Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

Hoofdmenu

Studio Oudebildtzijl Feed

05 februari 2015

Studio Oudebildtzijl: Gevangene in het teugelloze tussengebied

De Gerben Rypma Stifting en het blad De Moanne houden vrijdag in Workum een avond over de jonggestorven Russische dichter Boris Ryzji. Onder meer wordt documentairemaker Aliona van der Horst geïnterviewd over de film die ze over Ryzji maakte in 2008. Wat heeft die beloftevolle maar overleden schrijver uit Jekatarinenburg de Friese literatuur te melden? 

door Abe de Vries

Boris-ryzji3Op Russische archiefbeelden in de documentaire die Aliona van der Horst in 2008 over zijn leven maakte, zie je hem lopen in de sneeuw. Hoor je hem praten. ,,Ze zeggen dat een dichter een tragedie nodig heeft. Maar ik denk dat een dichter zijn al tragedie genoeg is.”

De onder prijzen bedolven film van Van der Horst over de jong gestorven Russische dichter Boris Ryzji (1974-2001) opent veelzeggend. In het flatgebouw in de arbeidersbuurt Schrootwijk van industriestad Jekatarinenburg (voorheen Sverdlovsk), waar Ryzji als jongen woonde, blijkt hij zeven jaar na zijn zelfgekozen dood een volslagen unknown. Zijn naam – ‘Ryzji’ betekent ‘de rossige’ – doet bij de huidige bewoners geen bel rinkelen. Niemand kent hem of herinnert zich hem.

Lees meer "Studio Oudebildtzijl: Gevangene in het teugelloze tussengebied" »

13 mei 2014

Studio Oudebildtzijl: Friesch Dagblad weigert kritische column

39 Kleine burgeroorlogjes

door Abe de Vries

Vliegeren-e1389880980909Onderstaande column werd gisteren geweigerd door de hoofdredactie van het Friesch Dagblad, onder druk van enkele ,,journalisten” van de regioredactie die er blijkbaar heel andere denkbeelden over de politieke besluitvorming rond windenergie in Fryslân op nahouden. Sinds kort trekt daar een door het provinciebestuur toegejuicht corruptiecircus door de dorpen: een onheilspellende gelegenheidscoalitie van wereldverbeteraars en windkooplieden biedt dorpsbevolkingen douceurtjes, als ze maar de plaatsing van vijf of tien megamolens van 162,5 meter hoog naast hun deur tolereren zonder al te veel mitsen en maren. Zó hoopt Fryslân te kunnen voldoen aan de Rijksopdracht om in 2020 530,5 megawatt aan windenergie te hebben gerealiseerd. Onnodig te zeggen dat ik met onmiddellijke ingang mijn medewerking aan de krant heb opgezegd. 

Wie straks de grootste bek heeft en het hardst op de eigen trom slaat, wordt verlost van z’n lokale windmolenplan. Dat is de consequentie van de anti-democratische manier waarop Gedeputeerde Staten van Fryslân het windenergietraject nu hebben ingericht. Ze zien wel wat er uit 39 kleine burgeroorlogjes straks komt bovendrijven, en dan zullen ze zeggen: ,,Kijk, deze plannen hebben DRAAGVLAK.” Waarom is er geen partij die deze ontkenning van alles waar ons democratische systeem voor staat aan de schandpaal nagelt?

Lees meer "Studio Oudebildtzijl: Friesch Dagblad weigert kritische column" »

04 mei 2014

Studio Oudebildtzijl: Poëzie hoort voluit bij het leven

Door Abe de Vries

StudiooudebildtzijlEen hartaanval krijgen kan ik iedereen aanraden die poëzie schrijft. Sinds 21 januari heb ik 21 losse gedichten, 16 sonate-gedichten voor mijn oudste zoon, 12 sonnetten aan de Friese poëzie, 4 gedichten voor mijn jongste zoon en 28 gedichten in zeven noordelijke elegieën geschreven. Dat is 81 gedichten in 16 weken.

Verreweg de meeste van die gedichten heb ik op internet en Facebook gepubliceerd en daarvan zijn er achteraf maar een stuk of vijf niet goed genoeg voor publicatie. De reacties zijn op de vingers van een hand te tellen en beperken zich altijd maar tot één woord: ,,Mooi”.

