Twitter

Facebook

Uitgeverij De Contrabas
Uitgeverij De Contrabas

Elders

Hoofdmenu

Ben ik nou degene die zo slim is, of ben jij zo dom?

01 april 2010

Omdat het avond werd en de barbaren niet gekomen zijn (2)

Irony e-Post van een redacteur. Of ik misschien overwogen heb om de titel van de debatavond in De Rode Hoed ironisch op te vatten? Het antwoord is: "Ja, maar dat is niet nodig." De bittere ernst waarmee de betrokkenen zichzelf naar de top van de Parnassus slepen, is met geen ironie te verzachten.

Ik neem de redacteuren van de literaire tijdschriften trouwens graag serieus, omdat ik literaire bladen heel serieus neem. Daarin ben ik een romanticus. Of beter, daarin ben ik onverbeterlijk naïef. Daarom bloedt mijn hart als ik zie hoe diezelfde bladen hun eigen, eh, unique selling points... verkwanselen.

Neem nu het meest recente nummer van Hollands Maandblad, mij toegestuurd door een alleraardigste medewerker van de uitgeverij.

Hét Maandblad. Opgericht door K.L. - Bert - Poll. Ooit. Inmiddels, na enige zijsprongen, opnieuw onder een eenmansleiding. Van Bastiaan Bommeljé. Die er in zijn eentje voor zorgt dat de cultuur, wat zeg ik, dat ónze cultuur, gevrijwaard blijft van populistische tendensen en gemakzuchtige schrijfsels, die ons jaar in jaar uit voedt met het beste en het mooiste dat de letterkunde (en de beeldende kunst) ons kunnen bieden.

Mits dat moois is geselecteerd, voorgeproefd en geserveerd door een kundige poortwachter. Mits vooraf besnuffeld door Bastiaan Bommeljé.

De unieke, onverwisselbare, onmisbare, onomstotelijk kwaliteitsvolle inhoud van het nieuwe nummer wordt geleverd door iemand die overal publiceert (Arnon Grunberg), een redacteur van De Revisor (Erik Lindner), iemand die vroeger dichter en criticus was en publiceert waar de eindredactie zijn teksten kan verdragen (Piet Gerbrandy), door Leo Vroman, door een vaste medewerker van Tirade (David Pefko), door debutante Vicky Franken (bekend van Meander, en door haar vele optredens), door de onlangs gestorven J.J. Peereboom (de enige "echte" HM-er), door Bas van Putten (die ook wel eens elders wat doet), door Max Niematz, door L.Th. Lehmann, door een ex-politicus die Wijsenbeek heet (HM en politiek, dat is ook redelijk uniek) en door Paul van den Hoven, een Utrechtse antiquaar die helaas niet al te fel is aangeraakt door de Muzen. Het nummer sluit af met een in memoriam Jan Pen, - het volgende nummer kan worden afgesloten met iets dergelijks, voor J.J. Peereboom.

Bijna allemaal zijn het "medewerkers" die elders hun spullen kwijt zouden kunnen. En de échte Hollands Maandblad-auteurs (Pen en Peereboom) tuimelen in het graf. Literaire kwaliteit is geen reden om het blad elke maand aan te bieden. Een visie, een drive - die zou ik wel eens willen zien. Maar veel verder dan een schril "Tegen de barbaren" - al dan niet ironisch bedoeld - komen we op deze manier, ondanks de geleverde, ja ja, kwaliteit, niet. En ik kan zonder ironie zeggen, dat ik dat betreur.

Aflevering 1 van deze reeks overpeinzingen stond hier.

30 maart 2010

Omdat het avond werd en de barbaren niet gekomen zijn (1)

Fokke_sukke_boekdrukkunst [Door Chrétien Breukers] De discussie zou niet moeten gaan over de vermeend "prangende vragen" zoals: "Waarom verschijnen er nog literaire tijdschriften nu iedereen zelf kan twitteren? (...) Zijn de nieuwe media vriend of vijand? Kortom: wat is de rol van literaire tijdschriften in een tijd van culturele versplintering?" Maar over de vraag: "Waarom willen wij een blaadje volschrijven?" Een vraag die de gemiddelde redacteur van het gemiddelde literaire blad zich op de een of andere manier maar niet lijkt te kunnen stellen.

In zijn gedicht 'Wachtende op de barbaren' evoceert Kavafis een sfeer van uitzonderlijke lamlendigheid. Ergens, in een stad, wacht men op "de barbaren" en iedereen, van hoog tot laag, is geslagen door bewegingloosheid. De laatste strofes wijzen uit dat de barbaren het helaas hebben laten afweten; dan schrijft hij: "En er kwamen mensen aan uit het grensgebied. / Die zeiden dat er geen barbaren meer zijn. // En wat moeten wij nu zonder barbaren. / Die mensen waren tenminste een uitweg."

In het huidige literaire veld zijn de redacteuren van de "papieren bladen" de bewoners van een Romeinse stad, en de bewoners van het web de barbaren. De bewoners van de Romeinse stad zijn door en door decadent, de barbaren staan klaar om die decadentie te vermorzelen. Helaas verheugen de redacteuren van de "papieren bladen" zich niet op de komst van de barbaren, getuige de titel van een interne debatavond: Tegen de barbaren.

Zelfs als uitkomst worden de barbaren, blijkbaar, afgewezen. Vier redacties zullen onderling spreken over hun onderlinge nut en noodzaak, over de manier waarop de literatuur wordt gered. Van de barbaren. Waar je tegen moet zijn. Dit alles met de kwaliteit als sjibbolet, die eigendunk en grootheidswaan aan het oog moet onttrekken. En ik zeg dit nota bene als groot liefhebber van literaire tijdschriften (op DW B en nY na; dat zijn geen literaire tijdschriften, dat zijn bladen waarin een hinderlijke vorm van letterkundig exhibitionisme wordt gecelebreerd).

Na een gespreksavond met een samenstelling als Tegen de barbaren hebben de papieren bladen helemaal geen echte barbaren meer nodig; een wereld die te zeer in zichzelf gekeerd is, zakt vanzelf in elkaar. Meestal na een late bloei, maar die is volgens mij in de jaren zeventig en tachtig geweest, toen Maatstaf, Tirade en De Revisor maatgevend waren (in Nederland; in Vlaanderen stonden De Brakke Hond en Het Nieuw Wereldtijdschrift in bloei) in de literaire wereld. Die invloed kalfde de afgelopen twintig jaar langzaam af, en nieuwkomers hebben die posities niet kunnen innemen.

Lees meer "Omdat het avond werd en de barbaren niet gekomen zijn (1)" »

18 maart 2010

Tegen De Barbaren * Hic Sunt Leones

Emblemata De Rode Hoed is een debatcentrum, zeg maar een vergaderzaal voor mensen met linkse hobby's, in Amsterdam. Ooit opgericht door Huub Oosterhuis, de dichter en liedtekstmaker wiens liturgische zangwerk onlangs - en zeer terecht - door de katholieke autoriteiten is weggeschnitzeld uit een of ander liedboek. In De Rode Hoed vindt op 6 april een "debat" plaats "Over functie en belang van literaire tijdschriften".De avond-omspannende titel van het debat is "Tegen de barbaren". Wie de barbaren zijn, blijft voorlopig in het midden.

"Wat is de rol van literaire tijdschriften in een tijd van culturele versplintering? Deze en andere prangende vragen staan ter discussie op de[ze] debatavond (...)." Tsja. Marc Kregting had laatst 12 afleveringen en 1 addendum nodig om deze vraag enigszins te omzwermen. Het zal niet gemakkelijk worden. Je hebt trouwens ook gasten nodig uit alle onderdelen van dat versplinterde, culturele veld. Iets waar ongetwijfeld in is voorzien? Toch?

Redactieleden van De Gids (Dirk van Weelden, Maria Barnas), Hollands Maandblad (Bastiaan Bommeljé), De Revisor (Gustaaf Peek, Erik Lindner) en Tirade (Ester Naomi Perquin, Menno Hartman) gaan in discussie met elkaar, critici en lezers, slechts onderbroken door videoboodschappen en columns. M.m.v. Elsbeth Etty, Atte Jongstra, Paul Sebes, René van Stipriaan en anderen.

Tiens. Dat zijn wel erg veel... usual suspects. Die het, en dat is natuurlijk wel roerend, hartstochtelijk met elkaar eens zullen zijn. Maar misschien is het toch tijd om de discussie eens niet alleen intern te voeren. Want waar de barbaren wonen, daar zijn ook leeuwen... en we weten allemaal wat die doen met onschuldige, naïeve tijdschriftredacteuren. 

Frits Bolkestein, lam of leeuw? En Vaessens?

Hoofdredactioneel2 'Wij leven in een bezeten wereld. En wij weten het.' Huizinga, natuurlijk. In de schaduw van morgen. Openingszinnen. Hij ging zo verder: 'Het zou voor niemand onverwacht komen, als de waanzin eensklaps uitbrak in een razernij, waaruit deze arme Europese mensheid achterbleef in verstomping en verdwazing, de motoren nog draaiende en de vlaggen nog wapperende, maar de geest geweken.'

Frits Bolkestein zal deze prachtige zinnen kennen. Of hij ze onderschrijft, is iets anders, maar hij werkte zelf de afgelopen dagen mee aan een 'verstomping en verdwazing' zonder weerga; de vlag wapperde niet meer, hij hing halfstok en was tot op de draad versleten. Dat is jammer, want Bolkestein heeft wel een punt, als hij de legitimiteit van een jury, of literaire jury's in het algemeen, ter discussie stelt. Helaas deed hij dat punt meteen zelf teniet door meteen te gaan inhakken op de uiteindelijke winnaar.

Bolkesteins 'opniestuk' in de NRC bevatte nog wel aardige passages en was doordesemd van een niet-onsympathieke afkeer van "het Franse deconstructivisme", maar van de machtspoliticus Bolkestein verwacht je toch meer dan gestampvoet. Hij lijkt wel een mak lammetje, dat achteraf, als het niet meer tussen de boze deconstructivisten verkeert, ineens begint te briesen. Alsof hij eerder niet durfde.

Lees meer "Frits Bolkestein, lam of leeuw? En Vaessens?" »

08 maart 2010

Politiek, een vak apart; over de dichter / politicus Baban

Baban Op een dag word je wakker en ben je veranderd in, nee, niet in een "Ungeziefer", maar in een elitaire, witte dichter die "allochtone dichters" uitsluit, wat zeg ik, discrimineert en moedwillig van het podium houdt. Het is weer eens wat anders dan voor fascist of ressentiment-lijder te worden uitgescholden.

Baban, een Utrechtse dichter die in Irak werd geboren en opgroeide, schudde een paar keer aan de Utrechtse boom waaraan ik een heel klein takje ben. Hij deed dat op het Nationale Boekenblog (NBL) en hier, op De Contrabas (CB). Dit is zijn eerste stelling op het NBL en dit zijn de reacties op de CB. De tweede ronde, waarin Baban zich opwerpt als kandidaat-stadsdichter van Utrecht in 2011: op het NBL en op de CB.

Politiek bedrijven is ook een kunst, maar Baban legt het er wel heel erg dik bovenop. Hij heeft een doel (stadsdichter worden) dat hij met de hem ten dienste staande poëtische middelen (zijn werk) niet kan bereiken. Daarom moet hij een situatie ontwerpen waarin hij (de autochtoon, de niet-blanke, de "vreemdeling") wordt uitgesloten.

Helaas wordt hij dat niet, maar als je drie keer zegt dat je wordt uitgesloten, dan is er altijd wel iemand die je klacht oppikt, het NBL bijvoorbeeld.

In zijn laatste reactie legt Baban zijn kaarten op tafel:

"Wij willen een einde maken aan het elite literaire wereldje, waarin zich alleen vriendjes politiek laat zien. Ik ga deze eentonige kleur in dit mozaïek gezicht van Utrecht veranderen. Meer kleuren meer dromen dan gaat het leven niet meer saai worden. The change is coming a.s.a.p. :) Yes we Can! Mandela-Africa Obama-America Baban-Netherlands"

Babans tactiek is niet onvaardig en levert hem, in dat "elite literaire wereldje" zeker aandacht op. Helaas bedient hij zich niet alleen van holle retoriek, hij gaat daarbij een leugentje om bestwil niet uit de weg. Op zijn website schrijft hij: "Begin 2009 was hij (Baban, CB) kandidaat voor het stadsdichterschap van Utrecht."

Het betrof hier een open inschrijving, waar twee dichters gehoor aan gaven: Ingmar Heytze en Baban. Met een kandidatenlijst is nooit gewerkt. Baban probeert van een gewone sollicitatie een wedstrijd van episch karakter te maken. Hij lijkt Martin Ros wel.

Zolang niemand durft te zeggen dat Babans retoriek doorzichtig is, dat hij de waarheid hier en daar geweld aandoet en dat de gedichten die hij publiceert ongeveer net zoveel op gedichten lijken als een roos op een grashalm, kan hij zich blijven verschuilen achter drogredenen en holle kreten. (Wordt vast wel weer een keer vervolgd, al zou de mantel der liefde ook een optie zijn.)

21 februari 2010

Kwaliteit is kwaliteit, als ik er kwaliteit op zet

Watnu In een boeiende queeste naar iets, is Marc Kregting inmiddels aanbeland bij aflevering 6. Hij opent hoopvol. "Vooralsnog bewijst recensieplatform De Reactor zijn nut: het overtreft nu al enige maanden de boekenbijlagen." Onderzoek naar dit overtreffen wordt niet bijgeleverd. Maar het is wél zo, blijkbaar. Prachtig, en een echte opsteker voor secretaris-generaal Jeroen van Rooij.

Jammer genoeg bevat het stuk van Kregting verder niet veel meer dan wat mitsen, en maren ("Dat ik van de poëzierecensies meer had verwacht, ligt vermoedelijk mede aan hun biotoop.") en het gebruikelijke geschuifel, de eeuwige variant op het aforisme "kwaliteit is kwaliteit, als ik er kwaliteit op zet".

Jammer genoeg spreekt Kregting, inmiddels ook een constante, over "rancune" (van ons, CB) en bezigt hij zelfs het woord "haatcampagne" (door ons, CB). Hij stelt bovendien: "Bediscussieerd werden (bij ons, CB) ‘kwaliteit’ en ‘professionaliteit’, maar de indruk verdween niet dat doorn in het oog de brede subsidie voor De Reactor was. Dat fenomeen is, samen met het juryrapport, dé sparringpartner voor boksfestijnen in de onderwereld."

Ach ja. Ik vind inderdaad dat elke cent subsidie voor De Reactor er een te veel is; niet uit rancune, maar omdat De Reactor niet veel meer is dan een digitale zelf-felicitatie-dienst. Geleid door mensen die erg handig zijn in het binnenrijden van kruiwagens met steun, die ze nog hard nodig zullen hebben de komende jaren, als de goede bedoelingen voorgoed zijn vervaagd, en de bezoekers nog meer wegblijven dan ze nu al doen.

17 februari 2010

Festivalcultuur of letterenbeleid?

- Over Benders, Het Andere Boek, Sigrid Bousset (Het Beschrijf), festivalcultuur en letterenbeleid -

Hoofdredactioneel2 Onlangs veegde Martijn Benders op zijn weblog, in een vermakelijk zelf-interview, de vloer aan met wat hij "de festivalcultuur" noemt: "U dient te begrijpen dat die hele festivalcultuur in onze maatschappij een vorm van instantcultuur is geworden. Het is pure fastfoodcultuur: snel even wat ‘cultuur’ opsnuiven vanavond dan hoor ik er weer bij, dan heb ik iets zinnigs gedaan. Noemt u mij eens vijf festivals die in 1922 plaatsvonden?"

In hun rubriek Feuilles virtuelles schrijven Hans Cottyn en Dirk Leyman over het plotselinge ophouden van Het Andere Boek (zie ook dit bericht op De Papieren Man):

"Het siert Het Andere Boek dat ze niet ‘achter subsidies jagen’, maar vergeten we niet dat de organisatie bijvoorbeeld wel 20.000 euro kreeg van het Vlaams Fonds voor de Letteren en 10.000 euro van Antwerpen Boekenstad, naast een fikse dot geld van de Provincie Antwerpen. Ongetwijfeld zullen die centen nu nuttig en elders besteed worden, ter leniging van andere dringende letterennood. Want er is ook Crossing Border, dat zijn tenten vorig jaar in Antwerpen opsloeg en toen al 20.000 euro kreeg aangeboden van de stad, nog voor het evenement plaatsvond. Dit jaar mikken ze zelfs op twee dagen literatuur en muziek. De aflossing lijkt verzekerd. En er zijn verder nog De Nachten en ZuiderZinnen die Antwerpen literair bedienen, om van de Boekenbeurs nog maar te zwijgen – al is dáár de literatuur natuurlijk niet het haantje-de-voorste. Toch mag het in een periode van schaarser wordende subsidiemiddelen en nakende besparingen een prioriteit heten om de violen te stemmen en elkaar geen vliegen af te vangen."

En ze vervolgen met een nogal angstaanjagende passage: "Zoals het er nu naar uitziet, zal elke organisator zijn graantje uit de openstaande ruif van Het Andere Boek willen meepikken. De professionals van Het Beschrijf, Boek.be en de Vooruit, ze staan allemaal op de eerste rij om ‘iets met (literaire) non-fictie’ te doen, wat toch de sterkte was van Het Andere Boek."

Het lijkt verdorie wel of de festivalcultuur inderdaad om zich heen grijpt, overal waar er maar een graantje cultuur geld te vinden is.

Vanmiddag las ik een tekst van Sigrid Bousset, directeur van Het Beschrijf. Bousset reflecteert eveneens op het verdwijnen van Het Andere Boek en formuleert twee vragen die zij van belang acht:

Het is nù het geschikte moment om even boven onze drukke agenda’s uit te stijgen en ons volgende vragen te stellen: 1. Zijn we tevreden over het literaire landschap vandaag? Zijn er lacunes en wat kan beter? 2. Hoe kunnen we de diversiteit van het literaire veld in Vlaanderen ondersteunen door een coherent letterenbeleid op lange termijn?

Haar slotalinea vat volgens mij precies samen waarin "het letterenbeleid" niet zozeer faalt, maar wel móét falen. Ik citeer:

"Om het boeiende literaire veld zoals het zich vandaag presenteert de nodige kansen te geven op verdere groei en bloei, dienen de literaire actoren met zijn allen samen de balans op te maken en vooruit te kijken, en dient ook in het beleid orde op zaken te worden gesteld. Het tegengaan van de versnippering in subsidieverstrekking is alvast een duidelijk punt in de beleidsbrief van Joke Schauvliege. Laten ook wij, literaire organisaties, ons eens flink bezinnen over waar we willen staan in 2020, maar liefst al eerder!"

Ja, dat klinkt goed, en constructief. Maar het is in wezen de oproep om het gegraai in een ruif samen voort te zetten, in plaats van ongeorganiseerd. En nee, ik heb niks tegen het bestaan van die ruif, die ruif kan mij niet groot genoeg zijn.

Maar volgens mij gaat er wel te veel geld naar festivals, naar "actoren", naar ambtenaren, naar letterkundige bladen die best van het infuus af mogen, naar van alles en nog wat, maar niet naar schrijvers, uitgevers en vertalers.

En zo zijn sommige mensen toch, zonder het te weten, onderdeel van die gesignaleerde festivalcultuur, die met geen letterenbeleid ter wereld tot een literaire cultuur lijkt te kunnen worden omgevormd.

10 februari 2010

"De scherpe knip tussen jeugdboeken en volwassenen literatuur"

Bibliotheek Onze middelbare school had een vrij goede bibliotheek. Met een bibliotheek bedoel ik nog echt: een ruimte waarin meerdere stellingkasten, gevuld met boeken en tijdschriften, stonden opgesteld. De mediatheek was als fenomeen nog onbekend. Eppo van Nispen begon zich net af te wenden van het boek. Internet bestond niet. Ik heb het over de periode tussen 1977 en 1983.

De bibliothecaresse heette mevrouw Kimwel. Een lieve vrouw, aan wie ik vrij veel te danken heb. 'k Heb menig uur onder de welwillende supervisie van mevrouw Kimwel gesleten en genoten. Je kon er op je gemak de krant lezen, in die ruimte terzijde van de centrale hal. Behalve De Limburger stonden ook De Volkskrant én de Telegraaf in het eclectische rek van Kimwel.

Je kon de nieuwe nummers van Maatstaf, De Revisor en Bzzllettin doornemen. Het Kritisch Literair Lexicon stond altijd klaar, als je voor een werkstuk iets over wilde schrijven. En je kon er boeken lenen. Nederlandse, Engelse, Duitse én Franse boeken. Voor mij persoonlijk een mirakel op zich, dat, ik ben nu toch bezig, en daarom zal ik dit cliché maar even gebruiken, hele werelden opende.

Ik leende boeken van Graham Greene, Jeroen Brouwers, Herman Hesse, Jotie T'Hooft, Sartre & Camus, Simone de Beauvoir, enfin, de hele trits namen, balsem voor de puberziel, sleepte ik mee naar mijn jongenskamer, en weer terug, naar de altijd glimlachende mevrouw Kimwel, moge haar naam nog steeds met respect worden genoemd. Ze had ook een prachtige dochter, maar dit terzijde.

Toch was het in die mooi, goed gesorteerde bibliotheek altijd vrij rustig. Lezen stond, zelfs op het VWO, niet in hoog aanzien. Lezen, dat was iets voor studiebollen, en wie wilde er nou een studiebol zijn? Niemand blijkbaar. Maar er waren nog geen doelgroepen, en nog geen doelgroep-onderzoeken. Het waren andere tijden.

Kimwel vulde de bibliotheek met boeken en wij, de leerlingen van tussen de 12 en de 18, leenden en lazen die. Er was een strikte verdeling tussen het aanbod (bepaald door Kimwel) en de afname (door een honderdtal leerlingen dat wél las).

Hoofdredactioneel2 Vandaag las ik een stukje bij Ted van Lieshout, waarin hij onderzoek naar leesgedrag van jongeren doet, verricht op de Rijksuniversiteit Groningen, bespreekt. Dat leesgedrag is natuurlijk niet erg actief. Allerlei redenen zijn daarvoor aan te voeren. En Van Lieshout citeert het onderzoek: “Ook veranderende vrijetijdsbesteding speelt een voorname rol. Verder zorgt de scherpe knip tussen jeugdboeken en volwassenen literatuur na de derde klas voor verminderd leesplezier.”

Dat vind ik, eerlijk gezegd, een gotspe. In mijn geval was juist die knip, die scherpe, felle breuk tussen de kinder- en jeugdlectuur en de literatuur voor volwassenen die mijn leesgedrag deed uitslaan, als een veenbrand.

Rond mijn veertiende ontdekte ik ineens alles tegelijk, en las ik wat ik in Kimwels paradijs tegenkwam - van Toon Kortooms tot Simon Carmiggelt en Godfried Bomans, van Hubert Lampo en Johan Daisne tot Jeroen Brouwers en Hans Warren. Van Lodewijk van Deyssel tot Thea Beckmann en Rinus Ferdinandusse. Van Jan Willem van de Wetering en Robert van Gulik tot Boudewijn Büch en Cees Nooteboom en Gerrit Komrij. Hella Haasse, Ellen Warmond, Nel Noordzij en Mensje van Keulen. Enfin. Alles. Rijp en groen door elkaar.

Van Lieshout signaleert: "Boeken voor jongeren worden te weinig ingekocht [door bibliotheken, CB], waarschijnlijk vanwege het beleid: veel exemplaren van populaire boeken en dus minder exemplaren van de rest. En hoegenaamd niks – ja, ik chargeer een beetje – voor de groep die door de bibliotheken als verloren lijkt te worden beschouwd: de adolescenten."

Ik denk dat Van Lieshout hier, in een poging om zijn eigen doelgroep te bereiken, voorbij gaat aan wat het lezen van literatuur, zeker voor de "beginnende lezer", is: het ontdekken van een wereld die eerst onbekend was; niet een wereld die op je is toegesneden, nee, een nieuwe wereld waar je nog niet bijhoort, maar waar je wel bij wil gaan horen.

23 januari 2010

Maarten Doorman: naar een digitale kunstkritiek

Hoofdredactioneel2 "Dit kan het moment zijn om los te barsten in een litanie over dat deplorabele internet, over het eindeloos kopiëren van wat anderen zeggen, over al die voorspelbare opmerkingen over kunst, de amechtige neiging om op te vallen door de leukste of de botste of de smerigste of de hipste te zijn, de onophoudelijke schreeuw om aandacht van slecht geïnformeerde zielepoten die maar door tikken, over de rancuneuzen, de luien, de dommen, de krankzinnigen, de slechten, de ijverigen, de lolbroeken, de pedanten, de vuillakken, de leperds, de argelozen en de bedriegers die de blogs bevolken waarin over kunst wordt gestameld, gemopperd, gekletst en gezwetst."

Schrijft Maarten Doorman vandaag in De Volkskrant. Maar zijn stuk, over kunstkritiek op internet, een stuk dat gelukkig zowel digitaal als op papier beschikbaar is, heeft niet alléén deze invalshoek. Hij vervolgt: "Maar het zou een vergissing zijn te denken dat al die rotzooi aan internet te danken is. Internet maakt alleen zichtbaar wat er is, en daaruit kunnen we concluderen wat goede kritiek dus kan toevoegen aan het kunstdiscours." 

Goede kritiek. Kunstdiscours. Fijne begrippen, uit de gereedschapsdoos van de wetenschappelijk ingestelde beschouwer. Die volledig aan zijn trekken kan komen in Doormans herderlijke brief. Gelukkig is er, voor de niet-intellectueel, ook een praktisch gedeelte opgenomen. Doorman geeft namelijk hét (zijn) siteplan van een "ideale" website voor de kunstkritiek:

Lees meer "Maarten Doorman: naar een digitale kunstkritiek" »

18 januari 2010

Hé lul, heb je nog geneukt? Over straattaal.

Straattaal Poëzie moet van alles, om de zoveel tijd. Soms moet ze ontregelen, dan weer verontrusten of heupwiegen, - en ik vóél de laatste tijd een zekere mate van verplichte straattaal aankomen, op de een of andere manier. Want de straat, nietwaar, daar moeten we - nu de gemiddelde ivoren toren jaren onder de prijs te koop staat - aansluiting mee zien te krijgen. Nieuwe lezers, die kun je vinden. Op straat.

Lees meer "Hé lul, heb je nog geneukt? Over straattaal." »

Uitgeverij De Contrabas
Das Haus am Salzhof. Pension in Brandenburg a/d Havel, dichtbij Berlijn. Vanaf 10 augustus 2013. Interessant voor schrijvers en dichters.

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

april 2014

ma di wo do vr za zo
  1 2 3 4 5 6
7 8 9 10 11 12 13
14 15 16 17 18 19 20
21 22 23 24 25 26 27
28 29 30        

Colofon

Redactie: Chrétien Breukers. Reacties onder eigen naam of dichters- pseudoniem zijn zeer welkom. Anonieme of niet ter zake doende reacties worden verwijderd.

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën