Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

Hoofdmenu

Bouke Vlierhuis Feed

08 april 2014

Geen nieuwe dichtbundel. Maar wat dan wel?

In reactie op dit artikel van Bouke Vlierhuis. En op dit etherische breiwerkje van Erik Lindner.

‘Ik schrijf — nog steeds — poëzie omdat ik nieuwsgierig ben naar wat de taal vermag. Al schrijvend ontdek ik soms klanken, ritmes en betekenissen; woorden roepen weer nieuwe woorden op. Vaak besef ik pas achteraf wát ik heb geschreven, maar wonderlijk genoeg vormt het geheel van wat ik schrijf een mozaïek dat het antwoord bevat op de vraag ‘‘Waarom schrijft u poëzie?’’, een vraag die niet ongelijk is aan ‘‘Wie bent u?’’. Ik schrijf geen poëzie om de carrière, om de semigoddelijke status die sommige dichters zich aanmeten, of aangemeten krijgen. Ik schrijf omdat ik de taal als een werktuig zie, een werktuig waar ik met plezier mee werk.’

Goh, wat een leuk citaat. Wie zou dat geschreven hebben? Oh wacht, ikzelf, in mijn boek Gedichten schrijven, ooit op de markt gebracht door Augustus, nu onderdeel van AtlasContact, het megafusiebedrijf dat mij enige tijd geleden zo liefdeloos op de literaire straatkeien zette, wat - gezien de gang van zaken rond mijn prozadebuut, a blessing in disguise was, maar dit terzijde. Dichten is werken met taal, of werken aan de taal - en als je een hoogromantische of existentialistische bui hebt, kun je ook nog (desnoods) zeggen dat de taal aan je werkt, ongeveer zoals A. Roland Holst het in zijn laatste gedicht beschreef: ‘Mijn ziel moge altijd dankbaar blijven / voor de genade van het woord / dat met mij vecht en aan den lijve / te keer gaat’ et cetera.

Lees meer "Geen nieuwe dichtbundel. Maar wat dan wel?" »

01 april 2014

Recensie: Dit is hoe een storm ontstaat - Pim te Bokkel

Te bokkelDe nieuwe bundel van Pim te Bokkel, Dit is hoe een storm ontstaat, is al veel geroemd. Ik ga dat nog een keer doen.

Te Bokkel werd, volgens zijn eigen site, onder andere geprezen omdat hij goed poëzie kon schrijven met ‘gewone, alledaagse woorden’. Maar het gaat verder dan woorden. De poëzie van Te Bokkel heeft zijn wortels altijd in het gewone, in dat wat er om ons heen is. Ten diepste is Te Bokkel een zuiver anekdotisch dichter. Alleen wil hij in één moeite door ook altijd begrijpen wat die anekdote betekent of kan betekenen. En liefst wil hij dan ook meteen iets zeggen over de condition humaine in het algemeen.

Lees meer "Recensie: Dit is hoe een storm ontstaat - Pim te Bokkel" »

20 maart 2014

Recensie: Dagen van Van Putten - Kees Engelhart

DVVPIk wist dat Kees Engelhart met iets groots bezig was, maar toch was het even slikken toen ik het eerste deel van Dagen van Van Putten eenmaal in mijn hand had. Engelhart had in het verleden, met zijn stijl die vaak meer weg heeft van in stukken gehakt proza dan van wat we over het algemeen poëzie noemen, al weinig moeite met het vullen van dikke dichtbundels, maar nu heeft hij zichzelf overtroffen.

Ruim 440 pagina’s telt dit boek, dat het eerste deel van de eerste band van het werk genoemd wordt. Volgens de achterflap moet het hele werk ‘zes en dertig jaren, drie banden van twaalf jaar, bestaande uit elk vier delen’ gaan omvatten. Als je ervan uitgaat dat ieder deel ongeveer even dik wordt als dit eerste zou dat neerkomen op een magnum opus van tegen de 5300 pagina’s. Aangezien de soep bij literaire projecten altijd wat minder heet gegeten wordt dan hij wordt opgediend, is het natuurlijk de vraag of het zover komt. Maar, ik zei het al eerder, ik bewonder ambitie in een dichter.

Het namenspel dat we van Engelhart kennen begint al weer op het titelblad. Als auteur wordt ‘Th. Brumming’ genoemd, terwijl op het eerste gezicht juist Van Putten het alter ego van Engelhart lijkt te zijn. Brumming is een bijfiguur die af en toe wordt opgevoerd. Ook in de rest van het boek zijn de personages nauwelijk van elkaar te scheiden. Allen zijn ze bezig met schrijven, allen schenken ze zichzelf nadenkend een glas van het een of ander in (Engelhart hecht eraan in details te treden: we weten wat er gedronken wordt en welke muziek er op staat) en allen zijn ze zeer begaan met het lot van Van Putten.

