Anton Ent publiceerde zo'n twintig dichtbundels, onder zijn dichtersnaam (hij heet in het echt Henk van der Ent) en onder een ander pseudoniem: Marieke Jonkman. Hij bereikte nooit de top van de Parnassus, maar dat is geen diskwalificatie. Zijn werk lijkt (op dat van Marieke Jonkman na) niet geschikt voor een "breed publiek"; het is een in een verzorgde, niet spectaculaire maar wel (met de excuses voor het recensentencliché) doordringende stijl opgetrokken oeuvre, dat Ent nu al jaren uitbouwt.
Toch zou ik bundels als De hoed van Kierkegaard en Feestgangers best verplicht op de literatuurlijst van een middelbare school willen zetten, hoewel ik daar niet over ga, over die literatuurlijst. Gelukkig maar. Hoe het ook zij. Het eerste gedicht uit zijn nieuwe bundel, Binnen de wildroosters, verschenen bij Uitgeverij kleine Uil:
Keuze
Kies je voor kou van takken en stammen
rood- en zwartwild, durf je versterving aan?
Overschrijd je het wildrooster als een man
die opgaat in schoonheid en eenheid?
Het zandpad leidt niet naar vervoering
en wissels lopen vast in struikgewas
Tussen hemel en aarde vlamt
de eekhoorn. Verder geen vuur
Waarschijnlijk ga ik in de eerste twee verzen ergens een verwijzing missen... Ik merk dat die regels almaar geheimzinniger worden, hoe vaker ik ze lees. Bevatten ze een bijbelplaats? Verwijzen ze naar een psalm, naar een uitspraak? Ik weet het niet. Wat ik er in lees is dit, of beter, deze vraag, die de dichter zichzelf stelt: kies je voor een leven als herder, met een zekere (materiële) armoede als bijvangst?
De manier waarop Ent de "kou van takken en stammen" in een zinsdeel samenbrengt, waarna het enjambement de zin op zijn kop zet, is erg fraai en een illustratie van zijn technisch vernuft. Misschien is het een beetje té, maar ik heb er toch een paar minuten over gepeinsd en pas daarná had ik hem helemaal door.
De herder is niet (of niet alleen) een bijbelse herder, hij weet al van het bestaan van wildroosters, een vinding die meer van deze tijd is, dan van de tijd dat de mensenvisser actief was. Het is weer een vraag die de dichter zich stelt. Kies je voor dit, overschrijd je dat... Zul je een man worden die "opgaat in schoonheid en eenheid?"
Word je een herder en zul je in iets "hogers" opgaan: ziehier, we zitten meteen in de christelijke hoek, waar Ent al jaren zijn plek heeft gevonden. De heer is zijn herder, wellicht, maar hij is zélf de herder of de aspirant-herder die zich afvraagt of hij die taak wel naar behoren kan uitvoeren. Na deze twee vragen, waar in het gedicht niet meteen een antwoord op komt, presenteert Ent twee beschrijvende strofes:
Het zandpad leidt niet naar vervoering
en wissels lopen vast in struikgewas
Hé, misschien is dit toch een antwoord op de vraag in strofe 2? Hoewel "vervoering" weer iets heel anders is dan "schoonheid en eenheid". Al kunnen er schoonheid en eenheid worden ervaring in vervoering, uiteraard. Nee, dit is geen antwoord op de vraag in strofe 2. Hier wordt alle hoop de bodem in getimmerd.
Maar die wissels, wat is er met die wissels? Ik heb het even, ook al mag het niet, opgezocht (tegen de regels van deze rubriek in) en gevonden in een document van Rijkswaterstaat:
"Wissels zijn paadjes die regelmatig door dieren worden belopen. Soms worden ze door één bepaald individu gebruikt, soms door meer individuen van één soort, maar vaak ook door meerdere diersoorten tegelijk. De breedte van een wissel is een aanwijzing voor de gebruikende soorten. Wissels van haas en konijn bijvoorbeeld zijn 10-20 cm breed."
Het loopt allemaal vast, ondanks alle vragen die de dichter zich stelt, of de voornemens die hij maakt, gaat het zandpad niet per se richting het elysium en verdwijnen de dieren (die hij zou kunnen hoeden) in het struikgewas. Alles staat stil. Of loopt dood. Of verdwijnt in het struweel. De dichter staat erbij en kan zich alleen maar afvragen of dit allemaal genoegen biedt. De slotstrofe is niet meteen een uitsmijter die verdere hoop biedt:
Tussen hemel en aarde vlamt
de eekhoorn. Verder geen vuur
Wie aan de bosrand heeft gewoond, kent het fenomeen. Dat rode beest dat als een vlam door de bomen schiet, 's ochtends vroeg en 's avond tegen zonsondergang. Hij lijkt dan inderdaad even te "vlammen" tussen hemel en aarde. Even. Net als de dichter van 'Keuze', die zich lijkt te willen opmaken voor een herderlijke (poëtisch-herderlijke?) taak, maar daartoe niet in staat is, als door een verlamming getrofen.
"Verder geen vuur" is een zin zonder punt (die inderdaad vooruitwijst naar het volgende gedicht, maar dat valt buiten deze rubriek) die van een tergende berusting is. Of misschien moet ik zeggen dat de berusting die de dichter hier bevangt mij tergt. Niet op een vervelende manier, maar toch. Hier is iemand aan het woord die zich in de eerste twee strofes een aantal onmogelijke vragen stelt, om de antwoorden erop vervolgens in twee strofes te laten wegdrijven.
Of is mijn ergernis anders te duiden? Ben ik, ondanks herhaalde lectuur van het gedicht, niet in staat om de verlamming waar de dichter aan ten prooi is, een verlamming die een weefwerk is van religieuze, psychologische en andere existentiële vragen, te... aanvaarden? Ik kan er niet tegen als iemand zich in zijn eigen web van wildroosters verstrikt / laat verstrikken. Omdat het me aangrijpt.
De dichter die in zes regels dit effect kan bereiken, verdient in elk geval een grotere erkenning dan ik hem met mijn woorden kan geven. De jury's van grote literaire prijzen zouden eens uit hun eh... doppen moeten kijken.
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Mooi gedicht, inderdaad. En die christelijke insteek is wel handig om het gedicht te ontsluiten, maar goddank optioneel.
Geplaatst door: koenraad goudeseune | 29-1-12 om 23:11
Misschien optioneel, maar "het christelijke" in dit gedicht is nogal alomtegenwoordig, dus je mist wel een deel van het gebouw als je dat weglaat. Denk ik.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 30-1-12 om 0:07
Christelijk, oké. Maar waar haal je herder vandaan? Alleen dit gedicht lezend mis ik die verwijzing.
Geplaatst door: Tim Pardijs | 1-2-12 om 13:11
Ik wichel dat hieruit: "kou van takken en stammen / rood- en zwartwild": een herder loopt met een tak achter zijn kudde aan... maar je moet het wel willen lezen, zo, inderdaad.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 1-2-12 om 13:42
De flaptekst als leeswijzer erbij houdend, waar staat dat het bos achter de roosters bij Ent staat voor de ziel, lees ik het meer als een waarschuwing: als je kiest voor de verstilling van poëzie, zelfonderzoek zo je wil, weet dan dat er veel verwarrends (wissels lopen vast) en af en toe wat moois (eekhoorn) te vinden is. We zijn het eens.
Geplaatst door: Tim Pardijs | 1-2-12 om 13:52