Rouke van der Hoek werd in 1952 te Eindhoven geboren. Hij studeerde in Amsterdam en woont sinds 1980 in Meerssen, Zuid-Limburg. Na twee bundels in het marginale circuit, debuteerde hij met de bundel Doorgewinterd Landschap (1992, Herik), die hem een nominatie opleverde voor de C. Buddingh'-prijs. Na een tweetal bibliofiele uitgaven verscheen in 2001 Het magnetische noorden, bij uitgeverij Atlas. In september verschijnt Bodemdaling; de officiële presentatie is op 17 september in boekhandel De Tribune te Maastricht. Vanaf 1997 is Rouke van der Hoek betrokken (als bestuurslid en medeorganisator) bij het grote tweejaarlijkse internationale poëziefestival The Maastricht International Poetry Nights.
(1) Met welk gedicht van uzelf zou u zich aan de lezers willen voorstellen?
De schildpaddenrace
Wordt de plank opgetild, komt het invasieleger in beweging.
Desert Storm avant la lettre in de dierentuin.
Dertig kleine tankjes, rugnummers op het schild gekalkt,
beginnen aan een etappe van vier meter,
naar de streep in het zand waarachter
slablaadjes lokkend liggen uitgestald.
Met de vrienden van straat en school
gokken op het winnend nummer.
Maar vooral kijken hoe ze
adembenemend traag
naar alle kanten uitwaaieren.
Herkennen: het tempo waarin je eigen jonge dagen varen
- maandenlange reis tussen ochtend en avond -
en ook geen idee waar het heen moet.
Toch snel van elkaar verwijderd raken
alsof
(drang tot diversiteit
die de schepping eigen is)
het uiteenvallen van de levenslopen
zich al aankondigt.
Daarna limonade.
(2) Waarom poëzie?
- je moet de aandrang hebben om iets te vertellen / te laten zien;
- proza vergt meer zitvlees dan ik beschikbaar heb;
- sommige mensen vinden het leuk om aan apparaten te prutsen; in dezelfde lijn vind ik het leuk om aan zinnen en strofes te prutsen (“knutselen”);
- zolang de activiteit en de resultaten intrinsiek bevredigend zijn.
(3) Welke dichters behoren tot uw inspiratiebronnen? Zou u kunnen uitleggen waarom en op welke wijze zij uw eigen werk beïnvloeden?
Harry ter Balkt om zijn inlevingsvermogen in dat wat wij niet zijn. Lars Gustafsson (Zweden) om zijn combinatie van toegankelijkheid en raadselachtigheid. Paavo Haavikko (Finland) (het beste aan de mens is zijn korte duur, dat hij verdwijnt, languit, volledig) om zijn geconcentreerdheid. Heel lang was het gedicht “Chairs above the Danube” van Szabolcs Varady (Hongarije) dat ik tegenkwam in de bloemlezing “Modern Hungarian Poetry” (modern in 1977) een voorbeeld om de wijze waarop zwaarte (scheiding, zelfmoord, de situatie in de wereld) met lichtheid en anekdotiek wordt behandeld. De poëzie van Hans van de Waarsenburg is ook te lezen als een autobiografisch project, waarbij de gedichten zeker het autobiografisch niveau overstijgen. Sterker dan mijn vorige bundel heeft mijn laatste bundel (Bodemdaling) ook een aantal autobiografische insteken.
(4) Welk gedicht van een andere dichter zou u in de online bloemlezing der Nederlandstalige poëzie willen laten opnemen?
Dat is een lastige vraag. Vele kandidaten strijden om voorrang. Wat in ieder geval niet vergeten mag worden in een dergelijke bloemlezing (Komrij heeft ‘m niet opgenomen) is het gedicht 'Alle vreugden van mijn leven' (Al myn libbens freugden) van Obe Postma (1868 – 1963) – wat geloof ik ook zijn laatste gedicht is en het karakter van een terugblik heeft, niet alleen op het eigen leven, maar verder. Hier weergegeven in de Nederlandse vertaling (voor de Friese versie: zie de verzamelbundel van Postma die in ’97 bij Meulenhoff uitkwam).
Alle vreugden van mijn leven
Alle vreugden van mijn leven zitten in de prunusboom met een enkel geel blad dat trilt,
In de wolken die uit het zuiden het luchtruim langs schuiven,
In de bloemen van de hortensia waar de zon op schijnt:
Het is de lichtglans van het water dat in de slenk staat,
De welige geur van de mestvaalt in het voorjaar,
De zangerige roep van de rotganzen op het wad.
Maar het is ook moeders zorgeloze jeugd zoals ze in de maneschijn samen de vaart uit schaatsen.
Het is vaders blijdschap als hij aan de poëzie van de dichters zijn hart ophaalt.
Het is het licht geluk van opa en oma als ze hand in hand de jonge lente tegemoet gaan.
O, en misschien is het iets van de droom van de vrome
Als hij de engelen hun blanke vleugels ziet openvouwen.
© Vertaling Jabik Veenbaas
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Reacties