Daar, op dat bankje werd ik ooit bedrogen,
in dit museum waar nog geen afdruk van
ons aan de wanden kleeft.
Een Vlaamse gaai doorboort een hoedje
van een vrouw die gezichtloos door de
ruimte zweeft. Foto’s zijn verboden.
Ik draag negen gedichten voor en niemand
weet dat ik van de tiende een hoedje heb
gevouwen dat sindsdien altijd in mijn tas woont.
Altijd lijkt lang voor een hoedje van nog geen dag
oud maar de seconden schijnen hem jaren toe.
Een dichter noemt je mijn vader.
De lens in je hand lonkt naar het bankje maar bedrog
laat zich niet makkelijk vangen. Maak geen foto,
bid ik stilletjes tot de tijd. Ik wil mijn ziel niet kwijt.
Johanna Geels

Een vreemd gedicht. Met vreemde, soms zelfs lelijke, enjambementen. Het slot doet denken aan hoe de primitieve volken in eerste instantie het gefotografeerd worden kennelijk ervaarden: dat daarmee de ziel werd 'ontstolen' (door de beeltenis).
Geplaatst door: Harry J.M. Kleinhoven | 24 maart 2011 om 09:43
Mooi gedicht, sterk beeldend.
'Foto's zijn verboden' staat er knap en 'Een dichter noemt je mijn vader' houdt de lezer in zijn macht. Mooie uitsmijter ook.
Toppertje!
Geplaatst door: Benjelle | 24 maart 2011 om 09:44
Helemaal af. Ik denk dat ik het bankje ken.
Geplaatst door: Hans Mellendijk | 24 maart 2011 om 13:39
Raadselachtig mooi.En deels heel begrijpelijk. En zo hoort het in de poëzie!
Geplaatst door: Theo Vanderwacht | 24 maart 2011 om 14:20
Dank allen voor het reageren en de veren!
@ Harry, ik vond het nu juist een van mijn minst vreemde gedichten, zo zie je maar weer.
@Hans, het bankje is eigenlijk verzonnen maar het maakt me oprecht blij dat jij hem kent want nu bestaat hij toch een beetje.
Geplaatst door: Johanna Geels | 25 maart 2011 om 08:10