voor Frans Boenders, de anarchist,
boeddhist, causeur, dichter en exegeet
Op hemelhoogte vlogen we door de maanloze nacht
met een zoemend Luchtschip van de Lufthansa
boven de eilanden van de levende Mikado.
Tot we ’s morgens beneden in de diepte
die besneeuwde heilige Fujiberg konden bewonderen
die fonkelde en fonkelde als een witte bloesem
onder de felrode openvallende nachtpon van de zon.
Later, op een klif van een kaap, werden we pelgrims
op zoek naar een baai, een zijdeboom, een vijver
met een lotusbloem en een tempel met een schrijn.
Tot we een deftig bordeel vonden of een geishahuis
alwaar we wel driemaal diep dienden te buigen
aleer we eerbiedig nipten aan de ceremoniële thee
en slurpten aan dat brandende vuurwater van die sake.
Hendrik Carette

Een wat lauw aangezette poging tot reisverslag, waarin niets, maar dan ook helemaal niets in bijzonderheid wordt gedaan, in taal, met aan wie het gedicht kennelijk is opgedragen, de Vlaamse radio- en televisieproducent, schrijver en filosoof Frans Boenders (1942). Een zwaar gemiste kans, vind ik. Eén der zwakste gedichten in de reeks tot nog toe.
Geplaatst door: Harry J.M. Kleinhoven | 06 januari 2011 om 00:51
Ik ben het absoluut niet eens! met het commentaar van Harry.
Toeristisch-boeddhistisch en Bourgondisch-quasi-humoristisch vliegen hier comfortabel hand-in-hand.
Loepzuiver geschreven. Een gedicht dat enkel uit schoonheid bestaat, gelukkig zelfs.
Geplaatst door: Ruud Poppelaars | 06 januari 2011 om 01:35
Jakkiebah, een taaldraak. Door overmatig binnenrijm, opzichtige alliteratie, nietszeggendheid en pseudo-Japanse sfeer. Laat dit voortaan aan Bertus Aafjes over.
Geplaatst door: Mark van der Schaaf | 06 januari 2011 om 08:09
Is dit overmatig binnenrijm of gaat het om barok? Wanneer is alliteratie niet opzichtig? Kunen wij, niet-japanners, verder raken dan een pseudo-japanse sfeerschepping? En nee, het is niet zeker dat Bertus Aafjes dit zou kunnen. Uiteraard gooit Carette met en strooit hij gul bijvoeglijke naamwoorden, terwijl sommigen zich daaraan kunnen storen. Ach, mij stoort het als ik zelf zo zou schrijven maar hier stoort het minder omdat ik beide heren ken (en herken in deze verzen).
Geplaatst door: marc tiefenthal | 06 januari 2011 om 15:42
Carette gebruikt geen barokke taal, maar kan de taal gewoon niet beteugelen; die loopt hier weg met zijn gevoel. Leuk voor Frans Boenders, leuk voor Hendrik Carette. Meer niet. Mij verrast het vooral dat dit blijkbaar de beste was van een week inzendingen (of de enige).
Geplaatst door: Mark van der Schaaf | 06 januari 2011 om 17:33
toch vond ik er ook een prachtige zin in:
"onder de felrode openvallende nachtpon van de zon."
...heerlijk om in weg te lopen Mark.-)
Geplaatst door: Rim Sartori | 06 januari 2011 om 20:20