Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

Hoofdmenu

Gedicht van de week Feed

23 november 2007

Gedicht van de week - Chrétien Breukers

Ik ben voorzegd, verwekt, vermoord

Ik ben ter helle neergedaald. Via de trappen
van het licht ging ik, wantrouwig en gestaag,
omhóóg. Ik was zelfs voor ik leefde

zo verweven met de tekst die mij beschrijven
zou. Ik was het zelf, maar kon daar niets
aan doen. Mijn huid omgaf steeds ijler leegte.

Steeds blinder zou ik tasten naar zijn
lijfelijk bestaan. Steeds dover zou ik
luisteren naar slechts één woord.

Het is de leegte en het rekt zich uit.
Het houdt zich stil en laat mij ongewis.
Het is mijn vader en hij is er niet.


Chrétien Breukers

'Ik ben voorzegd, verwekt, vermoord' van Chrétien Breukers is de 52e en laatste bijdrage die in het kader van het project 'Gedicht van de week' op de Contrabas is geplaatst. Dit project werd mogelijk gemaakt door steun van het Lira Fonds.

Chrétien Breukers (1965) is redacteur van de de Contrabas-reeks en publiceerde de volgende dichtbundels: 'Vandaag in deze stad' (1991), 'De Stoofsteeg en andere gedichten' (1999) en 'Korte geschiedenis van het voorafgaande' (2005). In 2008 verschijnt 'Tongebreek & Niemendal'.

16 november 2007

Gedicht van de week - Ton van 't Hof

interactie

je zei: even een update
ik leef nog en het gaat goed met me hoor

ik antwoordde: ik zal een gedicht voor je schrijven

je zei: ik ben er heel sterk uitgekomen
maar moet nog wel een aantal dingen doen

ik dacht: je hoort me zeker niet

het was vrijdagavond op date-online
waar single mannen en vrouwen gezellig chatten

zo leek het tenminste

je zei: ik zit vol plannen en ideeën
ik ben inderdaad... een wonder

ik tikte: polynucleaire structuur

je zei: bedankt
voor je bijdrage aan mijn leven

en ik nam de rollercoaster

naar een luxueus appartement in oasis beach tower
waar vijfsterrenstagiaires tot ze waggelen en lallen


Ton van 't Hof

'interactie' van Ton van 't Hof is de 51e toets die in het kader van het project 'Gedicht van de week' op de Contrabas is geplaatst. Dit is een onbezoldigd gedicht.

09 november 2007

Gedicht van de week - Marc Dejonckheere

EGON SCHIELE (1890 – 1918)

I.

Liggende halfnaakte figuur

Hij wil alleen en op papier van prille meisjes
houden. Tussen de koude, kille muren van de wet

verplaatst hij toren, loper, koningin en onder de
kleurige banen van haar jongemeisjesjurk verschijnt

zijn droom: geen wellustig graaiende handen,
geen dwingende seizoenen, maar een slapend kind.

Ze is niet radeloos, ligt languit en rustig
in haar naakte onschuld, haar smalle dijen heel

en al vervuld van schuldeloos verlangen en
onwetendheid. En toch, achter haar gesloten ogen

weet zij wel zeker: mijn zomer is een open wonde
die nooit meer heelt en onheilspellend spreekt.

II.

Wally met rode bloes

Hij is al lang geen schildersjongen meer, maar
telkens weer begint zijn oog te trillen en zijn

hand te beven, want haar langoureuze lichaam
wekt, heel even, een schemerige roes. Ze kijkt.

Haar blik is koel, haar dijen losjesweg en licht
gespreid. Een warreling van lijn en onderkoelde

lust. Hij weet: ze heeft de wereld aan de zijde
van zijn leven en laat haar bloemen vredig

groeien in verzorgde tuinen. Ze streelt een hals,
de hare. Het licht dat haar omhult gehoorzaamt

dan niet langer aan de wetten van de traagheid:
Zij is model en minnares, zij kent geen schaamte.


Marc Dejonckheere

'Egon Schiele' van Marc Dejonckheere' is de 50e bijdrage die in het kader van het project 'Gedicht van de week' op de Contrabas is geplaatst. In totaal zullen 52 dichters, die minstens één bundel bij een reguliere uitgeverij hebben uitgebracht, worden uitgenodigd om een nog niet eerder in digitale of gedrukte vorm gepubliceerd gedicht op de Contrabas te plaatsen. Dit project wordt mogelijk gemaakt door steun van het Lira Fonds.

Marc Dejonckheere (1959) woont en werkt in Zonnebeke als freelance journalist en tekstschrijver. Hij debuteerde in 2006 op 47-jarige leeftijd bij Poëziecentrum Gent met 'Kruisweg. In Flanders Fields'. Woord en beeld: 14 gedichten bij de Getekende Kruisweg van Albert Servaes, geïllustreerd met foto’s van W.O.I-slagveldgraven geborgen in Boezinge bij Ieper. Hij promoveerde als licentiaat Germaanse filologie met een scriptie over de cyclus 'Een vrouw' uit de 'Oostakkerse Gedichten' van Hugo Claus. Laureaat van de Arthur Merghelynckprijs voor poëzie (1988-1990) van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (Gent, 1991).

Tn_egon_schiele

03 november 2007

Gedicht van de week - Benno Barnard

De dichter bezoekt de tandarts

Voor Sonja Depret

Achter de haag van zijn tanden wacht hij
op haar ivoren vingers die glanzen: 
ze heeft zes handen vol maanlicht.

Haar dienen vuurvliegjes, watergeesten,
kerkuilen en de zonen van goden –
zenuwen, wat een demonische dame.

Onweer strijkt over de krimpende velden.
De mijn delft zijn donkere hartstocht.
Het pad wordt vertrappeld door paarden.

Genade, roepen al zijn gedachten;
en haar ogen omvatten sneeuwwitte verten:
er gorgelen beekjes in het gebergte,

het water kloklacht zijn angst weg.
In het dal zijn de hete kolen gedoofd
en de zon koelt af voor hun ogen.

Nu wacht de stilte op een piano:
de vloer is geboend, het muizenhol netjes;
goeiig welft zich het huis boven beiden –

en Guldenmond wenken de lamsbout,
de kunst om zijn woorden aan draden te rijgen
en van zijn geliefde de gloeiende tongkus.

                                       

Benno Barnard

'De dichter bezoekt de tandarts' van Benno Barnard is de 49e bijdrage die in het kader van het project 'Gedicht van de week' op de Contrabas is geplaatst. In totaal zullen 52 dichters, die minstens één bundel bij een reguliere uitgeverij hebben uitgebracht, worden uitgenodigd om een nog niet eerder in digitale of gedrukte vorm gepubliceerd gedicht op de Contrabas te plaatsen. Dit project wordt mogelijk gemaakt door steun van het Lira Fonds.

Benno Barnard (1954) schreef de bundels 'Een engel van Rossetti' (1981), 'Klein Rozendaal' (1983), 'Het meer in mij' (1986), 'De tweede vrouw van Dik Trom' (1988), 'Tijdgenoten' (1994), 'De schipbreukeling' (1996) en 'Getierd hebbende doden' (2003). In 2006 verscheen 'Het tongbotje - Gedichten 1981-2005'.

26 oktober 2007

Gedicht van de week - Sieger M.G.

Voor mensen met vleugels
In Memoriam - Franz Reichelt
(† Parijs, 4 februari, 1912)

Voorzichtig stikt een jonge kleermaker
zijn naden dicht. Buiten giert de wind
en trekt krachtig aan de luiken.

'Onze schepper heeft ons geen veren
toebedeeld, we vliegen met ons weten.'
fluistert hij tussen zijn lippen door.

Op tafel flakkert een kaars, werpt
vreemde schaduwen op de muren.
Mans handen vormen een vogel,

waar hij tegen spreekt. 'Mijn liefste,
op een dag zullen we samen zijn.
Dan weet ik waarheen je wilt gaan.'

Maar de vogel zegt niets en verdwijnt
als man zijn vingers strekt, vuisten balt
en naar boven kijkt. Naar de maan.

Voor hem ligt de edele huid, naakt
als een slak met een ragfijne sleep.
Man raakt het tere weefsel aan

en even leeft het onder zijn vingers.
Hij werpt het op in de lucht en kijkt
hoe traag geruisloos het zweeft

en uiteindelijk naar beneden komt.
Man knikt tevreden, laat een voldane
glimlach zien en klopt zich op de borst.

'Dit vel heeft een geraamte nodig.
Van hout en ijzerdraad moet het zijn.
En zo licht als een gedroogd blad.'

'Geen was. Vergeet veren. De zon is
te heet. Zal doen smelten. Mij verteren. 
De rode bol, de hel aan de hemel.'

Ochtend werd het en de nachtmist
hing nog laag boven de grond toen
hij zijn gereedschappen neerlegde.

In zijn kamer staat nu een krachtig
torso, te vragen om een vlucht.
'Dit lichaam heeft een leven nodig.'

Behoedzaam steekt man zijn armen
in de mouwen en beweegt ze met
slagen. 'Ik ben de vleermuis, noem me

de vogelman.' Bijna groeit er een staart
uit hem. In zijn binnenste zet een
adelaar scherpe klauwen in zijn hart.

De volgende dag is heel de stad uitgelopen.
Notabelen schudden hem de hand.
Iedereen prijst zijn vinding. Hij straalt.

In de verte boven de daken en de rokende
schoorstenen, het baken van Parijs,
de Eiffeltoren, de trap naar de wolken.

Van hier is de weg niet ver. De treden
omhoog. Naar het licht toe. Zo overziet
hij het doolhof van poorten en huizen.

Beneden laten fotografen lichten flitsen
en kleermakers ogen worden groter,
hij smaalt. Zwemt in de zee van faam.

Onder zijn arm wiegend de slappe pop die
de eerste vlucht zal maken. Hij legt haar,
ware het een slapend kind, voorzichtig neer.

Op de rand staat hij nu zelf. Zijn pose
een bliksemschicht. De spreeuwen,
hoog boven hem, kwetteren ongeduldig.

Kleermaker wil flirten met de wind,
haar ten dans vragen. Kijk, ze geeft
hem plagerig kleine duwtjes in zijn rug.

Hij kijkt trots, vastberaden en aarzelt niet
voordat zijn lichaam met een doffe dreun
de aarde raakt en hij naar de sterren springt.

   

Sieger M.G.

'Voor mensen met vleugels' van Sieger M.G. is de 48e bijdrage die in het kader van het project 'Gedicht van de week' op de Contrabas is geplaatst. In totaal zullen 52 dichters, die minstens één bundel bij een reguliere uitgeverij hebben uitgebracht, worden uitgenodigd om een nog niet eerder in digitale of gedrukte vorm gepubliceerd gedicht op de Contrabas te plaatsen. Dit project wordt mogelijk gemaakt door steun van het Lira Fonds.

Sieger M.G. (1979) schreef de bundels 'De tonen van replica' (1999), 'Straatvluchter' (2002) en 'Schaduwvechter' (2006).

19 oktober 2007

Gedicht van de week - Bas Belleman

zeg me na

het pad van de schaamte zal
als een möbiusband onder zichzelf doorschieten;
ik zweer dat ik tillen zal
mijn eigen voeten
en dat zeg ik na.

ik zing het na.

in de folder een rekeningnummer
dat je vertrouwen kunt als iemand die zegt:
mij kun je vertrouwen.

als een vrouw die een verbod op jaloezie uitvaardigt:
vertrouw je me soms niet?

ik blijf het zingen.

toch ploffen vrijwilligers naast me neer op de bank.
ik sla op de vlucht door de kruipruimte onder mijn huis.
ze roffelen op de vloer:
had ons er dan niet ingelaten.
je hebt ons er toch ingelaten?


Bas Belleman

'zeg me na' van Bas Belleman is de 47e bijdrage die in het kader van het project 'Gedicht van de week' op de Contrabas is geplaatst. In totaal zullen 52 dichters, die minstens één bundel bij een reguliere uitgeverij hebben uitgebracht, worden uitgenodigd om een nog niet eerder in digitale of gedrukte vorm gepubliceerd gedicht op de Contrabas te plaatsen. Dit project wordt mogelijk gemaakt door steun van het Lira Fonds.

Bas Belleman (1978) schreef de bundels 'Nu nog volop ventilatoren' (2003) en 'Hout' (2006). Zijn essay 'Doet poëzie er nu eindelijk toe' (2005) leidde tot een boeiende internetdiscussie, die hier valt na te lezen.

13 oktober 2007

Gedicht van de week - Ivo van Strijtem

Dichterschap

Wanneer hij geen poot uitsteekt
is de dichter hard aan het werk.

Hij weegt de zon in zijn ene hand
– in de andere valt sneeuw –

en vangt daar niets mee aan,
bevindt haar lichter dan de

onbewuste wijze waarmee hij dit
verricht. De dichter is een leegloper.

Wat hij wil dat weet hij niet, ook niet
wat hem tot al dit nietsdoen drijft.

Hij schrijft nog heerlijk in het woordeloze,
een blinde die het ziet.


Ivo van Strijtem

'Aan deze kant' van Ivo van Strijtem is de 46e bijdrage die in het kader van het project 'Gedicht van de week' op de Contrabas is geplaatst. In totaal zullen 52 dichters, die minstens één bundel bij een reguliere uitgeverij hebben uitgebracht, worden uitgenodigd om een nog niet eerder in digitale of gedrukte vorm gepubliceerd gedicht op de Contrabas te plaatsen. Dit project wordt mogelijk gemaakt door steun van het Lira Fonds.

Ivo van Strijtem (1953) schreef onder meer de bundels 'Hoeveel is zo weinig' (1978), 'Brussel aan de Mississippi' (1991), 'Een rode sjaal' (1998), 'De mooie Ierse' (2002) en 'Het tegenbezoek' (2006).

05 oktober 2007

Gedicht van de week - Charles Ducal

AAN DEZE KANT

Op een dag, denk ik, begint het te sneeuwen,
een zondag heel vroeg als niemand het merkt.
Wij liggen in bed, al gedurende eeuwen
en luisteren aandachtig hoe het zich herstelt,

(terwijl de levenden met laarzen en schoppen
en op de wegen hun sporen van zout
omdat het vervoer hiernaartoe nooit mag stoppen
en onderweg nog zoveel moet bijgebouwd)

zo onhoorbaar omdat de tijd niet kan kloppen
en de klok stilstaat op zondag 5.10, heel precies.
Wij luisteren en horen hoe wij in de sneeuw
als kinderen ravotten, wij maken geen sporen.

Alleen wat gestuif, heel licht, als van poëzie.


Charles Ducal

'Aan deze kant' van Charles Ducal is de 45e bijdrage die in het kader van het project 'Gedicht van de week' op de Contrabas is geplaatst. In totaal zullen 52 dichters, die minstens één bundel bij een reguliere uitgeverij hebben uitgebracht, worden uitgenodigd om een nog niet eerder in digitale of gedrukte vorm gepubliceerd gedicht op de Contrabas te plaatsen. Dit project wordt mogelijk gemaakt door steun van het Lira Fonds.

Charles Ducal (1952) schreef onder meer de bundels 'Het huwelijk' (1987), 'De hertog en ik' (1989), 'Moedertaal' (1994), 'Naar de aarde' (1998) en 'In inkt gewassen' (Herman De Coninck-prijs, 2006).

28 september 2007

Gedicht van de week - Hans Kloos

Παντα ρει
of
Herakleitos’ slavin


daar liggen haar bruine slippers
in het gele gras op de kant

onder haar voeten voelt ze nu
weer de oude grijsgroene modder
van de rivier die in alle schakeringen
rond haar kuiten spoelt
ze verzamelt de zoom en steeds meer
van haar kleed in haar handen

ze gaat door het water waden
naar de overkant – steeds herhaalt zich
een andere rivier stromend
langs haar dijen golft het
door me heen de weerspiegeling
van haar rug volgt haar ­wit rimpelend
– ik kan haar gezicht niet zien


                   behalve in die droom
                   waarin zij druipend op de oever staat
                   nog twee slokken in de lekkende kom
                   van haar handen draagt
                   en ik van water ben


Hans Kloos

'Παντα  ρει' van Hans Kloos is de 44e bijdrage die in het kader van het project 'Gedicht van de week' op de Contrabas is geplaatst. In totaal zullen 52 dichters, die minstens één bundel bij een reguliere uitgeverij hebben uitgebracht, worden uitgenodigd om een nog niet eerder in digitale of gedrukte vorm gepubliceerd gedicht op de Contrabas te plaatsen. Dit project wordt mogelijk gemaakt door steun van het Lira Fonds.

Hans Kloos (1960) schreef onder meer de bundels 'Legioen' (1986), 'Voor mevr. en meneer Naaktgeboren' (1988), 'de hand boven het hoofd' (1994), 'het zingen van het ijs' (2002) en 'zoekresultaten [voor liefde, dood, afscheid, huwelijk, oorlog, water, biografie, vriendschap, geluk, geboorte, ouder(s), alleen, jarig, sonnet, school, zomer, verhuizen, humor, poëzie, oma]' (2007).

21 september 2007

Gedicht van de week - Richard Steegmans

Keith Richards (1943)

1.

we zien hem nog niet gaan
door verhanging aan zijn gitaren
zijn ding echt aan hem opgeknoopt
alsof geen gedicht ooit de schrijver wurgt
geen taal verstomt in de eeuwig opgewarmde stem

verzamelend maakt hij nog wat toen niet hechter kon
driften in de dans jagend, zich uitstervend, als een toetssteen
uit het hart verstoten -  een levenskunst taai in hem afgespiegeld

hij kent zijn jaren beter dan wij ze ooit
achter ons zullen vinden  -  dagen dat de zon
volstaat, lucht om te ademen, muziek om te aarden

van oude helden gestolen klank al op de schoolbank
luid gezet, met de vrienden vunzig vastberaden ingebed
van doen met te plukken katoen als uit de kelders van Londen

hij modelleert  - voor wie de toon schreeuwt
om een beeld -  de uitstraling van plezier, zacht slepend
over straat op zoek naar soulvingerige medezangers in het deurgat

wie luistert als vermaakt leeft zo intussen nieuw
voelt een laatste betekenis door ritme afgeschud
wenst het gelukkig lang met woorden niet zo stil

2.

als een bandolero
hoort hij binnen zijn groep
beginselvast  /  alsof
geen slagwerk ooit de drummer
afstaat  /  geen melodie
het rood van de tong oproept

zijn omslachtig onding toch maar
telecaster als tuig voor de vingers uitslijtend
wat geen stem guitig doorheen de rook vertolkt

wie in de nagalm
van het uitgeknepen
volslagen opspelende
zich aan de rotsen paart
dan al klinkend het glas
in oude wijn bewaart


Richard Steegmans

'Keith Richards (1943)' van Richard Steegmans is de 43e bijdrage die in het kader van het project 'Gedicht van de week' op de Contrabas is geplaatst. In totaal zullen 52 dichters, die minstens één bundel bij een reguliere uitgeverij hebben uitgebracht, worden uitgenodigd om een nog niet eerder in digitale of gedrukte vorm gepubliceerd gedicht op de Contrabas te plaatsen. Dit project wordt mogelijk gemaakt door steun van het Lira Fonds.

Richard Steegmans (1952) schreef de bundels 'Uitgeslagen zomers' (2002) en 'Ringelorend zelfportret op haar leeuwenhuid' (2005).

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën