Een ten onrechte vergeten dichter
Van de vele dichters uit de twintigste eeuw die in de vergetelheid zijn geraakt behoort Herluf van Merlet (pseudoniem van Herluf C.J.A. baron van Lamsweerde, 1900-1965) tot de interessantste. Het is me - gezien de kracht van zijn verzen én zijn indrukwekkende levensverhaal - een raadsel waarom generaties bloemlezers aan zijn werk voorbij zijn gegaan, waardoor zijn dichtwerk zo goed als onbekend gebleven is. Gelukkig gaat daar nu verandering in komen: in de loop van 2012 zal de Contrabas regelmatig werk van hem presenteren.
VAREN
Zoals het leven heeft de zee een wilde schoot
doorwoeld van onberekenbare lust en luim,
haar uitgelatenheid verstuift tot vluchtig schuim,
haar hartstocht is een hach'lijk kansspel met de dood.
Wie aan haar storm ontkomt, koerst snel een haven in,
onttakeld met de vlag in flarden aan de mast,
maar aan de wal blijft hij een ongedurig gast,
bezeten van de duivel der herinnering.
Wat baten kleine zorg en angst voor averij?
Elk avontuur vereist een durvend kapitein.
Het ergst verval vreet onder laad- en waterlijn,
het eind is tóch sloop of zinken met slagzij.
Herluf van Merlet
uit de bundel Per saldo, A.A.M. Stols/J.-P. Barth, 's-Gravenhage, [1961]
© erven Herluf van Merlet
Herluf baron van Lamsweerde (geboren te Arnhem, op 17 mei 1900) was journalist, prozaïst, essayist en dichter. Hij studeerde enige tijd rechten in Amsterdam, maar aanvaardde al spoedig een functie als kunstredacteur bij het katholieke dagblad De Tijd. Tijdens zijn rechtenstudie schreef hij al de dichtbundel Uit stille stonden mijner jeugd (1918) en de roman Elwin (1920). Hij werkte mee aan tal van tijdschriften, zoals Roeping, Dietsche Warande & Belfort, De Nieuwe Eeuw en De Gemeenschap.
In 1932 werd hij chef buitenland van de Verenigde Katholieke Pers en van 1936 tot 1942 hoofdredacteur van De Nieuwe Dag, een ochtendeditie van De Tijd. In 1942 werd die krant door de Duitse bezetter verboden. Van Merlet sloot zich aan bij het verzet, werkte mee aan de Paroolgroep en gaf illegale kranten uit. Hij werd katholiek adviseur van de overkoepelende verzetsorganisatie De Raad van Verzet (RVV). In 1944 werd hij gearresteerd en geïnterneerd in het concentratiekamp Amersfoort. Daar liep hij een ernstige longziekte op, waarvan hij nooit meer geheel herstelde.
Na de oorlog nam hij het hoofdredacteurschap van de De Nieuwe Dag weer op (KB: 1950-1963). Ook werd hij hoofdredacteur van het dagblad De Tijd-Maasbode (1952-1965). Hij stierf op 27 januari 1965 te Bussum.
Behalve dichtbundels, novellen en romans, waarvan Het zaad tussen de doornen (1947) het meest succesvol was, schreef hij essays, onder meer gebundeld in Adam en Eva voor de spiegel (1946), en Aphorismen (1946). Zijn gedichten zijn vreemd genoeg nauwelijks in bloemlezingen verschenen, terwijl zeker het werk in zijn laatste twee bundels van zeer grote kwaliteit is.
Lees vooral zijn uitgebreide biografie op de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren.
Dichtbibliografie
Uit stille stonden mijner jeugd, De R.K. Boek-centrale, Amsterdam, 1918
Deining, Van Munster, Amsterdam, [1923]
Het Oud Seizoen, Van Munster, Amsterdam, [1928]
Per Saldo, A.A.M. Stols/J.-P. Barth, 's-Gravenhage, [1961]
Binnen bereik, Nieuwe Nijgh boeken nr. 18, Nijgh & Van Ditmar, 's-Gravenhage, [1965]
[bronnen: G.W. Huygens en G.J. van Bork, Schrijvers en dichters, DBNL, februari 2009; Brinkmans Catalogus 1916-1920; Koninklijke Bibliotheek; de foto - genomen door een onbekende fotograaf - stamt uit het Lectuur Repertorium, Dl III, 1954]
Met dank aan Ingrid Driebeek-van Lamsweerde.
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Reacties