Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« november 2013 | Hoofdmenu | januari 2014 »

december 2013

31 december 2013

Prof. Dr. Wiel Kusters: poekkele en sjravele

Vandaag staat in De Limburger een artikel van A.H.J. Dautzenberg, waarin hij, net als een tigtal andere Limburgers, zijn visie over de toekomst van onze prachtprovincie neerlegt. Hij doet dat op de van hem inmiddels bekende wijze, daarbij de geit (in dit geval Prof. Dr. Wiel Kusters, emeritus-dichter) en de kool (in dit geval de steenkolen) niet sparend. Het hele artikel staat hier. Op Twitter is een hele horde van woede kolkende Limburgers bezig om dit artikel te downplayen. Onder aanvoering van de emeritus zelve die grijpt naar een zwaar middel, de hashtag #StopDeMoord (hashtags met een hoofdletter zijn heel erg 2013...).

Update 14:51: Inmiddels citeert de Prof. Dr. ook Primo Levi. In het Engels, daar waar deze grote schrijver meestal toch voor het Italiaans koos. ‘Every age has its own fascism.’ Ik vermoed dat Wiel met dit citaat verwijst naar zijn eigen donkere praktijken. Welke? Nou, bijvoorbeeld. Hij laat een lagere in rang op de universiteit een stukje in dezelfde Limburger schrijven om mij te belasteren, want de Prof. Dr. heeft zich aan mij geërgerd; of hij schrijft e-mails aan krantenredacties waarin hij verzoekt om Dautzenberg (en mijzelf) niet langer de kans te geven om te publiceren, want Dautzenbergs (en mijn) recensie van zijn mijnenboek beviel hem niet, en zo voort, en zo verder... Het wordt hoog tijd dat hij eens écht met emeritaat gaat (bijvoorbeeld om Italiaans te leren).

Update 17:00: De professor heeft een van zijn schoothondjes aangezet tot actie. Huub Beurskens klom in Wiles pen en schreef, ja, wat?

Update 1 januari 2014: ‘Dagblad De Limburger gaat niet in op de vraag van de Universiteit Maastricht een artikel van schrijver Anton Dautzenberg te rectificeren. Decaan Rein de Wilde had om rectificatie gevraagd. Hij vindt dat Dautzenberg in het krantenartikel meerder malen onjuist heeft geciteerd uit een boek van oud-hoogleraar Wiel Kusters. Volgens De Wilde heeft Dautzenberg de krant en Wiel Kusters een streek geleverd. Op twitter sprak oud-hoogleraar Kusters ook zijn ongenoegen uit over het artikel.’ Bron: L1.

Updat 2.1.2014: Wiel Kusters rust niet voordat het vrije woord het vrije woord volgens Wiel Kusters is en alleen Wiel Kusters-welgevalligs bevat. Ik zou zeggen: op naar een Limburg zonder de invloed van Wiel Kusters. Hoera.

Ik citeer uit Dautzenbergs artikel: 

‘Limburg moet zijn mijnverleden leren vermarkten.’ Dat schreef prof. dr. Wiel Kusters in zijn laatste prachtboek, In en onder het dorp – Mijnwerkersleven in Limburg. Volgens de emeritus-dichter biedt de kolenhistorie volop kansen voor een culturele en economische wederopbouw van Zuid-Limburg. ‘De provincie krijgt zo weer smoel, telt weer mee in de vaart der volkeren en haalt uiteindelijk grote industriële bedrijven binnen.’

Lees meer "Prof. Dr. Wiel Kusters: poekkele en sjravele" »

30 december 2013

Interview met Ger Kleis in De Boekenwereld

De Boekenwereld van december 2013 heeft als thema meegekregen: ‘Eten & boeken’. Een mooi nummer, maar de kers op de taart is het interview dat Nick ter Wal had met Ger Kleis, de meesterdrukker die Sub Signo Libelli vele bibliofiele parels de wereld in wist te zenden, en dat onder de titel ‘Ik heb getracht van elke uitgave een individu te maken’ op papier is na te lezen.

Kleis drukte mooie uitgaves van Boudewijn Büch en Gerrit Komrij, maar ook van de ten onrechte nog steeds niet alom bekende H.G. Liebentrau en talloze andere dichters. De liefde voor de letteren kreeg vat op hem tijdens zijn studiejaren:

Zijn belangstelling voor literatuur en typografie werd aangewakkerd in Amsterdam, waar hij van 1962 tot 1969 Nederlands studeerde, met als bijvak Analytische bibliografie. Studie en stad waren voor de 22-jarige Kleis een logische keuze. ‘Ik wilde natuurlijk weg uit de provincie. Maar ik wilde niet naar Groningen, waar ik iedereen al kende – of dacht te kennen. Ik wilde mijn vleugels uitslaan. De andere kant van het leven lonkte. Mijn toenmalige vriend was mij een jaar eerder voorgegaan naar Amsterdam. Maar toen ik er kwam, had hij het leven al leren kennen, dus die liet mij al gauw in de steek.’

Lees meer "Interview met Ger Kleis in De Boekenwereld" »

29 december 2013

Mijn canon (15): Ook hier nauwelijks tot geen inmenging van docenten

Omdat Jeroen van Kan moet vertrekken bij de VPRO, waar het programma De Avonden jammer genoeg ophoudt te bestaan, schrijft hij voor de website VPRO Boeken een ‘aftelkroniek’ - als een moderne Frits van Egters. Die van 26 december vond ik interessant, omdat hij daarin het wezen van wat lezen is, of kan zijn, wil vatten. Want ja, wat is dat eigenlijk, lezen? Waarom doet men dat, en hoe is het zover gekomen?

Van Kan begint zijn stuk met een opstapje. Dat heeft hij nodig om zijn eigen leesgeschiedenis in te leiden. Hij schrijft: ‘Zodra in krant, tijdschrift of boek wordt stilgestaan bij de veranderde status van het literaire boek, is een cultuurpessimistische opmerking over de staat van het onderwijs nooit ver weg. Vroeger, ja, toen, maar nu?’

In zijn stuk speelt Van Kan verder de kaart van de autodidact. Lezen doe je zelf, en je voorkeuren zijn het resultaat van zijwegen die je insloeg en van toevallige ontmoetingen. Lezers geven elkaar, als leden van een geheim genootschap, allerlei tips, geheime tips, en zo kom je soms op een schrijver die de rest van je leven meegaat.

Lees meer "Mijn canon (15): Ook hier nauwelijks tot geen inmenging van docenten" »

28 december 2013

Frans Budé wordt vandaag 68

BudeVandaag is Frans Budé 68 jaar oud geworden. De dichter uit Maastricht verblijdde Versindaba onlangs met drie nieuwe gedichten. Een ervan, ‘Frans landschap’ (een toepasselijke titel), staat hieronder. Een sfeer oproepen, dat kan Budé heel goed. Hij werkt heel loom, bijna languissant, naar de slotstrofe toe. Daarin ‘gebeurt’ het, dat wil zeggen: daarin wordt een verlangen dat zeker niet kan worden vervuld opgeroepen, het verlangen om in dat Franse landschap te blijven: ‘(...) een meisje aan een raam, een ver parfum, / vredig gerinkel van de geiten, af en aan.’ Alsof je Toon Hermans heel even hoort zingen over de Méditerranée.

Het hele gedicht is voorbereiding. Budé schetst een landschap, een dorp, het kerkhof... en de zon, hij beschrijft vooral ook hoe de zon dit alles als een etsnaald in het landschap kerft. We weten, dankzij de titel, dat we in een Frans landschap zijn (al hoeven we de dichter niet op zijn woord te geloven), daarom nemen we die tegen de rotsen aangebouwde huizen en de lome duiven gewoon mee in het beeld dat we ons van zijn gedicht vormen. De mannetjes die pétanque gaan spelen, staan om de hoek te wachten om tevoorschijn te komen en hun spel te beginnen.

Lees meer "Frans Budé wordt vandaag 68" »

27 december 2013

De Nederlandse poëzie heeft een nieuw (en definitief) thema: VERWONDERING

Been plat opzet3Dichters die zich over iets verwonderen. Bijvoorbeeld over de oerknal: ‘Jaja de oerknal hoor ik mezelf zeggen. / Hoe is het mogelijk dat dit in mijn mond past?’ Dat zijn dichters die meestal erg veel verwondering toelaten in hun poëzie. En ja, verwondering is goed, verwondering is mooi, verwondering is God en Satan in één.

Maar je hoeft er nu ook weer geen topsport van te maken, van die verwondering. Want uitgesproken verwondering is meer iets voor schoolkinderen, die in hun schriftje zetten dat ze Zus en Zo heten en wonen in Utrecht, Utrecht, Nederland, Europa, de Wereld, Melkwegstelsel, Heelal...  Een echte dichter heeft de verwondering achter zich gelaten en kijkt recht in de lelijke, geopende, stinkende adem uitwasemende bek van de werkelijkheid.

Daarover, over die blik die hij geworpen heeft in het niet-aangename, schrijft hij zijn gedichten.

Die kunnen lyrisch zijn, of rauw-vertellend... die kunnen experimenteel aandoen of juist traditioneel, die kunnen een zelfverzekerde indruk maken en die kunnen, eventueel, getuigen van een zekere verwondering. Louter verwonderd zullen ze, als het goed is, niet zijn.

Maar verwondering is tegenwoordig de Haarlemmerolie voor dichters die nog niet helemaal toe zijn aan het schrijven van gedichten, hoewel ze wel al een beetje poëtisch-achtige teksten maken. De verwondering over het leven, de liefde en de literatuur, veel meer hoef je niet in je mandje te hebben om toch al langs de kassa der literatuur te mogen gaan. 

Misschien had de organisatie van De Poëzieweek dat ook gemerkt. Wat ermee te doen? Het Ei van Columbus diende zich al snel aan. ‘We maken er een thema van. Voor de Poëzieweek. Een.... Leitmotiv, iets waar alle dichters van Nederland onbekommerd aan mee mogen doen.’ Verwondering is hip en happening, verwondering is het nieuwe poëtisch. Misschien is verwondering wel here to stay.

Een héĺe week, gewijd aan ‘De Verwondering’, met verwonderingsgedichten, verwonderingsdichters en een verwonderde Dichteres des Vaderlands... het is erg veel. En dat is toch net alsof je paarden laat racen met een afgezaagd linkervoorbeen. Ze lijken op elkaar en hebben allemaal dezelfde handicap. Maar ze komen niet echt gemakkelijk vooruit.

Nog maar iets meer dan dertig nachtjes slapen en dan is het al zover...

25 december 2013

Wenn ich Geduld habe mit mir, wird das Wunder geschehen

515V8KPAWVL._SY445_Vor einem Jahr habe ich mit der Arbeit am Roman angefangen.
Alles muss weggeworfen werden.
Ich bin im Park spazierengegangen, über bruchiges, dürres Laub. Auf dem Gras, das innen noch grün ist, rote und gelbe Blätter, auch die noch übriggebliebenen an den Eichen rundum sahen schon aus wie lauter verzagte Hände. Ich fühlte, wenn ich Geduld habe mit mir, wird das Wunder geschehen.

Dit zijn de eerste zinnen uit Galeerentagebuch van Imre Kertész. De zinnen zijn in 1961 opgetekend, het jaar waarin Kertész al zes jaar professioneel schrijver en vertaler is. De roman waarover hij schrijft verschijnt pas in 1975, en is in het Nederlands bekend als Onbepaald door het lot. Of de nog betrekkelijk jonge Kertész in 1961 heeft geweten dat dit boek een ‘klassieker’ zou worden?

Mooi vind ik die slotzin van het fragment: ‘Ich fühlte, wenn ich Geduld habe mit mir, wird das Wunder geschehen.’ Die bevat het eigenlijk allemaal. De schrijver die in de stervende natuur gaat en daar voelt dat hem iets groots te wachten staat. Als hij maar geduld heeft, ook al moet hij het werk van een jaar weggooien. Als hij maar kan wachten. De grondhouding: een mengsel van arrogantie en wanhoop.

En gewacht heeft Kertész, zijn hele leven. Op het einde van de oorlog, op de bevrijding uit het kamp, op de publicatie van zijn boeken, op de ineenstorting van het communistische regime, op het luwen van het (Hongaarse) antisemitisme. Alleen dat laatste is nooit gekomen. Daarop wacht hij nog steeds, nu weer in Hongarije, waar hij zijn laatste dagen, maanden, jaren doorbrengt.

Schrijvers lezen ook (12): Oek de Jong

In navolging van Ernest Hemingway laat Nick Muller op de website van HP/DeTijd een twintigtal schrijvers de komende tijd een lijst maken van boeken die we moeten lezen, als we ze nog niet gelezen hebben. Remco Campert wasde eerste die aan bod kwam. Joost Zwagerman en Kees 't Hart volgden hem op, gevolgd door een van de twee Heerma van Vossen A.L. Snijders en Hanna BervoetsBertram Koeleman en Christaan Weijts haakten aan en Jan Siebelink was ook een keer de knieler van dienst, net als Nelleke Noordervliet en Elvis Peeters. In deze aflevering: Oek de Jong.

‘Het meest heb ik waarschijnlijk geleerd van graaf L. N. Tolstoj, oftewel Lev Tolstoj. Op vrij late leeftijd, eigenlijk, want ik was al in de veertig toen ik zijn hele oeuvre las. Tolstoj is grote meester van het realisme in de romankunst,. Door hem ben ik gaan beseffen wat de kracht is van het realisme en hoe dat in een roman in zijn werk gaat: de realiteit tegenwoordig stellen. Ik heb ook geleerd van de manier waarop hij scènes opbouwt en personages tot leven wekt. Er zijn waarschijnlijk maar weinig romanschrijvers die niet op de een of andere manier schatplichtig zijn aan de schrijver van Kinderjaren, de Sebastopol-vertellingen, De kozakken, Oorlog en vrede, Anna Karenina, Hadzji Moerat, De dood van Iwan Iljitsj en Opstanding. In mijn onlangs veschenen essay ‘Wat alleen de roman kan zeggen’ heb ik het uitvoerig over Tolstoj en de immense overtuigingskracht van zijn realisme. Ooit ga ik nog op bedevaart naar Jasnaja Polana, het landgoed waar deze Russische beer het grootste deel van zijn leven doorbracht.’

Leeslijst-oek-de-Jong-handschrift-Pier-en-oceaan-HP-De-Tijd-writlit-nick-muller-rik-reimert

23 december 2013

‘Niet gepast? Laat ik dat nou ook altijd van de Holocaust gevonden hebben!’

Onderstaand artikel van Ulrik Unger aka Heere Heeresma jr., vaste medewerker van de VPRO-gids, werd dezer dagen door de redactie geweigerd wegens ‘niet gepast’. Commentaar van de auteur: ‘Niet gepast? Laat ik dat nou ook altijd van de Holocaust gevonden hebben!’ (Via RHCdG)

In de nieuwe zesdelige Tros-serie De Duitsers trekken zes bekende Nederlanders de oostgrens over om te onderzoeken wie de Duitsers precies zijn. Ze doen dit volgens het persbericht met hun ‘eigen expertise’ en met ‘bewondering, verwondering en gezond vooroordeel’, alsook met ‘humor, een vleugje Nederlandse ironie, maar met vaart en vol oprechte nieuwsgierigheid’. Je zou denken dat je er een team wetenschappers op uitstuurt om een antwoord op die vraag te vinden, maar de Tros heeft er dus voor gekozen om mensen die bekend zijn van de televisie dit onderzoek te laten doen.

JetztGehtsLos

Nu is het begrip ‘bekende Nederlander’ nogal abstract als je, zoals wij, al meer dan vijftien jaar geen televisie kijkt, ook niet via internet. Onze verre voorzaten Hugo de Groot en Jan Pieterszoon Coen, ja, die kennen we natuurlijk. Maar Kim-Lian van der Meij? Lauren Verster? Annemieke Schollaardt? Kees Tol? Jort Kelder? Victor Reinier? En wat is hun expertise? Gelukkig kan de moderne journalist te raden gaan bij Wikipedia – en dan maar hopen dat het allemaal waar is wat er staat. Neem Victor Reinier. Hij is bekend als acteur in de politieseries Baantjer en Flikken Maastricht. Het lijkt dus logisch dat hij een bezoek brengt aan zijn collega’s van de Duitse krimi-serie Tatort. Dat Annemieke Schollaardt, een 3FM-dj die sneller praat dan ze kan denken, een kijkje in de keuken van Duitse radiozenders neemt, kunnen we ook begrijpen. Maar waarom acteur, televisiepresentator en producent Kees Tol, bekend van Onderweg naar morgen en als hoofdrolspeler van de speelfilm Sinterklaas verdwaalt in het grote bos, erop uitgestuurd is om de kwaliteit van de worsten en het bier op het Oktoberfest in München te onderzoeken, is ons vooralsnog een raadsel. Draait hij zelf worsten? Brouwt hij zijn eigen bier? Daar stond niets over op Wikipedia.

We zijn heel benieuwd of onze bekende experts erin slagen de vooroordelen die over Duitsers bij Nederlanders leven weg te nemen. In een ver verleden zijn we met datzelfde doel voor het allang gesneuvelde VPRO-radioprogramma De 747-documentaire naar het Oktoberfest geweest. Daar kwamen we een ‘neo-nazi’ tegen, maar dat was een geblondeerde neger met Andy Warhol-achtige zeefdrukken van SA-leider Ernst Röhm aan de muur. Bij een uitstapje naar het voormalige concentratiekamp in het naburige Dachau werden onze vooroordelen alsnog bevestigd. Op de terugweg naar München complimenteerden we een Dachause vrouw met de keurig onderhouden staat waarin het kamp verkeerde. Ze vatte het zeker als Nederlandse ironie op, want ze reageerde bits met: ‘Alsof die joden in Israël zo goed zijn! Maar er komt nooit eens iemand naar ons nieuwe winkelcentrum kijken!’ Een tip voor onze experts?

22 december 2013

Anne Vegter geeft interview aan De Speld (gevolgd door een serieuze overpeinzing)

Sff-f-01amandla01Onder de titel ‘Misschien moet ik wel oppervlakkiger worden’ verscheen dit weekend een interview met Dichter des Vaderlands Anne Vegter in NRC Handelsblad; althans, dat dacht iedereen, maar wat niemand weet is het volgende: de bijdrage is gemaakt door de redactie van De Speld en ondertekend door Ron RIjghard. Die er niets mee te maken heeft, met deze tekst. 

Het interview is werkelijk topsatire. Ik heb nog nooit zo smakelijk gelachen. De redactie van De Speld was in grootse vorm. Lees maar: ‘Inmiddels is ze erachter, zegt ze, dat de functie veel meer vergt dan ze had kunnen bevroeden. Ze zou wel wat meer rust willen, zegt ze, en glimlacht dapper. Van de stress kon ze het eerste halfjaar niet slapen. Dat gaat inmiddels beter. Halverwege het jaar voelde haar nieuwe functie nog als een molensteen. It sucks, it sucks, it sucks, riep ze, en dat was niet alleen maar theater. Maar dat gevoel is weg.’ 

Lees meer "Anne Vegter geeft interview aan De Speld (gevolgd door een serieuze overpeinzing)" »

21 december 2013

Een volledig arbitraire eindejaarslijst (met louter prachtige boeken) en een lijst van drie

Lijstjes. Ze horen bij het einde van het jaar. Lijstjes lijken orde in de chaos te scheppen, ze worden verondersteld het chaotische af te bakenen en geven de opsteller het gevoel grip te hebben op het ordeloze. Daarom ben ik er gek op, al weet ik zeker dat elke lijst volledig arbitrair is. In een artikel op de website van Knack werd Umberto Eco geciteerd: ‘We leven met een grens in zicht, een heel ontmoedigende, vernederende grens: de dood. Dat is de reden waarom we alles waarderen waarvan we denken dat het geen grenzen heeft en daarom ook geen einde. Het is een manier om aan de doodsgedachte te ontsnappen. We houden van lijstjes omdat we niet willen sterven.’ Daarom sloeg ik meteen aan het opstellen van een eigen lijst, want ja, wie wil er nou dood?

Ik maakte er twee: een voor Van boeken en mensen. Een voor De Dagelijkse Standaard.

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën