Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

Reacties

Feed U kunt deze conversatie volgen door in te schrijven op de reactiefeed van dit bericht.

Harry J.M. Kleinhoven

@ Willem. U schrijft: 'ook het min of meer 'doorboord' worden door de naald' en herhaalt dit in hetzelfde stuk even later nog eens, vergelijkt het zelfs met 'stigmata'. Met respect, het gedicht suggereert op generlei wijze uw lezing middels het aangehaalde. Wat er staat is: "Ik ben maar het oog van de naald die Hij oppakt. / Zijn draad glijdt dwars door mij heen." Nergens wordt gesuggereerd dat die naald in goddelijke hand de lyrische ik zou doorboren. Nog afgezien of die naald een metafoor is voor het lichaam van de lyrische ik, is het enige wat gebeurt in het gedicht dat God een draad (idd.: bestaande uit vezels) door "het oog" haalt. Meer niet. En ja, steek een draad door het oog van een naald, dan gaat dat er echt wel "dwars door[]heen" hoor!

Hooguit kan wellicht gezegd worden (w.b. dit gedicht): het oog van de naald wordt doorboord door de draad. En dus zou uw zinnetje beter luiden: 'ook het min of meer 'doorboord' worden van het oog door de draad'. De connotatie met stigmata vind ik echter niet bijzonder overtuigend.

PS: Jammer dat u uw eerdere comments hebt laten weghalen.

Willem Thies

'En ja, steek een draad door het oog van een naald, dan gaat dat er echt wel "dwars door[]heen" hoor!'


Met evenveel respect, ook van mijn kant, Harry, dat is juist mijn punt!

Een naald gaat/glijdt door het oog van een naald, zonder meer, probleemloos; dus dat 'dwars' staat er zeer nadrukkelijk, nietwaar? Nogal... redundant.

Dat heeft volgens mij een bedoeling. Ware het volmaakt overbodig, Maarten had 'dwars' geschrapt.

Ik denk dat het opzettelijk is - precies vanwege dat nadrukkelijke, om associaties met het geperforeerd/doorboord worden op te roepen.

En dat nu juist roept voor mij het beeld op van: overgave, ontvankelijk zijn, zich in alle blootheid & naaktheid & kwetsbaarheid overgeven aan God, om door hem 'doorstoken' en 'doordrongen' te worden. Want hoe 'naakt' en 'bloot' kan men zijn, dan enkel een OPENING; waar de hand van God een naald door beweegt.

Dus, ja, alleszins wordt het lyrisch ik, immers het oog van een naald zijnde, 'doorboord'.

Zelf zeg je: 'Hooguit kan wellicht gezegd worden (w.b. dit gedicht): het oog van de naald wordt doorboord door de draad.'

Ja, het oog van de naald! Precies! En het oog van de naald... is... de ik.

Enfin, dat van die 'stigmata' is wellicht een brug te ver - maar in essentie komt dat overeen. zich volledig geven aan God (in het geval van de stigmata, met alle consequenties die dat met zich meedraagt), totale overgave, devotie, ontvangen, 'doordrongen' zijn van het goddelijke.

Zoiets als een liefdespijl die je hart doorboort, maar dan is het de naald van God die je 'doorsteekt'.

En wat ben je? Leegte die wordt doorstoken, een uitsparing in de ruimte die wordt doorboord. *Dat* vind ik juist het mooiste beeld van het hele gedicht, dat het gedicht draagt en schraagt.

In achting,

Willem

RHCdG

Eens met Willem dat die slotregel vloekt met wat eraan voorafgaat. Maar de portee van mijn reactie is niet dat het gedicht te eenvoudig zou zijn, zoals Gert lijkt te denken. Want een gat oppoetsen is immers geen eenvoudige zaak, dus hoe zit dan precies? En wat is bv. de status van 'Zijn' in r. 5: naar wie of wat verwijst dat? Onduidelijk.
Dat betekent dus dat er wordt *beweerd* dat het gedicht eenvoudig is. Men wil dat graag denken. Daar zit een, hoe heet het, poëtica achter. Dat is de poëtica van Jip en zijn vriendinnetje. En dat alles vindt plaats op een plek waar je zou verwachten wat meer waardering te ontmoeten voor een taal die niet zo doorzichtig is als waar we elke dag al aan gewend zijn.

Of zoals Léo Ferré eens zong: poètes, vos papiers!

sodade

Gaaaaaaaaaaaaap, Harry.(maar dat vindt-ie weer leuk natuurlijk. Aandacht, hèt middel.)
Vive Léo F. natuurlijk. Dàt wel. Honds of op zijn chimpansees. En God-verdomme.
Bijvoorbeeld.

Koenraad Goudeseune

Bij een zeemansgraf werd de naald door de neus van de overledene gehaald, zulks om schijndood uit te sluiten.

Hans Mellendijk

http://www.prostress.com/2011/02/10/guess-what/

hans kloos

Ik vraag me af Maarten Das dit heeft gelezen:
http://www.noordseliteratuur.nl/auteur/ekelof/boek/381
Zo niet, dan is het aan te raden.

Maarten Das

Hartelijk dank voor al jullie reacties! Ik wilde aanvankelijk alleen het gedicht laten spreken, maar voel me toch aangespoord enige opmerkingen te plaatsen.

Om te beginnen is het goed te weten dat ik het gedicht vrij intuïtief heb geschreven, in één 'take' als het ware, op een innerlijk bewogen avond. Details, zoals "slechts" ipv "maar", etc. doen er dan niet toe. Dit is uiteraard anders in het geval van gedichten die tot stand komen door een lang proces van schrappen en schaven.

@RHCdG:
'Naam' met een hoofdletter en 'zijn' met een kleine letter - zo ben ik gewend om over God, Christus etc. te schrijven. Het is een traditie die ik daarin volg - teveel hoofdletters achter elkaar voelt voor mij een beetje als teveel versiering in een kathedraal - ik hou van eenvoud in eerbied :)

@Willem:
Het woord 'dwars' is niet opzettelijk gekozen. Het kwam tot mij, zoals het hele gedicht zo'n beetje. Het bleek gevoelsmatig te kloppen, dus heb ik het zo laten staan. Wel voelde ik direct aan dat het beeld daardoor extra dynamiek krijgt, meer beweging dan alleen de droge constatering dat de draad 'door mij heen glijdt'.

@Gert de Jager:
Wat je schrijft over de psalmisten en Reve neem ik graag ter harte - maar soms dringen zich gedichten aan me op die volkomen anders zijn. De dichter kan veel, maar uiteindelijk is hij ook maar het oog van de naald, en bepaalt hij stof noch draad van het borduurwerk dat achterblijft nadat alles is gezegd.
Je zegt dat ik mij beken tot een overgeleverd godsbeeld. Dat zie ik toch anders. Ik voeg mij in een geloofstraditie. Mijn godsbeeld is iets heel persoonlijks, dat bovendien veranderlijk is. In de woorden van de Vlaamse zuster claris Francine Demarsin: "Het beeld geeft zijn geheim niet prijs aan een ongedurige of grijperige blik. Het beeld is bovendien onuitputtelijk. Wanneer wij groeien en veranderen, zal het beeld ons telkens weer nieuwe aspecten van het mysterie van God-met-ons laten zien."(uit: Echt mens worden met Clara van Assisi, Altiora Averbode/KBS Den Bosch, 1994)

@hans kloos: Dank voor de tip!

Lilian Caessens

In eerste instantie deed mij dit gedicht helemaal niks. In tweede instantie ook niet. Ik kon ook niet zeggen waarom. Vond ik het te gefabriceerd? Te glad? Nee, ik vond niks. Neem die eerste regel nou.
Er is een ik, God mag weten wie, die vermoed dat God borduurt. Op een stof, waar hij niet van kan inschatten hoeveel die gekost heeft. Zo, dacht ik, gooi maar in mijn pet. En dat moet ik geloven?

Vervolgens is deze ’ik’ het oog van de naald. Ja en dan denk je aan de wereld daarachter natuurlijk.
Dat zal het juweel zijn. Opgepoetst en wel.

Een prachtige regel in het geheel vind ik : Zijn draad glijdt dwars door mij heen. Door het oog. Door hem. Als allesziende.

Maar die ruwe vezels, die houden mij nog het langst bezig. Tenslotte was de stof kostbaar. Niet dus, kan ik niet nalaten te concluderen. Het kostbaar heeft hier een figuurlijke betekenis. Zo: alles wat God aanraakt is kostbaar, al is het een jute zak.

‘Zijn ruwe vezels laten hem glanzen‘. Het is bijna alsof God zelf ruw is hier. Meestal neem je een zachte doek om iets te laten glanzen..toch? Het is bijna alsof God er nog niet toe is…‘ik’ nog niet toe is aan de zachte doek. Die ‘ik’ is bij lange na nog niet perfect. Het is steeds of ik de wereld, zijn [ik] wereld zie in dat oog.

Het zijn juist de vragen die dit gedicht oproept, vragen en nog meer vragen, waardoor het gedicht intrigeert.
Apart, denk ik, apart.

Zouden we dit vertalen, zouden we de dichter ondersteboven houden, om te zien in welke fase van zijn leven hij dit schreef om zo zo dicht mogelijk bij de kern te komen. Laten we maar eens goochelen dan. De naam Maarten Das zal ik licht niet vergeten.

Controleer uw reactie

Voorbeeld van uw reactie

Dit is slechts een voorbeeld. Uw reactie is nog niet ingediend.

Bezig...
Uw reactie kon niet worden ingediend. Fout type:
Uw reactie werd opgeslagen. Reacties worden gemodereerd en zullen pas zichtbaar worden als ze door de auteur zijn goedgekeurd. Nog een reactie achterlaten

De letters en cijfers die u invulde kwamen niet overeen met de afbeelding. Probeer opnieuw.

Als laatste stap voor uw reactie wordt gepubliceerd, gelieve de letters en cijfers in te vullen die die u ziet in de afbeelding hieronder. Dit voorkomt dat automatische programma's reacties achterlaten.

Problemen met het lezen van deze afbeelding? Alternatief bekijken.

Bezig...

Laat een reactie achter

Reacties worden gemodereerd en worden pas zichtbaar als ze door de auteur zijn goedgekeurd.

Uw informatie

(Naam is verplicht. E-mail adres wordt niet getoond bij de reactie.)

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën