Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

Reacties

Feed U kunt deze conversatie volgen door in te schrijven op de reactiefeed van dit bericht.

Paul van de Wiel

Jammer dat dit gedicht niet meer respons krijgt. ER staan toch beslist mooie vondsten in zoals:

"een gedicht dat een draai aan de onderstroom geeft,"

"gulzig verdriet"

Maar in zijn geheel is het te onsamenhangend, enerzijds erg beschrijvend en dan ineens raadselachtig, bijv.:

"de schaduw die kwam toen ik viel in jouw hand wist"

Chrétien Breukers

Ik weet dat me dit niet in dank wordt afgenomen, maar dit gedicht is niet zozeer niet-samenhangend, het geeft zijn samenhang niet meteen prijs.

Het gedicht vraagt iets, en ik vrees dat de vaste reageerders daar niet heel goed mee kunnen omgaan.

Aan het werk, dus.

Lammert Voos

Aan het werk? Mag ik het gewoon erg mooi vinden? Dat Paul dit gedicht onsamenhangend vindt begrijp ik niet. Het zit juist ijzersterk in elkaar wat mij betreft. Ik vind het mooi dat Onno Kosters de beelden van drijven en de zon verweeft.
Vervolgens maakt hij een draai naar het persoonlijke (draai aan de onderstroom. Heel knap gedaan, hulde.

Paul van de Wiel

Met dank aan Chrétien en Lammert: ik heb te snel geoordeeld en had het met meer moeite om het te begrijpen moeten lezen. Ik laat de uitleg graag aan een ander over; blijft deze uit dan zal ik in het weekend een poging wagen.

Harry J.M. Kleinhoven

Ook hier kan men spreken van 'Et in Arcadia ego'.

Jacob van Schaijk

@Paul, ik begrijp die schaduwpassage als volgt:
onderwerp: de schaduw die in jouw hand viel
ww gez.: wist
lijdend vw.: dat gulzig verdriet stilt. Een gedicht je laatste gedicht is.
Dit ondanks de punt na "stilt"
Volgens mij is de functie van het verdelen van het lijdend voorwerp over twee zinnen dat "een gedicht je laatste gedicht is" een dubbele betekenis krijgt. Namelijk binnen het verband van het voorafgaande beeld en als een zelfstandig gedachte.

Jacob van Schaijk

sorry: wist = persoonsvorm

Jacob van Schaijk

@Lammert: ik ben je met eens dat het gedicht goed in elkaar zit. Prachtig visueel gedicht en het klopt allemaal van begin tot einde.

Wim van Til

het verplaatsen van een komma (", wist")lost wellicht een ongemakkelijkheid bij het lezen op.

Kees Godefrooij

Voor mij is dit wartaal

Jacob van Schaijk

@Kees: Kwestie van vertalen. Voorbeeld:
man in een meer etc. = een man komt boven water in een meer, hapt naar adem (de moeite) en doorbreekt de waterspiegel waarop de zon reflecteert (vlonder van zonlicht), de waterdruppels fonkelen door het zonlicht (scherven) en vallen dan terug (één moment)
En omdat ik het gehele gedicht zo kan "vertalen", vind ik het geen wartaal.
Wat niet wegneemt dat ik ten zeerste de mening ben toegedaan dat als jij er anders over denkt, dat je goed recht is.

Jacques Santegu

Totaal niet akkoord met voorgaande beschouwingen, sorry daarvoor. De eerste zin betekent: laten we niet draaien omheen de hete brij (vandaar o.m. deze zoete inval). De rest geeft een parodie van wat als goede poëzie beschouwd wordt in het 'algemeen' (ik 'wist' je in je blote tetten bij wijze van spreken).
De dichter maant dus aan niet te snel tevreden te zijn (zie Chrétiens commentaar (denk ik)): hij ziet een man in een meer hengelen naar een gedicht terwijl de man die hengelt zelf hier het gedicht uitmaakt. Het eigenlijke gedicht moet nog beginnen na het lezen, = proces doorlopen hiervan.
Van een gedicht kan hier onmogelijk sprake zijn, laat staan van een "visueel prachtig gedicht" zoals Jacob voorstelde, tenzij van de aanloop, het proces dat aan een gedicht voorafgaat. De vlonders en drijfbewegingen zijn volgens mij schijnmanoeuvers, net de 'vlonders' en 'scherven' (enz...) wil Onno Kosters niet in zijn (daadwerkelijk te schrijven) gedicht.
Eerder iets conceptueels dus zeker? Voor mij is dit gedicht geslaagd omdat het op subtiele wijze zichzelf in vraag stelt.

Jacob van Schaijk

@Jacques: Boeiend jouw geheel andere benadering te lezen. Wie er gelijk heeft, maakt mij niet veel uit. Misschien ben jij dat wel, je weet het nooit zeker. Ik heb genoegen beleefd aan lezing van dit gedicht en dat is mij genoeg.

OnnoK

Voor de zekerheid: "wist", 3e pers. ev. van "wissen".
Dank voor de reacties, hoe dan ook.

Paul van de Wiel

Epifanie (of niet)
Ik zwom in een baan van de zon.
Boven de bomen die achter het zand, dan het gras
naar die zon klommen,
kromde de lucht zich.
Hand om de wereld die hier wordt gewogen.
Eind van de middag, niemand in zicht,
man in een meer die met moeite een vlonder van zonlicht
doorbreekt, zonlicht dat wegspat in scherven
die één moment vlammen,
dan weglekken, doven.
En het is zo verleidelijk.
Het is zo verleidelijk daar meteen een gedicht van te maken,
een gedicht dat een draai aan de onderstroom geeft,
de schaduw die kwam toen ik viel in jouw hand wist,
dat gulzig verdriet stilt.
Een gedicht dat je laatste gedicht is.
Dan als vanzelf drijf ik aan en ik klim uit het licht,
uit de ban van die hand op het zand en begin.

Onno Kosters

Natuurlijk begreep ik vrij snel dat "wist" niet van weten maar van wissen afkomstig is. Dit neemt niet weg dat de zin toch nogal lelijk is en raadselachtig blijft.
De zin zou beter geweest zijn als volgt:
een gedicht dat een draai aan de onderstroom geeft, (dat) de schaduw wist die kwam toen ik viel in jouw hand dat gulzig verdriet stilt

(het tweede "dat" kan weggelaten worden)
De dichter heeft een verwarrende ervaring (epifanie) (zoals veel dichters en hun lezers) en reageert daarop met een gedicht. Meteen uit de titel blijkt zijn verwarring. Heeft hij nou een epifanie of niet? Of heeft hij de epifanie opgeheven met zijn gedicht?
Dus denkwerk voor de lezer zoals Chrétien terecht adviseert.
Wat kan die verwarring zijn waaraan de dichter onderhevig is? HIj beschrijft in de eerste negen regels uitsluitend een opeenstapeling van natuurverschijnselen en wordt verleid daar een gedicht over te maken. Maar dan meteen in de volgende regel: niet over wat hij zintuigelijk ervaart maar over de onderstroom van zijn bewustzijn die met verdriet te maken heft, een schaduw die over zijn leven is gevallen, maakt hij zijn gedicht. Hij is in een hand gevallen, dat duidt dus op een liefde die hij ook weer is kwijtgeraakt of om een andere reden verdriet veroorzaakt. Het woord gulzig betekent volgens mij een verdriet dat nauwelijks ophoudt, dat hem steeds weer overvalt. In de laatste drie regels neemt hij zijn besluit. Hij begint aan zijn gedicht. En dan is de cirkel rond, we zijn weer bij de eerste regel aangeland. Aan de lezer de taak uit te maken of de epifanie inderdaad is opgeheven. Volgens mij niet. Hij zit in een vicieuze cirkel.


Jacob van Schaijk

Al met al is mij nu duidelijk dat ik de passage waarop ik mij voornamelijk richtte verkeerd heb begrepen. Derhalve dank!

Hanny van Alphen

Een openbaring is het niet, dit gedicht. Verwarrend wel. Mijn interpretatie zal wel de minst juiste zijn maar ik lees hier een bijna-doodervaring.

Sija Lanser

Een gedicht om eindeloos in rond te dwalen, vanwege de verschillende perspectieven, de gelaagdheid, de ironie die vakkundig opzij gezet wordt. In de ban van de "Hand om de wereld die hier wordt gewogen". Prachtig!

peter gieselaar

Ik denk ook dat het gedicht de lezer wil verhalen, zoals het door Paul wordt ervaren.De pijn van een verloren liefde, de "de ja vu" van een gebeurtenis, die wellicht plaats vond op dezelfde plek waar het gedicht begint. De herinnering van "in het zand/naast je lief neerploffen als je uit het water komt",die gewoon letterlijk door de dichter is verwoord met; "de schaduw die kwam toen ik viel in jouw hand". Prachtige zin, mede vanwege de herkenbare intimiteit, die de opperste gelukzaligheid (die vele malen wordt versterkt zoals dat gebeurt als je verliefd bent?), op een directe en daardoor treffende wijze beschrijft.Dan zijn er nog meer mooie zinnen(zoals reeds in bovenstaande reacties genoemd) en wordt de finale over de laatste twee bevrijdende zinnen verdeeld. Mooi gedicht hoor waarin sfeer en emotie als warme zonnestralen het "de ja vu gevoel" van de lezer strelen.

Etwin Grootscholten

Zonde dat de verleidelijkheid moet worden uitgelegd. Ik had tevredener geweest als strofe 7, 8 en 9 er niet hadden gestaan. want als een gedicht in zichzelf met zich praat - dan wordt het me te bedacht, terwijl het al duidelijk is als je klimt uit het licht. Vinnik.

H. van kesteren

Wel lastig dat ik meteen een woordenboek moet pakken om de titel te begrijpen.... Enfin: verder wel mooi gevisualiseerd in taal. Desondanks ook zinnen die compacter en dus sterker hadden gekund.

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën