Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

Hoofdmenu

Eerste Gedicht Feed

16 april 2013

Het eerste gedicht (61 en slot): Gerrit Komrij

BoemerangInmiddels is de reeks Het eerste gedicht deels in boekvorm (Het eerste gedicht, over het lezen van poëzie) verschenen. Tot 1 mei 2013 is het te koop voor de waarlijk concurrerende introductieprijs van € 15,95. U bent een dief van uw eigen portemonnee als u niet toeslaat. Een miskoop wordt het sowieso niet, want Joep van Ruiten omschreef mij al als ‘een van de beste schrijvers van ons taalgebied’.

En hij zei nog veel meer, zoals: ‘Vooral stilistisch. Scherp, origineel, geestig. Jij weet hoe zinnen moeten lopen, jij weet hoe je een lezer geboeid kunt houden. Door van hoog naar laag te gaan, en andersom. Door iets diepzinnigs af te wisselen met iets plats. Kortom, door de mogelijkheden van de taal ten volle te gebruiken (...)’

Na 60 afleveringen is het, echter, tijd om met de reeks te stoppen. Het is nu tijd voor Mijn Canon. Toch wil ik de reeks nog een aflevering laten doorgaan, als ‘definitief’ einde (dat niet helemaal definitief is, want ik zet mijn rubriek voort in het blad Staalkaart). Dat doe ik met het eerste gedicht uit de bundel Boemerang van Gerrit Komrij, over wiens werk en betekenis ik overigens ook drie beschouwingen opnam in mijn boek. Het eerste gedicht gaat zo:

psalm

de avond vrees je en het grote krimpen
de dingen in de kamer hebben pijn
er lopen dwars door je geraamte schimmen
en in de tuin dieren die angstig zijn

schimmen van vroeger die maar niet bedaren
zingende tot hun strottenhoofd verweerde
hees, heser met het klimmen van de jaren
(het zit je toch niet in de kouwe kleren)

hosanna zongen we, we waren jong
we dansten en we blaften naar de maan -
nu praat het daglicht met een dubbele tong
er komt nog een luguber feestje aan.

Lees meer "Het eerste gedicht (61 en slot): Gerrit Komrij" »

25 februari 2013

Het eerste gedicht (59 en 60): B. Zwaal en Ton van 't Hof

TonvanthofVandaag twee eerste gedichten. Van B. Zwaal en van Ton van ’t Hof. Eerstgenoemde publiceerde onlangs oever drinkt oever bij De Wereldbibliotheek, Van ’t Hof kwam met een chapbook bij zijn eigen uitgeverij Stanza: Ingangspunt. Zwaals eerste gedicht gaat zo:

tij
grijst

Van ’t Hof gebruikt meer woorden:

Iemand belde vijf keer aan
maar ik deed niet open,
was bloot,
als een pruimenboom
die briljanten droop.

Lees meer "Het eerste gedicht (59 en 60): B. Zwaal en Ton van 't Hof" »

10 februari 2013

Het eerste gedicht (58): Cees Nooteboom

LichtoveralCees Nooteboom is natuurlijk vooral bekend als prozaschrijver. Zijn essays en beschouwingen over kunst, cultuur en reizen hebben een vast publiek verworven, in het vaderland en ver daarbuiten. Zijn romans en vertellingen (zoals het geweldige In Nederland en Mokusei!) zijn in vele talen vertaald en elk jaar duikt zijn naam op in verband met de Zweedse Academie. Wie regelmatig in Duitsland komt, ziet zijn werk in elke boekhandel daar liggen, samen met dat van Maarten 't Hart en Anne Enquist, overigens.

Als dichter is hij minder bekend én minder gewaardeerd. Critici als Gerrit Komrij en Adriaan Jaeggi lieten zich minder lovend uit over Nootebooms vorige dichtbundel, Zo kon het zijn. Reden om in deze rubriek aandacht te besteden aan het eerste gedicht uit Nootebooms eerste bundel na 13 jaar: Licht overal. Omdat we inmiddels aan nr. 58 uit de reeks toe zijn en we niet elke week uitleggen hoe of wat: in deze reeks proberen we een eerste gedicht uit een recent verschenen bundel te bespreken zonder context van de hele bundel en zonder (of bijna zonder) externe bronnen. Nootebooms gedicht:

Lees meer "Het eerste gedicht (58): Cees Nooteboom" »

03 februari 2013

Het eerste gedicht (57): Roland Jooris

KromteRoland Jooris zag ik een keer voorlezen tijdens een Nacht van de Poëzie. Hij las in onder meer het prachtige gedicht 'Zelfportret' voor, dat eindigt met de regels 'in zijn neergekrabbeld / schrift / toont hij zich / in verwondering / ascetisch sensueel'. Ik kende zijn werk al (een beetje), maar na die voordracht was ik een fan. Of hoe zou je dat, in de poëzie, moeten noemen? Een liefhebber?

Eind vorig jaar verscheen de nieuwe bundel van Jooris, bij het PoëzieCentrum, onder de titel Kromte. De bundel bevat in elk geval één gedicht dat is opgedragen aan Roger Raveel, 'Ode'. Tijdens zijn werkzame leven was Jooris conservator van het Roger Raveelmuseum in Machelen (B.) en hij heeft veel over de onlangs overleden schilder geschreven. Het eerste gedicht:  

Gemis

Avond is van aarde 
de kamer, van getakte 
de tekening

van snakken 
naar lippen opeen 
kunnen we ternauwernood uiten 
wat gedreven ons wederzijds 
noopt, het

doemt op, het duikt 
onder, het balt zich 
samen in ons.

Lees meer "Het eerste gedicht (57): Roland Jooris" »

27 januari 2013

Het eerste gedicht (56): Sybren Polet

PoletOmslagVolgende week wordt de VSB Poëzieprijs uitgereikt aan H.H. ter Balkt, Luuk Gruwez, Ester Naomi Perquin, Sybren Polet of Menno Wigman. De genomineerde bundel van Sybren Polet heet Virtualia.Teletonen, Even- en nevenbeelden en is verschenen bij De Wereldbibliotheek, een uitgeverij die de tekstachtige producten van Polet met een voorbeeldige, tot mislukken gedoemde ijver aan de man probeert te brengen. Ik heb heel weinig van Polet gelezen en eigenlijk nooit over hem geschreven. In aanloop van de uitreiking is het misschien tijd om daar eens verandering in te brengen. Nu ja. Laten we bij het begin beginnen: bij het eerste gedicht uit deze bundel. Dat heet 'Eindbegin' en bestaat uit vier delen:

Lees meer "Het eerste gedicht (56): Sybren Polet" »

20 januari 2013

Het eerste gedicht (55): Charlotte Mutsaers

DooierCharlotte Mutsaers is vooral bekend van haar romans en essays, zoals Koetsier Herfst, Rachels rokje en Paardejam. Vorig jaar verscheen haar eerste dichtbundel: Dooier op drift. In 2010 ontving Mutsaers de P.C. Hooftprijs voor haar verhalende proza. Ik ben benieuwd of ze nu, met deze publicatie, aan een 'nieuw' schrijvers-, of dichtersleven begonnen is (en of ze daar in, zeg, 2040 de P.C. Hooftprijs voor poëzie mee kan wegkapen). Dit is het eerste gedicht uit de bundel:

When walls come tumbling down

De witte tanden
op
de witte wanden
zo onzichtbaar
nog
behoren Kronos
toe

Pas als die wanden
langzaam
op ons
landen
maakt het blikkeren
van zijn kunstgebit
ons moe

Kronos vrat met smaak
zijn eigen kinders
op
peanuts
naast
de aangevreten
harteklop

Lees meer "Het eerste gedicht (55): Charlotte Mutsaers" »

20 november 2012

Het eerste gedicht (54): Lucas Hirsch

HirschVandaag in deze rubriek het eerste gedicht uit de nieuwe bundel van Lucas Hirsch, een begaafd netwerker en organisator van poëziemeetings. Dolhuis, natura naturata is alweer de derde bundel van Hirsch. Tijd om te kijken wát deze immer enthousiasmerend heer zélf schrijft. Kende ik de herkomst van 'natura naturata'? Ja. Spinoza. De genatuurde natuur, enfin, van alles met God, die niet alleen alles voortbracht maar ook alles is, en andersom. Veldslagen zijn erom gevoerd. Bundels werden eraan gewijd. Zo ook nu. Het gedicht:

1.

Vorm aan je leven geven een cirkelredenering?
Een onbehouwen vuist, het tijdsgewricht?
De genatuurde natuur, insomnia

Er schampte zojuist een pijl mijn kin
Had ik vier poten, dan ging ik op een draf

Zwaaien gaat niet meer. Er hangen volle tassen
aan mijn strakgespannen armen. Er vliegen vogels op

de vlucht, het zoveelwekenplan voor elke afstand
Wanneer wordt dit gesmeed?

De tips, het schema, de rekensom
We tellen af. Het land in rep en roer

Ik verloor alle schaamte, ik verloor ieder antwoord

Ik kom handen tekort en geen angst zo groot als
dat je droomt dat we in slaap worden gesust
wat je tilt uit je handen valt.

Lees meer "Het eerste gedicht (54): Lucas Hirsch" »

12 november 2012

Het eerste gedicht (53): Frank de Vos

FrankdevosFrank de Vos is dichter en muzikant. Ook heeft hij een gesoigneerde baard, net als Andy Fierens. Of dit invloed heeft op zijn werk weet ik niet, maar zijn muzikale achtergrond is wel aan zijn verzen af te lezen. Hij leunt sterk op een klankrijke taal die het veelal van herhalingen moet hebben, in de traditie van oude barden als Karel van de Woestijne en hedendaagse dichters als Leonard Nolens. Op zijn website meldt hij: 'Voor mijn achtbaar cv meld ik met heel veel plezier dat ik van 2009 tot 2011 DorpsDichterDoel was.' Dat verraadt óók een sterk maatschappelijk engagement. Vandaag het eerste gedicht uit zijn bundel Naamvallen in het ontheemde. Het is nr. I uit een cyclus genaamd 'Solitaire samenlevingsmodellen, Mijn pluimen vederen op het stuifmeel van metaforen 
met weleer in osmose en afgeschreven
'.

Lees meer "Het eerste gedicht (53): Frank de Vos" »

23 oktober 2012

Het eerste gedicht (52): Frans Budé

BudétransitIn deze onregelmatig verschijnende rubriek vandaag het eerste gedicht uit Transit, de nieuwe bundel van Frans Budé. Het boek verscheen op 19 oktober en werd gepresenteerd in Maastricht, de thuisstad van Budé, in de plaatselijke kunstacademie (in samenwerking met de onvolprezen boekhandel De Tribune). Transit is, als ik het goed heb geteld, de dertiende reguliere bundel van Budé, die daarnaast nog een tsunami aan gelegenheidsuitgaven en bibliofiele edities publiceerde, mitsgaders een essaybundel en een novelle. Het gedicht van dienst:

Gare Liège–Guillemins

Waar het elders nog naar paarse distels ruikt,
witgebrande grindsteengrond, richt zich hier

uit het zand omhoog het strakke ritme van beton.
Witgroene engelenvleugel houdt zich in zonlicht

staande, vouwt zich bevallig uit, hemels instrument.
Sinds jaren bouwt men hier een nieuwe wereld,

zoekt gaten in de open lucht. Achter stille bosjes
zoeft de hogesnelheidstrein, ontbindt telkens weer

zijn kracht, glijdt in volle gratie binnen,
blikkerend de een na andere vleugel langs.

Lees meer "Het eerste gedicht (52): Frans Budé" »

22 augustus 2012

Het eerste gedicht (45): Hans van de Waarsenburg

Van de Waarsenburg-Schaduwgrens WBij telling bleek aflevering 45 van deze reeks te ontbreken. Daarom ga ik terug op een bundel die enige tijd verscheen, en wel Schaduwgrens van Hans van de Waarsenburg. Van de Waarsenburg is de laatste jaren vooral bekend als directeur van de Maastricht International Poetry Nights en beleeft met bundels als Azul (2006) en Wie hier nog komt een fase van `bezonken meesterschap´, zoals Simon Vestdijk dat noemde. Het eerste gedicht dat ik vandaag bespreek, komt uit de reeks `Consul´ en heeft geen titel:

In zweet gedrenkt, oksels als rivieren,
Loopt hij op versleten zolen naar de
Kroeg. Zijn rieten hoed stinkt aan de
Hoofdrand. De Consul ademt dorst.

En de dorstige Consul moet drinken,
Om de eer van het verlies te redden,
De dodendans te bevriezen, zijn
Geliefden te bezweren, bestelt

De Consul zijn dranken en drinkt
In mottige bars, waar urinelucht
Opstijgt uit de ondervloer. Gekakel

Van dolende kippen schampt tegen
Trommelvlies. De Consul legt zijn
Hoofd op de toog, opent zijn mond.

Lees meer "Het eerste gedicht (45): Hans van de Waarsenburg" »

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën