Wie was erbij
toen onze schedels
door lappen vel
werden gestanst?
Wat zitten wij als ongelooflijk wassen poppen
rondom hoekige vergadertafels, iedereen
met van die rare rimpels over gestrekte ellebogen.
Samen hebben wij onnoemelijk veel borsten, tel ze maar
gelukkig zijn ze grotendeels bedekt. Hoeveel plooien
heeft iemand nodig om een oorschelp te boetseren?
Gek en onbeholpen. Plompverloren. Wie
heeft die hompen klei zo hopeloos
om onze ruggengraat gekneed?
Onze handen klauwen om witplastic bekertjes
tasten wanhopig naar ribbels, knakken
tot het scheurtje uiteindelijk de zijkant splijt.
B.M. van Hulst

Het leven is vergankelijk en dat wordt hier poëtisch maar zeer ter zake beschreven.
Geplaatst door: wouter | 06 oktober 2011 om 11:00
"Gek en onbeholpen." Zo is dit vers. Het lijkt geschreven tijdens een stomvervelende vergadering.
"ongelooflijk wassen poppen" mist een -e: 'ongelooflijkE'.
"witplastic" zou los van elkaar moeten: 'wit plastic'.
Geplaatst door: Harry J.M. Kleinhoven | 06 oktober 2011 om 11:28
@Harry: er zit een betekenisverschil tussen "ongelooflijk wassen poppen" en "ongelooflijke wassen poppen". "Witplastic" is een vergelijkbare vondst.
Waarom dat gecopuleer met insekten? Misschien eerst even nadenken waarom de dichter dit doet?
Ik vind dit gedicht een aardige poging, met een paar mooie beelden, maar er zit me iets teveel herhaling in. Ook vind ik de drie vraagregels niet zo sterk. Die zagen we in een ander gedicht een tijdje geleden ook en door de herhaling krijgt het een wat dreinend effect.
Geplaatst door: Joost van Baalen | 06 oktober 2011 om 11:35
@ Joost. In geval van "ongelooflijk" kan ik er wel in mee gaan. In geval van "witplastic" niet. Wat dan zou dat laatste een 'vondst' maken ?
Geplaatst door: Harry J.M. Kleinhoven | 06 oktober 2011 om 11:48
Het verschil tussen "ongelooflijk" en "ongelooflijke" zie ik zo:
- ongelooflijk: bep. bij wassen
- ongelooflijke: bep. bij wassen poppen
Er staat hier dus dat de poppen van ongelooflijke was zijn, of ongelooflijk van was.
Een waardeoordeel heb ik hier niet over.
Geplaatst door: Jacob van Schaijk | 06 oktober 2011 om 11:58
Er is witgoed en bruingoed als verzamelnaam, naar analogie daarvan zou men dus ook voor witplastic kunnen spreken als er wegwerpbekertjes et cetera worden bedoeld.
Geplaatst door: Gerard Scharn | 06 oktober 2011 om 12:18
voor = over
Geplaatst door: Gerard Scharn | 06 oktober 2011 om 12:19
Ja, oké, maar nogmaals: wat maakt "witplastic" een 'vondst' ? In mijn beleving is dat woord gewoon fout geschreven.
Geplaatst door: Harry J.M. Kleinhoven | 06 oktober 2011 om 12:23
Harry: je moet COMBINEREN: kennis van de taal (of in jouw geval: research, opzoeken, googelen, naslagwerken raadplegen) met andere (maar soortgelijke)toepassingen.
'Witplastic' staat als zodanig niet in het Groene Boekje. Maar 'witmarmeren' wel, naast - bijvoorbeeld - 'zwartfluwelen' en 'roodzijden'.
Men neme waar: in het geval van een bijvoeglijk naamwoord dat iets over het materiaal zegt, in combinatie met het bijwoord dat iets over de kleur van dat materiaal zegt, kán men deze woorden aaneensmeden tot één (samengesteld) woord.
(Men kan overigens ook meer 'lukraak' samengestelde woorden vormen - zonder enige analogie. Denk aan zoiets als een 'neologisme'.)
Het Groene Boekje kan niet *alle* 'toegestane' woorden bevatten - het zou schier eindeloos uitdijen. Maar 'witplastic' vormt zich - evident - analoog aan 'witmarmeren', etc. Het Groene Boekje veronderstelt enige zelfstandige denkactiviteit.
Dit alles zeg ik omdat jij zelfs microscopisch niet scherp ziet / kunt zien. Hoe wil je ooit de telescoop ter hand nemen, en de sterren zien?
Nieuwste huisregel: gij zult geen 'fouten' verbeteren die geen fouten *zijn*.
Dit gezegd hebbend: dat dit gedicht geen spelfouten bevat, maakt het nog niet direct een *goed* gedicht.
Geplaatst door: willem thies | 06 oktober 2011 om 12:27
Er staat: "witplastic bekertjes", met "witplastic" dus als bijv. bep. van "bekertjes", had er nou alléén "witplastic" gestaan dan was de redenering van Gerard plausibel geweest.
Geplaatst door: Harry J.M. Kleinhoven | 06 oktober 2011 om 12:28
Nee, Thies, je draaft weer eens door, hoe kenmerkend; i.g.v. "witplastic" betekent het woord eigenlijk: plastic om mee te witten. Vandaar dat het los van elkaar geschreven moet worden om verwarring te voorkomen.
Geplaatst door: Harry J.M. Kleinhoven | 06 oktober 2011 om 12:35
Wat een gezeur allemaal. Als een dichter er bewust voor kiest om "witplastic" i.p.v. "wit plastic" te schrijven, dan is daar m.i. niets fout aan. Integendeel, het kan dit gedicht en de taal verrijken.
"Wit plastic bekertjes" zou dan trouwens ook 'fout' zijn, er zou dan "witte plastic bekertjes' moeten staan. Aangezien de dichter dat niet schreef, ga ik er vanuit dat het een bewuste vondst is. Ik vind het ook beter in het gedicht passen.
Geplaatst door: Joost van Baalen | 06 oktober 2011 om 12:37
Met het groene boekje in de hand gedichten napluizen op 'taalfouten', wat is dat toch voor kruideniersmentaliteit.
Geplaatst door: Joost van Baalen | 06 oktober 2011 om 12:42
@ Joost: uiteraard is het gezeur, allemaal, dit. (Overigens kun je wel degelijk zeggen: 'wit plastic bekertjes', namelijk: 'bekertjes van wit plastic'. 'Wit' is daar bijwoord, geen bijv. naamwoord.)
Punt is dat het compacter/geconcentreerder is om 'witplastic' (aan elkaar dus, als 1 woord) te schrijven. Reden genoeg. In een gedicht wil je niet te veel bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden, dat werkt heel 'ornamenteel' en vertragend. Enfin. Dat kan een reden zijn: 'optisch-typografisch', het ritme. Het gaat *en* om het materiaal *en* de kleur, deze zijn van gelijk belang.
Geplaatst door: willem thies | 06 oktober 2011 om 12:47
Heren, de huisregels. Mag ik u daar op wijzen?
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 06 oktober 2011 om 13:18
@ Breukers: Ah, ja, verwijder Harry's reacties maar.
Geplaatst door: willem thies | 06 oktober 2011 om 13:30
@ Breukers: nee, verwijder *mijn* reacties maar, s.v.p. (inclusief deze)
Ik moet nog even wennen.
Maar kun je niet een regel opnemen in de trant van: 'Reacties dienen zich te beperken tot de essentie van een bericht (dit kan ook een geplaatst gedicht zijn). Geen zijdelingse discussies over details (zoals: al dan niet vermeende spelfouten), e.d.'?
Geplaatst door: willem thies | 06 oktober 2011 om 13:34
Witgoed en bruingoed zijn ook reguliere termen.
Geplaatst door: Jacob van Schaijk | 06 oktober 2011 om 15:01
Ik zie Harry al zitten, handen in het haar, gebarsten ogen. 'Ja maar, vindt Hij dat wel goed, zomaar nieuwe woorden verzinnen, dat MAG toch helemaal niet!'
Ik, en met mij vele dichters, vegen ons gemeenschappelijke rectum af met het groene boekje, toch het bruin is. Wat zeg ik, blakerbruin.
Geplaatst door: Josse Kok | 06 oktober 2011 om 19:29
Och hemel, de voorlaatste post zit vol fouten. Harry, wat nu?
Geplaatst door: Josse Kok | 06 oktober 2011 om 19:32
gelukkig gaat dit wel over de inhoud van het gedicht
kom op heren
Geplaatst door: Jürgen Smit | 06 oktober 2011 om 21:38
Excuses. Het gedicht is naar eigen zeggen ongelooflijk, raar, onnoemelijk, gek, onbeholpen, hopeloos en wanhopig. Ik vind het wel wat veel van 't zelfde, maar vreemd genoeg werkt het wel. Misschien puur omdat ik dat herken, dat overleven in een slonzig attributenpak van weefsel.
Geplaatst door: Josse Kok | 07 oktober 2011 om 01:19
Nog niemand heeft iets gezegd over de beeldspraak in de eerste strofe. Stansen is met een hard materiaal (gereedschapsstaal) gaten of vervormingen aanbrengen in een zachter materiaal. Ik kan geen enkele rechtvaardiging in het gedicht vinden voor het stansen met vel in schedels. Ben ik gewoon te dom, of is dit een doorgeschoten dichterlijke vrijheid?
Geplaatst door: Jacob van Schaijk | 08 oktober 2011 om 22:54
En nu kan ik toch eindelijk tot een mening komen over het gedicht: het is in mijn optiek halfslachtig. Het begint min of meer absurdistisch maar vervolgt in zekere zin realistisch. Dat maakt het vlees noch vis.
Geplaatst door: Jacob van Schaijk | 09 oktober 2011 om 00:13
Jacob: Ik denk dat hij bedoelt het stansen van vel over schedels. Dus de schedel stanst het vel, niet andersom. Maar ik begrijp ook wat je bedoelt met 'halfslachtig'. Die ambiguiteit in de eerste zin is niet het enige. Er is ook het zitten rond vergadertafels met gestrekte armen. Dat is moeilijk. Je zit ofwel met je armen rigide naast je lijf, of je legt ze in een oncomfortabele en onnatuurlijke houding over de tafel. De (taal)vondsten gaan voor op de inhoud en maken het een gemaakt gedicht. Toch vind ik dat dan weer op een vreemde manier toepasselijk ivm het thema: wij halfslachtig gemaakte mensen. Het zou een heel goed gedicht kunnen zijn. Net als de mensheid. ;)
Geplaatst door: Runa De Moudt | 09 oktober 2011 om 00:45
In een echt goed gedicht, waarin over "wij halfslachtig gemaakte mensen" wordt gedicht, wordt het in de woorden getoond, niet in de stijl geschreven (zoals wél in dit gedicht). Deze conclusie van je vat het netjes samen: "De (taal)vondsten gaan voor op de inhoud en maken het een gemaakt gedicht."
Geplaatst door: Harry J.M. Kleinhoven | 09 oktober 2011 om 00:59
@Runa: nu je het zegt zie ik het. En wat de rest van je betoog betreft: ik vermoed dat de dichter niet het tafereel heeft gezíen, maar gedácht.
Geplaatst door: Jacob van Schaijk | 09 oktober 2011 om 10:12