Moeras glijdt voorbij. Een koe graast van het groene gras. Ik ben blij dat ik in de wagen zit. Ik ben de grappigste thuis. Op het plein staat een clown. Men bouwt een trap. Men verstopt zich onder de grond. Ik zit op de rug van een paard. Ik word door elkaar geschud. Mensen schieten elkaar dood. Ik zeem het raam van mijn kamer. Vandaag heb ik mijn plicht gedaan en morgen zal ik hetzelfde doen.
De zon schijnt. Een stoomtrein rijdt voorzichtig door het landschap. De hemel is bevroren en barsten breken het licht. Ik zie een luchtballon. Ik voel mij te schoon om in een riool te werken. Een vogel kleeft aan het plafond. De dag dat ik het van de daken schreeuw. Dat ik door de muur ga en mezelf in witte verf drenk. De dag breekt aan en kaarsen branden. Een grote man met gespierde armen probeert om mij te wurgen. Ik houd zijn hart vast. Ik rol in druppels onder zijn voeten weg.
Het is mogelijk om je te vergissen. Het is ook mogelijk om je hebben en houden omhoog te tillen en te poseren. Dartel en zacht komen lentebloesems op mijn hoofd terecht. Niemand kan me horen. Ik kan denken, doen en laten wat ik wil. Ik eet boter. Ik schiet met een pistool in de lucht. Ik heb werkelijk niets. Binnen de grenzen van het fatsoen sla ik op de vlucht. Op een taart staat een kers ter ere van mijn lichaam. Het onweer gaat zijn gang. Stroom giert door elektriciteitskabels.
Gedachten spartelen in de modder. Stroomafwaarts is een kleine groene plek waar dieren wonen. Op een akker liggen doodgebloede mensen. Een tuinman van zeven jaar oud. Een hark. Een herdershond met een gezicht.
Een slang hangt aan een vleeshaak. Een vrouw rijdt op een tandem in de richting van de kerk. Het moet gedaan zijn met mij tegen te spreken. Geluk regent in ovale putten. Het moet gedaan zijn met mij de les te spellen. Bretellen worden aangespannen. Het purper kleuren van de avond. Het omzeilen van een knooppunt. Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Een stofzuiger ruimt de as op. Een vlam spookt door een luchtpijp. Ik bind mijn armen naast mijn lijf vast en zwaai naar de sterren en de maan. Rebellen rukken op. Stoom verbergt een gelaat. Ik scheid water uit en vuur. Ik spartel. Ik vloek. Mijn bloesems branden!
Wouter Steyaert

Mijn diagnose: een verbale psychose.
Geplaatst door: Inge Boulonois | 06 december 2010 om 22:36
Wel, ik vind het mooi.
Geplaatst door: Hans Smit | 06 december 2010 om 23:38
Is dit de bedoeling? -> Geluk regent in een ovale putten.
Geplaatst door: Burns | 06 december 2010 om 23:58
Een verbeelde psychose dan altijd nog. Het gedicht doet me denken aan een gedicht van Szymborska dat bestaat uit de laatste gedachten van iemand die zich opblaast in een café of bij een bushalte. Anders dan Sz. gebruikt St. beelden uit een vertrouwd poëtisch arsenaal (bloesems, moerassen, clowns, water, vuur). Misschien zijn psychotici niet van die originele types.
Toch: "Op een taart staat een kers ter ere van mijn lichaam" - zo'n regel kom je niet vaak tegen.
Geplaatst door: Gert de Jager | 07 december 2010 om 00:45
Psychose? De psychoanalytische context lijkt me juist gevonden, maar met alle respect, Inge, wie dit als een psychose analyseert lijdt vermoedelijk zelf aan een neurose. Vrijwel elke uitspraak beschrijft (een situatie in) een droom, zoals een analysant die aan zijn analist kan vertellen. Hier en daar wordt het literatuur ('De dag dat ik het van de daken schreeuw. Dat ik door de muur ga en mezelf in witte verf drenk', 'Een tuinman van zeven jaar oud', 'Ik bind mijn armen naast mijn lijf vast en zwaai naar de sterren en de maan', enz.) en dat is jammer.
Geplaatst door: RHCdG | 07 december 2010 om 02:19
Psychoses raastieren en spuitfluiten met rollende ogen voorbij, dus dat lijkt me hier niet aan de hand. Daarvoor zijn de zinnen te evenwichtig, te kalm beschrijvend. Staccato bijna. Ik zou eerder spreken van een autistisch gedicht, als het dan toch een diagnose zou moeten krijgen. Alsof iemand voor een draaiende wasmachine zit en de (zijn) wereld achter het bolle glas in een troostend en te behappen tempo voorbij ziet komen. Een paar draaien naar rechts. Stop, rust. Een paar draaien naar links. Stop, rust. Hypnotiserend bijna. En ook al giert de elektriciteit in het gedicht door stroomkabels, wordt er gevloekt en branden de bloesems, het blijft allemaal veilig achter het bolle raampje. Gevaarlijk wordt het nooit. Ik vind het wel mooi, dit titelloze ingehouden raastieren.
Geplaatst door: Johanna Geels | 07 december 2010 om 12:00
Dank voor de reacties. Dank ook Wouter voor de chat gisteravond.
Gelukkig voor Wouter is het een verbeelde psychose. Zeker staan er, zoals Gert schrijft, fraaie zinnen in. Het aangehaalde voorbeeld, de waarneming "Op een taart staat een kers ter ere van mijn lichaam" kun je natuurlijk interpreteren als de “heerlijk creatieve verbeelding” der poezie maar ook als gestoorde perceptie, verwardheid in het logisch denken . Zo kun je onsamenhangend denken altijd “verhoogd associatief denken”, “dromen” etc. noemen...
“Moeras glijdt voorbij” lees ik als het dagelijks voortkabbelende , brabbelende drasse bewustzijn van ervaringen. Met enige controle want daar is het geheel weer te weinig psychotisch voor. (Als een dichter een psychose krijgt, Gert, wordt hij nog origineler.)
Op zich niets op tegen om het ongecontroleerde gebroddel van ons brein te laten zien, maar het moet de lezer wel tot lezen prikkelen en daartoe verleidt Wouter mij niet. Het is me teveel , te weinig verdicht, ik heb geen zin mij in deze brei te storten en mis een meer toegespitst ordenend brein, het schrapschap. De gedachten blijven “spartelen als in de modder” en het “uitstekend” kersje en de andere desgewenst als literair te betitelen zinnen trekken het wat mij betreft daar niet uit. M.i. kan Wouter, getuige zijn andere dichtwerk, veel beter met veel minder.
Uitstekend initiatief,deze en soortgelijke fora. Niet alleen omdat er dichters op staan die respons op hun werk niet schuwen noch vanwege de aanhangende nuttige discussies. Boeiend is vooral de diversiteit aan reacties.Je kunt gedichten natuurlijk wel “mooi” of “spannend” - en zelfs “psychotisch”- noemen, maar zo’n forum wil toch ook iets van een antwoord geven op de vraag wat het verschil tussen geslaagde en minder geslaagd gedichten uitmaakt.
Met hartelijke ( zo je wenst, Rutger, tevens neurotische) groet :-)
Geplaatst door: Inge Boulonois | 07 december 2010 om 13:36
Ik geloof er niets van dat een dichter nog origineler wordt als hij een psychose krijgt. Droomprotocollen en klinische verslagen zijn vaak adembenemend saaie lectuur. Soms kom je aangrijpende metaforen tegen, maar de beeldentaal doet vaker denken aan die van een B-film.
Overigens ben ik van mening – in tegenstelling tot Rutger en Johanna, geloof ik - dat dit gedicht naar een climax toewerkt en dat het eerder te veel dan te weinig ‘ordenend brein’ laat zien. Te veel ‘literatuur’, inderdaad.
Geplaatst door: Gert de Jager | 07 december 2010 om 16:56
Natuurlijk "origineler" zoals bedoeld in de geschreven context: meer "kersen en meer totaal onsamenhangende taal.
Een groot compliment voor psychotici dat hun taal aan die van een B-film doet denken.
Geplaatst door: Inge Boulonois | 07 december 2010 om 19:45
De context is precies de context waar het om gaat. Ik heb het over beeldentaal en maak geen compliment.
Goed voedsel trouwens, brei. Zeker met dit weer.
Geplaatst door: Gert de Jager | 07 december 2010 om 21:03
Jongens, mevrouw Boulonois, dit is geen bijeenkomst van de Zevende Dag-adventisten. Het gaat, meen ik, niet om het halen van het gelijk in dit soort discussies. Aufhören, dus.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 07 december 2010 om 21:20
Je kunt van 'dit gedicht' zoveel gedichten maken, vooral de korte zinnen, Dan hebben we ook nog veel verbeelden(schrijven) in weinig zinnen!
Schrijven is schrappen...
Geplaatst door: Rim Sartori | 09 december 2010 om 19:00
Het verbaast me enigszins dat auteur noch redacteur ingegaan zijn op de meer dan 2 weken geleden al door Burns vermelde stijlfout: "Geluk regent in een ovale putten." Niet erg respectvol naar de lezer toe, vind ik...
Geplaatst door: Harry J.M. Kleinhoven | 21 december 2010 om 14:50
Hallo allen,
aan emma: 'Is dit de bedoeling? -> Geluk regent in een ovale putten.' Verwarring alom. Ik heb diep nagedacht over het gebruik van het werkwoord regenen. Het is verkeerd gebruikt, als je het mij vraagt. Nu pas zie ik, dat de kritiek wellicht slaat op het woordje 'een', wat uiteraard overbodig is.
aan de rest: grotendeels kan ik me vinden in jullie kritieken, het gedicht legt nog wel een weg af.
Goede groeten,
Wouter
Geplaatst door: Wouter Steyaert | 24 december 2010 om 18:45
Ik vind deze stream-of-consciousstijl te gezocht, te geordend (zoals Gert zegt) om te kunnen behagen. De associaties en gedachten stapelen zich op en bereiken een climax (Mijn bloesems branden!) te herkennen aan het uitroepteken, maar het is geen climax die voldoening geeft. Amateuristisch gedicht, als je het mij vraagt.
Geplaatst door: Nic Castle | 28 december 2010 om 22:22
@ Nic. Het is: stream of conscious*ness* (Engels voor 'stroom van bewustzijn'), zonder streepjes, ook dat nog. ;-)
Geplaatst door: Harry J.M. Kleinhoven | 28 december 2010 om 22:36
Dit maakt mij bang... Ik verklaar nader.
Voor mij is een gedicht als de beleving van de schrijver die volgens impulsiviteit van het moment en emotioneel kader van het "instant" zijn woorden de vrije loop laat.
Wat ze vroeger ietwat verkort "dichterlijke vrijheid" noemden.
Een gedicht doorloop je, je gaat er van houden of net niet. Als iemand die uitgenodigd werd om even de wereld van de andere te betreden.
En als nieuweling hier... ontdek ik analytische kritieken, persoonlijke overwegingen en benaderingen, vingerwijzingen en ontledingen... en aan het einde lijkt het(sterke) gedicht van Wouter compleet ontrafeld en ontmaagd.
Spijtig... waar is de vrijheid van het schrijven dan gebleven? Als je het risico loopt om je tekst achteraf haast te moeten "rechtvaardigen" tegenover de Rechtvaardige Zelfgeproclameerde Rechters die ik hier ontdekte?
Ik vind dit bijzonder pijnlijk...
Geplaatst door: Dirk Vermaelen | 23 januari 2011 om 10:00