Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

Hoofdmenu

Poëzierapport Feed

12 maart 2012

Lords der triestheid

FRANK DE CRITS of het prozagedicht volgens Max Jacob

- door Alain Delmotte -

dichtertjes portret: robotfoto

het kale glanzende hoofd van max jacob
de alpinopet van jan van nijlen daarop
de zwarte wenkbrauwen van jan slauerhoff
de hoornen brilmontuur van jacques bloem
de gitzwarte ogen van boris pasternak
de verlichte blik vol waas van antonin artaud
de oren één met apparaat van gaston burssens
de zelfgetekende neus van tristan corbière
de volzwarte prachtige snor van alfred jarry
de gauloise in de mondhoek van jacques prévert
en die kin o die kin van achille chavée
zo ziet het dichtertje ongeveer zijn robotfoto

CritsjacobIs Frank De Crits (1942) een onderschat dichter? In de controversiële (en daarom niet te missen) bloemlezing Hotel New Flandres kreeg De Crits een opvallend plaatsje. Wat dergelijke etikettering ook waard moge zijn: hij werd er samen met nog een aantal ‘einzelgängers’ gerekend bij de tweesterrencategorie. Die categorie van dichters werd door de samenstellers erg fraai als volgt omschreven: ‘ze duiken, als vreemde hemellichamen die ze zijn, af en toe op aan de hemel en dan staan we erbij en kijken ernaar’.

Na zo’n uitspraak verwacht je toch wel dat de interesse voor dit soort dichters (en dus voor het werk van De Crits) zou aangroeien. Toen eind 2010 De Crits’ bundel Dichterbij Brussel verscheen, kwam het me voor dat deze bloemlezing wel eens een aandachtsmoment voor het werk van De Crits had kunnen betekenen. Aandacht die ik hem, als poëzieminnaar en als persoonlijke vriend, heel graag had gegund. Weliswaar kwam hij met deze publicatie op de voorflap van Poëziekrant terecht en lazen we in hetzelfde nummer een interview met hem dat, naar mijn mening, een beetje oppervlakkig uitviel.

Lees meer "Lords der triestheid" »

19 januari 2012

EXIT POËZIERAPPORT

- Door Philip Hoorne -

Op 1 oktober 2004 plaatste ik op een blog die ik Poëzierapport noemde een recensie van de bundel Liefde, tenzij anders vermeld van Dimitri Verhulst. Ruim driehonderd poëzierecensies volgden. Die werden geschreven door een tiental medewerkers, die graag aan het project meewerkten, de ene al wat gretiger dan de andere. Nederlanders zowel als Vlamingen, met uiteenlopende visies op poëzie. Aanvankelijk was het vrijwilligerswerk. Later kreeg Poëzierapport van het Vlaams Fonds voor de Letteren een luttel bedrag als ondersteuning voor de werking. Dit bedrag werd na één jaar al gehalveerd en in 2011 kreeg Poëzierapport ineens niets meer, hoewel we jaar na jaar rekening hielden met de niet altijd consequente aanbevelingen van het Fonds.

Lees meer "EXIT POËZIERAPPORT" »

11 december 2011

Poëzierapport: Paul Demets

Demets

Een opmerkelijke recensie van Willem Thies, die uitmondt in deze oproep: "Ik grijp deze gelegenheid aan om te pleiten voor een herwaardering van de schoonheid in de (dicht)kunst. Een revival. Een comeback."

De bloedplek van Paul Demets problematiseert onze identiteit: waardoor worden we bepaald, hoe verhouden we ons tot de ruimte waarin we ons bevinden en bewegen, geven wij deze ruimte vorm, of is het andersom: geeft zij óns vorm?

Hébben wij een lichaam (behoort het ons toe), of zijn wij ons lichaam, vallen wij ermee samen?

In hoeverre determineren onze reflexen of onze zintuigen wie wij zijn? En als het de waarneming is die ons (mede) ‘construeert’, belanden we vanzelf bij onze directe omgeving, de ruimte die ons omgeeft: hetzij een contingente ruimte (waar wij ons op zeker moment nu eenmaal bevinden), hetzij een meer noodzakelijke, met ons verbonden ruimte: ons ‘thuis’.

