Homo homini lupus est
en de oude man vroeg me
of ik van de raven wist
en wie ik was
in gedachten pelde ik mijn huid
legde ik mij in laagjes af
een matroesjka van botten, structuren
een lichaam; weefsel dat zich herhaalt
ik vond binnenin warme stenen
lava en fossielen van reuzenslakken
botjes van een staart
plotseling voelde ik hoe mijn rug over mijn schouders steeg
de wind mij richting Noorden dreef
mijn borst zwol op, mijn spieren kromden
in mijn tenen tintelden kleine sneeuwkristallen
schemering bleek een geur te hebben
in het bos riep een roedel mij aan
Hanneke van Eijken

misschien een cursus,
of iets als ontmoedigingsbeleid
Geplaatst door: Adriaan Krabbendam | 27 april 2011 om 22:49
Knap gedaan, vind ik. Geweldige beschrijving van de transformatie: 'hoe mijn rug over mijn schouders steeg', en 'schemering bleek een geur te hebben'.
Geplaatst door: Arjan Keene | 27 april 2011 om 22:58
En zo wordt men weerwolf... Tja, niets nieuws onder de maan.
Maar het dichtmotto (Latijn: 'de mens is de mens een wolf') heeft een totaal andere betekenis en oorsprong. Gaat terug tot blijspeldichter Plautus (250 BC), is daarna vergeten, en is weer in herinnering geroepen door het werk van de Engelse filosoof Thomas Hobbes (1588-1679): de mens is, zonder regulerende wetgeving, jegens zijn medemens nogal gemakkelijk en meedogenloos tot gruwelen in staat.
Het dichtmotto lijkt dus stevig misplaatst te zijn t.o.v. de dichtinhoud, is wellicht gekozen ter opleuking, maar kennelijk zonder kennis van de achterliggende betekenis.
Geplaatst door: Harry J.M. Kleinhoven | 28 april 2011 om 00:37
Harry, je leest zo creatief als iemand die het woord creatief voor het eerst ziet en zich afvraagt wat dat nou weer betekent. Maar zonder de verwondering die daar bijhoort. Je bent zo... letterlijk. Dat even los van het gedicht, maar ik moest het even kwijt. Reactie niet per se gewenst, dank.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 28 april 2011 om 01:05
@ Chrétien. Nou, laten we zeker vaststellen dat een gedicht me niet heel snel van de sokken blaast. De laatste keer dat dit me echt gebeurd is, alhier, is geweest op 19 feb, met het gedicht 'Wat is er?' van Han van der Vegt, waarin werkelijk alles klopte zoals het in een topgedicht kloppen moet (het deed me tevens zeer vergevingsgezind zijn wat de enkele spelfouten betrof). Afgelopen zondag is dat gedicht dan ook zeer terecht gekozen voor de jaarbundel.
Geplaatst door: Harry J.M. Kleinhoven | 28 april 2011 om 01:28
Een ambigu gedicht omdat er “in gedachten” staat. Zeker in de eerste strofe is er van een echte metamorfose geen sprake. De tweede strofe suggereert wel een zich voltrekkende metamorfose maar dit kan ook de persoon zijn die nog verder in een droomwereld afzakt en echt denkt in een wolf te veranderen (lycantropie). Die oude man kan je dan interpreteren als een psychiater (wat moet iemand anders in feite ook aan met een dergelijk sujet?).
“In gedachten” en “oude man” geven mij de indruk dat er een metamorfose beschreven wordt waarin de gedachten van de eerste strofe aanleiding geven tot een levendige inbeelding in de tweede strofe. “De schemering bleek een geur te hebben”, komt evenwel over alsof het een allereerste metamorfose betreft. Misschien is het echter de eerste keer dat deze geur(beschrijving) de oude man opvalt bij zijn onderzoek of is het zijn eerste onderzoek tout court.
Er is, vermoed ik, wel meer aan de hand dan iemand die gewoonweg de gedaante van een wolf aanneemt. Geestig gedicht alleszins.
Geplaatst door: Jacques Santegu | 28 april 2011 om 02:21
Het eerste deel van het gedicht is een menselijke zelfontleding. Via 'botjes van een staart' krijgt de weerwolf in het vervolg gestalte die voltooid wordt in de laatste zin: honger naar een roedel herten.
Zoals Arjan al zei, knap gedaan en - twee in het oog springende zinnen van allure!
Geplaatst door: Kees Borgdorff | 28 april 2011 om 12:02
De laatste twee zinnen vind ik oprecht mooi maar de oude man, de raven, het zich herhalende weefsel en het laagjespellen doen mij lamlendig gapen. Sowieso, het hele weerwolvengedoe, en dan ook nog onder een wassende maan is mij wat teveel van het goede. Ik hou van grimmigheden, dat is het niet, maar mijd dan toch ajb die stukbelopen ravenpaden.
Geplaatst door: Johanna Geels | 28 april 2011 om 15:05
Ik vind een paar zinnen werkelijk aansprekend, maar de laagjes en het pellen [!], maar ook het opstapelen van een beeld vind ik zozo. Het is beschrijvend en that's it. Aangenaam qua klank en zeker geen verkeerde tweede strofe, maar op de eerste twee prachtige regels na daar toch ook beelden, die de revue al meer dan eens passeerden.
Geplaatst door: Lilian Caessens | 29 april 2011 om 08:12
Al met al toch geen onaardige poging tot een metamorfose. Na Homerus en Ovidius o.a. is het niet gemakkelijk nog volslagen origineel te zijn. Het gaat er toch om hoe je het doet, niet welke inhoud je erin stopt. In de poëzie is toch net als in de liefde (bijna) alles geoorloofd. En die weerwolf in je, dat masker uit de oertijd, laat dat maar lijken razen af en toe, zo niet in verf of in noten, dan zoals hier in beelden/woorden.
Geplaatst door: Theo Vanderwacht | 29 april 2011 om 11:03
'lijken razen'(Freudiaans?)i.e. 'lekker razen'.
Geplaatst door: Theo Vanderwacht | 29 april 2011 om 11:05