Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« Tombe Oscar Wilde schoongemaakt | Hoofdmenu | Hé Gertje »

02 december 2011

Het eerste gedicht (43): H.H. ter Balkt

BalktVandaag in deze zeer onregelmatig verschijnende rubriek het eerste gedicht uit Vliegtuig- magneet, de nieuwe bundel van H.H. ter Balkt. De dichter, inmiddels in zijn 42e jaar als publicerend dichter, werkt nog steeds door aan zijn imposante oeuvre. Ter Balkt is een kruising tussen Tonnus Oosterhoff en Ida Gerhardt, met het talent van beiden en de grandeur van Gerhardt. Die grandeur maakt hem minder geschikt als knuffelbeest voor de internationale voorhoede van de Nederlandstalige poëziekritiek (dan Oosterhoff), maar toch heeft het er alle schijn van dat Ter Balkt - dwars door alle scholen en stromingen heen - zijn eigen positie heeft weten te bevechten; poetic justice. Het gedicht:

Erger nog

'Erger nog, Nederland begint zijn kracht 
te verliezen,’ karmiakt een manifest uit
Nul 4; koude wind over de waterzuivering
aan de Zwartewaterallee bij de nertsfarm.

Chichele de aartsbisschop die de koning
de expeditie naar Frankrijk aanried, rust
oorlogen ten spijt in vol ornaat en ook
zonder, op zijn tombe in Canterbury en ja

het mooie oog van de maanvis trok van zee
naar koude zee, bij Katwijk; maar zijn oog
dat niet langer leefde bleef, wijdgeopend
nog altijd menselijk en bijna levend kijken.

De onderzoeksjournalist Piet Gerbrandy vroeg zich in De Groene onlangs af waar het woord 'karmiakt' in het openingsgedicht van de nieuwe H.H. ter Balkt-bundel toch vandaan kwam. Hij kreeg per lezerspost antwoord van Jan Wiggers: "In het Twents betekent 'karmiakken' (uitspraak: karmiejakk'n) klagen. Vervoegingen: ik klaag, ik karmiak; jij klaagt, doe karmiaks; hij klaagt, hee karmiakt; wij klagen, wiejleu karmiakt et cetera."

Daarmee is maar één raadsel opgelost. Het gedicht staat bol van de "onduidelijkheden", die niettemin (in de samenhang van het gedicht) zo helder als pompwater lijken. 'Erger nog' is, zoals alle gedichten van Ter Balkt, een explosief mengsel van retoriek, politiek engagement en persoonlijke associaties. De dichter stopt losse, schijnbaar willekeurige elementen in de blender en na verloop van tijd komt er een onnavolgbaar vers uit.

Zo ook in dit geval. In alle drie de strofes "behandelt" de dichter een andere kwestie. In nummer 1 is dat - ja, wat? De eerste 3 regels, tot en met "Nul 4" lijken te duiden op de politiek-woelige situatie in het Nederland van 2004, na de moorden op Pim Fortuyn (2002) en Theo van Gogh (2004). Tenminste, zo duid ik die manifestentaal, als zijnde afkomstig uit een van de talloze opiniestukken of manifesten die zich sinds die jaren als een tapijt van bedorven pepernoten over de opiniepagina's verspreiden.

Na "Nul 4" verschuift Ter Balkt het perspectief naar Zwolle, denk ik, althans, de Zwartewaterallee ligt (ook?) in Zwolle. Hoewel het natuurlijk ook een "metaforische" naam kan zijn, net zoals de "waterzuivering" en de "nertsfarm" een andere betekenis kunnen dragen dan hun letterlijke. Die koude wind, die politiek-koude wind, waait dan over een land waar de "waterzuivering" en de "nertsfarm", twee wonderen van een zuiverende én vernietigende techniek, blijkbaar bij elkaar in de buurt liggen, áán die straat met de omineuze naam.

Maar je kunt het ook anders lezen: de koude wind waait over de waterzuivering: de zuiverende handelingen die daar verricht worden staan onder druk, worden door een koude wind bedreigd. Vlak ernaast ligt de nertsfarm, een plek waar mechanisch wordt gedood, dankzij dezelfde technische vooruitgang die ook het zuiveren van water mogelijk maakte. Dit alles opnieuw aan de allee met de omineuze naam.

Strofe 2 introduceert een aartsbisschop die zowel in de "echte" geschiedenis als in de literatuur (Henry V van Shakespeare) voorkomt. Deze Henry Chichele was inderdaad betrokken bij de oorlog met Frankrijk, én hij is op zijn graftombe in Canterbury te zien in vol ornaat én naakt. De macht, lijkt Ter Balkt hier te zeggen, kan zowel gekleed als ongekleed "in vol ornaat" worden uitgeoefend. Of het is een variant op "Koning, keizer, admiraal" van de Popla-reclame. Deze tussenstrofe zegt hoe dan ook iets over "macht", over wereldlijke macht die door een geestelijke werd uitgeoefend.

Die vermenging tussen geestelijke en wereldlijke macht zou dan weer iets zeggen over de situatie die Ter Balkt in strofe 1 aanduidt. In het Nederland dat zijn krachten begint te verliezen is de geestelijke en de wereldlijke macht niet langer gescheiden, en is een beroep doen op respect vanwege een godsdienstige overtuiging niet langer taboe, maar gemeengoed. Daarnaast lijkt de politieke wereld steeds gevoeliger voor emoties, voor manifesten, voor (semi-)religieuze prietpraat, waarmee een terugkeer naar de niet-geseculariseerde, zeer chaotische tijden van Henry Chichele (de late middeleeuwen) een feit lijkt.

Enfin.

Dan hebben we de 3e strofe over. Daarin verlegt de dichter het perspectief opnieuw... hoewel! Ik lees dat een maanvis behoort tot de familie van de cichliden, wat wellicht een verwijzing naar die Chichele van strofe 2 kan zijn, - wat betreft de klank liggen die twee niet ver van elkaar af. Of zoek ik er nu te veel in? De anekdote die Ter Balkt in deze strofe verwerkt, is die van de gestrande maanvis in Katwijk, ergens in 2008. Die maanvis overleed, "(...) maar zijn oog / dat niet langer leefde bleef, wijdgeopend / nog altijd menselijk en bijna levend kijken."

Dat is inderdaad "erger nog", dat is een dode die als een levende opkijkt. Misschien wel net als Theo van Gogh (vermoord in 2004), of de nertsen, vermoord in de nertsfarm, net als de aartbisschop in zijn graf, - en net zoals de grote bassins vol water in de waterzuivering van bovenaf gezien iets van dode ogen kunnen hebben. Dit alles geschreven in Nederland, een land aan de Zwartewaterallee, die locale variant op de Styx.

Reacties

Maarten van der Graaff

Mooie bespreking. Ik vind deze rubriek altijd de moeite waard. De gedichten van Ter Balkt hebben altijd een dreigende ondertoon, als ik hem lees voel ik altijd het gevaar. Dit komt door zijn grootse stijl, maar ook zijn vreemde, hoekige taal en de directe manier waarop hij zich verhoudt tot de wereld waarin hij leeft. Ter Balkt is een van de grootste, misschien wel de allergrootste, nog levende Nederlandse dichter, wat mij betreft.

Chrétien Breukers

Pas toch op Maarten! Straks leest de Oosterhoff-politie je opmerking! Dit met een glimlach gezegd.

Gert de Jager

Poetic juistice? Misschien. De grootste dichter? Wie een meetlat heeft, mag het zeggen,

Ik zie in dit gedicht twee suggestieve regel en één fraai beeld. Het is waarschijnlijk niet zo vreemd dat het in beide gevallen gaat om de regels waarbij je het als lezer zonder Google en Wikipedia kunt stellen: de laatste twee regels van de eerste en van de derde strofe. Het nijvere opzoekwerk omtrent ‘karmiakken’ – wat voegt het toe? Encyclopedische kennis aangaande een bisschop en zijn praalgraf? Dat Katwijk wordt genoemd omdat er ooit echt iets aan de hand was met een maanvis?

De lezer wordt in opzoekstand gezet en ontdekt dat er in Zwolle werkelijk een Zwartewaterallee te vinden is. Aan de suggestiviteit van de regel doet dat voor mij alleen maar iets af. De autodidactische ijver van Ter Balkt maakt het mij als lezer onmogelijk om zijn associaties ergens voorbij de ratio te laten indalen.


Martinus Benders


Zo overdreven weer allemaal, die uitlatingen. Ten eerste heeft ter Balkt echt niks komma noppes met Oosterhout gemeen en heel heel weinig met Gerhardt. Of hij de grootste dichter is vind ik niet zo'n interessante vraag - ligt er helemaal aan waar je de lat legt - van Nederland? Och vast wel een van de betere. Hij is een beetje te aards naar mijn smaak - en dan bedoel ik niet 'nuchter' ofzo maar meer dat hij essentieel vrij structuralistisch werkt, met dikke verf zeg maar, en hij maakt soms mooie dingen. Dat encyclopedische is een beetje ouderwets, maar je hebt mensen die daar heel hard op gaan - ik niet zo. Om hem te presenteren als iemand die door een Oosterhoff elite wordt genegeerd slaat nergens op, ik heb nooit iets anders dan positieve zaken gehoord van diezelfde 'elite' over ter Balkt.

Chrétien Breukers

Nee, hij wordt niet genegeerd, maar Tonnus Oosterhoff past beter in het stramien, en daarom vinden ze hem fijner. Tonnus Oosterhoff is dé dichter voor mensen die het verder ook niet weten - en daarnaast is Oosterhoff een goede dichter.

Ik zeg ook niet wat Benders mij in de schoenen schuift, in zijn eeuwige zucht om met suggestieve opmerkingen om zich heen te strooien, ongeveer zoals de knechten van de bisschop uit Turkije, maar ik zeg:

"(...) maakt hem minder geschikt als knuffelbeest voor de internationale voorhoede van de Nederlandstalige poëziekritiek (dan Oosterhoff), maar toch heeft het er alle schijn van dat Ter Balkt - dwars door alle scholen en stromingen heen - zijn eigen positie heeft weten te bevechten; (...)"

En is toch iets anders.

Verder houd ik wel van Ter Balkt. Ik vind hem geweldig, maar ik snap best als mensen dat niet vinden.

Trouwens, Gert, meestal mag ik van mezelf niet zoeken, dat hoort niet bij het idee achter de reeks, maar hier heb ik dat toch (een beetje) gedaan.

Paul van de Wiel

Bijna levend kijken kan niet, bijna dood kijken kan wel.

Martinus Benders


Dat ze Tonnus fijner vinden ligt waarschijnlijk aan het feit dat hij wat beter bij die hele postmoderne vernieuwingskerk past, waar alles toch draait om 'zo hip en nieuw mogelijk lijken'.
Ter Balkt is toch een soort oergeest uit het moeras, dat mag ook wel af en toe, maar 'vernieuwend' dat is toch even iets anders.

Chrétien Breukers

"Vernieuwend" is dan ook geen woord dat ik hier gebruik, als ik over Ter Balkt spreek. In de poëzie betekent dat woord niet zo veel, volgens mij.

willem thies

Goede bespreking. Vreemd genoeg kan ik zowel meegaan in de bewondering van Breukers als de (lichte) aversie die ik bij De Jager meen te bespeuren; het laatste niet alleen vanwege het 'encyclopedische', de 'kennisdichtheid', het strooien met verwijzingen. Waarom ik Ter Balkt bewonder, en tegelijk... ook enige reserves koester, Benders zegt het eigenlijk al: zijn bombast, het dreunen, donderen, bassen. Het is allemaal nogal vet aangezet. Ronkend. Hij donderpreekt, galmt, en dreunt, en wil dat al deze geschiedverhalen erin meegalmen. Of, zoals Benders zegt: [het is aangebracht met] 'dikke verf', Ter Balkt: 'de oergeest uit het moeras'. Maar het is zonder meer krachtige poezie, ze draagt ver, is imposant.

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...