Lees meer "Studio Oudebildtzijl: Poëzie hoort voluit bij het leven" »

12 december 2013

‘Ter handhaving van de boereneer’

Landbouw en gemeenschap volgens Sybe Douwes de Jong, 1934-1943

Door Abe de Vries

Sybe Douwes de JongEen klein maar invloedrijk deel van de Friese schrijvers collaboreerde in de oorlog. Waarom? Een invloedrijk nationaal-socialist was journalist, toneelschrijver en literair criticus Sybe Douwes de Jong (1897-1951), in de tweede helft van de oorlog hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant en daarna van de Friesche Courant. De Jong is een typische representant van het Friese moderniseringsprobleem in het interbellum: een machtige ‘boerenmythe’ (het boerenparadijs dat Friesland voor de Grote Agrarische Crisis aan het einde van de 19de-eeuw zou zijn geweest) kwam op gespannen voet te staan met de democratisering van de samenleving, die slechts beoordeeld werd in termen van achteruitgang en verval.

Hij en anderen zochten de oplossing in revitalisering van de Friese landbouw op basis van Duitse voorbeeldwetgeving en hoopten op het ontstaan van een Europees landbouwprotectoraat als gevolg van Duitse oorlogsoverwinningen. Deze gedroomde ‘boerenrenaissance’, die men zich zowel economisch als cultureel voorstelde, is minstens even belangrijk bij het verklaren van het Friese fascisme als de veel vaker en veel uitvoeriger beschreven anti-‘Hollandse’ Friese taalstrijd, is de suggestie van onderstaand stuk.

Op basis van de Friese boerenmythe werd getracht een ‘gemeenschapsgedachte’ te grondvesten die de status van de boer zou verhogen, en zodoende de moderne fragmentatie van de samenleving zou overwinnen. Het is een poging die in de naoorlogse Friese literatuur ruime aandacht heeft gekregen; voor twee van de belangrijkste romans met een weerslag van dat thema werd de Gysbert Japicxprijs toegekend.

Vreemd genoeg lijkt er tegelijkertijd in Friesland al heel lang een taboe te rusten op biografisch en ideologisch onderzoek naar de boerenpropagandisten. Naar een figuur als Sybe Douwes de Jong is amper onderzoek gedaan: hij is in literatuur verborgen en vervolgens vergeten. Een ander voorbeeld is de ongemakkelijke omgang met het werk van pro-Duitse dichters en collaborateurs als Douwe Hermans Kiestra en Rintsje Sybesma. Het is een aanwijzing dat de literaire verwerking van de Tweede Wereldoorlog in Friesland nog steeds niet tot rust is gekomen.

*

In 1940 publiceerde de Friese schrijver Reinder Brolsma het verhaal ‘Mame en de grote boer’. Sybe Douwes de Jong (Stiens, 1897 – Leeuwarden, 1951), journalist en later, in de oorlog, hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant en diens opvolger de Friesche Courant, bespreekt het op 19 april 1941. In zijn stuk geeft De Jong een opvallend wijdlopige beschrijving van een van de personaazjes in het verhaal, de ‘grote boer’ Freark:

Lees meer "‘Ter handhaving van de boereneer’ " »

20 april 2013

Studio Oudebildtzijl: Een gedomesticeerde diersoort

Door: Abe de Vries

StarikF. Starik (1958) schreef met Door zijn, als ik het goed heb, negende dichtbundel. Starik is geen onbekende in de ‘amusementsindustrie’, zo las ik op de site van zijn uitgever. Hij voorleest zich een slag in de rondte, schrijft poëmen op aanvraag alsof het niets is en eert regelmatig een onbekende dode met een vers. Aan waardering van officiële zijde geen gebrek. Zo mocht hij in 2009 de Amsterdamse Prijs voor de Kunsten ontvangen, à een slordige 35.000,- euro, en van 2010 tot 2012 was hij Stadsdichter van Amsterdam, of beter, van de stadsdeelraad binnenstad. Als dank daarvoor kreeg hij het Ereteken van Verdienste van Amsterdam opgespeld, wat hem in een klap op gelijke hoogte bracht met beschavingsdragers als Willeke Alberti, René Froger en André Hazes. Misschien komt Starik nog het dichtst in de buurt van wat je tegenwoordig, althans in de hoofdstad, onder ‘volksdichter’ zou verstaan.

Alabama shakes

De dag nadat je thuiskomt van zo’n festival –
je bent weer even heel beroemd geweest,
de mensen zeiden dat het mooi was, vroegen
of je weleens vaker voorleest, want je kan dat
eigenlijk best goed en wat of dat je drinken wou.
Een vrouw van minstens zestig wilde weten
waar je dan van leeft, als je een dichter bent.

Van jou.
Dat moest je er wel bij vertellen.
De dag nadat je thuiskomt, onwennig en ontheemd,
bijna ziek van scheppingsdrang, zo vreemd alleen
in je angstwekkend stille huis.

Het gekakel in je hoofd, de ruis waarvan
je moet herstellen, de echo van een feest.
Je bent weer openbaar bezit geweest.

Lees meer "Studio Oudebildtzijl: Een gedomesticeerde diersoort" »

27 maart 2013

Studio Oudebildtzijl: Jean Pierre Rawie

Meesterlijk, al te meesterlijk

Jean Pierre Rawie, De tijd vliegt, maar de dagen gaan te traag (Bert Bakker, Amsterdam 2012)

Door Abe de Vries

A4fd9006d21402ce6e7ca6c5477e23c9x200Een bundel over sterfelijkheid, van jezelf, je moeder, je geliefden – over het verstrijken van tijd. Streng in vijfvoetige jamben, grotendeels. In gedichten die nooit meer dan vier strofen tellen, het liefst sonnetten, maar ook het kwatrijngedicht komt veel voor. Titels van gedichten altijd één woord. Vertalingen van klassieke Italiaanse dichters om het geheel in stijl af te maken.

Van harder marmer dan de steen waaruit Jean Pierre Rawie de gedichten in zijn laatste bundel heeft gehouwen, worden ze tegenwoordig niet meer gemaakt. Het is één en al evenwicht en balans. Het typische Rawie-gedicht doet zich aan de lezer voor als een aforisme, een spreekwoord, een meditatie over de vergankelijkheid van het leven. Het is bij voorkeur in algemene wijsheden gevat en heeft soms een anekdote als kern, vanuit het idee dat universele waarheden over het leven – want voor minder doet Rawie het niet – zich ook laten herkennen aan het detail.

Lees meer "Studio Oudebildtzijl: Jean Pierre Rawie" »

08 februari 2013

Studio Oudebildtzijl: Probaat bij slaapstoornissen

door Abe de Vries

SnowFlakeTon van ’t Hof signaleert op zijn website een nieuwe bundel van de Amerikaanse Eileen Myles (1949). Die blijkbaar zo stijlvast is dat haar jongste gedichten als twee druppels water lijken op haar oudere. Volgt een voorbeeld, door Van ’t Hof vertaald, van een gedicht uit zo’n oudere bundel:

potloodgedicht #5

Half in slaap; gulle
drukte van wimpers
een beker in een plastic tas.
Ogen knipperen
slok fatsoenlijke koffie
en terug naar knikkebollen
het is een rare sjees
dit lichaam waarin ik rij
al 59 jaar lang.

Over Myles vernemen we dat ze in de jaren zeventig deelnam aan workshops ‘experimentele poëzie’, waar zij nu ook niets meer aan kan doen, maar dit terzijde. Verder: dat ze autobiografisch dicht, dat ze goed dicht, dat ze in een “geheel eigen stijl” dicht, die weinig is veranderd, dat ze in haar gedichten woont, dat ze “registreert” en dat ze taal benut.

Lees meer "Studio Oudebildtzijl: Probaat bij slaapstoornissen" »

03 februari 2013

Studio Oudebildtzijl: Friese poëzie

- Door Abe de Vries -

(De bundels waarover hij spreekt zijn vanaf volgende week leverbaar; meer info volgt; tijdens de presentatie van de bundels werd deze toespraak uitgesproken.)

Uitgeverij De Contrabas (in de persoon van Chrétien Breukers) heeft afgelopen donderdag twee tweetalige (Fries-Nederlands) dichtbundels gepresenteerd, te weten In hazze is in lokkich bern / Een haas is een gelukkig kind van Edwin de Groot en mijn eigen bundel Ravensulver / Ravenzilver. Al in 2006 bracht Breukers Friese poëzie op die wijze onder de aandacht, toen met maar liefst vier tweetalige bundels. Hij houdt aan als stuifregen, zeggen we in Friesland. En dat is mooi.

Raaf omslag defGevraagd, door de Leeuwarder Courant (‘Friese dichters zijn zo eigenzinnig’, 1 februari 2013), wat nu die Friese dichter onderscheidt van zijn algemeenbeschaafd Nederlandse evenknie, somde hij drie verschillen op: Friese dichters zijn zich bewuster van de eigen taal, ze zijn eigenzinniger, en ze maken vaker gebruik van het landschap als poëtische bouwsteen. Citaat: 'In de Nederlandse poëzie is dat toch een beetje naar de achtergrond gedrongen. Dat was meer iets voor de generatie Slauerhoff en Roland Holst. Qua levenshouding staan de Friese dichters daar nog altijd dichtbij. Ze zijn zich hyperbewust van de eigen taal én het eigen land.'

Ja, die levenshouding… Het is in ieder geval wáár dat Friese dichters op z’n minst één groot voordeel hebben boven hun Nederlandstalige collega’s. En dat is de Friese taal zelf. Die is immers veel mooier, klankrijker, muzikaler en barbaarser dan het aangeharkte ABN waar onze anderstalige laaglandsche poëten noodgedwongen gebruik van moeten maken.

En dat landschap, ja, daar hebben velen van ons ook zeker iets emotioneels mee. Dat is moeilijker uit te leggen. Denkelijk heeft het te maken met het feit dat het overgrote merendeel van de Friese woordkunstenaars opgegroeid is met een kerktoren in de onmiddellijke nabijheid, alsook een sloot, een weiland en een bloeiend aardappelveld. Waar de randstedelijke vinexwijk als het ware aanspoort tot het zo snel mogelijk verlaten van de plek des onheils, daar fluisteren de blauwe hemel en het groene gras voortdurend: blijf bij mij, bescherm mij, laat mij niet alleen.

Wat weer niet wil zeggen dat al die gedichten ook over dat landschap gáán. Want poëzij, zoals u allen weet, gaat eigenlijk over niets.

Welnu. Als het vaderlandsche recensentendom het zou kunnen opbrengen om nu eens niet twee, drie of vier tweetalige dichtbundels te bespreken in één recensie van, als je geluk hebt en er is enige welwillendheid, drie alinea’s, ja, dan zou het nog wat kunnen worden met die Friese poëzie in Nederland.

08 april 2012

Stemmen voor de Fedde Schurer Publieksprijs

Een beschouwing van Abe de Vries over de Fedde Schurer Publieksprijs, - op De Vries stemmen (gewoon doen), kan hier.

Terwijl in de Friese letteren zich menig schrijver beraadt op de vraag hoe je op een natuurlijke manier, zonder overdrijving maar toch dampend-spannend over seks kan schrijven, heeft het de provincie behaagd om nieuws naar buiten te brengen over een van de belangrijkste provinciale literaire prijzen, namelijk de Fedde Schurerprijs voor het beste debuut van de afgelopen drie jaar.

Eigenlijk gaat het om twee prijzen, want er is ook een Fedde Schurer Publieksprijs inclusief shortlist, dit om het publiek méér bij de literatuur te betrekken.

De shortlist is recentelijk bekendgemaakt: 1) De oerwinning fan Tido Houtsma (Thys Wadman), 2) Fan glês it brekken (Elske Kampen), 3) Fol túch de mist yn (Hidde Boersma), 4) Gerben Rypma (Eeltsje Hettinga) en 5) Identiteit & kowesturten (Abe de Vries).

Lees meer "Stemmen voor de Fedde Schurer Publieksprijs" »

23 maart 2012

Studio Oudebildtzijl (21): Vernis voor een grootmeesterlijke uitstraling

Menno Wigman, Mijn naam is Legioen, Prometheus, Amsterdam 2012

Door Abe de Vries

MennowigmanMisantropie, zelfhaat, schrijven als onbevredigende zelfbevrediging, seks als ontsnapping – het zijn bekende Wigmanmotieven die ook in zijn nieuwste bundel Mijn naam is Legioen de pagina’s bevolken. Duiveltjes zijn het. Ze wachten op uitbanning. Op een schrijver die het verlossende woord spreekt, ongeveer zoals Jezus dat deed in Marcus 5.

Menno Wigmans wonderbaarlijke genezing laat evenwel op zich wachten – het wil niet zo lukken met de bevrijding. Dat is sneu voor die jongen en ook een beetje voor de literatuur, zo langzamerhand. Maar daarover zo meteen meer.

Lees meer "Studio Oudebildtzijl (21): Vernis voor een grootmeesterlijke uitstraling" »

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën