Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

Hoofdmenu

Koenraad Goudeseune Feed

05 juni 2012

Koenraad Goudeseune: Avondkelner

Wie nog gedichten schrijft in het Nederlands
is niet goed bij zijn hoofd.

Collaboreert zo je wil met de postmoderne kliek
die van Nederlandstalige poëzie iets heeft
gemaakt dat je onder intellectuelen kunt verdelen.

Tot er niets meer te verdelen valt, 
tot alles is verkruimeld in deridatjes
en verzuchtingen op niveau.

En men tot de nederige vaststelling komt
dat bijna niemand gedichten kan schrijven. 

Wie nog gedichten schrijft in het Nederlands
is niet goed bij zijn hoofd. Hij kan het niet,

ziet als hij in de spiegel kijkt een avondkelner.

(c) Koenraad Goudeseune

08 mei 2012

Het is fijn om van pluche te zijn, Philip Hoorne

door Koenraad Goudeseune

HoorneplucheWie, zoals ik,  geen inwonende kinderen heeft, struikelt in zijn eigen woonst niet over teddyberen, koopt er geen, verlangt er geen en glimlacht wat schaapachtig als, bijvoorbeeld door bezoek, over een kind en diens favoriete knuffel (waarzonder het niet wil gaan slapen) serieus wordt gesproken.

De herinneringen aan de eigen kindertijd en de eigen pluchen knuffels behoren tot het domein van de infantiele folklore, zo ze al op werkelijkheid stoelen. Hem valt wel op dat bij tragische gebeurtenissen, zoals bijvoorbeeld de busramp in Zwitserland, de dood van prinses Diana, of de moordtocht van Kim de Gelder in Dendermonde, het de pluchen beertjes zijn, naast bloemen en persoonlijke briefjes, die de uitingen van verslagenheid, verdriet en medeleven begeleiden.

Pluche, zo je wil, refereert aan het begin van het leven (attenties bij de geboorte) alsook aan het einde, aan de tragiek ervan. Leven en sterven dus. Bovendien: tegen een pluchen beer kan eigenlijk niemand, groot noch klein, iets hebben. Is het daarom zo fijn van pluche te zijn? En is van pluche zijn wel fijn?

Lees meer "Het is fijn om van pluche te zijn, Philip Hoorne" »

13 februari 2012

Koenraad Goudeseune, Michaël Vandebril

VandebrilKoenraad Goudeseune buigt zich over de debuutbundel van Michaël Vandebril: "Regelrechte onzin: 'in de verlangens () van mijn verlangen'. Maar goed: mijn mening, mijn smaak, niks meer."

Michaël Vandebril (1972) debuteerde al een paar keer. In 1998 als dichter met 'Poetry & straight jazz', een programma in de traditie van de beat poets, hij was toen 28 jaar jong en wilde kennelijk wat. En al meteen gefocust op wat van poëzie, in het beste geval, een afgeleide is en dat in ieder geval hoort te blijven, louter ter vermaak van een theaterpubliek en bedacht om er op een podium grote sier mee te maken.

Hij richtte in 2000 het collectief 'Le Tigre Unick' op waarmee hij literaire happenings organiseerde in Antwerpen en Amsterdam. Hij werd eind 2002 aangesteld als coördinator van Antwerpen Boekenstad en bezorgde Antwerpen de UNESCO-titel World Book Captital 2004. (Geen dichter doet het hem na.) Hij doorbrak in 2009 met BOEST een jarenlang stilzwijgen als dichter.

Hij was vorig jaar op verzoek van Guido Lauwaert curator van de Nacht van de Poëzie te Gent, niet te verwarren met de heuse Nacht van de Poëzie te Utrecht, maar toch. Hij zetelde in de jury van de C. Buddinghprijs. Ik pluk dit allemaal gratis en voor niks van het internet. Er waren dus al heel wat knallen en knalletjes in het vrij jonge bestaan van de dichter Michäel Vandebril, maar nu is er dus de officiële knal, de debuutbundel Het vertrek van Maeterlinck.

Lees meer "Koenraad Goudeseune, Michaël Vandebril" »

03 februari 2012

Over Mijn naam is Legioen, Menno Wigman

Door Koenraad Goudeseune

WigmanlegioenIk geloof dat ik de eerste ben in de Nederlandse poëziekritiek die Jozef Ratzinger, paus Benedictus XVI dus, met instemming citeert. In Jezus van Nazareth, deel I' noteert hij over theologische exegese: '(...) is het echter ook belangrijk te beseffen dat ieder wat zwaarwegender woord van mensen al meer in zich bergt dan de auteur ervan zich op dat precieze moment bewust is. De innerlijke meerwaarde van het woord, dat uitstijgt boven het moment zelf, geldt zoveel te meer voor de woorden die gerijpt zijn in het proces van de geloofsgeschiedenis. Daar spreekt de auteur niet simpelweg vanuit en voor zichzelf. Hij spreekt vanuit een gemeenschappelijke geschiedenis, die hem draagt en die tegelijkertijd haar eigen toekomstmogelijkheden, haar verdere weg al stilletjes in zich bergt. Het proces van verder lezen en ontplooiing van woorden, zou niet mogelijk geweest zijn als niet in de woorden zelf zulke innerlijke openingen al aanwezig waren. (curs. van mij, KG)'

Innerlijke openingen. Het woord 'Legioen' is zo'n opening.  Menno Wigman vat zijn nieuwe bundel aan met het bijbelvers uit het evangelie van Marcus, hoofdstuk 5 vers 9, en pal daaronder iets van de rockster Johnny Rotten met veel fuck, fuck this and fuck that / Fuck it all and fuck the fucking brat. Het bijbelvers gaat zo: 'Daarom vroeg Hij hem: 'Wat is uw naam?' 'Mijn naam is Legioen, want wij zijn met velen.'

Lees meer "Over Mijn naam is Legioen, Menno Wigman" »

04 november 2011

Koenraad Goudeseune schrijft een brief

"Tot mijn groot verdriet las ik gisteren dat Atlas mijn verhalenbundel niet geschikt acht voor publicatie. Ik weet niet in hoeverre jij daar over gaat en of je het manuscript van Smerige hoogte zelfs maar hebt gezien, maar ik wil het hier graag nog even verdedigen, niet omdat ik het alsnog door Atlas gepubliceerd wil zien (dat is onmogelijk), maar omdat die verhalen beter verdienen. Vooraleer ik daartoe kom, wil ik eerst nog wat kwijt over dat mailtje van Jessica."

"Jessica schrijft verder: 'Met Wat duurt op drift zijn lang en Het boek is beter dan de vrouw is het helaas niet gelukt om je op de kaart te zetten, en het zal heel hard klinken, maar dit nieuwe manuscript heeft ook niet de kwaliteit om voor een doorbraak te zorgen. In een andere tijd, een paar jaar geleden, hadden we misschien nog één poging kunnen wagen. De huidige markt dwingt ons echter tot een reductie in het aantal titels, waardoor we veel strenger moeten selecteren en dit manuscript dus afwijzen.'"

Het is nergens pais en vree, zeker in de uitgeefwereld niet. Koenraad Goudeseune schrijft een brief, aan zijn uitgever-in-ruste Emile Brugman. Op zijn weblog te lezen.

03 oktober 2011

Een bundel die staat als een huis

Aan de vele beschouwingen over het Vlaamse poëtische veld, een veld dat altijd weer groeit en bloeit, en onze lezers immer boeit, voegt Koenraad Goudeseune een nieuweling toe. Over (opnieuw) Paul Demets, maar ook over Erwin Mortier en over, nu ja, over van alles, maar vooral over de manier waarop het recenseren van bundels in zijn werk gaat. Het woord is dus aan Goudeseune:

Erwin Mortier, wiens Gestameld liedboek hier al een paar keer, zij het erg zijdelings, ter sprake kwam, krijgt in De Morgen van 28 september de eer Paul Demets' De bloedplek te bespreken. Of Paul Demets wordt de eer gedaan, in de boekenbijlage waarvan hij zelf normaliter de poëzie voor zijn rekening neemt, door niemand minder dan Erwin Mortier te worden gerecenseerd.

Het is maar hoe je het bekijkt.

De bespreker wordt besproken en zo'n taak kun je inderdaad niet aan een nulliteit toevertrouwen. Erwin Mortier dus. Naast romanschrijver en essayist ook dichter. En in deze drie hoedanigheden hoog geprezen.

Toeval

Nu wil het toeval dat Erwin Mortier zelf, althans zijn Gestameld liedboek, eerder die week de eer te beurt viel door Marja Pruis in De Groene Amsterdammer te worden besproken. Na het lezen van die recensie voelde ik me, in Mortiers plaats, gestenigd

Lees meer "Een bundel die staat als een huis" »

29 september 2011

Koenraad Goudeseune en Martijn Benders

Eigenzinnig kun je de poëzie van Martijn Benders beslist noemen, maar daarmee zeg je dus niets, want poëzie hoort eigenzinnig te zijn. Maar wat maakt Benders' eigenzinnigheid de moeite waard? Alleen al zijn houding. Net zoals de eerste de beste dorpsdichter geeft Martijn Benders uit in wat zo mooi heet 'eigen beheer', de grijze zone in de literatuur waar alles wat ook maar ten naaste bij zo ongeveer op een gedicht lijkt ook aldus wordt gepresenteerd in vaak tenenkrommende uitgaves. Zijn houding dus in het politieke en sociologische klimaat van de Nederlandse poëzie. Een houding die ik van intellectuele moed vind getuigen. Een houding die ik bewonder. Een houding die ik des dichters vind. Fed up met het officiële circuit.

KG: In hoeverre, Martijn, stuurt die houding ook je eigen schrijfact? Puberend licht, schrijf je in 'Gnomon', over de bliksem. Prachtig beeld, maar ik vroeg me af of daarin ook de bevoogding van de wereld kan worden gelezen en van die wereld het officiële, het aantoonbare, het machtige?

MB: Dat gedicht is gebaseerd op het nummer 'teenage lightning' van Coil, een avantgardistische formatie waar ik me altijd heel verbonden mee heb gevoeld. 'it's only lightning, teenage lightning' heet het daar. Coil is nu compleet de pijp uit, hebben altijd min of meer in eigen beheer uitgegeven en altijd geweigerd op te treden, tot hun laatste jaren toen optreden ineens een concept werd in plaats van iets wat erbij hoort. Dat spreekt mij aan.

Ik vind normaal optreden een vorm van mezelf herhalen, en ik wil bewust niet steeds met mijn 'oude zelf' bezig zijn maar liever steeds nieuwe dromen najagen. Meestal kijk ik boeken die ik heb geschreven ook niet meer in. De betekenis van Gnomon - puberend licht - het gedicht gaat denk ik over iemand verliezen aan een verslaving, maar heel zeker weet ik dat niet meer, kan het me niet zo goed herinneren. Ik weet nog dat het einde van dat gedicht mij heel lang stoorde en ik het bij publicatie nog steeds een onbevredigend einde vond maar ik vond dat ergens conceptueel wel passen bij het gedicht zelf.

Lees meer "Koenraad Goudeseune en Martijn Benders" »

23 september 2011

Over dolfijnen en fijne lieden

Koenraad Goudeseune (het wás Koenraad Goudeseune-week) vervolgt zijn zoektocht naar oprechtheid en waarheid, ook in de Vlaamse poëzie. Deel 1 verscheen hierdeel 2 kon en kunt u hier lezen, dit is deel 3 en vandaag verschijnt deel 4 - het SLOT (poëtisch Vlaanderen kan opgelucht ademhalen), mét een filmpje waarin een dolfijn figureert. Mocht u de vier artikelen nog eens op uw gemak willen doornemen, dan kan dit via deze link. Lees:

Kijk, zei ik, en mijn stem leek wel te roepen in de woestijn, of klonk als op de prairie door een kudde buffels achternagezeten, terwijl het mijn bedoeling was, een andere had ik niet, die runderen over de sociologie en de politiek van het Vlaamse poëzielandschap deelachtig te maken dat die voor de poëzie an sich funest is, - kijk, zei ik, onze methode is die waarmee een dolfijn vis vangt.

En ik haalde er David Attenborough bij, althans het gezag waarmee hij over de wilde natuur zijn diepbronzen babbel doet in werkelijk verbluffende documentaires op de BBC. Ik verzoek de uitbater van dit blog, de voortreffelijke Contrabas Assistent, er een passend filmpje bij te zetten, ter opsmuk of voor Henk & Ingrid, voor het Vlaams poëtendom dat zich in zwijgen hult, want van een wederwoord heb ik in mijn jagerstas nog niets, geen vloek, geen zucht. Dat ook zij die met mijn lange zinnen moeite hebben meteen begrijpen waar het allemaal om draait, een filmpje graag, Chrétien.

Lees meer "Over dolfijnen en fijne lieden" »

22 september 2011

Over de methode

Koenraad Goudeseune (het lijkt wel Koenraad Goudeseune-week) vervolgt zijn zoektocht naar oprechtheid en waarheid, ook in de Vlaamse poëzie. Deel 1 verscheen hier, deel 2 kon en kunt u hier lezen, dit is deel 3 en morgen verschijnt deel 4, mét een filmpje waarin een dolfijn figureert. Lees:

Vooraleer we verder gaan met branden, is het misschien geboden ons andermaal over de methode te buigen, de lezer de intenties en de krijtlijnen van die methode te schetsen, in de hoop dat hij of zij de definitieve contouren van dit werkstuk over poëzie, deze apologie zo u wilt, niet alleen helder voor zich weet, maar ook mee helpt vormgeven, mee helpt bakens te verzetten, kortom het algemene klimaat in het Vlaamse poëzielandschap mee helpt verbeteren instede van, zoals J.H., het verder te verzieken door nu al Paul Demets' Bloedplek tot beste bundel van het najaar uit te roepen.

Aimabel man

Axioma in de Vlaamse letteren: als je de zoon bent van een belangrijk literator, van een aimabele man die voor de Vlaamse poëzie, en voor poëzie in het algemeen, heel veel heeft gedaan en nog altijd doet en de Vlaamse poëzie met voortreffelijks uit eigen tuin heeft verrijkt,- als je de zoon van zo iemand bent, dan ben je meteen ook zélf een aimabele man en belangrijk en bezit je stem gezag en getuigt je optreden van visie waar met opperste aandacht naar geluisterd en met beamende oogopslag naar gekeken wordt,- ook al ben je in werkelijkheid alleen maar een windbuil.

Heb je zelf geen ruk aan die Vlaamse poëzie toegevoegd, je verschijning in de Vlaamse literaire scène gaat gepaard met O's en A's, kortom, je wordt met egards bejegend. Je hoort erbij, je bent van de familie, van de clan.  J.H. is journalist, en zijn werk haalt vele belangrijke bladen, maar zelfs als journalist is zijn schrijfstijl dusdanig belabberd dat je je wel eens kunt afvragen of het ooit nog goed komt met al die belangrijke bladen.

Ik, persoonlijk, lees alleen nog maar uit vrije wil De Groene Amsterdammer, op het papier waarvan ik de laatste drie maanden geen baggerwerk van J.H. heb aangetroffen. Die jongens in Amsterdam zijn niet allemààl gek natuurlijk en hoe vaak kun je flikken wat J.H. een aantal bladen heeft geflikt? Gefingeerde interviews, de koffiejuffrouw ter redactie om whisky verzoeken om halftien 's morgens, dat soort zaken.

Lees meer "Over de methode " »

20 september 2011

De Khadaffi-getrouwen van de Vlaamse poëzie

Koenraad Goudeseune, in een vervolg op dit bericht:

Onzin zult u misschien wel zeggen! Wat een onzinnige titel! En deze verzuchting daalt in uw weekdaagse hart: opnieuw een stukje van Koenraad Goudeseune? Dat overgefrustreerde taxichauffeurtje wiens verzen niet goed genoeg zijn om er in de Vlaamse kranten ooit gewag wordt van gemaakt? We zijn nog niet helemaal bekomen van zijn schandelijke lezing van een gedicht van Paul Demets en daar is hij alwéér? Nee toch! Dat kan toch niet!  Sluit in zijn buurt alle nachtwinkels, de man, of liever het zeikschap, is aan de fles! Dit màg toch niet?

Vlaamse lente

Toch wel. We gevoelen dat de Vlaamse poëzie, nu het herfst wordt, aan een lente toe is en omdat geen enkele Vlaamse krant in onze mening geïnteresseerd is, moeten we, als na de val van Antwerpen, naar het Noorden uitwijken. Een Vlaamse lente? Jawel. En als het eventjes kan zonder bloedvergieten. Syrië, Egypte, Libië: dat zijn geen verhalen, dat zijn massacres waarvan het nog maar de vraag is of het daar ooit goed komt, en daar houden wij in het mistige en beschaafde Noorden niet van. Tunesië, waar eertijds Carthago lag, en waar het zo goed toeven is, dat kan nog net.

Lees meer "De Khadaffi-getrouwen van de Vlaamse poëzie" »

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën