Dit goud is op zijn land geweest,
met paarden, om te ploegen.
Het tikte aan de emmerhengsels,
het zaaide stof op melk en zand.
Ik heb zijn handen nog gezien,
het goud was toen al weggenomen.
Zes gram, vol krassen van zijn werk,
ligt op een schaaltje in de kamer
te wachten op zijn erfgenaam.
Geschoren en gekamd, in pak,
je handen op een witte sprei –
laat niemand dan dit goud wegnemen.
Jos Versteegen
"weggenomen/wegnemen" vind ik wat zwak gedicht. Die slotregel kan dan ook veel sterker: 'laat niemand jou dit goud ontnemen.'
Geplaatst door: Harry J.M. Kleinhoven | 14 maart 2011 om 22:43
Vanwege de klemtoon is dat helemaal geen verkeerd idee. Bij 'te wachten op' struikel ik ook. Daar zie ik liever 'wachtend op'. Van drie keer 'zijn' naar 'je', is plots, maar daarom wellicht bedoeld, dat ligt aan de manier van lezen. Maargoed, details, het is een gedegen gedicht, beeldend ook.
Geplaatst door: Josse Kok | 14 maart 2011 om 23:54
Hoezo struikelen bij "te wachten"? Dat is gewoon jambisch, net als de rest (significante uitzonderingen daargelaten).
Geplaatst door: Cath Blaauwendraad | 15 maart 2011 om 21:08
De slotregel vind ik juist wel sterk. Vooral door het woord 'dan' krijgt het iets van een oudtestamentisch (?) citaat, hetgeen wel aansluit bij de sfeer van het gedicht.
Geplaatst door: anke labrie | 17 maart 2011 om 13:48
Harry, helemaal eens.
Geplaatst door: Theo Vanderwacht | 17 maart 2011 om 15:45
Nou, ik niet. Juist die herhaling in de tegenwoordige tijd maakt die wens des te indringender. Alsof er een moment is waarop de tijd inderdaad niet voorbijgaat.
Geplaatst door: Gert de Jager | 17 maart 2011 om 19:41
Het is nog subtieler. De zin staat in de tegenwoordige tijd, maar 'wegnemen' is een infinitief. Helemaal tijdloos.
Geplaatst door: Gert de Jager | 17 maart 2011 om 19:48