Het bestaande, scheel van het steeds bestaan,
ongebroken tetterend over de eigen victorie.
Het oorverdovende lawaai van de flatmuur
en de fietsen die er tegenaan zijn gekwakt,
van de lantaarnpaal, wars van inschikkelijkheid,
en van de rotonde blonde del van functionaliteit.
Woonwijken, televisies, blaffende honden,
evengoed duinen, sloten, kikkers, koeien:
zo vol en vet en zonder vraagteken in je gezicht geblazen.
Uit een slecht humeur de vreemde taak opnemen
voor exact dit kakofonische alles
het onmogelijke pleidooi te schrijven,
zodat het zich luider en lelijker scheel kan blijven tetteren
maar je dan de regels hebt waarom het zo moet klinken.
Onleesbare regels waarvan je steeds beter snapt
dat ze de mooiste zijn om je blind op te staren.
Hans van Willigenburg

De titel in kapitalen overschreeuwt alles wat erna komt. De slotstrofe vat het precies juist samen. "rotonde blonde del", zie er maar eens op te komen. ;-) Een volkomen zinloos gedicht en exact daarom zo op zijn plaats in de verwilderde realiteit waar we het met zijn allen dag na dag maar mee te doen hebben.
Geplaatst door: Harry J.M. Kleinhoven | 04 maart 2011 om 23:18
Een soort poëzie waarbij ik graag een wijntje drink. Erg genietbaar. Lantaarnpalen kunnen mijn zenuwen ook op de proef stellen. Vooral als ze de duinen zijn ingeplant en de kikkers in het gezoem ervan hun soortgenoten menen te herkennen.
Geplaatst door: Jacques Santegu | 05 maart 2011 om 00:29
"Het oorverdovende lawaai van de flatmuur
en de fietsen die er tegenaan zijn gekwakt"
Dit is dus eigenlijk gewoon stilte, want de fietsen zijn al uitgekwakt, dus in stilstand, dus lawaailoos, dus ook geen kwakecho van de flatmuur. Had er nu gestaan "fietsen die er tegenaan *worden* gekwakt", ja, dan... ;-)
Geplaatst door: Harry J.M. Kleinhoven | 05 maart 2011 om 01:42
Ik heb een beetje een hekel aan de verbetermanie die hier nogal eens de kop opsteekt en vandaar met enige schroom: jammer van die functionalistische del. Het soort vergelijking zonder verbindingswoord dat je bij epigonen van de Vijftigers kon aantreffen.
Maar verder: merkwaardig en tegen alle maten van de verwachting in. Tettere wat tetteren kan. Een geweldig gedicht.
Geplaatst door: Gert de Jager | 05 maart 2011 om 03:20
Ga zo door Hans!
Geplaatst door: Fred Papenhove | 05 maart 2011 om 10:46
Onleesbare regels waarvan je steeds beter snapt
dat ze de mooiste zijn om je blind op te staren.
Deze twee regels halen wat mij betreft het niveau van de gedichten van Pessoa!
Geplaatst door: Paul van de Wiel | 05 maart 2011 om 11:04
ik vind het beeld van flatmuren en fietsen die in alle stilte toch nog het lawaai maken prachtig, en heel tekenend voor de drukke omgevingen waar we ons door manoeuvreren, zonder daar nog van op te kijken.
De slotregels zijn prachtig, maar volgens mij is het wel al eens eerder gedaan.
Geplaatst door: Stam | 05 maart 2011 om 12:23
Toeterige titel met wat tetterigheid eronder. Niet verkeerd in de vasteloavent-tsiet dacht ik zo. Maar ook sonst heeft dit gedicht een mooie melodie en een prettige cadans. Het leest als de ziekte kortom. Voordragen is het best. Ja en wat er allemaal staat als je het uitspreekt stoort niet echt. Integendeel.
Geplaatst door: buigt | 05 maart 2011 om 13:47
Yep.....Nederland zoals het is :-)
Geplaatst door: Lucie Groeneveld | 08 maart 2011 om 10:16