De bloedplek handelt over zulke existentiële vraagstukken als vertrouwdheid en vervreemding, toe-eigening en onthechting, ‘misplaatstheid’ en ‘op je plek zijn’.

Talloze ruimtes passeren de revue: een kledingzaak, een fitnesscentrum, een kapsalon, een kamer, een wasplaats, een nieuw huis, een tuin, een spiegel. In laatste instantie kan natuurlijk het lichaam zelf als een ruimte worden gezien, onder te verdelen in subruimtes: ‘De kruipruimte van zijn buik, het gangenstelsel van zijn stem’.

Lees meer "Poëzierapport: Paul Demets" »

21 november 2011

Kort rapport: Tonnus Oosterhoff en Rikkert Zuiderveld

TonnusoosterhoffTonnus Oosterhoff - Leegte lacht

Drie dingen vallen me op aan de titel van de nieuwe Oosterhoff: hij bevat een alliteratie; hij maakt gebruik van het stijlmiddel humor; hij is "onbegrijpelijk" (want hoe kan leegte, niets dus, lachen?). De titel wordt voorin de bundel verklaard in die zin dat het een readymade blijkt te zijn; Oosterhoff citeert uit een krant.

Er is een politicus die Leegte heet en die ooit reageerde op de vraag of vrachtwagens met radioactief materiaal overstromingen aankunnen. Oosterhoff leest de naam van de man op een hoger niveau: niet in de betekenis van persoon maar een personificatie. Hier zie je de dichter al ten voeten uit.

Lees meer "Kort rapport: Tonnus Oosterhoff en Rikkert Zuiderveld" »

16 november 2011

Poëzierapport: Frank Koenegracht

Koenegracht

Over (onder meer) Lekker dood in eigen land van Frank Koenegracht

Frank Koenegracht (1945) is dichter en psychiater. Het lijkt erop dat zijn poëzie niet onberoerd is gebleven door zijn vakgebied en professie, zelfs enigszins ‘besmet’ is geraakt door de omgang met zijn patiënten (of dient men tegenwoordig ‘cliënten’ te zeggen?) – al ligt die relatie natuurlijk niet zo eenduidig: eerder is er sprake van een preoccupatie en inclinatie van Koenegracht die aan beide (zowel zijn poëzie als zijn vakgebied) ten grondslag liggen: een hang naar en belangstelling voor het ‘gestoorde’, het abnormale, het zonderlinge, het buitenissige, het afwijkende. Ik vermoed dat Koenegracht bij zijn patiënten een werkelijkheidsbeleving (of: een verhouding tot de werkelijkheid) ontwaart die hij wezenlijker acht dan de ‘normale’, ‘gestructureerde’ werkelijkheidsbeleving.

Ik zie op verschillende niveaus verwantschap tussen Koenegrachts poëzie en een ‘gestoord bewustzijn’ – waarbij dient aangetekend dat een groot deel van de poëzie, überhaupt, zij het in mindere mate, deze verwantschap vertoont (en dat het een door Koenegracht gezochte ‘gestoordheid’ is; ‘geestesgestoorden’ hebben die keuze vanzelfsprekend níet).

Zo vormen schizofrenen en andere geestesgestoorden zinnen vaak door klankassociatie. Die zinnen zijn op het eerste gezicht ‘on-zinnig’ (een Unsinns-Formel). Neem de regel ‘In feuchter Bläue leuchtet das Lämpchen’ van de Oostenrijkse dichter Georg Trakl (1887-1914), die leed aan angstaanvallen en vlagen van paranoia. Na de gruwelijke slag bij Grodek (september 1914) stortte hij psychisch volledig in. Hij werd gedwongen opgenomen en geobserveerd in een militair hospitaal. De diagnose luidde: dementia praecox (schizofrenie), gepaard gaande met symptomen als paranoia (psychotische angst), grootheidswaan en gezichts- en gehoorhallucinaties.

Lees meer "Poëzierapport: Frank Koenegracht" »

30 oktober 2011

Poëzierapport: Sylvie Marie

SylviemarieHoger dan de haag kan ik nooit mikken

De titel van de tweede bundel van Sylvie MarieToen je me ten huwelijk, vroeg zou lezers kunnen afleiden en hen doen vermoeden dat het hier maar een stroperig niemendalletje betreft. Du roman à l’eau de rose.

Is het een keuze van de dichter of van de uitgever? Maar het kale, desolate beeld van een kamerhoek met enkele stopcontacten (een foto van de intrigerende Sarah Westphal) dat op de voorflap van de bundel staat, ontnuchtert meteen. De titel houdt een schijnmanoeuvre in zich: een vorm van ‘chicklit’ krijgen we geenszins aangeboden. Wat we hier lezen is niet de poëzie van

‘... het meisje met de lolly’ of van

‘... het kousenvoetensluipende meisje
dat je met de handen voor je ogen verrast
met een ontbijt.’

Lees meer "Poëzierapport: Sylvie Marie" »

27 oktober 2011

Poëzierapport: Lies van Gasse & Peter Theunynck

Van Gasse & Theunynck - Waterdicht WOp een foto, in zwart-wit en met gekarteld randje, staat een meisje van vier in de bocht van de Schelde te wuiven – handje tussen de reling – naar een voorbijvarend schip. Zwaait iemand terug? Het is niet te zien, maar daar en toen had zij beslist: ze zou ‘zeeman’ worden.

Zo wil het althans de herinnering en zeeman werd ik niet. Maar soms vangt een boek nog iets van die kleine meisjesdroom op: ziltlucht, vertezucht. En zo gebeurt in Waterdicht.

Het heet, met een nieuw woord, een graphic poem: het resultaat van een kruisbestuiving tussen poëzie en beeldend werk. Nieuw is die wederzijdse bevruchting van woord & beeld echter niet. Ik denk aan de visuele poëzie van Apollinaire, Paul van Ostaijen en vele anderen. Ook al in de eerste eeuw voor Christus spreekt de Romeinse lier- en satiredichter Horatius zich uit over de intieme band tussen poëzie en schilderkunst: ‘Poëzie is als schilderkunst: het ene gedicht/schilderij zal je beter bevallen als je er dichtbij staat, het andere als je op enige afstand staat’. Hoe Horatius deze uitspraak ook bedoeld heeft, hij suggereert een kijk- en leeshouding die opgaat voor zowel poëzie als beeldend werk. Ze heeft te maken met het nemen van afstand tijdens het lezen en kijken. Een afstand die men, indien nodig of wenselijk, kan vergroten of verkleinen.

De getekende dichtbundel Waterdicht getuigt van die wonderlijke beweeglijkheid tussen dichtbij en veraf. In de ruimte en in de tijd. Het boek lijkt een oud zeemansverhaal in beeld te brengen, tegelijk doet het beroep op een lezer&kijker van de eenentwintigste eeuw. Terwijl ik me overgeef aan een waanzinnig avontuur, zie ik hoe woorden en beelden met elkaar vervlochten raken, wonderlijk in elkaar overvloeien. En tot nadenken aansporen.

Lees meer "Poëzierapport: Lies van Gasse & Peter Theunynck" »

12 september 2011

Kort rapport: Max Temmerman en Heleen Bosma

Mildheid komt met de jaren. Althans, dat hoor ik wel eens iemand zeggen, iemand die, over het algemeen, door zijn eigen mildheid is geïmplodeerd. Ik dacht altijd: dat is niet zo; mildheid komt niet met de jaren, en mildheid is bovendien nergens goed voor.

Tot dit weekend. Ik las twee dichtbundels (Oostenwind van Heleen Bosma en Vaderland van Max Temmerman) en voelde me... ja, mild. Ik had zin om de auteurs, Bosma en Temmerman, eens diep in de ogen te kijken, ze toe te lachen en tot ze te spreken: "Ik zie jullie graag. Kom eens bij Chrétien."

Díé mildheid heb ik een dag laten zakken, maar ook vandaag is zij nog niet helemaal weg. Ik lees bijvoorbeeld "Je zou er van alles in kunnen zien / zo'n ochtend was het ook / een zondagmorgen met rijp en uitbundige zon / iedereen was het avondnieuws weer vergeten." van Heleen Bosma en voel me zo behaaglijk als een kat die net gegeten heeft.

Lees meer "Kort rapport: Max Temmerman en Heleen Bosma" »

07 augustus 2011

Kort Rapport: Marc Cosyns en Renée Luth

Over Marc Cosyns, Laatstleden / Jongstleden en Renée Luth, Pingpongtong

Soms neem je een stapel dichtbundels door en probeer je te bedenken waarom je ook alweer geïnteresseerd bent geraakt in de dichtkunst. "Veel lied'ren zijn gezongen", maar niet alle lied'ren klinken even fraai. Veel lied'ren klinken als het gekras van kleine violen tijdens de jaarlijkse Vrijmarkt in het Amsterdamse Vondelpark, en niet als de soepele verzen van de naamgever van dit park.

Tijdens het lezen denk ik vaak aan Multatuli's Idee nr. 523: "Geen schryver is verstandig genoeg om de domheid zyner lezers te begrypen." En aan nr. 524 ook overigens: "Het gemiddeld peil der lezers staat beneden 't gehalte van den gebrekkigsten schryver." Zelfs de eerste helft van Idee 522 schiet wel eens door mijn hoofd:

"Lezer, ikzelf houd my voor een der beste schryvers die ooit bestaan hebben, ja... voor den besten misschien. Denk niet dat dit scherts is, met rang van valsche nederigheid. Niet, dat het 'n andere soort van nederigheid is die, door zichironice voortedoen als hoogmoed, op geloof rekent waar ze schynbaar zich blootstelt aan spot. Niet dat het een boutadeis ter plaatsvulling. Niet, niet, niet... denk niet dat ik ietsanders bedoel dan ik zeg: ik houd my voor een der beste schryvers, ja misschien voor den besten onder allen wier werk ge ooit onder de oogen hadt."

Als ik dan zo zit, lezend & peinzend, dan komt het mij wel eens voor, dat de gemiddelde auteur inderdaad een ego van gietijzer moet hebben, wil hij het aandurven om een boek in het licht te geven, zonder daarna maanden of jaren wakker te liggen van pure schaamte. Om zijn boek. Om de zinnen die het boek bevat, de zinnen die voorthobbelen als een hond met de vallende ziekte, als een bejaarde met een been & zonder rollator, als... nu ja, die voorthobbelen.

Lees meer "Kort Rapport: Marc Cosyns en Renée Luth" »

25 juli 2011

Kort Rapport: Dichters in de Prinsentuin en Peter WJ Brouwer

Prinsentuin Dichters in de Prinsentuin is een jaarlijks terugkerend festival in Groningen, gehouden in de prachtige Prinsentuin, hartje Groningen-centrum. Op het Theeveld treden de vele dichters voor een groter publiek op, in de zogenaamde Loofgangen verzorgen de dichters intieme voordrachten. Uit eigen ervaring kan ik zeggen dat dit niet meevalt. In het begin sta je schutterig in je stukje loofgang te lezen richting een of twee zeer aanwezige aanwezigen; na een paar voordrachten valt de schroom van je af en begint het te wennen. Sterker: wordt het fijn om te doen.

Dit jaar is het festival van 27 tot en met 29 juli. Het is gratis toegankelijk en als extra, of aanvulling, verschijnt de jaarlijkse festivalbloemlezing bij Uitgeverij kleine Uil (ook verkrijgbaar als e-book). 

De brochure van de uitgeverij meldt: "Op het festival sta je met een dichter direct oog in oog, bij de voordracht op het grasveldje of nog intiemer in de loofgangen van de tuin. Dichters in de Prinsentuin zoekt daarnaast altijd verrassende locaties op. Zo konden vorig jaar bezoekers van de Ikea opeens een dichter tegenkomen bij de aanschaf van een Billy. Ook dit jaar is de directe ontmoeting tussen lezer en schrijver als uitgangspunt gekozen voor het festival. Maar de meest directe ontmoeting vindt natuurlijk plaats op papier: tussen dichter en lezer (of op je beeldscherm, tussen dichter en lezer, CB)."

Lees meer "Kort Rapport: Dichters in de Prinsentuin en Peter WJ Brouwer" »

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën