Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« Wekelijkse poëzierubriek op Tzum | Hoofdmenu | Achteraf is alles altijd eenvoudig (2): over Wouter Godijn en Philip Hoorne »

18 mei 2015

Gelezen boeken: San Bos

San bosJe moet wat is niet meteen een titel die vrolijkheid suggereert. En vrolijk zijn de verhalen van San Bos dan ook niet, al zijn ze zeker niet on-vrolijk. Volgens de flaptekst geven de verhalen van San Bos ‘in enkele pagina’s een inkijkje in een heel mensenleven’, en ja, dat is waar. Maar het is ook verwerpelijk flaptekstenproza. Wat is ‘een inkijkje’? Wat is ‘een mensenleven’?

In haar debuutbundel keert Bos terug naar de jaren zeventig, naar de debuten van Mensje van Keulen en Hans Vervoort of Hilbert Kuik. Realistisch proza, met een melancholische of soms ronduit droevige ondertoon. Mensen aan de rand van de samenleving. Mensen met een gebrek (in ‘Snackcorner Mus’ speelt een vrouw met obesitas een prachtige hoofdrol). Mensen die net gescheiden zijn. Mensen met een minnaar. Het is altijd wat en altijd ellende.

Alleen met dat menselijke wrakhout zou Bos het niet redden in deze kleine bundel (112 bladzijden). Daarvoor is het allemaal al net iets te vaak gedaan. Ze heeft niet de flonkering waarmee F.B. Hotz zijn randfiguren bracht en ze mist de absurdistische ondertoon van Rob van Essen of A.H.J. Dautzenberg. Wat haar boek boven de middelmaat laat uitstijgen is de stijl die ze hanteert: die is tot op het bot uitgebeend, zonder kaal te worden.

In korte, vaak enkelvoudige zinnen laat Bos de drama’s langzaam maar zeker gebeuren. Er wordt bijna niets uitgewerkt, alles wat de lezer te zien krijgt wordt zonder commentaar of oordeel gepresenteerd. Een voorbeeld uit het eerder genoemde ‘Snackcorner Mus’:

Het was woensdag en er scheen een felle herfstzon. Erik, een man in een rolstoel die ze Wheelie noemen, kwam binnen. Hij groette en ging aan een van de gokmachines hangen. Bij onze eerste ontmoeting keek hij naar mijn borsten met een mengeling van ontzag en medelijden. Ook al heb ik niet veel ervaring met seks, ik weet wat ze denken, ik weet wat ze willen maar niet doen, althans niet met mij. Seks is een feestje waar ik nooit voor uitgenodigd word. Maar kennelijk is de nieuwigheid van mijn aanwezigheid eraf en ben ik even seksloos voor hem als voor iedereen.

Bos laat hier zien dat ze iemand kan neerzetten. Hoe droevig de hoofdfiguur ook is (‘Dikke mensen zijn gezellig, ik niet.’), zij houdt hier een zekere waardigheid - en dat zit in de manier waarop Bos haar omschrijft. De stijl doet haar leven. Het is daarom jammer van dat ‘een mengeling van’: die is er net even te veel aan. Als Bos dit soort oneffenheden uit haar werk weg snoeit, kan ze een boek schrijven dat niet alleen goed is (zoals Je moet wat), maar heel goed.

Reacties

Laat een reactie achter

Reacties worden gemodereerd en zullen niet verschijnen op deze weblog voordat de auteur ze heeft goedgekeurd.

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...