Betekenis ligt niet voor het oprapen/ midden in de kolkende rivier/legt de
kunstenaar zijn onbeholpen ei/ op de onberekenbare oever/in de ban van
onsterfelijkheid/ schrijft hij ondraaglijke partita’s/ triolen als
wespensteken/ in het willoze vlees van mijn herinnering/ hij bevrijdt zijn
Medusa uit de rotsen/trekt nieuwe lijnen rond de schepping/polijst alles wat ruw is/ verbetert de lompe gang van de mensheid/hij doet wat hij kan/om de wereld begaanbaar te maken/een tragische routekaart door de chaos/want hij weet dat wij er verder niet toe doen/ zoals een kind zich vastklampt aan Sneeuwwitje/moet de wereld iets met ons te maken hebben/ schoonheid houdt het alomtegenwoordige Niets/ vermomd als Zijn/op een ongepaste afstand/naïef, moedig en egomaan/want ook de kunstenaar weet/ dat de vederlichte wolk boven Auschwitz/getekend door Kollwitz/ niemand kon redden
Fred Jenner

En in November/ Eten we brood met Camemebert
Geplaatst door: Peter Knipmeijer | 30 december 2011 om 02:51
Betekenis ligt inderdaad niet voor het oprapen. Maar om dan Medusa, Sneeuwwitje, Het Niets, Auschwitz en Kollwitz op één hoop te gooien ... Of is dat dan het onbeholpen ei van de kunstenaar? Overigens, wat een vreselijk metrum.
Geplaatst door: Mark van der Schaaf | 30 december 2011 om 14:09
2x "want", helaas, ook dat maakt maakt het een zwalkend gedicht. En wat een merkwaardige bladspiegel...
Geplaatst door: Harry J.M. Kleinhoven | 30 december 2011 om 14:19
Hoe vreselijk is dit alles. De dichter had er beter aangedaan zijn 'onbeholpen ei' wat langer te bebroeden.
Geplaatst door: Cornelis van der Wal | 30 december 2011 om 14:38
Flink schrappen en anders vormgeven, dan is er nog iets aardigs van te maken misschien. Nu voelt het lezen meer als ergens doorheen ploegen dan als genieten van een gedicht.
Geplaatst door: Mirjam den Broeder | 31 december 2011 om 14:18
Een ontroerende poging alle hooi op één vork te prikken.
Geplaatst door: Hans van Willigenburg | 02 januari 2012 om 11:02
Relativerend gedicht met een mooi filosofisch gehalte(wat mij daardoor dan sowieso aanspreekt).Vanwege mijn passie voor filosofie vind ik het gestelde ook niet te veel of te zwaar. Door de laatste strofe over Auschwitz, waarmee de auteur in feite zegt dat “ook de door hem blootgelegde poëzie” in dit gedicht geen enkel effect zal hebben om het beschrevene "op wat voor manier dan ook te veranderen of naar de hand te zetten", wordt het gedicht niet belerend. Maar deze laatste strofe ontroert ook op meerdere wijze, t.w. de gedachte aan de ontluisterende gruwel van Auschwitz zelf, maar ook door de detailverwijzing van de getekende wolk van Kollwitz. En in het verdere verloop van deze “grande finale”strofe”, t.w. dat de tekening van Kollwitz “ook niet alle Auschwitz gruwel kon beletten”, stelt de auteur zich dan kwetsbaar op, omdat “zijn in beeld gebrachte poëzie” dat ook niet kan? Door die laatste strofe ontroert het gedicht en is het in balans en kompleet. Mooi gedaan!
Geplaatst door: peter gieselaar | 18 januari 2012 om 13:57
Inderdaad Peter, wie gevoelig is voor filosofie zal 'De zin van dit alles' aanspreken. Het is ook éen lange, zoekende
uitgesproken zin zonder punt: de volgende dichter zou hem kunnen aanvullen. De drive van dit gedicht overtuigt!
Zinnig gedicht, Fred.
Geplaatst door: Kees Borgdorff | 22 maart 2012 om 14:12