In het halfduister met de straatlantaarn die opeens
de eettafel verlicht en je de gordijnen doet sluiten. Midden
op de dag maak je een wandeling door de stad, langs het strand.
Stad of strand liggen uitgetekend voor je. Het geroep in draaimolens.
Winkelparadijzen nemen je bij de hand. Het rollen van golven
komt aan. Het geroep op kades komt aan. Aan je voet het afval
dat overblijft. Manoeuvrerend kies je je coördinaten.
Je pas raakt een stroom waardoor een deur van glas opensplijt.
Vervolgens draagt het roepen je verder tot bij je huisdeur.
Straks zeep je je in met zeegeur. Valt de avond.
Terwijl je liep ontplooide zich een licht over de daken.
Stroomde uit over het tij dat de haven vult. Eb of vloed.
Je vertrouwde pas.
Je hand raakt een muur en de muur heeft voegen.
Gert de Jager

1. Hele rare onnatuurlijke afbrekingen die dwingen tot belachelijk klinkende lezing.
2. Bevat geen enkel beeld dat blijft hangen.
3. Essentieel impressionistisch, maar durft dat niet te zijn en meent zich daarom op de schemering te moeten beroepen.
4. Bevat bijzonder hoekige taal als 'Manoeuvrerend kies je je coördinaten.'
5. Geroep, geroep, roepen, komt aan komt aan - waarom dit opdringerige herhalen steeds.
6. Probeert een droombeeld te communiceren, maar het is een slaapverwekkende droom. Droom je nooit spannender?
7.De slotregel - een zogenaamde 'conclusieregel' - laat zich niet zonder raar bijstemmetje in het hoofd lezen.
Dit zijn eigenlijk vragen/observaties die in een revisieproces thuishoren. Reviseert hier eigenlijk ooit wel iemand?
Geplaatst door: Martijn Benders | 11 augustus 2011 om 09:37
Grappig, ik vond dit juist een goed gedicht, maar kon niet uitleggen waarom. Dus had niet gereageerd, maar nu ik de negatieve reactie hierboven zie, toch maar een positieve. Volgens mij zijn alle elementen die Martin irriteren functioneel, "voegen" herhalen zich ook, geven zowel een scheiding als een verbindig aan, die zie ik in het hele gedicht, het werkt (op mij, het blijft subjectief) ondanks de schijnbaar ongeorganiseerde regels als een hecht bouwwerk.
Geplaatst door: Cath Blaauwendraad | 11 augustus 2011 om 10:02
Je mag dit uiteraard van mij best een goed gedicht vinden. Dat een bepaald element 'functioneel' is zegt mij weinig. Een plak worst op een boterham is functioneel, maar daarmee nog niet interessant.
Geplaatst door: Martijn Benders | 11 augustus 2011 om 10:12
Mag ik er even op wijzen (en dat mag ik, want ik woon hier) dat het geen zin heeft om de gebruikelijk tik-tak te gaan spelen. Martijn, je moet misschien eens af en toe je toetsenbord even rust gunnen. Zo'n ding kan ook kapot.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 11 augustus 2011 om 10:14
Functioneel in die zin dat ze bijdragen tot de coherentie. Maar dat was niet waarom ik het goed vond, en waarom ik dat vond, kan ik nog steeds niet uitleggen. Het riep een tegenstrijdigheid in me wakker, misschien was dat het.
Geplaatst door: Cath Blaauwendraad | 11 augustus 2011 om 10:15
'Functioneel', 'coherent', tja. Je hebt ook functionele en coherente mensen. Ik heb liever een bescheiden aantal van zulke in mijn vriendenkring.
Geplaatst door: Martijn Benders | 11 augustus 2011 om 11:40
Je hebt volkomen gelijk.
Geplaatst door: Cath Blaauwendraad | 11 augustus 2011 om 14:26
Het roept bij mij veeleer connotaties van blindheid op. Niettemin vind ik het niet meteen een 'mooi' gedicht. Een golden retriever had misschien wel soelaas kunnen bieden. Voorlopig lijkt vaagheid nog iets te pertinent aanwezig na lezing maar die lost hopelijk vanzelf op na een meer uitgebreide interpretatie.
Geplaatst door: Jacques Santegu | 11 augustus 2011 om 15:13
Vervelende afbrekingen? Neen, goed tot vrij sterk gekozen enjambementen.
En leuk dat je er naar vraagt, Martijn, ik mag zelf graag reviseren, iets wat deze dichter in kwestie (en dan bedoel ik dus dhr. De Jager) ook wel gedaan zal hebben, gezien zijn enjambementenkeuzes.
