Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« Recensie: Post mortem – Peter Terrin | Hoofdmenu | Wat is Peter Terrin waard?: transfersommen en opleidingsvergoedingen »

24 maart 2013

Het eerste gedicht, over het lezen van poëzie

Eerstegedicht-klVanaf volgende week vrijdag (29 maart) is Het eerste gedicht, over het lezen van poëzie bij het Centraal Boekhuis leverbaar. Tot die tijd, en daarna, is het tegen een introductiekorting te bestellen bij Weideblik, de uitgever.

De komende drie dagen besteden De Contrabas en Laurens Jz. Coster, de onvolprezen gedichtenrondzendlijst, aandacht aan het boek. Op dit weblog verschijnen beschouwingena over de eerste gedichten uit bundels van Fred Papenhove, Bart Stouten en Herlinda Vekemans. De bijbehorende gedichten verschijnen bij Laurens Jz. Coster, u vindt de link in de tekst hieronder.

Eén exemplaar van het boek wordt weggegeven aan de persoon die de juiste oplossing van deze vraag kan geven via email (cbcontrabas<at>gmail.com): met welke bundels debuteerden Fred PapenhoveBart Stouten en Herlinda Vekemans? De uitslag wordt woensdag bekend gemaakt. Hieronder de beschouwing over Papenhove:

Fred Papenhove is een fenomeen. Een dichter die, misschien aan de zijlijn van het literaire bedrijf, nu al vier bundels vol met (excuseer het recensentencli- ché) eigenzinnige poëzie de wereld in zond. Daarom het eerste, titelloze (proza)gedicht uit zijn bundel Zweep je beste been voor. Dat gedicht kunt u lezen op de Costerlijst.

Het eerste gedicht van Papenhove dat ik ooit las, heet ‘Naaktstudie’:

Als de sterren helder aan de hemel staan
zie ik de houten schuttingen van mijn buren
scherper dan ooit (het zijn er drie),

evenals de cyperse katten – ze houden er in deze buurt
geen ras op na – die sluipend plaatsnemen op uitbouwdaken
loerend naar schaduwen, vogels & ander wild.

Geluiden hoor ik ook veel beter, terwijl ze bij mij normaal
gesproken het ene oor in en het andere oor uitgaan, net als
een heleboel andere zaken.

’t Is alsof het universum groter wordt wanneer
de sterren helder aan de hemel staan.

Binnenshuis staat een fles Amontillado klaar: een droge &
goedkope Spaanse sherry.

Wat mij meteen trof, was dat de dichter midden in het gedicht lijkt te staan; hij is geen lyrisch subject, geen fly on the wall of experimenteel taalbouwer, nee, daar, in die tuin, staat de dichter Fred (toen nog F.) Papenhove, en hij kijkt naar de dingen om hem heen, op een heldere nacht, met sterren.

Papenhove spreekt je toe, in dat gedicht, al gaat hij er niet van uit dat je te- rugspreekt. Dat zal ook moeilijk gaan, over de begrenzing van (in dit geval) het beeldscherm heen. Het heet dan ook niet voor niets ‘Naaktstudie’, we krij- gen een kale, naakte ‘studie’ van wat hij daar ziet en hoort, in die achtertuin. Voordat hij aan de Amontillado gaat.

In het gedicht uit zijn nieuwe bundel mompelt ‘een jongen van een jaar of tien’ (zegt de flaptekst) voor zich uit. De baldadige toon uit het vroegere ge- dicht (toen Papenhove nog maar kort aan het dichten was) lijkt hier naar bin- nen gekeerd. Toch zie ik overeenkomsten tussen de twee sprekers: ze zijn allebei zelf aan het woord en, binnen het gedicht, niet meteen uit op wat in het gewone leven een gesprek zou worden genoemd.

Gelukkig maar.

De jongen die hier aan het woord is, heeft de ‘stoerheid’ die de vroege ge- dichten van Papenhove kenmerkt, maar hij is ook voorzien van een ‘eigen ka- rakter’, waarin angst en dadendrang een fraaie cocktail vormen. Het jongetje is de hele tijd bezig, hij houdt zijn zweet bezig tijdens het graven van een ka- naal, hij zwemt, hij fantaseert over een bombardement boven zee dat de ellen- dige vredigheid doorbreekt. Hij beleeft, kortom, een dagje aan het strand.

Geheimzinnig vind ik de openingsregels:

Je houdt op ’t strand het water in de gaten, het is een wolf in klotsen, geen golf ligt verkeerd. Lang kan je ernaar staren, het hebben van een eigen karakter maakt het verschil. Waar zijn de wolken?

De eerste zin ‘snap’ ik, hoewel ik die ‘wolf in klotsen’ pas later doorkreeg. De zee is een verscheurende wolf, gehuld in de schaapskleren van het kalme ge- kabbel. Denk ik. Daarmee zegt de hoofdpersoon ook iets over de ‘verhouding’ tussen zijn ouders en hemzelf, die uiteindelijk neerkomt op de stiekeme wens dat er een bombardement zal losbreken.

Kinderen wensen zich dat. Het is ‘onschuldig’ en reëel. Daar kan het kind lang naar staren. En dan komt het: ‘het hebben van een eigen karakter maakt het / verschil.’ Gaat dit op voor de zee of voor de hoofdpersoon. Ik vermoed: voor beiden. De zee heeft zo zijn streken en klotst niet per se voort in eindeloze deining, de jongen speelt op het strand en denkt er allemaal het zijne van. Het

is zaak om een eigen karakter te hebben, als je (een golf in de) zee bent, maar ook als je je op een druk strand bevindt.

Ondertussen hebben al die mensen die daar liggen, op dat strand, al voor- dat er überhaupt gebombardeerd kan worden al iets weg van lijken... Papen- hove schrijft: ‘Mensen wrijven zonnebrand op hun karkas.’ Je ziet de gebruinde, leren huid bij wijze van spreken over de botten heen spannen. On- dertussen liggen de ouders ‘tot de laatste lichtdruppel (...) voluit’ en zit er zout in de lucht, wat het geheel een gepekeld karakter geeft.

Ooit zag ik beelden van net voor de Tsunami in Thailand. Een heel vredig strand, en overal was stilte. In de verte een torenhoge, zich nog even terugtrek- kende golf. Op het strand mensen die verbaasd opkeken. Wat was daar aan de hand? Enfin, dat zouden ze snel genoeg merken.

Papenhoves gedicht is niet zo stil als die beelden, maar de dreiging lijkt de- zelfde. Tegen die dreiging probeert de hoofdpersoon zich te verweren, in een gedicht dat met al zijn gemompel intrigeert. Met nogmaals mijn excuses voor een recensentencliché: het wordt tijd dat meer mensen Papenhove lezen.

Reacties

john schoorl

Het wordt tijd dat nog meer mensen Papenhove lezen.

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...