Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« Door de ironie heen (9): film kijken | Hoofdmenu | Boeken die ik twaalf jaar niet heb gezien (26): David Vogel »

19 januari 2015

Door de ironie heen (10): Woody Allen, film, gedichten, Guido Utermark, Jan Campert-prijzen

To-rome-with-love-poster1Wel verbinding geen contact is een bundel van Guido Utermark. Het boek is uitgegeven door Opwenteling in Eindhoven en slingert nu al een maand of wat door het huis. Ik lees af en toe een paar regels en dan vraag ik me af wat ik er van vind. ‘Wij leveren gratis inhoud / en zij superdum gelamineerd / Hare Krishna-bewustzijn’, Dat is de eerste strofe van ‘Het is beetje een technisch verhaal’. De vierde strofe: ‘het verwijderen van poëzieresten / uit het dagelijks afval / is een flinke kostenpost’. Mooi, maar als ik Utermark begin te lezen krijg ik meteen het idee dat iemand de deur dichtgooit, de ramen blindeert of aflsluit met een rolluik en de bel uitzet (maar het alarm juist weer aan).

Het lullige omslag en het niet bijster fraaie binnenwerk versterken het geheel, eerder dan dat ze er afbreuk aan doen. Ik vind het mooi, dit werk, vooral omdat het me aan het mijmeren zet, omdat er af en toe flarden voorbijkomen die ik in andere dichtbundels, hoe goed of hoe correct ook, niet tegenkom: ‘de Bulgaarse biologische rode wijn / had zoals gebruikelijk / bijzondere bijwerkingen’. En: ‘De roes een onderkoelde ballon / het lichaam een uitleenmachine’. Of, tot slot: ‘we zullen zien vermoedt / een deel van de hersenen / dat overal buiten lijkt te staan // hier loopt het vast’. Dit zijn de laatste regels van de bundel, die ik rustig nog een keer of twintig kan lezen - ik zal er steeds buiten lijken te staan.

De afgelopen weken zag ik een paar ‘late’ Woody Allen-films. Magin in the moonlight en To Rome with love. Allen denkt na, in die films, over ouderdom, liefde en aantrekkingskracht tussen mensen. En over het toeval dat iedereen verbindt. In To Rome with love laat hij een heel goed gecaste Alec Baldwin de rol van oudere, cynische, een jongere collega-architect in spe voor een misstap behoedende, onzichtbare verteller spelen. Maar Baldwin is meer dan goed gecast, het lijkt wel of Allen een betere acteur van hem weet te maken, alsof hij die altijd wat hoekige Amerikaan ineens op zijn plek weet te zetten.

De recente Allen-films worden soms niemendalletje genoemd, maar ik vind ze elke keer als ik ze zie heel erg goed, met schijnbaar gemak gemaakte overpeinzingen over een aantal vaste thema’s, liefde, verdriet en de menselijke psyche. Dat Allen in To Rome... zelf meespeelt is een bonus, dat hij een wat neurotische (goh), mislukte (‘je was je tijd vooruit,’ zegt zijn vrouw liefdeloos), gepensioneerde operaregisseur speelt is een mooie bonus, zeker omdat hij iets wonderlijks bedenkt: hij laat de vader van zijn toekomstige Romeinse schoonzoon op een podium zingen onder de douche, omdat dit de enige plek is waar die man echt goed kan zingen. En het publiek vreet het. Want wat is daar nu zo raar aan, zingen onder een douche, op een podium? Is dat niet wat alle kunstenaars, in wezen, doen?

Je zou willen dat Allen nog twintig jaar van dit soort films kan maken, steeds ijler misschien, de ene overpeinzing na de andere, het ene verhaal gestapeld op het andere, met acteurs die hij weet te kneden naar de films die hij voor ogen heeft, grote sterren die ineens in dienst spelen van het verhaal (zoals Colin Firth in Magic). Ach, wat zou dat fijn zijn, almaar meer oppervlakkigheid met een meesterhand op het doek gebracht, zodat je na afloop niet meteen weet wat je allemaal hebt gezien, maar de beelden blijven bij je, eerst nog een paar dagen, waarna de paar kernbeelden van de films zich in je geheugen weten te branden.

Er is nog een beeld dat zich vandaag in mijn hoofd brandde. Ik zal het uitleggen. Soms vergeten schrijvers onder de douche te gaan en zich fatsoenlijk aan te kleden, bedacht ik toen ik de foto’s van de uitreiking van de Jan Campert-prijzen zag, op Tzum. Dan krijg je dus een van de meest prestigieuze prijzen in het Nederlandse taalgbebied, en dan ga je in spijkerbroek... Bewijs... Men vergat een jasje aan te trekken en Bas Heijne had een leuk speeltruitje gevonden. Maarten ’t Hart droeg het pak van Jeroen Brouwers en Mensje van Keulen lapt werkelijk alle vestimentaire fatsoensregels aan haar laars (al geeft de foto geen uitsluitsel over het schoeisel dat ze droeg). Op de overzichtsfoto zie je dat alleen de Vlaamse delegatie een echte heer wist af te vaardigen, zij het helaas ook in spijkerbroek, en Dimitri Verhulst was wel rock ’n roll-ish.

 

Reacties

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...