De vraag ‘is het goed?’ is met betrekking tot zo’n idiosyncratisch boek moeilijk te beantwoorden en ook eigenlijk niet relevant. Een werk als dit is wat het is. Ik vind het een fascinerend boek en bij vlagen ook leuk om te lezen, maar de herhalingen, de overlappingen, de obsessieve drang tot volledigheid geven het een hamerende, wat drammerige toon. Van dat hameren gaat ook een soort impliciete dreiging uit. Onder de regels van Engelhart ligt een smeulende woede over het onrecht dat de hoofdpersoon (de aanname dat dat grotendeels ook Engelhart is ligt voor de hand, maar bij deze dichter weet je het echt nooit) is aangedaan.

Die drammerige toon wordt versterkt doordat je er eigenlijk niet achter komt wat Van Putten nou eigenlijk wil. Waar strijdt deze afgebrande leraar eigenlijk tegen? Wat wil hij bereiken? Dat hij genoeg heeft van zijn werk en dat hij eindelijk een aanleiding ziet om zich ziek te melden en uiteindelijk af te laten keuren, dat begrijp ik. Maar waarom laat hij het daar niet bij? Vanwaar die behoefte om af te rekenen met mensen die hém waarschijnlijk ook liever kwijt dan rijk zijn.  Het is erg moeilijk om Engelhart/Van Putten te volgen in de kluwen van gedachten en redeneringen waar hij zich in verstrikt. Uiteindelijk haak je dan als lezer af en is het te makkelijk om Van Putten links te laten liggen als een oude zeur die toch vooral met zichzelf in de knoop zit. Waarom al die gesprekken met zichzelf, al dat plannen maken, dat in kaart brengen van verontwaardiging?

Want als er iets de brandstof is van dit maniakale project dan is het verontwaardiging. Dagen van Van Putten is een afrekening, een bitter boek. Maar, mocht het ooit voltooid worden, dan is het ook een uniek literair werk. Of het Engelhart ooit de erkenning gaat bezorgen waar hij naar snakt, dat betwijfel ik. Voor dit soort poëtische projecten is nou eenmaal nauwelijks een publiek. Maar tegelijkertijd leeft de verwrongen kluwen van personages die aan de geest van Kees Engelhart is ontsprongen nog lang na het lezen voort in mijn hoofd.

Zeg dus niet dat ik je niet gewaarschuwd heb. 

27 januari 2014

Recensie: Noord - Levity Peters

Levity_PetersDe eerste pakweg achttien jaar van ons leven brengen we door met het het oplopen van allerlei seksuele beschadigingen, kwetsuren en afwijkingen. De rest ervan zijn we, met wisselend succes, bezig aan dat slagveld een mouw te passen. 

Dat gegeven is de ruggengraat van het lange gedicht Noord van Levity Peters, dat afgelopen herfst uitkwam bij uitgeverij De Manke God.

Lees meer "Recensie: Noord - Levity Peters" »

09 december 2013

Lezersdagboek (8): dichtbundels van Budé, Korteweg en Te Bokkel

Pim-te-Bokkel-Dit-is-hoe-een-storm-ontstaatNiets leidt zo af als een stapel dichtbundels op je bureau. Serieuzer werk wacht, maar het bladeren in die dunne boekjes, hier en daar een gedicht lezen, dat eens overpeinzen, weer wat bladeren… Enfin, zo krijg ik natuurlijk geen werk gedaan. 

De schuldigen van het huidige moment zijn Frans Budé (Transit), Anton Korteweg (Waar ik nooit goed in was steeds slechter kunnen) en Pim te Bokkel (Dit is hoe een storm ontstaat).

Lees meer "Lezersdagboek (8): dichtbundels van Budé, Korteweg en Te Bokkel" »

30 november 2013

Lezersdagboek (7): Sebald

Logies-in-een-landhuisWie essays over literatuur schrijft, isoleert zich. Dat is nauwelijks te voorkomen. Zijn er sowieso al verdomde weinig mensen die essays over literatuur willen lezen, de kans dat er een grote groep tussen zit die jouw literaire fascinaties of obsessies deelt is heel klein. 

Zo had ik bij het lezen van Logies in een een landhuis, de essaybundelvan W.G. Sebald die vorig jaar uitkwam bij De Bezige Bij, heel veel moeite om de gevoelens van Sebald voor Johann Peter Hebel, Eduard Mörike en Gottfried Keller na te voelen. Het maniakale schrijven van Robert Walser vind ik dan wel weer boeiend. Vreemde eend in de bijt is het laatste essay over beeldend kunstenaar Jan Peter Tripp. Op het gebied van de schilderkunst ben ik een volstrekte Filistijn, maar het voordeel ervan is dat je de besproken schilderijen kunt afbeelden bij de tekst (wat in dit mooi uitgevoerde boek dan ook uitgebreid gebeurt) en zo ook de niet-ingevoerde lezer meeneemt. 

Lees meer "Lezersdagboek (7): Sebald" »

12 november 2013

Lezersdagboek (6): Engelhart en Snel, twee nieuwe bundels van uitgeverij De Manke God

SnelDen Helder. Het is zo’n stad die je meestal overslaat. Ikzelf tenminste reis regelmatig naar Texel en dan telt de Den Helder niet echt als stad, maar is het iets waar je doorheen moet om op de boot te komen (ooit zat ik er, geheel terzijde, vierenhalf uur vast in de haven, omdat de veerboot door vliegende storm niet kon aanleggen. Terwijl windkracht 9 langs mijn auto raasde las ik Uit Tien van Nachoem M. Wijnberg - nog nooit heb ik, onder invloed van welke middelen dan ook, in zo’n vreemde geestestoestand verkeerd). 

De enige keer dat ik echt iets deed in Den Helder dronk ik koffie met Joop Leibbrand, chef recensies bij Meander, bezieler van de Meander Klassiekers en destijds stadsdichter van ‘de provinciestad aan zee’, en dichter Kees Engelhart. Van beide dichters ligt er nu werk op mijn bureau.

Lees meer "Lezersdagboek (6): Engelhart en Snel, twee nieuwe bundels van uitgeverij De Manke God" »

31 oktober 2013

Lezersdagboek (5): Fitzgerald, Ozymantra, Oosterbaan, McCann - 4x geen recensie

Recensies: na ze een jaar of acht min of meer aan de lopende band geproduceerd te hebben, merk ik dat ik de weerzin tegen het genre nog maar moeilijk kan overwinnen. Als broodwinning (is het dat nog voor iemand? Of is de recensie inmiddels definitief verworden tot een relatiegeschenk aan iemand die mogelijk in de toekomst voor beter betaald werk kan zorgen?) is het tikken van dat soort, zich langs nogal voorspelbare lijnen ontwikkelende, stukjes nog best te doen, maar zo, als blogger, uit vrije wil een recensie schrijven… Ik krijg het bijna niet meer voor elkaar. 

Lees meer "Lezersdagboek (5): Fitzgerald, Ozymantra, Oosterbaan, McCann - 4x geen recensie" »

06 oktober 2013

Lezersdagboek (4): Fosfor longreads-app

Een tijdje terug berichtte ik hier over de subsidie die uitgeverij Fosfor kreeg voor de bouw van een app die zogenaamde longreads distribueert. Sinds een paar weken is die app af (snel gedaan, moet ik zeggen) en ik heb inmiddels de eerste twee longreads gelezen. 

Lees meer "Lezersdagboek (4): Fosfor longreads-app" »

26 september 2013

Lezersdagboek (3): Heaney vertalen

Cover-District-en-CircleEn toen was hij opeens dood. Seamus Heaney, de bekendste dichter van Noord-Ierland (nou goed, op Van Morrison na dan) en toen was het in 2006 verschenen District and Circle ineens definitief zijn voorlaatste bundel. 

Heaney is een dichter die bij mij een enorme jaloezie opwekt. Hij is namelijk een meester van het concrete, een dichter van het ding, zoals bij ons H.H. ter Balkt dat is. Als ik ga zitten om een gedicht te schrijven komt er altijd een gedachte op papier. Natuurlijk heb ik het wel over dingen, maar de dingen prikken nooit door de tekst heen als de egtand die Heaney hier beschrijft:

Bruut verwrongen, verroeste tanden
uit eggen, verwoest door paardenkracht over stenen,
her en der in de stalmuur bevestigd, waaraan 

paardengarelen hingen, gevoerd met zweetdooraderd tijk,
oude teugels vol spinrag, hamen, oogkleppen,
het tuig van de machtige, simpele doden.

District en Circle staat bol van dit soort bijna voelbare, proefbare en ruikbare poëzie. De bundel is dan ook een hommage aan (des dichters jeugd in) het oude Noord-Ierland, een land van boeren en ruige mannen. Dat land van toen wordt afgezet tegen de moderne wereld, waarbij het landelijke district Glanmore en de kleine familiecirkel vervangen worden door de groosteedse metrolijnen District en Circle.

Lees meer "Lezersdagboek (3): Heaney vertalen" »

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën