Bloemlezingen heb je in de volgende soorten:
1. Overzichtsbloemlezingen, met canonische pretenties (Komrij, Molengraaf).
2. Themabloemlezingen: de 100 mooiste gedichten over de natuur, sex, uw hond, het bamiblok, het fascisme.
3. Generatiebloemlezingen: een nieuwe generatie jonge dichters presenteert zich (liefst eens in de vijf jaar).
4. Momentopnames: nu, de serie De Beste Gedichten Van 20**. Elk jaar zijn er honderd gedichten de beste.
5. Bloemlezingen waaruit iets blijkt over de poëzie. Programmatische bloemlezingen zou je ze kunnen noemen, als er tenminste bloemlezingen zouden bestaan die durven te beweren een programma uit te voeren. Misschien 'poëticale bloemlezingen'. Ook 'polemische bloemlezingen' is mogelijk waarbij bij polemiek het minder gaat om een of ander wederzijds trappen op lange tenen dan om het helder stellen van een onderscheid. Bloemlezingen in elk geval die laten zien dat er een bepaald soort poëzie bestaat. Ik ga ze nu even 'visie-bloemlezingen' noemen.
Jawel, lezers, ik besef dat veel bloemlezingen tot diverse categorieën zullen behoren, en misschien kan een handig redenaar wel elke bloemlezing in elke categorie praten.
Buiten beschouwing laat ik 'Martinus X, een Bloemlezing uit zijn Werk' en 'Gerrit Y, een Bloemlezing uit zijn Werk' (zulke dichters schrijven postuum ook wel boeken met 'mooiste' gedichten). In het Engelse taalgebied hebben ze daar de term 'selected poems' voor en ik vind zo'n heldere term te gebruiken beter dan zulke boeken bloemlezingen te noemen. Want wat mij betreft doet een bloemlezing namelijk vooral dit: verbanden leggen die het specifieke oeuvre overstijgen.
En daaruit spreekt al iets van een voorkeur. Bij uitstek zijn het immers de visie-bloemlezingen die mooie, spannende, oeuvre-overstijgende verbanden zullen laten zien. Voorbeelden in Nederland bij uitnemendheid: de bloemlezingen van Paul Rodenko, waarvan voor habbekratsen nog altijd vergeelde ooievaar-pockets in de antiquariaten te vinden zijn: Nieuwe Griffels, Schone Leien en Met Twee Maten. Bloemlezingen die ook sterk bepaald worden doordat ze vergezeld gaan van uitvoerige en erudiete theoretische beschouwingen over wat er nou eigenlijk in die bundel staat en waarom en waarom zo.
Jammer genoeg zijn er verder verdomd weinig van dat soort bloemlezingen te vinden. De meeste bloemlezingen behoren tot de andere categorieën. Het zijn al of niet fijne boeken om in het bezit te hebben, maar ze delen vaak een zwakte: ze veronderstellen de Nederlandse poëzie als een geheel. Dat is voor mij een groot probleem want ik hou niet van de nederlandse poëzie. Ik hou van van alles, van spannende ritmes, van ideeën, van enkele dichters met mooie ideeën over en in poëzie, maar ik hou niet van een gedicht dat tot de Nederlandse poëzie behoort omdat het tot de Nederlandse poëzie behoort - als ik in mijn boekenkast kijk en die vergelijk met de veelbesproken publieksprijs-lijst van in 2005 verschenen bundels heb ik zelfs kennelijk een grote afkeer van de Nederlandse poëzie, statistisch bekeken.
De Nederlandse poëzie als mythisch totaal. Onderdeel hiervan, paradoxaal genoeg: het idee van de bevrijdende veelvormigheid van de Nederlandse poëzie. Er is veel vrijheid in de Nederlandse poëzie want geen twee dichters laten zich zo maar onder een noemer zetten. Iedereen is zeer uniek. En juist daardoor kan de bloemlezer geen poëticale criteria hanteren, want dat zou oneerlijk zijn, of: want dat zou dichters alleen laten zien onder dit of dat aspect terwijl in de Nederlandse poëzie de dichters vooral uniek zijn. Dit beginsel vind je in veel voorwoorden, vooral van de generatie- en momentopname-bloemlezingen en al helemaal bij de overzichtsbloemlezing, die bestaat bij de gratie van een belangeloze volledigheidspretentie.
In een recente Awater wijst Geert Buelens er echter op dat hij het normaal en zelfs totaal niet jammer vindt niet in de Komrij op te zijn genomen. Hij ziet zichzelf meer in een experimentele traditie staan en Komrij bedient dat slag nou eenmaal minder dan de normale poëzie in al haar pluriformiteit. Wel betreurt Buelens het dat Komrij's bloemlezing inmiddels canonieke status heeft gekregen, terwijl Komrij een belangrijk deel van de traditie negeert - in het bijzonder, de Nederlandstalige concrete poëzie.
Gezien dit alles enkele vragen:
1. Hebben we überhaupt wel wat aan die overzichtsbloemlezingen? Het gaat me niet alleen om het cliché dat 'de keus van de bloemlezer ongetwijfeld voor discussie zal zorgen', het gaat me om het principe: kunnen we het werk van een bloemlezer wel zonder te knipogen canonieke waarde toekennen? Is de dikste Komrij wel dik genoeg wil er geen traditie buiten vallen?
2. Kunnen we naast een bloemlezing van 'normale poëzie' (die dus tegenwoordig vooral heel divers gevonden wordt) een bloemlezing van 'experimentele poëzie', poëzie die buiten die diversiteit valt, samenstellen? Zijn er nog steeds 'twee maten'?
3. Wat als we het cliché van de pluriformiteit van de poëzie serieus nemen? in welk geval het beter zou zijn om, in plaats van met twee maten, met een grote veelvormigheid aan maten te meten. Zou dat niet wat zijn: de bloemlezer gaat in de pluriformiteit op zoek naar een veelbetekenende tendens, bloemleest deze, en vooral: schrijft er een mooi erudiet essay bij over waarom deze tendens nou zo prachtig is. Dan ontstaat er tenminste weer een bloemlezing waar de poëzie niet alleen maar een logge zitzak vol pluriformiteit is, maar één die een nieuw verhaal vertelt over wat poëzie kan zijn.
Als voorbeeld denk ik in de eerste plaats aan hoe Hans Groenewegen in sommige stukken van zijn recente bundel beschouwingen, Overvloed, in de poëzie van de laatste tijd een tendens signaleert naar een nieuw type anekdotiek. Deze tendens drapeert hij rond het oeuvre van Wijnberg, er horen ook mensen als Baeke en Lindner bij, we zien er sporen van bij vele jongere dichters van Schaffer tot Stitou - en ik vermoed dat er wel dichters te vinden zijn die zich actief met een dergelijke visie op poëzie zouden durven te identificeren. Ik bedoel maar: de gedichten zijn er al en het essay is ook al binnen handbereik. Heel interessant, ook omdat ik zelf het werk van Wijnberg me ook goed in een andere hoek zou kunnen voorstellen - zet Wijnberg naast Insingel en het gaat over een grote ruimtelijkheid middels eenvoudige taalcombinatoriek (bloemlezing nummer twee!). Ook herinner ik me in een oude Yang, in het dossier aan van Dixhoorn gewijd, een stuk van Peter van Lier te hebben gelezen, waar hij een zekere groep dichters verenigt rondom hun gebruik van 'aanwezigheidsstrategieën'. Als daar geen bloemlezing in zit! Voor mijn part voegt Pfeijffer daar dan 'Het Ronken van de Ratelreut, Twintig dichters die wel iets van mij weghebben' aan toe en komt er nog wat volk met prachtinitiatieven - iedere dichter zijn eigen bloemlezing! - en er is weer een hoop stof tot nadenken in de Nederlandse poëzie.
En hierop vooruitlopend:
4. Waar blijft die bloemlezing van concrete poëzie?
© Samuel Vriezen 2006
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Lammert Voos
Daan Doesborgh
Quirien van Haelen
Menno van der Beek
Mart van der Hiele
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Peter M. van der Linden
Gert de Jager
Het Utrechts Dichtersgilde
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Chrétien Breukers
Onno Kosters/Dick Groot
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Erik Nieuwenhuis
Annemarie Estor
Wouter Godijn
Drie korte, voorlopige antwoorden op de vragen:
1. De waarde van 'canonieke' bloemlezingen voor lezers lijkt me omgekeerd evenredig met de belezenheid van die lezer. Weet je weinig of niets van poëzie maar heb je er wel interesse voor, dan is het geen gek idee om zo'n bloemlezing aan te schaffen, al was het maar omdat je nu eenmaal ergens moet beginnen. Hoe meer belezen je raakt, hoe kritischer je over die bloemlezing zult worden, omdat je steeds meer persoonlijke favorieten kent die er niet representatief of zelfs in het geheel niet instaan en steeds meer dichters die er wel instaan niet (meer) kunt waarderen. In het geval van een enkel individu leidt dit tot het initiatief tot een nieuwe canonieke bloemlezing, die per definitie dezelfde eigenschappen heeft als de vorige en dus op zijn beurt weer wordt opgevolgd, en zo voort tot het einde der tijden. Overigens moet je m.i. even belezen zijn als de samenstelllers om geen enkele verrassing in de Komrij of De Spiegel te vinden.
2. De vraag of er nog steeds 'twee maten' zijn, lijkt me nogal retorisch; volgens jou kennelijk wel. Het onderscheid komt mij niet erg bekend voor, wat me overigens des te benieuwder maakt naar een bloemlezing van experimentele poëzie (die het begrip en passant meteen zou kunnen definiëren: Buddingh' had er in het Lexicon der Poëzie (1968)nog geen lemma voor, maar dat is dan ook alweer een half leven geleden). Ik zou zelf meer voelen voor het onderscheid tussen 'anekdotisch' en 'hermetisch', Ilja Leonard Pfeijffer had het over 'verstaanbaar' en 'inelkaargewikkeld' en zo zijn er vast wel meer maten voorgesteld.
3. Dat lijkt me een goed idee. In andere kunstvormen is het volkomen normaal dat er zulke tendensen worden onderscheiden (zeker als we tendensen als embryonale genres beschouwen), en dat de kunstuitingen niet (alleen) worden beoordeeld met het pluriforme totaal als refentie (waardoor veel onbegrip kan worden gekweekt, met name ten aanzien van uitingen die daar erg sterk van afwijken), maar binnen hun tendens, en meestal door mensen die enthousiast zijn voor die tendens. Een bevriende muziekliefhebber kan me haarfijn uitleggen wat het verschil is tussen allerlei metalstromingen, en hoe die verschillen ontstaan - wie van invloed was op wie, en hoe. Voor mij zijn klinken al die bands als stofzuigers, maar door zijn enthousiasme kan ik er toch interesse voor opbrengen.
4. Doe je best, stel die bloemlezing samen en maak ons enthousiast!
Geplaatst door: Ingmar Heytze | 7-2-06 om 22:36
Ingmar: laat ik mooi postmodern gespleten langs vier kanalen tegelijk blijven, das leuk:
1. Mee eens dat de grote bloemlezingen verrassingen blijven bevatten, maar ik moet zeggen dat ik vaak liever flink grasduin in een boekwinkel of bieb. (Een ander nadelig neveneffect van een bloemlezing is dat ze sowieso alles op elkaar doet lijken, ook als er geen speciale polemische bedoeling is...)
2. Nee, ik bedoelde die vraag zeker niet retorisch. Ik weet dat er mensen zijn die zo naar het poezieklimaat kijken, en de droom van een 'andere poezie' die tegen het normale ingaat vind ik ook aantrekkelijk - ik ben nog steeds een flinke sucker voor "Luft von anderen Planeten", maar ik ben nooit helemaal overtuigd van de houdbaarheid van die gedachte geweest, zeker niet waar eigenzinnigheid al enkele decennia lang een impliciete algemene culturele norm is geworden en de eenzame buitenstaander bijna een icoon lijkt. Silliman b.v. past het schema toe van een School of Quietude-poezie versus een Post-avant poezie. Intuitief begrijp ik zo'n schema een beetje wel, maar ik vind zulke schema's uiteindelijk toch ook verdacht, misschien wel door hun aantrekkelijkheid...
Overigens gaf Rodenko wel min of meer aan wat 'experimenteel' inhoudt in zijn essays bij die bloemlezingen - en ik vond het, een halve eeuw later, nog steeds interessant om te lezen.
3. Precies!
4. Ik hoop natuurlijk dat Buelens het wil doen, die begon er over en weet ook veel meer van die concrete poezie in NL & omgeving af dan ik, maar hij heeft het tegenwoordig erg druk... misschien moet ik er inderdaad maar eens de tijd voor zoeken om me in die kwestie te gaan verdiepen.
Geplaatst door: Samuel Vriezen | 7-2-06 om 22:54
Waar kan ik die bloemlezing over het bamiblok kopen? Ik ben namelijk een groot liefhebber van bami.
Geplaatst door: Cornelis van der Wal | 8-2-06 om 14:11
"Themabloemlezingen: de 100 mooiste gedichten over de natuur, sex, uw hond, het bamiblok, het fascisme."
Ik wil namen! NAMEN!
Geplaatst door: Ruben van Gogh | 10-2-06 om 12:27
4. Wordt aan gewerkt. Even geduld a.u.b.
Geplaatst door: Ruben van Gogh | 10-2-06 om 12:27
Dat zou een goed idee zijn. Een bloemlezing met de 100 mooiste gedichten over namen!
Geplaatst door: Samuel Vriezen | 10-2-06 om 14:22
Oe! Maar dan krijg je dat gezeik van allen die niet genoemd worden!
Geplaatst door: Ruben van Gogh | 10-2-06 om 14:46
waarom word ik bijvoorbeeld nooit eens genoemd?
Geplaatst door: Johan Sletna | 14-7-06 om 14:59
De bloemlezing door Henny Vrienten: "Zwaan kleef aan, een kettingreactie" (Harmonie, 2009) valt volgens mij buiten de bovengenoemde categoriën, als 'reis van gedicht naar gedicht'.
Geplaatst door: Dick Vestdijk | 8-3-09 om 19:57