De jury van de VSB Poëzieprijs, die naast voorzitter Maaike Meijer en dichter Wim Brands bestond uit drie academische lichtgewichten (Tom Sintobin, Johan Sonnenschein en Cin Windey) heeft de prijs in 2011 toegekend aan Armando. Terecht, ook al bevatte het juryrapport natuurlijk weer gezwets van het genre: "Zijn werk is somber en indrukwekkend. Zijn beelden roepen afgronden op, waarin hij ons dwingt te kijken."
De jury-laudatio eindigt zo: "Ja. Armando, zo meent deze jury daarom eenstemmig, brengt met grote consequentie een onverteerbare boodschap. Dat maakt zijn bundel Gedichten 2009 monumentaal, verpletterend, onontkoombaar en noodzakelijk. Prediker-achtig, Celan-achtig, Bachmann-achtig maar niet cynisch, vertegenwoordigt Armando een radicaal vreemde stem. Hij schrijft tragedies zonder catharsis. Hij schrijft de mythologie van de twintigste eeuw."
Deze conclusie bereikt de jury onder meer via deze omweg: "De Tweede Wereldoorlog ligt als een duistere afgrond in het midden van de twintigste eeuw. Mochten wij denken dat dit de laatste oorlog was, dan helpt Armando ons uit de droom. 'Der Krieg wird nicht mehr erklärt sondern fortgesetzt. / Das Unerhörte is alltäglich geworden', om met Ingeborg Bachmann te spreken. Armando is vaak cryptisch omdat hij iets wil zeggen wat bijna niet te zeggen valt. Wat hij steeds weer uitdrukt is dat de wreedheid, de destructiviteit van de mensen jegens zichzelf en elkaar nog steeds overal loert, gluurt, voortwoekert. Hij vergroot dat uit tot kosmische proporties. Hij benoemt het gevaar nooit concreet, maar betrekt ons in een haast paranoïde universum waarin de aanval weer aansluipt."
Even los van de aansluipende aanval (wat is dat?), deed dit Jurylands mij meteen denken aan een andere bundel, Stof dat als een meisje van Toon Tellegen, een bundel die niet meedong naar de prijs, omdat Tellegen niet gediend is van onderlinge competitie, maar die toch dicht in de buurt van Gedichten 2009 had kunnen komen.
Laatste reacties