Je denkt toch niet dat ik zomaar
logeer in hotel Orpheas
en dat ik zonder hoop zit te drinken
in deze tuin die het paradijs welhaast te na komt.
Dat ik zomaar de boot naar Samothraki heb genomen
naar dit eiland van herinneringen,
waar ik rondzwerf tussen brokken steen
die ooit een godencultus schraagden,
maar die nu machteloos verspreid
het uitzicht op het pad verhullen.
Het pad langs de stroom waarop ik achter mij
jouw voetstappen zou moeten horen.
Je denkt toch niet dat ik zo'n sukkel ben
die, al was het maar een tel, zijn hoofd omdraait
om je in de schaduwen te zien verdwijnen
om daarna alsmaar te kankeren en te zuchten
en die achterlijke goden de schuld te geven
van zo'n gemiste kans.
Nee, je denkt toch niet dat ik dat ben,
die man daar in die tuin bij de Foniás.
Kees Klok
* Uitspanning aan het begin van de kloof van de rivier de Fonias, Samothraki, Griekenland.

Heerlijk, heerlijk, deze nonsensicale (en vermoedelijk autobiografische) anekdotiek. Weer wat geleerd: ook dit kan tegenwoordig poëzie heten?
Geplaatst door: Harry J.M. Kleinhoven | 24 september 2011 om 23:06
Het woord nonsensicaal slaaat natuurlijk nergens op, Harry. Dit zeer poëtische gedicht bevat geen enkele zin die als onzin is te qualificeren. Een tragi-humoristisch, mooi gedicht.
Geplaatst door: Paul van de Wiel | 25 september 2011 om 00:10
Ik vind het een prachtig gedicht. Het had, geloof ik, ook een stuk proza kunnen zijn, de ouverture van een verhaal van Pavese of Cheever, wat natuurlijk onzin is, want het is een gedicht van de heer Klok en hij presenteert het aldus. Ik bedoel maar: het had zonder versificatie gekund naar mijn gevoel en het illustreert van kunst dit principe: het heeft evenmin als een ster enig steunpunt nodig.
Geplaatst door: koenraad goudeseune | 25 september 2011 om 10:18
"Het had, geloof ik, ook een stuk proza kunnen zijn", precies, dat is het. Hak een stuk proza in aannemelijke stukjes en je hebt een gedicht. Maar daarmee nog geen poëzie.
Geplaatst door: Harry J.M. Kleinhoven | 25 september 2011 om 10:35
Fraai werkje, zou alleen het woordje 'die' schrappen in regel 9.
Geplaatst door: Kees Godefrooij | 25 september 2011 om 10:55
> Ik vind het een prachtig gedicht. Het had, geloof ik, ook een stuk proza kunnen zijn,
Opvallend. Normaal lees je: het is een flutgedicht. Het had evengoed een stuk proza kunnen zijn.
De aanduiding proza wordt in het algemeen niet gebruikt om de kwaliteit van gedichten te onderbouwen. Maar het kan dus wel, zo blijkt.
Het gedicht leunt zwaar op één stijlfiguur. De retorische ontkenning zeg maar. Die komt veel voor in de praktijk. Sommige mensen laten je wel zes keer per dag weten dat ze niet warm of koud van je worden. Maar intussen.
Dus de ik, de hoofdpersoon, zegt in dit gedicht op een indirecte manier dat hij zijn ex mist bij elke stap die hij zet. Haar - of beter de gemeenschappelijke - sporen op Samothraki kunnen niet worden gewist.
Niets bijzonders. Ik had het je van tevoren kunnen vertellen. Alleen een kind of een dier begint elke morgen opnieuw met een schone lei. Dus het is een beetje naïef om zo te denken.
Dat weet de dichter ook. Maar hij weet ook dat die kinderlijkheid ontroering oproept. En wat mij betreft - hoe kunstig bedacht ook - werkt zijn stijlfiguur. Ik kan me zonder enige moeite verplaatsen in de sokken van zijn Griekse held.
Geplaatst door: buigt | 25 september 2011 om 14:04
> Maar intussen.
Mooi voorbeeld in de popmuziek is het liedje 'I'm not in love'. Of in de beeldende kunst 'dit is geen pijp'. Buiten ontroering wekt die constructie ook plezier op natuurlijk. En de milde humor in dit stukje was ik vergeten te noemen.
Geplaatst door: buigt | 25 september 2011 om 15:44
Graag gelezen,hoe saai dat ook mag klinken. Er blijft wel iets van bij.
Geplaatst door: hoeplah | 25 september 2011 om 16:47
Eh, beste 'buigt', ken je het verhaal van Orpheas (voor Nederlanders Orpheus)? Er is hier dus geen sprake van een 'ex'.
Geplaatst door: Kees Klok | 25 september 2011 om 23:22
Prima prima(c.buddingh/w.f. hermans) Orfeus 'revisited'(post Grieks)in Popspraak ( zeker nog niet in opspraak). Daarom ook eens met Harry K. dat deze een mythisch bevruchte tekst niet erg naar Poëzie (de zulke van mij en Harry zeg maar)smaakt. Maar als het terloops toch sommigen inspireert tot het (her)lezen van andere dichters die dit thema berijmden etc.
Geplaatst door: tedje wacht | 26 september 2011 om 15:04
@Kees Godefrooij: zinvolle tip, ga ik over nadenken. Verder zou ik Harry J.M. en zijn paladijn tedje weleens op een argument willen betrappen. Dat zou in dit forum bepaald revolutionair zijn.
Geplaatst door: Kees Klok | 26 september 2011 om 15:10
Het argument is: ik lees een gedicht, niet poëzie - geen beelden die verrassen, geen taal die als 'vondst' mag worden bestempeld; wel een rechttoe-rechtaan verhaal, in voor de hand liggende bewoordingen, taal die snel verveelt, helaas - en dat was het.
Geplaatst door: Harry J.M. Kleinhoven | 26 september 2011 om 17:09
Beste 'Kees', dat sprookje ken ik ja. Orpheus gaat zijn ex zoeken in de onderwereld. Dus wat is het probleem?
Geplaatst door: buigt | 26 september 2011 om 17:30
Harry, dat zijn meningen, geen argumenten.
Buigt, je hoeft niet op alles te reageren. Liever niet zelfs.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 26 september 2011 om 20:38
Uw wens is mij bevel o meester.
Geplaatst door: buigt | 27 september 2011 om 09:29
Ik ben het beste heer Kees Klok hartgrondig met Harry K. zijn prima! geformuleerde bezwaren (mijnheer Breukers een ander dan u zou ze best eens als argumenten kunnen lezen)eens, met Harrie K dus die ik zelf niet persoonlijk ken. Maar in dit geval zijn paladijn te worden genoemd, bewijst alleen maar dat 2 meer weten dan 1. Poëzie is woordkunst, wie zei dat ook weer? Maar ik weet het, in bepaalde kringen zijn zelfs de laatste restjes Ars Poetica zo niet verdacht dan wel totaal onbekend.
Geplaatst door: tedje wacht | 27 september 2011 om 09:57
NB. mijnheer Goudeseune (pseudoniem toespelend op Gouden Apollo?) heeft het hierboven over versificatie, welke alhier niet zoude behoeven.'Het had zonder versificatie gekund naar mijn gevoel' Awel, welke versificatie dan wel mijnheer Goudeseune? U leest duidelijk anders wat er staat dan ik. Overigens een ster die zonder steunpunt in de kosmos hangt, wat zouden astronomen van zo'n (sic) standpunt vinden? Of moet dat maar kunnen in de verskunst?
Geplaatst door: tedje wacht | 27 september 2011 om 10:25
Geen idee tedje wacht, maar ik hoor het vast van u?
Geplaatst door: koenraad goudeseune | 27 september 2011 om 12:16
Grapje tevens antwoord mijnheer Goudeseune (dat mag toch?); 'Een ballon, een ballon, een ballonnetje,
een ballonnetje dat danst de in de wind, aan een touwtje..' En als nu dat touwtje los haakt, losraakt of breekt, haar houvast dan wel steunpunt kwijt raakt, de aarde vaarwel zegt, op weg naar de zon huppelt, wat tussen de sterren blijft rondhobbelen - oarbleu god wat een kunst zeg, kijk toch kunstenmakers de kosmische eeuwigheid lonkt.
Geplaatst door: tedje wacht | 27 september 2011 om 12:53
oarbleu,herstel:parbleu. En,die kosmische eeuwigheid, lonkt in dit geval natuurlijk sterrenkundig niet, maar KLOKT.
Geplaatst door: tedje wacht | 27 september 2011 om 13:23
Theo, ik kan het niet duidelijker zeggen dan ik het nu ga zeggen: HOU OP.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 27 september 2011 om 14:06
Jammer Chrétien, mijn humor/grapjasserij kwam
kennelijk niet over. Hoe bloedernstig ik toch ook kan zijn, las je vast al eens in De Laatste Stad (De Weideblik 2004,Hermkens/Vanderwacht}. Sans Rancune, Theo van der Wacht, Den Haag.
Geplaatst door: tedje wacht | 27 september 2011 om 15:33
Het gedicht is aardig opgebouwd. Trede voor trede, als Orpheus op de trap. Ook aardig hoe iedere strofe het landschap completer maakt. Er zit een draai in de laatste strofe. Aardig grapje? Of zet dat het hele gedicht in een ander licht?
Geplaatst door: Bertus Pieters | 27 september 2011 om 21:04
Ik ben laat, maar ik had al meegelezen en ik bleef maar piekeren of het wel of niet een gedicht is, en ik bedacht uiteindelijk dat het geen verhaal is. Ik bedoel, het heeft niet genoeg substantie om een verhaal te zijn. En er is een introspectief ik-subject aan het woord.
Dat, gecombineerd met de versregels en de witregels is m.i. voldoende om het een gedicht te noemen. Niet, Harry?
Dat gezegd hebbende, denk ik toch niet dat ik het een heel goed gedicht vind. Mythologische intertekstualiteit met een laagje anecdote, maar dan met te verheven taalgebruik om een anecdote te kunnen zijn. Ik bedoel, het is zo geforceerd. Schragen, verhullen, machteloos verspreide stenen, wie praat nu zo tegen zijn dode vrouw? Of is dat een hint naar het Griekse drama?
En hoewel het aardig is opgebouwd, zoals mijn voorganger zegt, is het ook voorspelbaar, net door die opbouw.
Een rock'n'roll versie van dit gedicht, die zou ik wel eens willen zien. Een zonder witgeverfd masker, maar met een vetkuif. Want ik denk wel dat het nog wat kan worden... :)
Geplaatst door: Runa De Moudt | 28 september 2011 om 21:32
Ik vind dit een genietbaar gedicht. Heel in de verte [door woordkeuze voornamelijk] moest ik aan Kopland denken, ware het niet, dat dit gedicht inhoudelijk op eigen benen staat. Een andere zeggingskracht heeft en anders werd opgebouwd. Ook is dit gedicht toch meer van toen en toen en toen. Het staat niet stil, maar goed. Poëzie is natuurlijk meer dan taal alleen. De sfeer die dit ganse gedicht oproept bevalt me prima. Ik dacht: zou ik iets willen wijzigen? Had het iets gebalder gemogen? Maar het antwoord is nee. Mij stoort die voorspelbaarheid niet. Ik vind het juist als een warm bad zo. Mooi in balans.
Ik vind het trouwens onzin, om in elk gedicht de verrassing te willen zoeken volgens de eigen norm. In dit gedicht zit wel degelijk verrassing, echter subtieler en minder nadrukkelijk. Niks ego, niks 'bewijzerig', bijna alsof deze dichter in dienst van het gedicht heeft geschreven.
Geplaatst door: Lilian Caessens | 29 september 2011 om 04:00
Ow ja en auto-bio-[gerafisch;-)]? Of dat nu wel of niet zo is, maakt toch niet uit? Niet met een gedicht als dit in elk geval. Dit kan een beetje lezer naar zichzelf toetrekken. En dat is dan voor de goed verstaander.
Geplaatst door: Lilian Caessens | 29 september 2011 om 04:04