Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« augustus 2013 | Hoofdmenu | oktober 2013 »

september 2013

30 september 2013

Onbekende gedichten Gerrit Komrij in druk

‘Een jaar geleden nog werd de Boudewijn Büch-prijs postuum uitgereikt aan multitalent en bovenal bibliofiel Gerrit KomrijDe Carbolineum Pers heeft in Amsterdam een primeur: drie niet eerder gepubliceerde gedichten van Komrij, bestemd voor zijn laatste dichtbundel, maar daarin niet opgenomen. Ze verschijnen onder de titel Een kerkhoflied. Laatste gedichten.’ Dat staat te lezen op de website van de Amsterdam Book Fair, die op 4 en 5 oktober zal worden gehouden. Het is heel bijzonder dat er nog nieuwe gedichten van Komrij boven tafel komen. Ik ben persoonlijk zeer benieuwd naar die werken, en zou ze graag ook in volkseditie zien verschijnen...

Ann de Craemer en Bart de Wever (column De Craemer hit op Facebook)

DeweverIn een felle column trekt Ann de Craemer van leer tegen de manier waarop Bart de Wever zich gedroeg toen hij het nieuwe Belgische koningspaar onlangs mocht ontvangen in de stad waarvan hij burgemeester is, Antwerpen. Bart gedroeg zich alsof hij de hele dag pijn had, en daarom heel boos moest kijken. De column staat hier en is gisteren gepubliceerd. Saillant detail: hij is inmiddels meer dan 2000 keer gedeeld op Facebook (of geliked) en wordt driftig gelezen en becommentarieerd. Toch heeft De Morgen de columnist De Craemer onlangs aan de dijk gezet. Dom, oliekoekendom... 

Foto: © Knack

29 september 2013

Simon Carmiggelt gedundrukt

GedundruktGisteren zat bij de Multivlaai, waar ik langsliep, een enorm dikke vrouw. Ze bloesde over haar stoel heen. Naast haar zat een man van normaal postuur. Ze hadden allebei een groot stuk kersenvlaai voor zich staan. De vrouw nam een hap en zei: ‘Lekker fris.’  

‘Ik vraag mij heel vaak af, / En vooral op momenten / Die er nu niet zo toe doen, // Wat had Elvis / In deze situatie gedaan.’ Dit is een gedicht van John Schoorl. Ik heb wat hij beschrijft ook wel eens, maar dan anders. Dan denk ik op bepaalde momenten: ‘Wat zou Carmiggelt hierover hebben geschreven?’

Carmiggelt was een van de eerste ‘echte’ schrijvers die ik las. We hadden thuis Mooi weer vandaag, een bundeling Kronkels uit 1965, mijn geboortejaar. Carmiggelt was in die jaren (de jaren zeventig, de jaren tachtig) een grote beroemdheid, beroemder zelfs dan Martin Bril na hem, en die was toch ook vaak op de televisie (en nam de plek van Carmiggelt in Het Parool enige jaren op vaardige wijze in).

Die roem was meteen ook een hinderpaal, vermoed ik. Hoe kon de schrijver van de cursiefjes, ook een beroemdheid van de televisie, nu in hemelsnaam tegelijkertijd tot de hoge literatuur worden gerekend? Bekroningen met de Constantijn Huygensprijs en de P.C. Hooft-prijs corrigeerden dat beeld enigszins, maar in de eredivisie draaide Carmiggelt toch mee in de middenmoot, niet in de top, ondanks de waardering van grootheden als W.F. Hermans en Kees Fens.

Lees meer "Simon Carmiggelt gedundrukt" »

D. Hooijer overleden

HooijerUitgeverij Van Oorschot maakt, bij monde van directeur-uitgever Wouter van Oorschot, op haar website het overlijden van D. Hooijer (op woensdag 25 september jongstleden) bekend. Hooijer was de schrijfster van verhalenbundels die enig succes hadden. In 2008 maakte zij de sprong naar een groot publiek. Voor Sleur is een roofdier won ze de Libris Literatuur Prijs. Van Oorschot begint zijn in memoriam zo: 

De onvergelijkelijke D. Hooijer is afgelopen woensdag 25 september overleden. Begin april dit jaar stuurde ze ons uit het niets de oerversie vanBerichten van een zakenman, die ik meteen las omdat een nieuwe Hooijer bij verrassing voor mij een dubbele verrassing is, voortaan wás, verdorie...  Het heette nog De kattenhond. Kort daarop meldde ik haar mijn enthousiasme met een paar kritische noten, waarop zij op voor haar zo karakteristieke wijze als volgt reageerde:
[...]
dank voor je reactie waar ik heel blij mee ben.(bis)
Ik zal kort en zakelijk antwoorden.
1. Ja ik vond het boek te kort, ja ik wil dolgraag het eind uitbreiden. Maar ik ben bang dat ik ga janken als de hond doodgaat.
2. Zelf had ik de stukjes tussen haakjes waar Peter negatiever wordt, willen uitbreiden. Als ik dat doe dan krijg je meer Peter.
Ik dacht echter wel dat hij gelijkmatig was. Maar ook hij met zijn verkapte opdracht tot moord is een mens.
3. Ik stel voor dat ik doorschrijf vanaf het eind. Wat het wordt is nog niet zeker. Dus daarom jouw inzichten erbij zou ik moeten doen voor mijn opvoeding.
4. Langskomen, ja zou leuk zijn. Het mooiste geluid hier is de wind door de kale takken. Binnenkort is er blad, kunnen we naar het bos. Zoiets? 
haast is er nergens,
nogmaals dank,
veel goeds, 
[...]

28 september 2013

Recensie: Snoepreis - Victor Meijer

Snoepreis - Victor MeijerWeg van hem, en wel zo ver mogelijk

Eerlijk gezegd had ik nog nooit van Victor Meijer gehoord toen zijn roman Snoepreis vorige week bezorgd werd. Ik begon dan ook onbevooroordeeld en onbevangen te lezen.
Dat Snoepreis begint met de (vertel)stem van een kind, stemde mij vrolijk. Ook Emma Donoghue maakte voor Room/Kamer die keuze, en dat pakte heel goed uit (‘Vandaag ben ik vijf. Ik was vier toen ik gisterenavond ging slapen in Kast, maar als ik wakker word in Bed in het donker ben ik veranderd in vijf, abracadabra. Eerst was ik drie, toen twee, toen een, toen nul. ‘Ben ik ook min geweest?’, vertaling Manon Smits).
Door de ogen van kinderen zien de gruwelen van de wereld er toch anders uit. 

Speelbal in een vechtscheiding, dat is wat Boris in Snoepreis is - hij wordt door zowel zijn vader als zijn moeder in vertrouwen genomen, in de hoop dat hij partij zal kiezen.
Tot ongenoegen van zijn moeder is hij door de rechter aan zijn vader toegewezen. Voordat het zover komt, neemt ze haar kind onder de arm en vlucht naar Spanje waar haar ouders wonen die haar hopelijk liefdevol zullen opnemen.
Haar kind houdt ze zoet met snoep, zichzelf probeert ze zo duur mogelijk te verkopen om in haar levensonderhoud en dat van haar zoon te voorzien.

Lees meer "Recensie: Snoepreis - Victor Meijer" »

27 september 2013

Arie Boomsma en Adriaan van Dis bij DWDD

BoomsmaGisteren was Arie Boomsma bij DWDD om zijn tweede poëziebloemlezing onder de aandacht van het grote publiek te brengen. Waarom ben jij niet bij mij, zo heet de bloemlezing. Boomsma was tijdens de uitzending ‘gekoppeld’ aan (tafelheer?) Adriaan van Dis, die met Boomsma ‘battelde’: Boomsma een gedicht dat wél in de bloemlezing stond, Van Dis een gedicht dat ontbrak.

Ik zat het te bekijken en ineens dacht ik: ‘Hé, daar gebeurt iets... daar botst, zij het beschaafd, de altijd gesoigneerde Adriaan van Dis op de altijd gesoigneerde Arie Boomsma... daar zitten twee werelden aan tafel... de wereld van Van Dis, die ‘‘de poëzie’’ nog kent van school en die daar te horen heeft gekregen wat goed is, en wat slecht, en de wereld van de autodidact met bekeringsdrift, iemand die op school nooit veel les heeft gehad in poëzie (minder nog dan mijn generatie, en veel, veel minder dan de generatie van Van Dis), maar die (waarschijnlijk via zijn opvoeding) toch iets van het ‘‘trotse hoge woord’’ heeft meegekregen en er oprecht van is gaan houden ...’

De poëzie is aan de straatstenen niet kwijt te raken, zei Matthijs van Nieuwkerk voorafgaand aan het item, en inderdaad: dat is zo. Hij wees er eveneens op dat Boomsma veel hedendaagse dichters heeft opgenomen, dichters die op deze manier meer aandacht krijgen (iets wat ik nog moet controleren, want ik heb het boek niet in mijn bezit). Maar, dacht ik, wat kan zo’n bloemlezing dan precies betekenen voor de hedendaagse poëzie?

Is die Boomsma-boost een strovuur, zoals er in de letteren zo veel strovuren zijn, of kan hij een fundament leggen onder de herwaardering van de poëzie? Boomsma zelf lijkt oprecht te leven met sommige dichters en gedichten, die iets formuleren wat aan de kern van zijn bestaan raakt (ja, soms moet het plechtig, daar kan ik niks aan doen). Maar zijn lezers, die op school nooit één versregel kregen aangereikt... kopen die nadat ze het BN-vehikel in huis hebben gehaald ooit nog een gewone bundel of zelfs maar een andere bloemlezing?

Inmiddels is elke aandacht voor het in de boekwinkel tot couveusekind verworden dichtbundelding welkom. Te welkom? Ik merk dat ik, terwijl ik dit schrijf, meteen alle bezwaren voel opkomen: ‘Die jongen bedoelt het toch goed’ en ‘Hij doet tenminste wat’ en ‘Hij zegt het zo leuk’ vechten met ‘Maar het gaat te veel om het bekende hoofd’ en ‘Over drie weken is ook dit boek uit de winkel verdwenen’... Om over de tergende onwetendheid uit welk gedicht de titel komt helemaal te zwijgen... ik kan het in elk geval niet, nog niet, vinden. 

Oh ja, nog iets. Ik sta erin! En dat vind ik leuk...

26 september 2013

Lezersdagboek (3): Heaney vertalen

Cover-District-en-CircleEn toen was hij opeens dood. Seamus Heaney, de bekendste dichter van Noord-Ierland (nou goed, op Van Morrison na dan) en toen was het in 2006 verschenen District and Circle ineens definitief zijn voorlaatste bundel. 

Heaney is een dichter die bij mij een enorme jaloezie opwekt. Hij is namelijk een meester van het concrete, een dichter van het ding, zoals bij ons H.H. ter Balkt dat is. Als ik ga zitten om een gedicht te schrijven komt er altijd een gedachte op papier. Natuurlijk heb ik het wel over dingen, maar de dingen prikken nooit door de tekst heen als de egtand die Heaney hier beschrijft:

Bruut verwrongen, verroeste tanden
uit eggen, verwoest door paardenkracht over stenen,
her en der in de stalmuur bevestigd, waaraan 

paardengarelen hingen, gevoerd met zweetdooraderd tijk,
oude teugels vol spinrag, hamen, oogkleppen,
het tuig van de machtige, simpele doden.

District en Circle staat bol van dit soort bijna voelbare, proefbare en ruikbare poëzie. De bundel is dan ook een hommage aan (des dichters jeugd in) het oude Noord-Ierland, een land van boeren en ruige mannen. Dat land van toen wordt afgezet tegen de moderne wereld, waarbij het landelijke district Glanmore en de kleine familiecirkel vervangen worden door de groosteedse metrolijnen District en Circle.

Lees meer "Lezersdagboek (3): Heaney vertalen" »

Kluger Hans houdt er mee op. Kluger Hans?

TissuesKluger Hans is bijna dood. Wie? Kluger Hans. Oh, Kluger Hans. Ja, inderdaad. Kluger Hans. Deze (dode) website, dit tijdschrift, deze bundeling van talent en kennis. Als ik het goed zie, zijn er 17 nummers op papier verschenen. Toch herinner ik me alleen maar... eh... even denken... Tsja. Wat herinner ik me eigenlijk van Kluger Hans? Niet veel. Of stond die foto waarop Olaf Risee een ‘hommage’ bracht aan Ilja Leonard Pfeijffer (Olaf zat naakt op de bank, met een fier opgerichte vleesboom die naar het plafond keek) ook in Kluger Hans?

Wat gek, trouwens, ik typ de hele tijd maar Kluger Hans, dit is het topic waarin het woord Kluger Hans echt een record aantal keren valt, denk ik.

De redactie van Kluger Hans schrijft een soort van brief ten afscheid. Mooier en ontroerender proza is mij nog nooit onder ogen gekomen... ‘We mikten groot: een literair tijdschrift, een website met lekkere extra’s om te lezen en te zien en regelmatig ook een podiumactiviteit.’ Dat wordt natuurlijk huilen en ja hoor: ‘ In vijf jaar zijn redactieleden verhuisd, drie zijn er vader geworden, een iemand verloor een vader. Meer dan de literatuur vroeg het leven onze aandacht. Het enthousiasme van het begin ebde weg, bij de ene wat sneller dan bij de andere. We hebben nieuwe redactieleden gezocht, maar die stapten na verloop van tijd weer op. En de twee krachten die sinds begin dit jaar aan het tijdschrift meehielpen, voelen zich nog niet voldoende gerodeerd om het tijdschrift te gaan dragen.’

Nou Kluger Hans. Het ga je goed. Waar je nu ook bent. Tot hier dan, dit topic met volgens mij tien keer de twee woorden Kluger Hans (oh nee, elf).

Zou er een hype in Bezaz zitten?

BezazEens even kijken. We hadden drie weken geleden de trilogie van ‘De Buffels’ David Pefko, Jamal Ouariachi en een van de Twee Heerma van Vossen. Marc Poorter was bij Pauw&Witteman met een echt-gebeurd boek. En Donna Tartt was een paar dagen in het nieuws met een roman, al ging het meer over... ja, waarover? Hypes. Ze worden almaar korter, kleine steekvlammen die heel even oplichten boven het moeras.

Vanochtend keek ik in de glazen bol en zag... misschien wel een volgende steekvlam, nee, hype. Het nieuwe boek van Naima El Bezaz is namelijk verschenen. Deze keer geen overspelige en jaloerse buren in de buitenwijk, nee: ‘In dienst bij de duivel is een geestige en scherpe roman waarin Naima El Bezaz haar eigen ervaringen als redacteur van een vrouwenblad verwerkte. De loopgravenoorlog die ze voerde met haar baas ligt ten grondslag aan de meest hilarische scènes in het boek.’

Eigen ervaringen... als dat geen topboek is, dan weet ik het ook niet meer. Over Vinexvrouwen schreef Arjan Peters (hé) overigens dat het een ‘woest-humoristische roman’ is. Dezelfde literatuurredacteur heeft haar overigens enige malen in het openbaar geïnterviewd... Ik zie: een toernee. Door het hele land. En ik wil een ‘debat’, bij Pauw&Witteman... oh nee, Bezaz mag/wil niet meer naar Pauw&Witteman of DWDD... Nou ja, omroep MAX is er ook nog.

25 september 2013

Arjan Peters reageert op Wim Brands + aanvullende vraag

SwordplaywordplayIn zijn Vier uur nieuwsbreak (waarover we hier berichtten) van gisteren zei Wim Brands onder meer dit: ‘Overigens: jullie boekencriticus, Arjan Peters, heeft Tartt op de avond die de Bezige Bij rond haar organiseerde geïnterviewd, ik vraag me dan af: vinden jullie bij De Volkskrant dat een criticus ook zulke interviews mag doen?’ De Contrabas vroeg Arjan Peters Wat vind jij daar eigenlijk van? Is het ambt van criticus te combineren met dat van interviewer?

Arjan Peters: Wim Brands is er kennelijk niet van op de hoogte dat ik al 24 jaar schrijversinterviews maak. In 2005 is een keuze verschenen onder de titel Het woord is aan de schrijver (uitgeverij Contact). Voor de Volkskrant ben ik werkzaam als literatuurredacteur: ik schrijf recensies, columns, interviews, nieuwsberichten en necrologieën. Of Wim Brands dat goedkeurt of niet, doet in het geheel niet ter zake.

CB: Dan is dat ook weer duidelijk. Maar dan nog. Hij wijst ook op de schijn van verwevenheid tussen uitgever en krant, die gewekt zou kunnen worden. Hoe zie jij die? Is daar sprake van? Dat interview was in het openbaar; daarna wordt het lastiger om in de krant iets te zeggen over het boek.

AP: Er is geen sprake van enige verwevenheid. Omdat ik graag een interview wilde met Donna Tartt over haar nieuwe roman, heb ik een verzoek ingediend bij de Bezige Bij. Daarop kreeg ik de wedervraag of ik dat gesprek wilde voeren in aanwezigheid van 500 man publiek. Dat leek me wel zo gezellig.
Vooraf heeft de uitgever geen inzage gevraagd in mijn vragenlijst.
Omdat ik nog een paar vragen over had, heb ik gisterochtend nog een keer met Tartt gesproken, in het Ambassade hotel. Die twee ontmoetingen samen leverden de tekst op die vandaag in de Volkskrant stond.
De recensie van het boek, het oordeel, staat hier los van. Hans Bouman heeft het boek weken geleden gelezen, en zijn bespreking vorige week naar ons gestuurd. Als hij het boek niet goed had gevonden, zou hij dat uiteraard hebben geschreven. En ik zou, eveneens uiteraard, mijn interview hebben gemaakt.
Of Wim Brands dat wel of niet zou doen, is in het geheel niet van belang.

CB: De Duitse auteur Theodor Adorno heeft het wel eens over de cultuurindustrie... die hele verwevenheid van schrijvers, recensenten, uitgevers, alle mensen die in die wereld rondhangen... hoe hou je als redacteur je onafhankelijkheid, als ik daar eens naar informeren mag? Persoonlijke voorkeuren gaan toch een keer meespelen? Brands pleit voor strikte scheiding van literaire machten. Is dat niet een goed idee?

AP: Daarnet heb ik je uit de doeken gedaan dat ik de ene schrijver interview, de andere bespreek, en de derde afleg. In het eerste geval ben ik een interviewer, in het tweede een recensent, in het derde een necroloog. Dat hoort er allemaal bij als je een literatuurredacteur bij de krant wilt zijn. Dat ik tot (relatieve) veelzijdigheid word gedwongen, is een van de verheugende kanten van mijn werk.

[Aanvullende vraag 25.9 10:10 uur]
CB: Wat me ineens nog inviel: als De Bezige Bij de redacteur van de Volkskrant 'inhuurt' is dat natuurlijk toch een beetje apart, - weten ze vooraf dat jij die vragen gaat gebruiken voor een interview? Wist de uitgever van tevoren dat je dat openbare interview ging gebruiken voor de krant? De vraag is dus eigenlijk: als de Bezige Bij betaalt voor het openbare interview, is het dán geen ‘belangenverstrengeling’?

AP: Voor de laatste keer: zondag heb ik een half uur met Tartt gesproken voor publiek, en een dag later nog eens een uur lang in hotel Ambassade. Diezelfde middag mijn stuk gemaakt, gebaseerd op de antwoorden uit twee gesprekken die binnen één etmaal hadden plaatsgevonden.
Het valt Wim Brands merkbaar zwaar om toe te geven dat hij een belangrijk boek, en een bijzondere literaire avond, heeft gemist. Afgaande op zijn oordeel, gebaseerd op slechts 100 pagina's van de 925, is het voor iedereen maar beter dat Wim Brands geen recensies schrijft.

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën