Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« Zanger Rammstein is een gevoelige dichter | Hoofdmenu | Een camping in de Ardèche, Marnix Gijsen en Gabriel Garcia Márquez »

17 april 2014

Nina Cassian (1924-2014)

Nina Cassian foto Ileana GrillNina Cassian, the Grand Old Lady van de Roemeense literatuur, overleed gisteren 16 april in haar woonplaats New York, luttele maanden voor ze negentig kaarsjes had mogen uitblazen. Bij wijze van in memoriam nemen we hier Mysjkins inleiding over in zijn bloemlezing van hedendaagse Roemeense poëzie Voor de prijs van mijn mond (Poëziecentrum, Gent, 2013). Bijgaande foto (door Ileana Grill) schonk Nina Cassian aan haar vertaler Jan H. Mysjkin en wordt hier voor het eerst volledig afgedrukt.

Op de vraag hoe ze tot de ontdekking kwam dat ze literair talent had, antwoordde Nina Cassian: ‘Ik heb helemaal niets “ontdekt”. Ik schrijf poëzie, ik componeer, ik teken vanuit de staat van genade van een homo ludens.’ Renée Annie (zegge Nina) Cassian – op 27 november 1924 geboren te Galaţi, een nijvere havenstad vlakbij de Donaumonding – viel al jong op door haar veelvoudige artistieke begaafdheden. ‘Spel en feeërie zijn het kort begrip van mijn kinderjaren,’ zei ze. ‘Ik speelde aldoor. Niet met poppen, maar met klanken, tekeningen en woorden.’

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog was de salon van Cassian een geliefd ontmoetingspunt. In haar gerieflijke, met schilderijen behangen appartement lazen en zongen leeftijdgenoten als Paul Celan en Marin Preda onder begeleiding van een massieve Bechstein-piano. In die feestelijke, door surrealistische spelletjes opgeluisterde sfeer schreef Nina Cassian haar eerste bundel La scara 1/1 (Op een schaal van 1 op 1). De publicatie viel samen met de communistische machtsovername eind 1947, en hoewel Cassian al sinds 1941 lid van de partij was, werd haar poëzie door de nieuwe machthebbers als ‘decadent’ en ‘volksvijandig’ bestempeld. Dus probeerde Cassian de autoriteiten te sussen door haar stijl aan te passen, maar ze kon zich niet echt vinden in de socialistisch-realistische directieven. Ze stopte vanaf 1955 met het schrijven van poëzie en zocht een artistieke uitlaatklep in kinderboeken en muziek. ‘De noten leken te ontsnappen aan de politieke en ideologische betutteling,’ legde ze uit. ‘Do-majeur kon zowel “ik leef” als “weg met de tirannie” betekenen. Maar ook daar botste je op “kameraden” die de stilistische schepping verminkten doordat ze een simplistisch tonalisme of folkloristische modulaties verplicht stelden.’

Pas tegen het eind van de jaren vijftig keerde Cassian terug naar de poëzie, en na de bevrijdende opening in de jaren zestig publiceerde ze boek op boek waarin ze met virtuositeit een waaier aan stemmen laat horen. Ze lijkt met evenveel gemak vormvaste als vrije verzen te kunnen dichten, over alledaagse voorvallen of wijsgerige twistpunten, vanuit een ernstige of ludieke invalshoek.

Na de dood van haar man kon Nina Cassian in 1985 naar de Verenigde Staten als ‘visiting professor’ aan de New York University. Tijdens haar verblijf werd in Roemenië haar vriend Gheorghe Ursu gearresteerd omdat hij een politiek dagboek bijhield, waarin ook satirische gedichten van Cassian aan het adres van Ceauşescu voorkwamen. Nadat Ursu aan de gevolgen van foltering in de gevangenis overleed, vond Cassian het raadzaam om politiek asiel in de Verenigde Staten aan te vragen. Ze was de zestig voorbij toen ze een nieuwe carrière in het Engels moest beginnen, maar ook in haar adotieftaal wist ze als de homo ludens die ze altijd is gebleven succesvol met klanken en woorden te jongleren. ‘Ik weet niet of mijn gedichten beter zijn in mijn adoptieftaal,’ zei ze. ‘Het Engels heeft wel mijn stem veranderd – maar ik heb altijd al de nood aan uiteenlopende registers gevoeld.’

We geven Nina Cassian graag het laatste woord met een gedicht dat toepasselijk ‘Het laatste woord’ heet:

Alleen onze stemmen waren nog waarneembaar,
zoals in een hoorspel,
de registers varieerden van rood naar wrang.
Je kon niet weten of een man dan wel een vrouw sprak,
het was een lichaamloos drama, zelfs de woorden
hadden hun geslacht verloren en gingen in elkaar over:
een wolf in een bloem, en een bloem in een mes.
Een paar woorden waren weliswaar weerbarstiger
en weerden zich tegen het verval,
maar ook die losten al spoedig op in het sonore niets.

En toen heerste er in het heelal alleen nog stilte.

(Afgedrukt met vriendelijke toestemming van Jan H. Mysjkin. Foto: Ileana Grill.)

Reacties

Laat een reactie achter

Reacties worden gemodereerd en zullen niet verschijnen op deze weblog voordat de auteur ze heeft goedgekeurd.

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...