Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« Nieuwe dichtbundel Victor Vroomkoning: Paren | Hoofdmenu | Deel Bemuurde Weerd ingestort »

14 oktober 2013

Frouke Arns: Mensen die je misschien kent

FroukearnsOver Mensen die je misschien kent van Frouke Arns

Vandaag las ik de recensie die Wilma van den A**** schreef over Victor Vroomkonings nieuwe bundel Paren. De recensie leek me, in de erotische termen van Vroomkonings bundel, een typisch geval van ejaculatio praecox. Of het om een hypotone ejaculatio praecox of om een hypertone ejaculatio praecox gaat, is me niet duidelijk; wat ik wel weet, is dat hier geen poëziekritiek wordt bedreven, maar dat hier iemand slierten niet nader te benoemen vocht met een tissue opdept.

Enfin, zou Martin Bril dan schrijven.

Tijdens de presentatie van Vroomkonings bundel op 5 oktbober sprak ik, in een interview met de auteur, mijn verbazing uit over de manier waarop de anekdotische poëzie, die van het niveau van Jan Eijkelboom of Ed Leeflang of Judith Herzberg (of zelfs Jan Emmens of Riekus Waskowsky) is, de wind tegenwoordig niet mee heeft. Het is alles verwondering wat de klok slaat, of anders is het wel een soort Rietveld-verbazing die de boventoon voert, enfin, et cetera en zo voort, maar de anekdotische poëzie die well made is en zingt & zindert als in tijden van weleer: nee. (Een enkele uitzondering daargelaten, uiteraard.)

Vroomkoning is zo’n uitzondering, en ook Anton Kortweg, wiens nieuwe bundel hier onlangs door Liliane Waanders werd besproken. Vroomkoning en Korteweg zijn dichters die zonder opsmuk dichten over iets dat bedrieglijk veel op het echte leven lijkt, hoewel ze natuurlijk gehaaid genoeg zijn om de lezer via hun taal in allerlei donkere zijwegen en onontwarbare betekenis- en bekenteniskluwen te lokken. Het zijn vaklui, en daarom liggen ze meestal ook niet zo goed bij het zure segment van de poëziekritiek, onder aanvoering van (bijvoorbeeld) Piet Gerbandy.

Waarom heb ik deze lange inleiding nodig, terwijl ik in de titel toch heb beloofd het over Mensen die je misschien kent te zullen hebben, het debuut van Frouke Arns? Ik denk: omdat haar werk zich ergens bevindt tussen die verwondering en die anekdotiek. Het lijkt wel of de dichter in dit debuut nog niet helemaal durft te kiezen, alsof de stem die ze wil laten klinken nog even moet worden geoefend. Niet voor niets begint de bundel dan ook met een gedicht dat ‘Perspectief’ heet (en dat eerder hier was te lezen):

Bij het repareren van een dakkapel
valt je blik naar buiten op het groen
en het pad waarlangs je elke dag
je hakken zet. Wat je ziet is dit: een wereld

zonder jou erin en toch is dit jouw wereld
en alles wat je kent is daar: het huis,
de straat, het kind lacht 
kinderdingen uit zijn keel.

Jij staat op het trapje met spijkers in je mond
en wankelt; die over het tuinpad komt
hoort niet hoe je roept, hoe je haar
van grote hoogte met je ogen roept.

De dichter, nietwaar, staat in en buiten de wereld, zonder die wereld wezenlijk te kunnen ‘vatten’. Het enige dat rest is de formulering, het gedicht. Die formulering is bij Arns meestal zorgvuldig, precies, je zou zelfs kunnen zeggen: secuur. Ze is overduidelijk iets aan het zoeken, een manier om in een afgerond vers iets te zeggen over haar leven. Soms is het misschien een tikje over de rand (‘Die middag, het sneeuwde / rigoureuze lokken.’) - maar de bundel als geheel is behoorlijk in balans, en nergens krijg je het idee met bekentenislyriek van doen te hebben. Gelukkig maar.

Op die verwondering na dan, zoals in de tweede strofe van ‘Dolce far niente’: ‘Wie sprak hier vóór ons, wat hangt / nog in de lucht van hen die eerder, / wiens bloed kleeft aan de plat- / geslagen muggen op de muur?’ Bij het lezen van dit soort regels denk ik: ‘Niets dat ee fikse schoonmaakbeurt niet kan verhelpen.’ En dan heb ik het nog niet eens over de flauwigheid in het enjambement van regel 3 naar 4, al is dat iets waar Vroomkoning soms ook een handje van heeft.

Maar in de meer ingehouden verzen, zoals ‘Perspectief’, laat Arns zien dat er een dichter in haar schuilt die, in navolging van sommige genoemde collega’s, een oeuvre voor zich heeft waarin ze ‘iets’ kan gaan vertellen over haar eigen leven, over de mensen die je kent, bijvoorbeeld. Want volgens mij is dat één van de dingen waar het in poëzie om draait, om de verslaglegging van je eigen leven, van de dingen waar je met je verstand niet bij kunt, en die je daarom met een cerebrale constructie als een gedicht te lijf moet gaan.

In haar debuut is Arns er bijna. Als ze de woordspelerigheid (‘het water / kletste zich een weg naar later’) en de al genoemde verwondering wegsnijdt, hou je een poëzie over die als een schroef in je ziel draait, als ik even een dramatische metafoor mag gebruiken. Van Arns verwacht ik nog wel wat. Ik geef de dichter het laatste woord:

Mutatie

Soms sta je op met een knagend er was iets
herinnering aan water, te oud voor woorden
en de dag doet zijn dingen
en jij doet de dingen die de dag vraagt van jou

tot je staand aan het aanrecht
bij het snijden van eten, niet het mes
in je vlees voelt, maar pas bij het bloeden
het zout in de wonde, dat rechtstreeks

verband houdt met waar je gestopt was
te dromen, tot vlak voor de nacht brak
en je drijvend in stromen je vin voelde
barsten tot poten, aan land ging, je oprichtte, zag.

Reacties

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...