Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

Hoofdmenu

Jori Stam Feed

15 augustus 2011

Jori Stam: Das Magazin

Het beginnen van een nieuw papieren literair tijdschrift in tijden waarin subsidies op kunst en cultuur door de overheid worden afgeschaft: dat is nogal gedurfd te noemen. Toch deden initiatiefnemers Daniël van der Meer en Toine Donk het. Volgende maand verschijnt het eerste nummer van hun tijdschrift Das Magazin.

Onze sterreporter Jori Stam ging op zoek naar de... diepere bedoelingen van (jonge) mensen die een literair blad oprichten. En hij kwam terug met een mooi verslag:

Das Magazin wordt volledig gefinancierd door crowdfunding. Dat gebeurt via de website voordekunst.nl, waar kunstenaars en kunstinstellingen in contact kunnen komen met geïnteresseerden die een financiële bijdrage willen leveren aan een kunstproject. Deze manier van fondswerving doet denken aan het Amerikaanse model, waarin de overheid niet langer als voornaamste mecenas optreedt voor de subsidiering van kunst, maar juist de donaties van derden en de private sector.

Lees meer "Jori Stam: Das Magazin" »

03 augustus 2011

Jori Stam: Nationale Gedichtenwedstrijd

- Jori Stam op onderzoek in letterland. Deze keer: hoe zit dat met de mensen die hoog eindigden in de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd. Hebben zij een contract bij Augustus weten te verwerven? - 

Nasr Onlangs ging alweer de derde editie van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd van start. Een nieuwe website, een nieuwe jury (ditmaal zonder initiator Gerrit Komrij) maar met een inmiddels vertrouwde formule: voor drie euro stuur je anoniem een gedicht in, waarmee je kans maakt op 10.000 euro en een definitieve doorbraak.

Hoewel de gedichtenwedstrijd af en toe negatief in beeld kwam, bijvoorbeeld toen Komrij uithaalde naar ex-jurylid Claudia de Breij, of de administratieve moeizaamheden bij de vorige editie, is de wedstrijd zeker een succes te noemen.

De eerste twee edities leverden ruim 26.000 gedichten op van 8600 verschillende dichters. Poëzie leeft duidelijk onder de mensen, en kan klaarblijkelijk ook nog in een geslaagde commerciële vorm worden gegoten. Onlangs publiceerde deze website een interview dat Bart FM Droog over deze getallen, en de wedstrijd in het algemeen, had met Milou Halbesma.

Misschien wel belangrijker dan het te winnen prijzengeld is dat de eerste tien finalisten de mogelijkheid krijgen om een manuscript in te dienen bij Uitgeverij Augustus voor een mogelijke publicatie. In plaats van op te gaan in eindeloze stapels op de bureaus van redacteuren krijg je voorrang, kent men je naam en werk en maak je een dusdanig grotere kans om een bundel te kunnen publiceren bij een gerenommeerde uitgeverij dan normaal het geval is.

Waarschijnlijk is dit element van de wedstrijd een van de voornaamste redenen waarom er zo veel dichters deelnemen aan de wedstrijd;  hoog eindigen betekent naamsbekendheid en succes.  

Opmerkelijk is het dan dat bij navraag bij verschillende finalisten uit beide edities al snel duidelijk werd dat er door Augustus nooit contact met hen is opgenomen, of interesse is getoond in een manuscript. Dit in tegenstelling tot de stellige beloftes van de organisatie.

Lees meer "Jori Stam: Nationale Gedichtenwedstrijd" »

17 juli 2011

Jori Stam: Young Adult Literatuur

In zijn wekelijkse zoektocht naar wat de boekenwereld vindt van actuele onderwerpen, behandelt Jori Stam deze week de Young Adult Literatuur:

Benny Lindelauf, Els Beerten, Edward van de Vendel en Floortje Zwigtman. Klinken die namen bekend? Voor het gros van u waarschijnlijk niet, omdat u zich over het algemeen bezig houdt met ernstige poëzie en multi-interpretabele vertaalde Russische literatuur. De namen zijn allemaal van auteurs uit een sterk groeiend genre dat Young Adult literatuur heet.

Bekende uitgeverijen als Prometheus en Lebowski startten onlangs een speciale imprint, openbare ruimtes hangen vol met promotiemateriaal van nieuwe Young Adult boeken en ook boekwinkels hebben een aparte kast ingedeeld voor het genre. Maar deze ontwikkelingen roepen gelijk een aantal vragen op. Want las je als jongere tien jaar geleden niet ‘gewoon’ jeugdliteratuur of toegankelijke romans uit de lagere literatuur? En zijn er kenmerken van Young Adult literatuur te definiëren waardoor het zich onderscheidt van andere genres, of zijn uitgeverijen bezig met een geforceerde overcategorisatie? Ook is het raadselachtig te noemen waarom veel vertaalde Young Adult boeken uit Engeland en de Verenigde Staten in de meeste gevallen meer dan tien jaar oud zijn. Hoe wordt de hype van het genre in Nederland eigenlijk verklaard?

Volgens Linda Ackermans, die als redacteur werkzaam is bij onder andere Recensieweb en Leesfeest en onlangs afstudeerde op Young Adult literatuur, gaat het te ver om het Young Adult genre nieuw te noemen. “Al lang voordat de benaming van Young Adult zijn intrede deed bestonden er boeken die geschikt waren voor jongeren, de zogenaamde adolescentenliteratuur of overgangsliteratuur.” Volgens Ackermans is de naam Young Adult dan ook niet de intrede van een nieuw genre, maar eerder een nieuwe marketingstrategie voor een al bestaand genre. “Young Adult is vooral een stempel die nu wordt geplakt op boeken (zowel oudere als nieuw uitgegeven boeken) die geschikt worden bevonden voor jongeren. En die stempel slaat aan.”

Eerdere marketingacties om het genre te promoten hadden een minder groot effect. Uitgeverij Lemniscaat, een sterke speler in de jeugdboeken, begon in 2005 al met een ‘In Between’ reeks. Omdat boekhandelaren niet goed wisten waar ze deze boeken in hun winkel moesten plaatsen, kwamen de boeken vrij snel op de jeugdafdeling terecht. Er bestond immers nog geen speciale kast voor adolescentenliteratuur. Later probeerde de uitgeverij het opnieuw met ‘Lemniscaat Literair’ en ‘Made in the USA’; beiden zonder het grootschalige succes dat Young Adult nu heeft. Het idee om een Young Adult stempel op de boeken te plakken en dat door middel van speciale kasten en afdelingen te promoten lijkt de eerste van een reeks marketingacties die daadwerkelijk aan lijkt te slaan.

Lees meer "Jori Stam: Young Adult Literatuur" »

08 juli 2011

Jori Stam: de literaire tijdschriften

Vanaf vandaag zal Jori Stam wekelijks (of in tijden van literaire droogte: tweewekelijks) een actueel onderwerp in de letteren behandelen. Wij verwelkomen Jori hierbij als vaste medewerker. Hij liep eerder stage bij De Wereld Draait Door, dus maakt met zijn overgang naar De Contrabas een gevoelige carrièresprong. 

Toen staatssecretaris Halbe Zijlstra vorige maand aankondigde om de subsidies voor literaire tijdschriften af te schaffen waren de reacties uit de literaire wereld gemengd. Een grote groep schrijvers ondertekende een open brief aan Zijlstra waarin gepoogd werd hem te overtuigen dat het literaire tijdschrift nog steeds een belangrijke rol en functie heeft. Een aantal mensen zocht echter de discussie op, en vroeg zich af of het literaire tijdschrift wel een toekomst heeft.

Zo schreef Bart FM Droog eerder op deze site het afschaffen van de subsidie volkomen terecht is: ‘wie de oplagecijfers en publieksbereik van de gesubsidieerde papieren tijdschriften bestudeert zal leren dat beide angstwekkend laag zijn. Waarbij het rare feit zich voordoet dat het subsidiegeld grotendeels in de zakken van vormgevers, drukkers en postbedrijven verdwijnt.’

Bart Temme schreef kort daarna in zijn essay op Tzum dat literaire tijdschriften haar ‘belangrijkste functies [zijn] kwijtgeraakt. De tijdschriften fungeren niet meer als een kweekvijver voor nieuwe talent en het literaire debat vindt er geen podium meer. […] De debutant zoekt nu naar andere mogelijkheden: de literair agent, schrijfwedstrijd, websites als TenPages.com en pulpfictie.nl.’ Volgens Temme hebben literaire tijdschriften al lang geen verbindende rol meer, maar eerder een marginale. 

Gerrit Komrij kwam op zijn NRC-weblog tot dezelfde conclusie, maar stelde wel dat volgens hem ook voor het literaire tijdschrift de oplossing ligt in het internet: ‘Op internet kan het literaire tijdschrift weer bloeien als nooit tevoren. Ik ben dol op papier, maar papieren tijdschriften zijn een sta-in-de-weg. […]  De antiquariaten bieden ze aan voor oud-papierprijzen. De bibliotheken verpulpen ze.’

Temme sluit hier naadloos op aan en schrijf dat ‘de afgelopen jaren de literaire tijdschriften de overstap [konden] maken naar het internet. Ze deden het niet of zijn niet zichtbaar genoeg. Daardoor zijn ze lezers kwijtgeraakt. Literaire tijdschriften hebben hiermee hun eigen ondergang bewerkstelligd.’

Er zijn door de bezuinigingsplannen twee kampen ontstaan. Aan de ene kant staan zij die proberen de plannen van Zijlstra om zeep te helpen door hem er te van overtuigen dat literaire tijdschriften een zeer belangrijke functie hebben in het literaire veld én in de maatschappij. Aan de andere kant zijn daar de mensen die menen dat de subsidiestop een signaal is dat literaire tijdschriften in hun huidige papieren vorm hun beste tijd hebben gehad, en dat deze zonder (digitale) innovatie hun belangrijkste functies hebben verloren. Omdat veel literaire tijdschriften de stap naar het internet niet maken, lijken ze daarmee gedoodverfd om ten onder te gaan.

Maar wat vinden de redacties van literaire tijdschriften zelf?  Volgens Jozef Deleu van Het Liegend Konijn speelt zijn blad ‘een rol van belang voor jonge en gevestigde dichters. In ieder geval is […] de belangstelling bij de poëten zelf groot. Of je hier van macht mag spreken is wel de vraag. Wel van enige bescheiden invloed, misschien.’

Volgens Esther Wils van de Gids moet de functie of het bestaansrecht van het literaire tijdschrift ‘met ieder nummer bewezen worden, door de kwaliteit en de prikkelende inhoud ervan. […] We bieden een podium, uitgeverijen letten goed op wat er gebeurt in de tijdschriften, ze halen er regelmatig de betere debutanten vandaan en/of sturen debuterende schrijver op ons af om eerst een verhaal te publiceren, bij wijze van aantrekkelijke introductie in de literaire wereld.’

Gustaaf Peek van de Revisor gelooft dat het literaire tijdschrift nog steeds een belangrijke functie heeft: ‘Die functie is de functie van alle kunst, en alle literaire vormen: onderhouden, bewondering opwekken, vermaken, ontroeren, in één woord raken. Een tijdschrift onder goede redactionele leiding kan bovendien kwaliteit garanderen, auteurs begeleiden in hun ontwikkeling en talent een kans geven. En daar is altijd een publiek voor.’

Interessant is dat Peek ook zegt dat een literair tijdschrift niet per definitie gebonden is aan een bepaald medium. ‘Hadden we tweeduizend jaar geleden geleefd, dan hadden we verzen verzameld op perkament of leisteen.’ Volgens Temme is De Revisor dan ook het tijdschrift dat het meeste aandacht heeft geschonken aan de oproep van het Nederlands Letterenfonds om het lezerspubliek te vergroten door over te stappen naar internet. Jammer genoeg gebeurde dit niet met geheel positieve gevolgen: ‘Er gebeurt soms weken niets op de website van De Revisor. Dat is verdomde jammer, want juist door frequent bijdragen te publiceren vergroot je het publiekbereik. Ook is er geen sprake van literair debat op de site – dat is teleurstellend.’

Het meest verhelderende woord in deze discussie komt misschien wel van Wim Brands, die via de telefoon liet weten de ‘hele discussie alleen maar strontvervelend te vinden.’ Volgens Brands speelt er zich een gevecht af dat lijkt alsof het zich op een schoolplein afspeelt terwijl de bel al lang geklonken heeft: ‘We zouden moeten kijken wat we met elkaar gemeen hebben: een warm hart voor de literatuur. Laten we deze energie steken in het oprichten van iets dat wel aan de verwachtingen en wensen van iedereen voldoet.’ Wat dat is? Zegt u het maar.

© Jori Stam 

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën