Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

Hoofdmenu

Dagboek December Chrétien Feed

29 augustus 2012

De poëzie: nu definitief dood? (2)

=== Vervolg van deel 1 ===

(Inmiddels wordt ter plekke gediscussieerd.)

Van Oostendorp heeft, vrees ik - al kan ik het geloei dat uit poëziekringen zal opstijgen wel ongeveer uittekenen. Toch ziet Van Oostendorp volgens mij ook dingen over het hoofd.

De voorbeelden (Toon Hermans en Nel Benschop) die hij meteen al in zijn eerste alinea noemt, worden over het algemeen niet tot `de´ poëzie gerekend. Toen niet, en nu nog steeds niet. Daarnaast bleek hun roem blijkbaar erg verweven met hun aanwezigheid: meteen na hun dood was het uit met de grote verkoopcijfers. Of hun bekendste regels het de komende decennia gaan redden, moet nog blijken.

Een ander ding: gemiddeld is er zo om de dertig of veertig jaar een regel die blijft 'hangen'. Van de lijst van Van Oostendorp zijn er aardig wat van na de Tweede Wereldoorlog: van de laatste 67 jaar dus. Misschien zijn er nog geen `overgebleven regels´ van de laatste twintig, dertig jaar, maar dat kan nog komen (zie bijvoorbeeld de reactie van Ingmar Heytze onder bericht 1).

Dat heeft bovendien een andere oorzaak, die Van Oostendorp ook niet noemt. Hij zegt: `Er zijn geen veelgelezen dichters meer, er worden al een paar decennia geen regels meer geschreven die blijven hangen. Er verschijnen natuurlijk nog prachtige bundels, van veel hogere kwaliteit, maar buiten dat reservaat wordt zo te zien er geen gedicht meer gelezen – goed noch slecht.´

Deze  bewering lijkt me deels waar (`[...]  buiten dat reservaat wordt zo te zien er geen gedicht meer gelezen – goed noch slecht.´) en deels minder waar. Er zijn wel degelijk veelgelezen dichters (Menno Wigman, Hagar Peeters, Ingmar Heytze, Neeltje Maria Min, Eva Gerlach, Toon Tellegen, de lijst is uitbreidbaar) - en die dichters worden in hun tijd meer gelezen dan Lucebert of Martinus Nijhoff in hun tijd.

Wat Van Oostendorp namelijk niet meeneemt, is iets anders: zijn lijst van favoriete evergreen-regels is ontstaan omdat er ooit, van zeg 1920 tot en met het eind van de jaren zeventig van de vorige eeuw, een hele klasse bestond die het lezen van gedichten als iets belangrijks beschouwde. Dat had men zo geleerd. Daar was men nu eenmaal mee groot geworden. Dat was nu eenmaal zo. Die hele klasse is verdwenen. Wat rest, is het reservaat, waar niet over poëzie gesproken wordt, maar over belangen.

Poëzie wordt niet meer door één groep gelezen, maar door een (grote of kleine) groep enkelingen. En die enkelingen kunnen geen vuist maken of een `discours´ bepalen...

28 december 2009

Dagboek * 28 december 2009

Huub Beurskens poetst het woord "Nieuwe Orde" een beetje op. Op zijn weblog. Gelukkig speelt hij het nog over de band van de Bezige Bij  - want blijkbaar was de uitgeverij zo, eh, onhandig om die woorden zelf te gebruiken in de aanbiedingstekst van de nieuwe Komrij-bloemlezing, iets wat beter vermeden had kunnen worden, om het zacht uit te drukken - maar dat geeft hem wel de gelegenheid om even een rondje Komrij-bashen te doen, daarbij dankbaar gebruik makend van die "Nieuwe Orde".

Altijd leuk. En uiteraard moet Beurskens afsluiten met een suggestieve noot:

"Gerrit Komrij mag dan geen neus meer hebben voor menige geurende bloem, een ander zintuig is er juist allerminst op achteruit gegaan. Want wie er een talent voor heeft ‘te ordenen wat tot de canon behoort of te ontdekken wat in de nieuwe orde zal passen,’ is zo goochem te weten dat je voor die goocheltruc het beste die canon en die nieuwe orde zelf bepaalt. Met andere woorden, er kan maar één motief voor de samensteller van De 21ste eeuw in driehonderd gedichten bestaan."

Een cliffhanger. Altijd leuk. Want of het nu de "Nieuwe Orde" is, of bemoeizucht, of poen, - we weten het niet. Beurskens zegt het niet. Hij laat het ongezegd. Maar de suggestie is al gewekt. Nu ja, Tegelen en Venlo liggen niet ver van elkaar, in kilometers en in mentaliteit.

27 december 2009

Dagboek * 27 december 2009

Waarom is de poëzie van Menno Wigman, Ingmar Heytze, Jean Pierre Rawie of Tjitske Jansen wél populair bij een redelijk grote groep lezers, en die van Piet Gerbrandy, Wouter Godijn, Onno Kosters en Jan Geerts niet?

Waarom wordt de poëzie van, zeg, Hans Groenewegen of Lucas Hüsgen niet, of nauwelijks gelezen, en waarom wordt de poëzie van Leonard Nolens door heel wat mensen (en dan met name: Vlamingen) op het schild gehesen?

Ik weet het niet. Het antwoord dat toegankelijkheid een grote rol speelt, is niet voldoende. De poëzie van Jan Geerts is behoorlijk toegankelijk. Het imago van de dichter zou een rol kunnen spelen (Jean Pierre Rawie), maar dat kan toch niet het enige zijn.

"Most people would say [that] poetry is 'difficult', but I don't think that is the case. I think people are just more willing to watch a difficult film, for instance. The solution does therefore not lie in simplifying poetry, but in making an effort to lure people into really reading poetry." Dit las ik bij Joost Baars, op zijn LinkedIn-profiel.

Dit kernprobleem ("poëzie = moeilijk / dus voor mij niet interessant") is een imago-probleem, waar poëzie onder lijdt. Oorzaak is dat de poëzie zich steeds verder heeft teruggetrokken in een kleine omgeving, waar theorie en "kennis" zijn verworden tot sleutelwoorden en gemeenplaatsen. Die kleine groep monopoliseert het "discours", bepaalt wat goed is, en wat fout...

Deze "kenners" uit de kringen van een aantal bladen hebben de poëzie nodig om hun karretjes vol slimmigheid aan vast te haken.

Niet graag zou ik de poëziewereld (wat dat ook moge zijn) van die "kenners" willen "zuiveren", zoals wel eens is gesuggereerd - wel van hun kennis, hun kunde en hun sjibbolets.

23 december 2009

Dagboek * 23 december 2009

In deze tijd van lijsten en kerstwensen wil ik niet onderdoen voor alle fijne journalisten, publicisten en al het andere, loslopende schrijfvolk. Daarom, mijn Top 3 over het jaar 2009.

Nummer 3 Een boek dat ik met veel plezier las, al moet ik zeggen dat het middendeel mij soms tot geeuwens toe verveelde. Gelukkig was daar het magistrale slot. Anders had het boek op nummer 4 gestaan, en niet op nummer 3. Soms deed dit boek me denken aan een studie van Thomas Vaessens, maar dan goed geschreven en interessant van inhoud. In de verte leek de stijl iets op die van W.F. Hermans, maar dan helemaal anders. Mijn nummer 3 van dit jaar geeft me het idee, dat het met de Nederlandse literatuur nog niet helemaal afgelopen is. Op een bepaalde manier.

21 december 2009

Dagboek * 21 december 2009

Gisteren was, meteorologisch gezien, de mooiste dag van het jaar. Het sneeuwde. Het hagelde en onweerde en er waren windvlagen; bij tijd en wijle trok de lucht open, om zich van de mooiste & meest blauwe kant te laten zien. Op de koop toe was het zondag en dus heel rustig. Maar niet heus.

Wij wonen namelijk in een hele... leuke buurt, waar allerlei mensen de hele dag bezig zijn met het organiseren van... leuke dingen, dingen die buurt-bevorderend werken, richting cohesie en leukheid. En gisteren omvatte die leukheid een aantal optredens van amateurbandjes op het net achter ons gelegen Bankaplein.

De héle middag schalde allerlei lichte muziek door de buurt, terwijl het weer zich ongeveer gedroeg als in het gedicht van Roland Holst: 'De wind viel stil; al dichter vlokken / daalden doodzacht naar het smal pad.' Ondertussen stond iemand met een terminale keelkwaal 'Hij was maar een clown' te blèren.

Langzaam maar zeker begon ik me op te winden over die optredens. Ik overwoog dat het beter zou zijn om alle mensen die bij buurtcohesie betrokken zijn het stemrecht af te nemen. Dat hebben ze toch nergens voor nodig. En toen een duo het liedje 'Wereld zonder jou' van Trijntje Oosterhuis en Marco Borsato begon te vertolken, was de maat vol.

Ik pakte een willekeurige bundel uit de kast en liep naar het Bankaplein. Daar aangekomen baande ik me een weg door het publiek dat in de feesttent, ook al zo'n woord, bij elkaar was gekomen. Ik maande de band tot stilte en sprak:

Hoor eens ik haat je,
ik schreef dat je lief was en licht -
en nog wat onzin over je gezicht
maar nu haat ik je, god wat haat ik je.

Die neus, dat hoofd, die paardenbek,
die ogen en die gierennek
dat kraagje en dat bloemkooloor
met al je slierten haar er voor.

Hoor eens ik wou graag zijn
jou, maar het kon niet zijn,
het licht is uit, ik zie je alsnog
zoals je werkelijk bent.

O ja, ik haat je,
ik haat je zo vreselijk,
ik wou het helemaal niet zeggen -

maar ik moest het even kwijt.

Daarna moest ik behoorlijk hard rennen om de boze meute voor te blijven. Maar het luchtte wel op.

gedicht: Ingmar Heytze.

20 december 2009

Dagboek * 19 + 20 december 2009

'Bestijg den trein nooit zonder uw valies met dromen', schrijft Jan van Nijlen, maar dan moet er natuurlijk wel een trein zijn, om te bestijgen. Dat was gisteren helaas bijna nergens waar ik moest zijn het geval. Wel waren er veel reizigers. 'Wachten op / vervangend vervoer. Het kan nog wel / even duren, weken duren, je weet het / niet, je weet van niets omdat er niets // wordt meegedeeld.' - probeerde ik ze gerust te stellen. Of het heeft geholpen?

Door de sneeuw, door de moeheid, door de stilte die er op zo'n perron heerst (want hoewel er veel reizigers op weg zijn, hoor je bijna niets, vreemd genoeg; de groep gestrande reizigers hult zich voornamelijk in massaal zwijgen), kantelde mijn stemming via boosheid op de NS, het NS-personeel en het materieel dat de NS inzet, via een woede op de wereld in het algemeen, en dan met name op de wereld in de winter, naar berusting, of beter: naar een aanvaarden.

'Maar in alleen zijn is nu rust te vinden, / En dan: 't had zoveel erger kunnen zijn.' J.C. Bloem heeft het in zijn gedicht 'De gelatene' echter over het najaar, dat nu achter me ligt. 'De winter is mooi,' zei mijn opa altijd, 'alleen zou je er een beetje meer zon bij moeten hebben.' Ondertussen gebeurt er op het station in Eindhoven... helemaal niets. In mij, in alle reizigers, ontstaat een groot verlangen 'dat dit moment voorbijgaat', maar weten ook wel dat dit niet zo 1-2-3 het geval zal zijn.

Totdat er ineens, een eeuwigheid later, een trein aankomt. Uit de verte komt die trein, helemaal uit een verhaal van Johan Daisne of uit een surrealistisch gedicht; die trein is stilstand én beweging tegelijk. Niemand kan het echt geloven. Wat komt die trein hier doen? Maar dan stappen we allemaal in en zijn we, met maar 30 minuten vertraging waar het de reistijd betreft, drie tot vijf uur later dan we dachten thuis.

Citaat in de eerste alinea: Onno Kosters.

18 december 2009

Dagboek * 18 december 2009

13.00 uur "De kritiek is menschelijk gelijk de zonde. De poëzie is goddelijk gelijk de deugd. Iedereen weet dat zonde en deugd nooit onvermengd zijn. Maar het is geen reden dat zonde zich boven deugd zou achten." Dat schrijft Karel van de Woestijne in een vermakelijk opstel, 'Gemeenplaatsen over kritiek en poëzie'.

Hij geeft in 12 stellingen en 1 mededeling ('Alles wat ik hier heb geschreven over den criticus is eene zelf-aanklacht.') een mooi beeld van de praktijk van de criticus. Stelling 6 vind ik wel aardig: "Laat uw oordeel nooit afhangen van eene theorie. Laat het nog minder afhangen van louter eene impressie. Want deze impressie zal dikwijls afhangen van den toestand uwer maag. Dewelke in deze geen goeden raad vermag te geven."

Als ik een kritiek schrijf, doe ik dat aan de hand van "eene impressie". Mijn liefde voor poëzie gaat door de maag.

Lipide
- vrij naar 'Sourdine' van Luuk Gruwez -

en als er geen chocopasta meer is
laten wij dan chocopasta veinzen,
mt grauwe mond en stramme kaak
doen alsof het brood echt smaakt,

vervloeken de lege kast met geloken ogen
en roepen: heilige nutella, gij grootste
der allergroten, waarom blijven wij vandaag
verstoken van uw zoeternij met hazelnoten?

o, als er dan weer chocopasta is, laten wij
de chocopasta vrezen als een zeer zeer zeer,
want al dat lekkers waar wij naar streven,
daar kan geen enkele lever tegen.

© Philip Hoorne

14.00 uur "Dirk van Bastelaere en Erik Spinoy - wat een feest om die twee totaal verschillende dichters weer eens in een adem te noemen - gelden in het Duits vertaald als 'gewone dichters' en helemaal niet radicaal of zozeer afwijkend van anderen als ze in Nederland vaak beschouwd worden." Aldus Erik Lindner in zijn webcolumn op de website van De Groene Amsterdammer.

Volgens mij wordt het dichtwerk van Van Bastelaere en Spinoy niet zozeer afwijkend gevonden (Van Bastelaere schreef in de traditie van Nijhoff en schrijft tegenwoordig vooral in de traditie van Dick Bruna; Spinoy schrijft lyrische, wat ouderwetse verzen, die hij schraagt met een semi-superieure theorie), maar is het hun discours waar soms wel eens iemand over struikelt. Die jongens zijn namelijk heel slim; maar zoals Jan Kostwinder al schreef: "Slim zijn kun je leren".

17 december 2009

Dagboek * 17 december 2009

8.00 uur Net even gelezen bij Samuel Vriezen dat mijn discours bedenkelijk is.

"De conclusie die Breukers niet expliciet trekt is: de Kenners moeten buiten de poëzie worden gehouden. Maar aangezien die Kenners niets anders zijn dan een toon, een manier van spreken, komt Breukers' verhaal neer op een pleidooi voor een verbod van een zekere manier van spreken uit naam van een mythische vroegere heelheid van de poëzie. Binnen de poëziewereld zoals Breukers die wil zien heeft niet elke manier van spreken een plaats. De poëzie moet gezuiverd worden van "Kenners", wie dat ook zijn. Daar komt het op neer. Het gaat dus om uitsluiting. En dat bedoel ik met een bedenkelijk discours."

Maar gelukkig wel op basis van een niet expliciet getrokken conclusie, natuurlijk. Vriezen laat zijn wil om iets over mijn discours te vinden triomferen over mijn conclusies. [toevoeging: Maar goed, de teneur is blijkbaar dat Vriezen argumenten heeft, en ik niet. Al zou ik dan wel willen weten waar dat staat, dat ik mensen wil uitsluiten...]

"Vertrouw je toe / aan de lamentaties, wees / vergissingen waard." Uit de nieuwe bundel van Lucas Hüsgen

11.00 uur In Boest staan visuele gedichten van Antoine Boute. Normaal blader ik bij visuele poëzie gauw door. Maar de droedels van Boute (die me een beetje doen denken aan de droedels van Roland Barthes) zijn heel mooi om te zien - en je gaat ongewild toch zitten kijken wat er allemaal stáát. Hieronder een gedicht van Boute dat niet in de bundel staat en dat hij op verzoek inzond, 'Mallarmé'. Klik op de afbeelding voor beter beeld.

Mallarme

16 december 2009

Dagboek * 16 december 2009

Dagboek 8.15 uur Zal ik naar VersSpreken2 luisteren? Nou, even dan. Boeiend. Bijbel-exegese zonder dat de "lezers" de passage die ze exegeren hebben gelezen. Veel "ik denk" en "volgens mij" en nog veel meer over The Matrix. Vijf minuten is wel netjes.

9.00 uur De stapel nog te lezen bundels iets verder naar achteren geschoven. Even gebladerd in het boek Witgewassen woorden (de gedichten) van Sytze de Vries. Door de aardige uitgeverij, Skandalon, meegestuurd met het dagboek van Willem Barnard. De Vries zal ongetwijfeld een groot mens zijn, en een fijne predikant, maar als dichter lijkt hij me minder geweldig. "Een wind van woorden / ademt / op het water, streelt en / stuwt het voort, / een waterval van taal / in groene zomen / ingebed." Huub Oosterhuis meets Hans Andreus. Meer iets voor gevoelige lezers.

12.00 uur De postbode belt aan en zegt: "Het is weer zover." Overhandigt me drie pakjes. Vroeger opende ik die altijd meteen. Nu niet meer. Ik leg ze even op de stapel nog te openen pakjes, naast het bureau. Eerst maar eens de stapel bundels die nog gelezen moeten worden wegwerken.

Boest dan maar. De nieuwe Vlamingen hebben zovéél te vertellen. En doen dat ook. Met, eh... verve. Of in elk geval: met plezier. Of dat plezier altijd op mij overslaat, is vers 2; maar een enkele keer (Vekeman, De Gruyter) wel.

Fierens is wel goed, "ik ben ik dat wil zeggen mossel noch worst / ik ben een hond die ruikt aan elke rok / op zoek naar een aha-erlebnis" en "- lieve Lassie, red ons land // alles brood en drank en drank en spelen / maar Lassie die niet komt want Lassie heeft de blues". 

Boest kan naar het stapeltje nog maar eens beter lezen

13.15 uur Lees bij Roel Richelieu Van Londersele "je bent een gerucht in de gang" - maar het zijn mijn dochters die thuis worden gebracht.  

Zal ik VersSpreken2 af-luisteren? Nee, toch maar niet. Het zijn immers allemaal hele lieve en geleerde jongens (op mponte na), die kunnen het alleen ook heel goed af.

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën