Oma is haar adem verloren, roerloos
ligt ze in een kist. Je woorden zweven
doelloos door de ruimte, er zwelt iets
ontroostbaars op. Zoete herinneringen
rennen als wilde paarden in galop door
je jongenskop. De aanwezigen praten
over sterven en eindigheid, spits je oren
en haal uit. Schreeuw, duizel, geef oma
in gedachte een sta-op-en-wandel-klap.
Fred Papenhove

Zo naïef dat het bijna vertederen zou.
Geplaatst door: Inez de Vreede | 14 november 2010 om 21:56
Oma. Eigenlijk moet ik je bedanken dichter. Dat je me laat terugdenken, middels dit gedicht, aan mijn beide oma’s, die ik verloor toen ik net zo oud was als dit jochie. Een oma, met een pukkel op haar neus. Vroeger hadden ze die nog. Dacht ik. Pukkels. Maar goed.
Ik wist even niet goed wat van dit gedicht te denken. ‘Oma is haar adem verloren’. Waarom niet: ‘oma is dood’? Het antwoord vond ik verderop in het gedicht. Mooi, hoe je die jongen laat zien in die eerste regel. Toch had ik bij het lezen van die eerste regels zoiets van: Hij heeft wat losse regels achter elkaar gezet. Oei, wat gaat dat worden? Woorden, die door de ruimte zweven. Ik vraag mij af, hoeveel gedichten ik nog ga lezen, waarin woorden zweven. Of waar iets ontroostbaars opwelt. Ik word oud denk ik. De zoete herinneringen doen de deur dicht. Zou je denken. Evenals de wilde paarden in galop. Maar dan. Die jongenskop. Ik heb geen idee hoe dat bij jongens zit, maar de zwevende woorden, het ontroostbaar zwellen, de zoete herinneringen en de paarden…in galop. Je zou het bij meisjes verwachten. Daarom en alleen maar daarom, ben ik mee met de eerste regels. Laat dit alles een jongen zien, op zijn allerkwetsbaarst. Daar waar alle stoerheid is verdwenen, ontstaat het roze meisje. Zoiets dan toch.
En dan een regel, die het gedicht waarschijnlijk tot een goed gedicht maakt, maar mij tegelijkertijd wat vreemd in de oren klinkt en toch is het juist deze regel, die je of omarmt, of verwerpt. Het is gedurfd, zo met die perspectiefwisseling. Plots krijgt het gedicht iets interessants. Taaltechnisch. Voor mij. De twijfel blijft nog wel hangen, maar toch. Ik ben van de omarmige vandaag. Komt u maar.
Een ander gevoel bekruipt me in die laatste regel. Het begint allemaal als een film. Het schreeuwen, het duizelen, maar dan die sta-op-en-wandel-klap. In het totaalplaatje doet het het goed, maar er is dat angeltje, dat hier toch ook effectbejag vermoedt. Alsof die regel even breed moest worden als de voorgaande regels.
Alles bij elkaar een gedicht, dat me wel iets doet. Zeker wel. Temeer daar de dood en ik maatjes werden. Zo langzaam maar zeker toch. Herinner ik mij een van mijn eerste gedichten, dat als volgt begon: ‘mijn papa gaat dood vandaag, of anders morgen toch’.
Afsluitend vraag ik mij, wat ik van dit gedicht onthouden zal. Vreemd. Ik zou het jongetje niet vergeten, dat onder een tafel zit en schreeuwt om zijn oma, terwijl de geluiden om hem heen verstommen en hij haar adem nakijkt.
Geplaatst door: Lilian Caessens | 14 november 2010 om 23:24
@ Lilian. Mooi geschreven, deze leeservaring.
Wat mij enigszins stoort zijn de woorden "in gedachte" in de slotregel. Ik had veel liever die regel zónder deze woorden gezien, dát was nog eens een sterke afsluiter geweest.
Iets anders dat ook stoort, vind ik, is het twee keer "-loos" kort na elkaar ("roerloos", r.1; "doelloos", r.3), niet versterkend, en alsof de auteur even niet op een ander woord kon komen, in wezen een beetje voor zich uit geschreven heeft.
"wilde paarden in galop" is een overbekend clichébeeld.
Ondanks de zeer vriendelijke lezing van Lilian vind ik het geen bijzonder gedicht, eerder een obligate constructie. Een sterk einde had het nog kunnen redden, maar helaas, die is er niet.
Ik vermoed dat het wel eens (semi-)autobiografisch kan zijn, dit gedicht. Dat verklaart meteen de wat zwakke taal: het is een handicap die nu eenmaal gemakkelijk optreedt wanneer men te dicht op de stof staat. Een talig, goed gedicht staat i.h.a. verre van de particuliere belevingsweergave.
Geplaatst door: Harry J.M. Kleinhoven | 14 november 2010 om 23:54
Hm..dat 'in gedachte'. Dit is een monoloog. Deze jongen, zo klein als hij is, [hoe zeg ik dat], plast bijna van ellende in zijn broek, hoort en ziet iedereen, maar voelt zich Remi. Hij doet alle moeite zich te verbijten, te vermannen en spreekt zichzelf toe > in gedachte. Tenslotte is hij geen meisje, of mietje, zo je wilt.
Het roerloos, doelloos, ach, een kniesoor die daarop let. In dit gedicht dan, juist omdat het niet van het talige moet hebben, maar van enige gelaagdheid. M.i. is de dichter daarin geslaagd.
Geplaatst door: Lilian Caessens | 15 november 2010 om 00:15
'spreekt zichzelf toe' - niet per se zichzelf, zo lijkt me toe. En zou het wel zo zijn dan is dat "in gedachte" daarin impliciet, het te benoemen verzwakt het gedichte; zou het niet zo zijn, dan geeft die twijfel daarover precies de juiste leesspanning voor de lezer.
O ja, die 'gelaagdheid' zie ik ook wel, zij het dat het dunnetjes is, en té verpakt in overbekende clichébeelden.
Geplaatst door: Harry J.M. Kleinhoven | 15 november 2010 om 00:38
Nee, niks impliciet. Juist niet. Hij mag alles doen, behalve oma een klap geven. Dát mag uitsluitend in gedachte!
En die clichébeelden gebruikt de dichter opzettelijk hier. Zie mijn vorige reactie.
Ik denk, dat dit gedicht slimmer in elkaar steekt, dan dat het ogenschijnlijk lijkt.
Geplaatst door: Lilian Caessens | 15 november 2010 om 00:47
"De aanwezigen praten
over sterven en eindigheid, spits je oren
en haal uit. Schreeuw, duizel, geef oma
in gedachte een sta-op-en-wandel-klap."
Zie maar, het staat er allemaal in de gebiedende wijs (spits | haal uit | schreeuw | duizel | geef), als aansporing dus, niet als uitvoerende actie. Precies dát rechtvaardigt (in mijn beleving) de overbodigheid van "in gedachte".
Die clichébeelden? Nee, ik vind ze niet goed. Stel dat ze de gedachtenwereld van dat jongetje zouden vertegenwoordigen, dan nog vind ik ze bar slecht passend, niet geloofwaardig. 'Je zou het bij meisjes verwachten,' schrijf je erover. Wellicht. Maar ook dan geldt hetzelfde. Datgene wat ingebeeld wordt, moet, om te kunnen overtuigen, wél geloofwaardig zijn. Authentiek.
Hoe meer ik het gedicht lees, hoe meer het me gaat tegenstaan. Wat ik al eerder erover schreef: het leest als een obligate constructie.
Geplaatst door: Harry J.M. Kleinhoven | 15 november 2010 om 11:14
u het gedicht staat mij helemaal niet tegen,
ik vind het ontroerend mooi en integer geschreven, en vooral helder, geen puzzel of iets hermetisch!
de regel"van dit gedicht te denken. ‘Oma is haar adem verloren’. Waarom niet: ‘oma is dood’?"
Nee, NIET `oma is dood`, Het is juist een prachtigel regel `` Oma is haar adem verloren´ hr. gr. Rim
Geplaatst door: Rim Sartori | 15 november 2010 om 11:30
Schreeuw, duizel, geef oma
in gedachte een sta-op-en-wandel-klap.