Geplaatst door: M.A. Buser | 11 augustus 2011 om 21:14
Hoewel Benders het wel een superverdacht woord zal vinden, ben ik 'gevoelig' voor dit type poëzie. Het ogenschijnlijke gebrek aan een centrum, een houvast, misschien zelfs een aanknopingspunt, kan duiders algauw irriteren. En is, voor hen, het ultieme argument om te zeggen: 'wees er maar blij mee! knullig amateurisme heeft ook geen aanknopingspunt!'. Toch vind ik het, net als Blaauwendraad, 'ondanks de schijnbaar ongeorganiseerde regels een hecht bouwwerk'.
Geplaatst door: Hans van Willigenburg | 11 augustus 2011 om 21:41
http://www.google.nl/#hl=nl&source=hp&q=M.A.+Buser+recensie&oq=M.A.+Buser+recensie&aq=f&aqi=&aql=&gs_sm=e&gs_upl=1511l4460l0l4644l10l10l0l9l0l0l243l243l2-1l1l0&bav=on.2,or.r_gc.r_pw.&fp=e7061b543ad155b6&biw=1280&bih=852
Geplaatst door: Martijn Benders | 11 augustus 2011 om 21:50
Expliceteer je punt eens, beste Benders. Een link presenteren kunnen we allemaal wel, of moet dit een readymade voorstellen?
Geplaatst door: M.A. Buser | 11 augustus 2011 om 21:56
Ja, Buser. Anoniem reageren en zo. Niet doen.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 11 augustus 2011 om 22:08
Geen idee of het aan mij ligt, maar ik blijf steken, ook na tien keer en vaker lezen. Had aanvankelijk de indruk van een wazig beleven, maar gaandeweg lijkt het wel of ik steeds waziger ervan word. Alsof de wereld aan hem voorbij gaat. Ik kan richting slot er dan ook niet echt iets mee en ja, de sfeer blijft hangen, de woorden niet. Vind ik het een goed gedicht? Het maakt in elk geval dat ik mij een belabberd lezer voel nu...
Geplaatst door: Lilian Caessens | 12 augustus 2011 om 00:48
Ik heb wel eens eerder een soort 'index-methode' (© RHCdG) voorgesteld voor het lezen en begrijpen van gedichten. Je kijkt welke plaatsen met elkaar te maken hebben en daar stel je dan betekenislijnen van op. In dit gedicht:
'licht': halfduister - straatlantaarn - verlicht - midden op de dag - valt de avond - licht
'lopen': wandeling - hand - voet - pas - manoeuvrerend - liep - pas - hand
'thuis': eettafel - gordijnen - deur van glas - huisdeur - daken - haven - muur
'buiten': straatlantaarn - stad - strand - stad of strand - draaimolens - winkelparadijzen - golven - kades - coördinaten - deur van glas - zeegeur - daken - haven.
Een aantal termen komen in meer dan één betekenislijn voor, vooral in de laatste twee. Die zijn dus ambivalent, en die ambivalentie wordt zelf ook verwoord: 'deur van glas'. Die deur van glas vindt zijn tegenhanger of parallel (hoe je 't wil zien) weer in de muur met voegen. Een soort osmose: 't is dicht maar je kan er doorheen.
Het gedicht gaat dus over binnen en buiten, en in het verlengde daarvan over donker en licht en over dromen en waken. En over de moeilijkheid om tussen die categorieën te onderscheiden.
Er is een roep van buiten waar de 'je' moeilijk weerstand aan kan bieden. Hij moet de deur uit en de straat op. Maar hoe dat gaat doet me denken aan de film 'Eyes Wide Shut' (let op de titel) van Stanley Kubrick. Daarin begint de droom van Tom Cruise met een weksignaal, nl. van een telefoon die gaat, en waarin hij door zijn eerste verleidster wordt geroepen (net als hier een roep dus). Ook hier begint de droom niet in het duister zoals je zou verwachten, maar juist in het licht: de straatlantaarn gaat aan. In de volgende zin is het 'midden op de dag'. Het wandelen door de stad is de inhoud van de droom, die hem voert langs stad en strand en hem ten slotte weer voor zijn huisdeur aflevert.
Dat is altijd een gevaarlijk moment, om jezelf te ontmoeten na zo'n uittreding, en ik vind het einde van het gedicht daarom wat teleurstellend, ondanks de dramatische witruimte na die geruststellende woorden 'je vertrouwde pas' in de voorlaatste regel.
Wat me ten slotte nog opvalt zijn de vele gnostische voorstellingen in het gedicht: behalve de roep ook het huis, de vreemdeling, slaap, het lawaai van de wereld (het geroep in draaimolens en op de kades), de woonplaats, licht, duisternis, vallen, zinken (valt de avond, aan je voet het afval). Zie voor een kort overzicht (hier volgt een plug):
http://www.cornetsdegroot.com/vw/lamp/gnostischelamp.html
Geplaatst door: RHCdG | 12 augustus 2011 om 01:45
Dit gedicht hamert noch mijmert. Ik ben het met Martin eens.
Geplaatst door: koenraad goudeseune | 12 augustus 2011 om 03:05
Volgens mij is tijd hier veel belangrijker dan plaats; het zit volgepropt zit tijdsaanduidingen. Vooral in de derde strofe word je er mee om je oren geslagen: vervolgens/straks/terwijl.
Het opent ook (‘opeens’) met een moment en ’in het halfduister’ is goedbeschouwd ook meer een wanneer dan een waar en dat dan weer koppelend aan het raken van die stroom…maar goed, zo kan je nog wel een paar alinea’s doorgaan. Verleden, heden, toekomst. De onmogelijkheid van het vasstellen van het NU…de draaimolens…de herhalingen…tot je bij die vertrouwde pas uitkomend concludeert dat het gedicht niet over een droom of een uittreding gaat maar over een jetlag.
Geplaatst door: Case | 12 augustus 2011 om 09:38
Wereld tussen waken en dromen. Beweging. Hoofd vol afwisselende plaatsen. Beelden die achteraf verwoord worden. zichtbaar vastgelegd tijdens het schrijven. Het ontstaan van het gedicht. Afgezien van naar mijn smaak lelijke woorden en zinsdelen als 'vervolgens'. 'komt aan'(ook nog eens herhaald) 'manoeuvrerend....coördinaten' best een interessant gedicht.
Geplaatst door: tedje wacht | 12 augustus 2011 om 10:03
@Koenraad Ik zal het onthouden: een gedicht dient te hameren of mijmeren!
Geplaatst door: Hans van Willigenburg | 12 augustus 2011 om 10:12
De ideeen en beelden beloven heel wat, maar het gedicht maakt het niet waar. Dat komt wat mij betreft vooral vanwege het hortend-stotende van het gedicht. Het loopt nergens echt lekker. De tweede persoon irriteert ook, dat ge-"jeje".
Ik ben met Martijn eens dat het een onafgewerkte indruk maakt.
Geplaatst door: Inkwith Barubador | 12 augustus 2011 om 10:13
Of - Mijnheer Van Willigenburg - beiden. Net als de Fantasie voor 4 handen van Schubert zeg maar. Weergaloze afwisseling.
Geplaatst door: tedje wacht | 12 augustus 2011 om 11:11
Toch intrigeert dit gedicht. Het doet [herlezend] mij denken aan iemand die, als het ware, vanuit een glazen stolp naar de bewegende wereld kijkt, er zelf niet aan deelneemt, slechts observeert. Maar er wel aan wil deelnemen en voorzichtige pogingen waagt. Als na een isolement.
Geplaatst door: Lilian Caessens | 12 augustus 2011 om 11:41
Gaat het overigens wat ver om hier een soort vrij vers-variant op het Shakespeariaanse sonnet in te zien, gezien de strofe-verdeling en de eventuele volta die men allicht kan herkennen vanaf de derde strofe?
Geplaatst door: M.A. Buser | 12 augustus 2011 om 21:15
Daar zullen de meningen over verdeeld zijn denk ik. Persoonlijk vind ik dat veertien regels en een volta nog geen sonnet maken, al kan ik een iets vrijere vorm appreciëren.
Geplaatst door: Lilian Caessens | 12 augustus 2011 om 23:34
Het is beslist geen droom, het is een mini-odyssee van iemand die zijn domicilie heeft gekozen in een zeehavenstad. Hij geniet van de variatie in het stadsbeeld zonder dit expliciet te zeggen. Dan is hij thuis, herkent zijn vertrouwde pas, en maakt met het woord voegen duidelijk dat er toch een verband is tussen de schijnbaar onsamenhangende beelden. Met Catharina ben ik het eens dat het gedicht boeit, mij althans. Ik benijd iemand die zo een dag en een stad kan beschrijven enorm.
Geplaatst door: Paul van de Wiel | 13 augustus 2011 om 21:01
Fijn gedicht hoor. Impressionistisch, zintuiglijk. Je loopt met de dichter mee en hoort, ziet, ruikt en voelt de stad aan het water.
Aan het eind de blinkende rails van de zwembadpas. Op naar de verstening thuis. Het is voegen of gevoegd worden daaro. En zo is het goed.
Geplaatst door: buigt | 22 augustus 2011 om 19:54
Which came first, the problem or the sloiuotn? Luckily it doesn't matter.
Geplaatst door: Sukey | 08 oktober 2012 om 04:03