Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« Gerrit Komrij over de literaire bladen | Hoofdmenu | Poëzierapport: Sacha Blé »

26 juni 2011

Studio Oudebildtzijl (10): De ijle zang van ongemak

Studiooudebildtzijl Lies Van Gasse, Brak de waterdrager (Wereldbibliotheek, Amsterdam en Antwerpen 2011)

Het gebruik van het persoonlijk voornaamwoord ‘men’ als ordeningsmiddel in lyrische poëzie komt sinds Gerrit Kouwenaar zo nu en dan wel eens voor, om het zuinig uit te drukken. ‘Men’ is een handige vermomming, als je eigenlijk ‘wij’ of ‘ik’ bedoelt, maar je wederwaardigheden nu eens een keertje wat breder wilt uitmeten. Laat een ‘men’ ze beleven en je gedichten worden een stuk democratischer en meer algemeen invoelbaar. De lezer krijgt door dat woordje ‘men’ de bemoedigende boodschap: dit gaat dus ook over jou.

In Brak de waterdrager schildert de Vlaamse dichteres Lies Van Gasse de ondergang van een verhouding tussen twee mensen, die eerst de passie beleefden, toen de pijn smaakten, vervolgens de zinloosheid van elkaars gezelschap als het ware uitduurden, totdat helemaal uitdoofde wat zich nog verstopt had aan smeulend vuur en het einde daar was. De summiere achterflaptekst laat niet na te vermelden dat hier een “persoonlijk” verlies van de dichter in het geding is. Het blijft vermakelijk, de paringsdans van de reclameboodschap met het leed dat iemand werkelijk geleden heeft.

Iemand, want wie, en wat, dat doet er niet toe. Men wende zich tot de tekst. In drie stromen, ‘Doorbraak’, ‘Maelstrom’ en ‘Een landschap lief’, bewegen de gedichten zich in zeewater, wandelen over stranden en begeven zich in een huisje. Het decor suggereert een oerbeweging, eb en vloed. Alsof ook de ‘men’, de ‘wij’ en de spaarzame ‘ik’ in deze teksten zo’n onvermijdelijke sequens volgen. Na opkomst volgt neergang, na de geneugten van het paradijs komt de pijnlijke menswording.

Aldus goed gekleed voor symbolisch zwaar weer, kunnen de gedichten aan de slag. ‘Doorbraak’ is een cyclus over relationele claustrofobie – twee mensen opgesloten in elkaars leven, die sneuvelen en het opnieuw proberen, maar het lukt niet: 

Hier waadde men door kamers
waar koffie nog te knippen was,
de kapstok werd onthoofd,
fruit het haar niet kort droeg.

Toetsen vochten hevig
tegen een snel bewegende hand.

Men sliep met in het buitenraam
de ijle zang van ongemak.
Ook lag hier een hand op een hart
en dacht men dat dat goed was.

Van Gasse, op haar beurt, denkt genoeg te hebben aan een lange optocht van melancholieke beelden, zoals daar zijn: overdag lampen tellen, ’s avonds naar supermarkten zoeken, avonden die gedachten “als van bergkristal” brengen, een eiland dat een stratosfeer van onvermoede laagtes entert, orde scheppen in het klappen van elke hand, met gerommel het avondmaal verlaten en dagen vechten met zijn stiltes – maar is die processie genoeg?

Het tweede lange vers, ‘Maelstrom’, geeft al in de titel toe aan de uitstorting die de dichteres beoefent – maar is dat dan niet naar het leven getekend? – is een scheiding iets anders dan een stortbak verdriet met een lekkende valklep? In een stroom van kortregelige strofen gaat het van een bijbels introïtus aangaande de schaamte van Adam en Eva over in het verlies van de onschuld der jeugd en het beleven van de onstuimige hartstocht. Het is niet dat Van Gasse geen zenuwen raakt met haar taal, dat doet ze wel. Maar het gekke verschijnsel doet zich voor dat iets wat als een vloed bedoeld was, al snel vervaagt en ook de associatie oproept met kortademigheid. Een fragment:

Er werd gevochten om het ogenblik
waarop wij beseften
dat het water boven de daken stijgen zou,

er werd gedronken op een toekomst in de aarde.

Ooit waren wij stralend, rond en glad
en bijna onaantastbaar.

Er was vooral een dichte mist
die ons steeds het zicht beperkte,
en ook, woekerend,
een verlangen naar ontembaarheid.

Aan grote woorden geen gebrek, alleen al uit deze paar regels pik ik op: vechten, beseffen, vloed, verdrinken, onaantastbaar, woekering, ontembaarheid. Dat is veel. Het staat allemaal ook zo dicht op elkaar. Een variatie op het gezegde dat het water je aan de lippen staat, het “gedronken” dat in feite verdrinken is, de toekomst in de aarde, die dus geen toekomst is, en dan ook nog een “dichte mist”, die zó dicht is dat-ie dubbelop “ons steeds het zicht beperkte”.

Als lezer voel je wel aan wat Van Gasse wil met haar gedicht. Maar je denkt, moet dat nou allemaal, zo hevig en recht voor z’n raap?

Want op een of andere manier gaat de veelheid hier te vaak niet gepaard met indringendheid. Vele handen maken licht werk, maar ze hebben wel een opzichter nodig, die structureert en dwingt tot doelmatigheid. Dat gemis voelde ik eerst niet in het laatste gedicht, de cyclus ‘Een landschap lief’. Hier een verdeling in een ‘wij’, die op de linkerpagina’s in introvert proza mag spreken, en een ‘ik’ op de rechterpagina’s die lyrisch een ‘liefste’ adresseert. Ze doet dat met ‘Wat zeg ik toch’-constructies, steeds in de eerste en laatste regels van de gedichten. Ook hier gaat het met rasse schreden naar de ondergang:

Wat zeg ik nu, liefste, zo’n avond
waarop we bloemen laten in de achtertuin,
de zon haar ondergang afkondigt en de gevel zwijgt.

Hier sterft op het grasveld een zwaan.

Twijgen wiegen, wij staan verdwaasd
als diep in elkaars afgrond
en zacht, wat zeg ik toch, liefste.

Maar bij nader inzien gaat ook deze cyclus gebukt onder beelden die te zeer op zichzelf vertrouwen en te weinig op groei door geduld, beperking en samenwerking. Bovenstaand gedicht stipt veel aan, maar laat na om uitwerking of verrassende taal te brengen. Een ‘zon die haar ondergang afkondigt’ zou wellicht niet misstaan in een heldenepos, waarin het zou zijn omringd met nog veel meer retorisch geweld – in zo’n beperkt gedicht als dit raken de overige regels al snel verschroeid.

Als Van Gasse de maalstroom verlaat, belandt ze soms in keurslijven waarvan haar vondsten (bloemen laten in een achtertuin, bijvoorbeeld) te lijden hebben. Omdat er niets mee wordt gedaan, valt het des te meer op dat ze vreselijke clichés pal naast zich moeten dulden (een zwaan die op een grasveld sterft, bijvoorbeeld).  Zelfs als laatromantische ironie is dat wat teveel van het goede.

Dichten, net als liefhebben, is water naar de zee dragen. De zee die alleen materie die licht en dicht en hard genoeg is, laat drijven.

© Abe de Vries, 26 juni 2011

Reacties

Martijn Benders


Lies dicht hetzelfde als ze op facebook op de foto staat: smachtend in de camera kijkende. Je hebt mensen die daarin trappen. Helaas zijn poezielezers doorgaans oudere dames en die vinden dat alleen bon ton zolang ze zich ermee kunnen identificeren - zodra Lies de leeftijd van 26 is gepasseerd zullen deze dames aan haar gesmacht een broertje dood hebben, want dan is er weer een nieuwe leuke tiener die hun ware jaren kan laten herleven.

sodade

Mogen de engelen op je zure piel schaatsen terwijl je oneindig verder kotst.
http://www.loewak.nl/2008/11/19/pure/
Zoiets?


Martijn Benders


Dat is geen gepubliceerd gedicht. Maar wel beter dan zwanen die op het gras sterven met wiegende twijgjes als enige getuige.

Chrétien Breukers

Ja, ok. Maar dat kan allemaal elders besproken worden!

Zia

Kan dat gedicht nog even geactiveerd worden - het meteen van die website afhalen is laf.

Overigens ben ik van mening dat een recensent minstens de naam van de dichter even goed mag schrijven. Pas dan kan een recensie serieus worden genomen. Tot die tijd: beter oefenen!

Ook: wat is eigenlijk het doel van negatieve recensies publiceren, vertel me dat eens.

Martijn Benders


Een of andere pipo doet veel moeite een slecht gedicht van me te vinden - die ik ongetwijfeld heb, maar gelukkig publiceer ik die niet in mijn boeken. En als ik ze online zie staan wis ik ze, dat is het fijne van digitale cultuur.

Abe

@Zia: Negatieve recensies hebben hetzelfde doel als positieve, of als neutrale, namelijk de lezer ervan laten kennismaken met de kijk van de recensent op het gerecenseerde werk.
Die recensent biedt zijn kijk aan, niet om daarmee het laatste woord te willen spreken, maar om een richting te geven aan de discussie over het werk van een auteur, die immers vraagt om zo'n discussie op het moment dat hij of zij zijn schrijfsels publiceert.
Wie slechts een inhoudsopgave wil van een literair werk, kan zich beter vervoegen ter uitgeverij en een uittreksel vragen.

lisette waterschoot

Lies Van Gasse is een dichteres die heel bewust altijd hetzelfde durft te schrijven.
Dat bewees ze al door de titel van haar eerste bundel: altijd weer hetzelfde gedicht.

Het lukte haar daarin wonderwel steeds weer de aanwezigheid
of het weggaan van een geliefde te beschrijven.
In haar tweede bundel tekende ze zich als een kinderlijke furie uit en ontbrak het haar bijna
aan woorden terwijl ze bij hetzelfde onderwerp bleef.
In de derde bundel komt ze tot een herhaling van weer dezelfde inhoud: bijna dagboekzinnen
die ze uit de werkelijkheid van de lezer vandaan haalt om hem zichzelf te doen herkennen in het beschrijven
van wat hij wilde en wat daarvan geworden is.
Je moet maar durven elk nieuw gedicht te beginnen met hier , gevolgd door een hele serie die begint met daar.
Dan nog een paar verzen die uiteengetrokken prozaregels of moet ik zeggen verzen die opeengestapeld zijn in prozavorm?
Je moet maar durven om een gedicht in het midden van de bundel te plaatsen dat alle hier en daar nog eens uitgebreider
beschrijft met zinnen die bijna gemeengoed zijn en die blijven duren: tien blz. lang.
Je moet maar durven om de ik ,jij, wij, men, door elkaar te halen, personen die met haar bestaan, gedachten over zichzelf, over jij als hem, over wij als zij en hem, over wij als ons, waarmee ze discussieert.
Want ze misleidt je : door de titel, brak de waterdrager, zonder komma achter brak, lees je de bundel toch alsof het over een mens gaat terwijl de verrassing op de laatste blz. staat en je ineens beseft dat het over een werkwoord gaat.

Zia

Hahaha, de kijk van de recensent? Die is toch niet boeiend. Die wil enkel scoren met zijn eigen smart ass opmerkingen. Helaas wil hij of zij vaak - via deze omweg - zijn eigen dichtwerk promoten.

Nee, het is de de literatuurwetenschapper die dat kijkje biedt en die richting geeft aan interpretatie. Maar daar zijn er helaas steeds minder van - en dat is een geldkwestie.

En tot slot: een auteur vraagt niet om discussie. Een auteur biedt iets te lezen aan. Wat gelegenheid kan bieden tot reflectie en, ja, tot leesplezier.

De lezer wil alleen maar weten welke boeken dat leesplezier kunnen verschaffen, niet welke boeken dat NIET kunnen.

Zia

Hey nu zijn alle Van der Gasses verdwenen! Its magic! Abe heeft kennelijk connecties met de webmaster!

Chrétien Breukers

Ja, want die had die fouten niet verbeterd, en heeft ze goedgemaakt.

U zegt:

"De lezer wil alleen maar weten welke boeken dat leesplezier kunnen verschaffen, niet welke boeken dat NIET kunnen."

Maar hoe het ook wordt gespeeld: er zal altijd een mening van de advies-gever in doorklinken.

Ik vind het juist boeiend, die hele literaire cultuur, dat spel van voors en tegens; volgens mij is de literatuur zonder dat spel, zonder dat web van verwijzingen, morsdood.

Nu ja, de literaire kritiek is sowieso bijna morsdood; gelukkig houden wij haar nog een beetje in ere, of wat heet, een beetje...

Zia

Goede punten, waarvoor dank. Wel nog een dingetje: Abe mag zijn fysica ook nog even afstoffen want materialen die hard en dicht zijn, zijn niet licht. En blijven dus ook niet drijven in de zee. Abe, doe jij nog even een poging om een betere eindzin te schrijven, daar leer je misschien nog iets van.

Abe

Dank, strenge onderwijzeres. Ik had eigenlijk, in de geest van Lies, een zee van poëzie in gedachten, een zee van taal. Maar misschien moet ik mij de volgende keer wat eenvoudiger uitdrukken.
Hoe je het ook wendt of keert, poëzie is onderwerp van gesprek, en poëzie publiceren is een uitnodiging tot zo'n gesprek. Iemand anders vindt vast weer iets anders. Uw pogingen om censuur te plegen op het gesprek zijn nogal bedenkelijk.

Bertus Pieters

"De lezer wil alleen maar weten welke boeken dat leesplezier kunnen verschaffen, niet welke boeken dat NIET kunnen."

Ik ben een lezer. Bovenstaande opmerking is niet namens mij geschreven.

Chrétien Breukers

"We're all individuals!" "I'm not"... etc. Groot gelijk, Bertus. Lezers hebben dat niet nodig, dat duimpje omhoog. Niet per se.

Zia

@ Abe: niet eenvoudiger uitdrukken -- neenee, misschien moet u uw metaforen zorgvuldiger hanteren.

Dus als ik niet hou van negatieve recensies van dichters over andere dichters, pleeg ik censuur op het gesprek... goh... ik dacht dat ik toch duidelijk had opgeschreven dat literatuur aanleiding geeft tot reflectie.

Laat ik het dan zo formuleren: reflectie (en in gesprek gaan) is iets anders dan bombastisch afzeiken.

Chrétien Breukers

Zo is het, en goddank is Abe een recensent die zorgvuldig denkt, leest én schrijft. Wij zijn er maar wat wijs mee.

willem thies

@ Zia: Het kan zijn dat u recensies ueberhaupt, in algemene zin, niet interessant vindt, hoe ze ook geschreven zijn. Dan moet u ze vooral niet lezen, en inderdaad zelf in de boekhandel pakweg twee uur in de boekhandel staan bladeren en lezen - of blind aanschaffen.

Als u wel recensies leest, dan kunt u natuurlijk altijd een invalshoek verwachten, een perspectief - en dus de kijk van de recensent. Hij legt accenten, merkt stilistische kenmerken en eigenaardigheden (in positieve dan wel negatieve zin) op, etc. Dit oordeel is geenszins zaligmakend of absoluut of definitief. Maar zoals Abe al aangeeft: louter een uittreksel of samenvatting van een bundel geven is weinig zinvol, voor wie dan ook; enkel een inhoudelijke/thematische beschrijving, zonder meer, sec, zonder ook maar enig - gefundeerd - oordeel te geven, een 'focus' en een daaraan gekoppelde waardering (plus of min), daar heeft niemand wat aan.

En u zegt: 'De lezer wil alleen maar weten welke boeken dat leesplezier kunnen verschaffen, niet welke boeken dat NIET kunnen.'

Ik vraag mij dat af: een lezer wil liefst (maar dit is denk ik onhaalbaar) geinformeerd worden over het *complete* aanbod aan bundels en boeken (zoals in een muziektijdschrift ook een aanzienlijk deel van de albums wordt besproken, ook de 'tegenvallende'; en in de tv-gids summier alle films).

Daarbij: hoe kunt u er zeker van zijn, gesteld dat enkel en alleen de zeer gewaardeerde bundels worden besproken, dat indien een bundel *niet* is besproken, dit komt door een gebrek aan waardering - en niet, bijvoorbeeld, doordat de recensent aan die ene bundel niet is toegekomen, of - ook mogelijk - niet zoveel wist aan te vangen met de bundel, juist geen invalshoek kon vinden, bijvoorbeeld. Kortom: wilt u absoluut *zeker* weten welke bundels u volgens de recensent zou moeten lezen, dan zou hij/zij ook moeten aangeven welke bundels hij in mindere mate waardeert / minder aansprekend vindt.

Zelf zie ik ook, doorgaans, niet het nut in van genadeloze 'kraakrecensies', van vernietigende afbrandrecensies, al kan het een enkele keer nodig zijn - maar daarvan is in dit geval geen sprake, vilein is de bespreking allerminst.

Soms is een recensie toch in essentie afkeurend - het kan, bijvoorbeeld, komen doordat de bundel in kwestie tegenvalt. Eerder werk had de recensent in hoge mate bekoord; hij/zij vraagt de 'opvolger' aan, en die spreekt aanzienlijk minder aan. Dat kan. Moet de recensent dan maar liegen, of er het zwijgen toe doen? Nee, dan tracht je zo goed mogelijk te verwoorden waarom je oordeel is veranderd, bijvoorbeeld. Natuurlijk moet de recensent ook waken voor bepaalde *verwachtingen* van tevoren, een vooringenomenheid; in dit soort gevallen. Liefst moet hij/zij de bundel 'open'/onbevangen/blanco tegemoettreden, maar dat is moeilijk.

Ook kan het dat een bepaalde dichter(es) heel erg gehypet wordt, enkel maar bewierookt en bejubeld wordt, en volgens de recensent ten onrechte. Dan kan hij een tegengeluid (willen) laten horen, dat lijkt me niet meer dan fair. Dat zet de zaken juist wat meer in balans, geeft relativering en nuancering. Niet dat dat in dit geval zo is, maar het kan voorkomen.

Enfin, enzovoort.

Overigens, een stalen sloep is toch hard en dicht, en toch ook *relatief* licht - omdat hij hol is, immers. Zou het een massief blok staal zijn dan zou het geheid naar de bodem zinken. Goed, het gaat dus ook om de vorm, maar toch, iets wat dicht en hard is, *hoeft* niet (relatief) zwaar te zijn, toch?

Zia

Nou, nog een statement dan, omdat ik het niet kan afleren:

Onderzoek heeft uitgewezen dat lovende boekrecensies worden geschreven door vriendjes van de auteur/uitgeverij. Dat is alles wat een recensie zegt. Als lezer word je dus gewoon opgelicht. Criteria voor afwijzing vandaag (neem: 'hevig en recht voor zijn raap') zijn criteria voor ophemelarij morgen. Ik kan nog wel een paar dichters noemen die om diezelfde reden worden gelauwerd.

Mensen die van elk boek dat verschijnt een recensie willen lezen, zijn gek. Net als mensen die denken dat een stalen sloep licht is. Als Abe het over sloepen het had willen hebben, had hij dat wel gedaan. Hij sprak over materie.

Martijn Benders


http://www.youtube.com/watch?v=kokPyrsDoJU

Coen Peppelenbos

@Zia: 'Onderzoek heeft uitgewezen': welk onderzoek precies. Zou ik graag lezen. Hopelijk een onderzoek van een literatuurwetenschapper.

Zia

@ Coen: in het Nederlands taalgebied was het 't werk van deze onderzoeker:

http://home.medewerker.uva.nl/w.denooy/

W. de Nooy, Richtingen en lichtingen. Literaire classificaties, netwerken, instituties. Rotterdam 1993, 51 e.v.

(1996). The literary author, the critic, and their friends' friends, Sunbelt XVI Conference on Social Network Analysis. Charleston, USA.

Abe

@ Zia: Ik heb een positieve recensie geschreven over de bundel van Benders. Ken ik Benders? Nee. Ooit mee gesproken? Nee. Ken ik iemand van diens uitgeverij? Nee. Ik was ook positief over Blé. Ken ik Blé? Nee. Leuk dat u een discussie wilt beginnen over recensies en vriendjespolitiek, maar houd mij erbuiten, goed?

Abe

@ Zia: O ja, en over het promoten van eigen gedichten gesproken, "langs deze weg", ook al zo'n haveloze opmerking van u. Die gedichten zijn vooralsnog in het Fries, dan zit ik hier bij de Contrabas wel goed! Maar mochten die gedichten ooit een Nederlandse vertaling beleven,dan zal ik nog wel eens terugdenken aan mijn recensie van, bijvoorbeeld, collega-recensent Gerbrandy. Gelukkig ben ik niet zo achterdochtig. Is zo vermoeiend.

willem thies

@ Zia: Het zal ongetwijfeld een enkele keer voorkomen, maar in haar algemeenheid een absurde stelling. Zo veel vrienden heb ik lang niet. Mijn laatste (zeer lovende) recensie behandelde de jongste bundel van Hester Knibbe, die ik ook niet persoonlijk ken, en met wie ik evenmin ooit gesproken heb. Vaak recenseer je een bundel omdat iemand je die aanbeveelt, zoals dat ook met cd's en films gaat - en doorgaans was/ben ik dan nog niet bekend met diens werk, gaat het om mijn eerste kennismaking, met name bij debuten, uiteraard. Of je selecteert zelf een bundel ter bespreking omdat je daar iets van verwacht - omdat je verwacht dat die poezie je zal aanspreken. (Op basis van eerder werk, eerdere bundels; of op basis van publicaties her en der, in literaire tijdschriften - ziehier het nut van literaire tijdschrijften voor den recensent! - en tegenwoordig ook meer en meer op internet, bijvoorbeeld op persoonlijke websites. Of een kleine steekproef in de boekhandel. Enzovoort.)(Het gaat overigens om een vrij oud onderzoek, althans in deze snel veranderende tijden 'oud'. 1993. Het onderzoeksgebied behandelt dus de periode tot en met de jaren '80 en eventueel de zeer vroege jaren '90, tot en met '92 of zo. Dat is dus grotendeels het pre-internettijdperk. Dat maakt ook al een wereld van verschil, maar daar ga ik nu niet over uitweiden...)

Martijn Benders


Abe nog nooit woord mee gewisseld, en met Contrabas heb ik laten we zeggen heel problematische verhouding. Heel positieve recensie. Edwin Fagel, vaak ruzie mee gehad, vanwege Fagel bij Recensent weg gegaan, desondanks: zeer positieve recensie.

Neemt niet weg dat het fenomeen 'vriendjesrecensie' inderdaad bestaat maar onzin daarom de hele recensiekunst maar in de prullenmand te kieperen.

Gert de Jager

Als ‘wetenschappelijk onderzoek’ één ding heeft uitgewezen, dan is het dat ‘de lezer’ niet bestaat. ‘De lezer’, waar mijnheer of mevrouw Zia zo mee schermt, is een retorische constructie die dient om aan particuliere opvattingen algemene geldigheid te verlenen.

Het onderzoek van De Nooij beschrijft statistische verbanden. Statistiek kan nooit leiden tot een uitspraak over een individuele casus als de recensie van De Vries.

Statistische verbanden, hoe overtuigend ook, zeggen niets over intenties. De Nooij heeft de auteurs van de recensies die hij aan statistische bewerkingen heeft onderworpen, niet ondervraagd. Zijn conclusies over vriendjespolitiek zijn een construct op basis van de theorie van Bourdieu.

De criteria die Zia noemt zijn geen criteria. De literaire kritiek kent geen criteria die op dezelfde manier functioneren als die in de wetenschap. Ze leiden niet tot een eenduidige toekenning van iets als literaire kwaliteit. Het enige wat ons gegeven is, is het voorstel van de criticus om op een bepaalde manier naar een literair werk te kijken. Om dat te bereiken beschikt hij over een beperkt verbaal repertoire. Vanwege de herhaling lijkt dat repertoire uit criteria te bestaan.

Cultuur betekent dat je met elkaar afspreekt iets de moeite te waard te vinden. Negatieve recensies spelen daarbij een belangrijke rol. Zonder negatieve recensies kunnen we het fenomeen ‘poëzie’ opdoeken.

Cultuur is groepsvorming. Roddelen vormt de basis van de beschaving.

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...