat ongenadig toe! ‘Marsua’ van Claus? Hm, dat hebben de meeste mensen allicht al gelezen... ‘De Onkuisheid’ van Pernath? Dat kan je hier lezen. Ik kan nog tientallen gedichten opnoemen of gewoon kiezen voor ‘[DALIDA — de smaak van sterren]’ van Frank Pollet: het suggereert, het intrigeert, het rijmt subtiel, het loopt ritmisch sterk, het is tot op de centimeter áf. Het gedicht is een beetje uit zijn context gerukt (waarmee ik bedoel dat je best de hele bundel leest), maar het staat perfect op eigen benen. En nu genoeg geleuterd! Poëzie moet voor zich spreken.
[DALIDA — de smaak van sterren]
Hoor: hij gaat haar mond te binnen, zoekt
Naar vleugels, voelt de vrucht
Van wolken, noemt dit haar beklag.
Haar vlucht is hem te licht, zoete koek
Bindt niet en in de hoge lucht
Vervliegt haar stem, verschijnt de nacht
Tot aan de ogen. Een prentenboek
Vol sterren is zij, pauwoog, vogelvlucht.
Maar elke maandag is een blauwe dag.
(uit: Frank Pollet, Dalida, 2004, Uitgeverij P, Leuven)
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
frank pollet is een toffe gast man !
Met hem kun je tenminste lachen .
de groeten sophie
Geplaatst door: sophie | 16-4-08 om 13:10