Ik zie in mijn ´gedachten´ het beeld op¨doemen, van`de onmacht´ van het kind, dat zijn oma er niet meer is, hij is verward, Hij maakt een onmachtig gebaar met zijn hand...
Geplaatst door: Rim Sartori | 15 november 2010 om 11:41
Er is een semantisch probleempje met die eerste regel:
"Oma is haar adem verloren"
Dit is spreektaal. Er zou nl. hebben moeten staan:
"Oma heeft haar adem verloren"
Zie wat de Schrijfwijzer erover zegt: 'De Schrijfwijzer beschouwt ~verloren zijn~ echter als een contaminatie van ~verloren hebben~ en ~kwijt zijn~ en keurt de vervoeging met ~zijn~ dan ook af. Ook Van Dale geeft alleen de vervoeging met hebben. (*)
Zou ik het echter poëtisch lezen, dan openbaart zich hier een pakkende vergelijking, nl. oma die wordt gelijkgesteld aan verloren adem. Ja, dan geef ik Rim Sartori gelijk: dat is een prachtregel.
(*) Ref.: http://taaladvies.net/taal/advies/vraag/855/
Geplaatst door: Harry J.M. Kleinhoven | 15 november 2010 om 11:43
Correctie: oma die wordt gelijkgesteld aan [haar] verloren adem.
Geplaatst door: Harry J.M. Kleinhoven | 15 november 2010 om 11:54
@ Rim
'Nee, NIET `oma is dood`, Het is juist een prachtigel regel'
Zie óók in mijn reactie: 'Het antwoord vond ik verderop in het gedicht. MOOI, hoe je die jongen laat zien in die eerste regel'.
m.a.w. ik kan mij indenken, dat een kind dit zo denkt of zegt.Dus ja, helemaal eens Rim.
Geplaatst door: Lilian Caessens | 15 november 2010 om 12:55
Dag Harry
Ook mooi...Oma heeft haar adem verloren"
en ik vind het prima om goed op de ned. taal te letten, maar beste Harry lees vaker poëtisch, dan kom je heel veel mooie pakkende vergelijkingen en zinnen in gedichten tegen.-)
lieve gr. Rim
Geplaatst door: Rim Sartori | 15 november 2010 om 13:01
@ Harry
Je zegt:
Zie maar, het staat er allemaal in de gebiedende wijs (spits | haal uit | schreeuw | duizel | geef), als aansporing dus, niet als uitvoerende actie. Precies dát rechtvaardigt (in mijn beleving) de overbodigheid van "in gedachte".
--
De aanwezigen praten
over sterven en eindigheid [observatie], spits je oren
en haal uit. Schreeuw, duizel,[aansporing] geef oma
in gedachte [en hou dit voor jezelf]een sta-op-en-wandel-klap.
Zo is het volgens mij.
--
Geplaatst door: Lilian Caessens | 15 november 2010 om 13:03
'oma die wordt gelijkgesteld aan [haar] verloren adem'.
Dat gebeurt hier m.i. helemaal niet.
'Oma is haar adem verloren'. Het is kindertaal. De dichter verplaatst zich in hoe een kind dit zou [kunnen] zeggen.
Geplaatst door: Lilian Caessens | 15 november 2010 om 13:10
Schreeuw, duizel,[aansporing] geef oma
in gedachte [en hou dit voor jezelf]een sta-op-en-wandel-klap.[want dat doe je toch niet, je oma een klap geven!]
Geplaatst door: Lilian Caessens | 15 november 2010 om 13:13
Persoonlijk ben ik van mening dat de prachtzin',
'Schreeuw, duizel, geef oma
in gedachte een sta-op-en-wandel-klap'
op de gevel van elk verzorgings- en bejaardenhuis zou moeten staan,in het hele land, en ook in België, en Zuid-Afrika.
Geplaatst door: john schoorl | 17 november 2010 om 21:10
Een paar erg mooie beelden ("Oma is haar adem verloren" en de laatste zin).
Aan de andere kant zie ik te veel cliché-beschrijvingen voor zo'n kort gedicht. Zoete herinneringen? Wilde paarden in galop in het hoofd? Roerloos in de kist?
Ik denk dat de heer Papenhove beter kan dan dit.
Geplaatst door: Nic Castle | 17 november 2010 om 21:33