Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« Peter Drehmanns over DWDD-roem | Hoofdmenu | Rotterdam die mooie stad »

03 december 2012

Philip Hoorne: tien jaar dichter

6263_1335358171 Tien jaar en enkele dagen geleden presenteerde Gerrit Komrij zaliger in de Beurs van Berlage te Amsterdam de eerste twee delen van de Sandwich-reeks, een poëziereeks waarin om het half jaar twee dichtbundels zouden verschijnen, telkenmale een debutant en een vergeten dichter. Dit alles geschiedde onder de vlag van Uitgeverij 521, eveneens zaliger. De eerste debutant die de Nederlandse Dichter des Vaderlands in de reeks lanceerde was een Vlaming: Philip Hoorne uit Wevelgem, op dat moment net geen 38 jaar oud. 

‘Op dat ogenblik had ik enkele tijdschriftpublicaties achter de rug.’ zegt Hoorne, ‘Ik debuteerde in Tzum met het gedicht ‘Banalen’. De eerste keer dat je werk in een boekje wordt afgedrukt, zoiets vergeet een mens niet. Later volgden gedichten in De Brakke Hond en Nymph, heel veel in Nymph, een degelijk literair tijdschrift dat ook al lang is opgedoekt. 

De Contrabas: En toen was er ineens die bundel Niets met jou? 

Philip Hoorne: Er lag een manuscript bij 521. Ik had de uitgeverij een bezoek gebracht eind juni 2002 en mijn werk daar achtergelaten. Ik wist helemaal niets af van die reeks van Komrij. Op 1 oktober kreeg ik het bericht dat Komrij mij gekozen had om de Sandwich-reeks te openen.

CB: Klopt het dat een Vlaamse journalist persoonlijk kwam kijken of je wel bestond? 

PH: Armand Plottier van de krant De Morgen dacht dat Philip Hoorne een Komrij-pseudoniem was. Hij belde me op een avond op en vroeg of hij meteen mocht langskomen om zich ervan te vergewissen dat Hoorne en Komrij twee verschillende personen waren. Enkele dagen later kreeg ik een paginagroot artikel in de krant, goed en wel beseffend dat ik dit louter te danken had aan de naam van de beschermheer van de reeks. 

CB: Snel volgden een tweede – Inbreng nihil - en derde bundel - Het ei in mezelf.

PH: Ik was gretig. De dag na de Belgische presentatie van Niets met jou zat ik al naarstig te werken aan een opvolger. Over Inbreng nihil ben ik nog altijd tevreden, ook al staan er gedichten in die ik nu niet meer zou selecteren. Met Het ei in mezelf vond ik pas helemaal mijn eigen stem. Die titel alweer. En die covers! Al mijn bundels hebben prachtige covers, al zeg ik het zelf.

CB: En dan niets meer tot begin dit jaar, als we de best-off-bundel Grootste Hits! De Jaren Nul even buiten beschouwing laten.

PH: Uitgeverij 521 ging op in een groter concern dat na enige tijd geen poëzie meer wilde brengen. De Sandwich-reeks werd overgenomen door Van Gennep. In die tijd recenseerde ik voor Knack, maakte ik een bloemlezing met werk van Patricia Lasoen en bracht mijn verhalenboek Het vlees is haar uit. Uiteindelijk belandde ik eveneens bij Van Gennep. Het einde van het decennium, waar de titel van Grootste Hits! De Jaren Nul naar verwijst bleek de ideale aanleiding voor die verzamelbundel, want door de problematische fusies van 521 met andere uitgeefbedrijven waren Inbreng nihil en Het ei in mezelf nauwelijks nog te krijgen. De sterkste gedichten uit die bundels kregen aldus een nieuw leven.

CB: Hoorne op het podium is een belevenis. Deze zomer las je tijdens de Gentse Feesten voor in het Belfort en je kreeg een nokvolle zaal aan je voeten.

PH: Nochtans ben ik geen acteur of performer, zeker niet. Ik moet het hebben van mijn teksten. Hoewel, veel optreden, vooral her en der in Nederland in mijn beginjaren, heeft mij geleerd hoe ik een publiek moet bespelen. Het dichterschap heeft mij het zelfvertrouwen gegeven om een zaal te begeesteren, maar nogmaals, het zijn mijn teksten die het doen. Mensen doen gieren van het lachen, ze tot in hun binnenste diep ontroeren enzovoort, het is heerlijk dat je zoiets met woorden kunt doen.

CB: In mei verscheen je voorlopig laatste bundel Het is fijn om van pluche te zijn. ‘Veel van wat hij schrijft, balanceert tussen meligheid en virtuositeit,’ schreef Rob Schouten in Vrij Nederland.

PH: Dat deed me plezier, omdat het klopt. Ik ben het best – dat is mijn mening – in gedichten die tezelfdertijd intelligent en geestig zijn. Je kan die woorden dus naar eigen inzicht vervangen door virtuoos en melig, waarbij melig niet noodzakelijk een pejoratieve bijklank hoeft te hebben. Ik vind Het is fijn om van pluche te zijn mijn sterkste bundel tot nu toe. Na de weg te hebben afgelegd, die leidde van mijn nogal lieflijk Kopland/De Coninck-achtig debuut Niets met jou tot het branievolle Het ei in mezelf vroeg ik me af hoe het verder moest. Uiteindelijk heeft die vraag geresulteerd in Het is fijn om van pluche te zijn. Alles klopt aan die bundel, vind ik: de cover, het inleidend motto, de sfeer… elk woord in elk gedicht staat op zijn juiste plek.

Reacties

Laat een reactie achter

Reacties worden gemodereerd en zullen niet verschijnen op deze weblog voordat de auteur ze heeft goedgekeurd.

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...