Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« februari 2011 | Hoofdmenu | april 2011 »

maart 2011

31 maart 2011

Nieuw gedicht A.H.J. Dautzenberg

Nieuw gedicht van A.H.J. Dautzenberg op Gedichtenforum: 147.

Maris Bayar: Opgerichte poëzie

Marisbayar Nog nooit had ik van Maris Bayar gehoord, toen ik een e-mail kreeg van de immer goedgemutste (en uitermate hoffelijke) Walter Soethoudt, de Benidorm Bastard van de Vlaamse literatuur en Bayars literaire agent: of ik haar verzamelbundel Opgerichte poëzie, 1975 - 1988 wilde recenseren. Omdat "nee" schrijven richting Walter Soethoudt niet tot de mogelijkheden behoort, mailde ik "ja".

Drie weken later arriveerde het door "Stichting Catteau" uitgegeven boekwerk, in een hergebruikte envelop, waarop ongeveer 100 verschillende soorten postzegels. Het boek, of nu ja, het kladblok is een must voor iedereen die is geïnteresseerd in de diepe krochten van de Vlaamse poëzie. Voor de echte die hard liefhebbers van alles wat zich poëtisch gekwetst of gefnuikt voelt, is deze bundel verplichte lectuur.

Zelden zo'n liefdeloos uitgegeven stapel papier onder ogen gehad. Het geheel is geredigeerd door iemand die zijn leesbril vergeten is op te zetten, denk ik, en de vormgeving werd gedaan door iemand met de Ziekte van Parkinson.

De pronkstukken van het boek zijn echter de "bibliografische schetsen" die de grande dame van de ietwat bruin uitgeslagen letteren, Aleidis Dierick, voor het boek schreef. In deze teksten bereikt Dierick een hoog niveau van slapstick. De vraag is, of ze dit wel zo heeft bedoeld, maar het is ondertussen wel zo. Over de vroege jeugd van Bayar schrijft Dierick bijvoorbeeld: "Ze loopt veertien jaar school bij de zusters Apostellinen. Dan volgen vijf jaar haartooi, inbegrepen een jaar bijzondere vervolmaking. Als kind al weet ze: ze zal schrijfster worden."

Lees meer "Maris Bayar: Opgerichte poëzie" »

Poëzierapport: Meindert Talma

Meinderttalma Meindert Talma (1968) kende ik als voorman van Meindert Talma & The Negroes. Talma componeerde de nummers, schreef de liedteksten, zong en bespeelde de toetsen (piano, orgel, synthesizer). Een klassieker was 'Dat is niet goed hè' van het album Kriebelvisje (2003): 

zie ik laatst een jongen een brievenbus in brand steken
heb ik er toch wat van gezegd, ik zeg: 'dat heeft ja helemaal geen zin
jonge, ben je wel goed wijs, ben je niet goed snik
jij steekt een nog goede brievenbus zomaar even in de fik'

dat is niet goed hè, dat is niet goed hè
dat is niet goed, jij steekt een nog goede brievenbus in de fik 

Een andere klassieker is 'Rummenige' van het album Leave Stumper (2001): 

soms als mijn ouders ergens heen zijn en ik me wat depressief voel
omdat ik weer eens verliefd ben op een meisje dat ik goed ken,
ze kent me ook en daarom wil ze niet, geen meisje is ooit op mij verliefd
dan pak ik mijn seksboekje dat ik verstopt heb in mijn bureau
en trek ik mijn spijkerbroek uit en dan ga ik liggen op mijn bed
en dan bekijk ik alle plaatjes en dan lees ik de verhaaltjes

Lees meer "Poëzierapport: Meindert Talma" »

Guido Lauwaert: nieuwe adviseur Schauvliege

Minister Joke Schauvliege maakt morgen in een persconferentie bekend dat Guido Lauwaert de nieuwe adviseur "Onkostennota's Culturele Sector" wordt van het Ministerie van Leefmilieu, Natuur en Cultuur. Dat liet een woordvoerster van haar ministerie ons vanochtend weten.

"De heer Lauwaert is door de minister gevraagd gevraagd vanwege zijn jarenlange expertise in financiële aangelegenheden," meldt de minister. "Zo wist hij onlangs nog een stapel documenten rond de Vlaamse Nacht van de Poëzie, waarvan hij de bezieler is, aan het Letterenhuis te onttrekken en veilig onder te brengen bij De Slegte Wapper te Antwerpen."

Reden van deze opmerkelijke politieke stap is dit interview in Knack, waarin Lauwaert op indringende wijze sprak over de schandelijke manier waarop hij, en zijn troetelkind de Nacht, met fooien worden afgescheept. Lauwaert zei onder meer: "Ik heb voor deBuren een subsidiedossier ingediend bij het Vlaams Fonds voor de Letteren. Dat is gehonoreerd voor 8000 euro. Niet meer, want de commissie had vragen bij twee dingen: het eenmalige karakter van de Nacht, en het feit dat we werkten met een grote privésponsor als Knack. (...) Ik vind dat het VFL terug bij het ministerie van Cultuur zou moeten komen. Ik vond dat het vroeger beter was."

Minister Schauvliege: "Lauwaerts hang naar het verleden is mij uit het Vlaamse hart gegrepen. Lauwaert is een monument, vergelijkbaar met de IJzertoren en Lambiek. Dat hij als eerste dossier de herbehandeling van de subsidie-aanvraag voor zijn eigen Nacht mag behandelen, beschouw ik als een nu al historisch feit."

De persconferentie zal morgen live worden uitgezonden op de Vlaamse radiozender Radio1. Het VFL was niet bereikbaar voor commentaar.

Ochtendnieuws: 31.3.2011; de ouder wordende schrijver (m/v)

"Uitgeverij Kok kondigt in de zomercatalogus de komst aan van een bundel 'geheime liefdesgedichten' van Nel Benschop. Het zijn gedichten die pas na de dood van Benschop mochten worden gepubliceerd. In de jaren vijftig had Benschop tweemaal een relatie met een getrouwde man. 'Het waren onmogelijke liefdes die na korte duur werden beëindigd,' aldus de catalogus van de uitgeverij." Lees meer op de website van Tzum.

"Ah, verleidelijk is het om je met je benen wijd over te geven aan de sappige geur-kleur-en-smaakporno van de betere migrantenliteratuur. Dat ik niet het enige poldermens ben dat zich erdoor laat narcotiseren bewijst het vlekkeloze verloop van Kader Abdollahs eregastschap op het boekenbal. Toen ik daar echter lang en goed naar de vreemdeling keek verdween even de fatamorgana (ik wijt het aan de ontnuchterende, stijlloze muziekmix). Het werd me duidelijk dat er eigenlijk maar één andere saaie oude zool is geweest die er zomaar mee wegkwam om in niet bijster aantrekkelijk Nederlands dikke boeken te schrijven waar helemaal niets om te lachen valt." Propria Cures, over Kader Abdolah.

"Het uiten van het sentiment dat u naar eigen inzicht 'met het klimmen der jaren alleen maar slimmer bent geworden' lijkt mij dan ook geen teken van seniliteit, maar van een buitengewoon kwalijke karaktertrek die kennelijk met de jaren alleen maar dieper is ingesleten. Het begint mij namelijk op te vallen, meneer Pam, dat u een zelfingenomen oude zak bent." Meredith Greer doet Max Pam. Op de website HardHoofd.

Leonard Nolens ging naar de studio. Voor een interview. Omdat Nolens nerveus was, spoelde hij een keer of wat, tegen de zenuwen. Het resultaat, een interview met hindernissen. Uiteraard is het allemaal integer, authentiek en zuiver. Na te lezen op de website van nrcboeken en hier te beluisteren

Marisbayar Maris Bayar schreef en schrijft gedichten. Haar oeuvre tot 1988 is nu gebundeld in de overzichtsbloemlezing Opgerichte poëzie, 1975-1988. Het fijnste aan deze bundel zijn de "bibliografische schetsen" van Aleidis Dierick, die elke bundel inleidt op, eh, onnavolgbare wijze.

"Ze is het middelpunt van haar 'literaire salon', van de Trapprijs en werkt mee aan de tijdschriften Trap en Radar. Ook sommige Pink Poets geven hun werk uit bij Contramine. Bayar houdt van dichters, hun bevlogenheid, hun plannen. De poëzie beleeft een bloeitijd, al zal veel waardeloos blijken." Fijn, zo’n compliment, als je daarna met de klauwhamer van Aleidis krijgt.

Later vanmiddag meer, over deze wel heel aparte bundeling.

Nieuw gedicht Edwin de Groot

Nieuw gedicht van Edwin de Groot op Gedichtenforum: Poldermolen Vivat Veritas.

30 maart 2011

De tegenstrijdige generatie - Yves T'Sjoen

T'Sjoen Na de Tweede Wereldoorlog zijn er in de Nederlandstalige letteren meerdere generaties aan te wijzen. Van De Vijftigers en de Vijfenvijftigers tot en met De Maximalen en De Nieuwe Wilden. Misschien heb ik de laatste jaren iets gemist, maar het generatiedenken lijkt wat naar de achtergrond geschoven.

Schrijvers groeperen zich meer en meer op internet, waar kortstondige coalities worden gevormd, en waar letterkundige schermutselingen niet zozeer in generatieverband, maar per geval worden uitgevochten of besproken.

Yves T'Sjoen heeft de goede, oude generatie eens uit de zeemanskist van opa gehaald. Hij poetste het generatiebegrip op, tot het weer mooi blonk en schitterde en onder de titel De tegenstrijdige generatie kon worden gepubliceerd bij Meulenhoff.

De tegenstrijdige generatie? Ik citeer de flaptekst: "In De tegenstrijdige generatie zijn belangrijke Nederlandstalige dichters bijeengebracht die debuteerden in de jaren zeventig. Deze dichters, geboren tussen 1944 en 1954, zijn inmiddels gevestigde namen. Maar voor oeuvrebouwers en geleidelijk tot wasdom gekomen stemmen in het hedendaagse poëzielandschap, bestaat steeds minder kritische (en volgehouden) aandacht. Met deze bloemlezing krijgen deze dichters de plek die ze toekomt." Leuk detail: de dichters hebben hun werk zélf gebloemleesd.

Het boek bevat werk van 16 dichters en Huub Beurskens: Robert Anker, Benno Barnard, Frans Budé, Eva Gerlach, Jacob Groot, Luuk Gruwez, Stefan Hertmans, Hester Knibbe, Frank Koenegracht, Anton Korteweg, Wiel Kusters, Leonard Nolens, Willem Jan Otten, Hans Tentije, Miriam Van hee en Ad Zuiderent. Dat is bekend en onbekend, gelauwerd en weggezonken bij elkaar. Hoe die ook wat betreft hun werk onderling zeer verschillende generatie op de punt van het generatiezwaard zijn samengebracht? We laten T'Sjoen zelf aan het woord.

Lees meer "De tegenstrijdige generatie - Yves T'Sjoen" »

Wat koop ik voor je donkerwilde machten, Willem

Revolutie Martijn Benders is meer dan alleen een internettrol. Hij laat zien dat hij in staat lijkt te zijn om subversief te handelen (hoewel hij de zotskap van trol helaas toch af en toe opzet, bijna uit roeping, lijkt het wel). Hij hijst zich niet, zoals sommige dichters, in de wolfskleren van de avant-garde, om te verhullen dat hij een biedermeier-schaap is. Uiteraard zal hij zich, al handelend, verder marginaliseren, maar je kunt je afvragen of dat - gelet op de wereld waarbinnen zijn positie marginaal wordt - zo'n ramp is.

Martijn Benders had, na zijn succesvolle debuut Karavanserai rustig achterover kunnen leunen. De fauteuil stond als het ware klaar. Hij hoefde alleen nog maar pantoffels te kopen en een tweede, derde, vierde etc. bundel te schrijven. Het lag er, voor het grijpen, de "carrière". De weg van alle vlees, nietwaar. Maar dat is een breder denkend mens als Martijn Benders natuurlijk te min en te gemakkelijk.

Op zijn weblog noteerde hij onlangs: "Van mijn huidige uitgever, Nieuw Amsterdam, heb ik al sinds 2008 niets gehoord over verkoopcijfers of enig ander bericht ontvangen waaruit ik zou kunnen afleiden dat er interesse bestaat in mij als auteur. Wellicht verwachten ze dat ik ze ook nog achter de vodden ga zitten voor die kop koffie die ik per verkochte bundel verdien. Dat dacht ik dus niet."

Via deze band komt hij tot deze conclusie: "(...) ik begin zelf een uitgeverij. En ik ben niet als de dood mijn eigen boeken er bij onder te brengen, want of een bundel goed is of niet maken de recensenten wel uit – dat knettergestoorde idee dat een uitgeverij een kwaliteitscriterium is – dat hoor je in de muziek toch ook nooit? Dat een band goed is omdat ze bij een grote platenmaatschappij zitten? Echt totaal van de pot gerukt, lui die dat geloven. Klap van de molen gehad. Bandjes zijn niet goed omdat ze bij een platenmaatschappij zitten. Rukidee. Pokkenillusie."

Zijn nieuwe bundel gaat heten: Wat koop ik voor je donkerwilde nachten, Willem en voorstudies van het omslag zijn hier en hier al te bewonderen.

Nu een uitgeverij als Meulenhoff al minimaal vier titels POD uitgaf (2x van Beurskens en 2x1 van Korteweg en Mysjkin) en dus bijna openlijk toegeeft dat de uitgeverij die boeken geen extra verkopen kan bezorgen, lijkt me de oplossing die Benders kiest geen belachelijke. Integendeel. Ton van 't Hof heeft eerder laten zien, hoe het kán werken, je eigen bundels uitgeven. Aan kwaliteit (dat merkwaardige paskwil, dat heerlijke label, dat goedertieren keurmerk) boet zijn werk niet in. Integendeel.

Martijn Benders revitaliseert de do it yourself-mentaliteit waar De Maximalen zich op beriepen, voordat ook zij hun pijpjes en pantoffels kochten en zich behaaglijk nestelden waar het warm is, tegen de roodkoperen kont van de kunst. Dat levert, vast en zeker, iets boeiends op. Waarna Benders gewoon kan vervallen in zijn oude geschreeuw. Maar dat is natuurlijk logisch, om Johan Cruijff, collega-verlosser van MB, te citeren.

Ochtend- en boekennieuws: 30.3.2011

"Van Reybrouck mag content zijn dat hij behoort tot een nuchterder tijd dan 'die tijd', maar in de 'waarlijk grandioze speeches' bloeien grote woorden weelderiger dan bij Lumumba, die niet eens van peuple spreekt. De frase the American people ligt elke VS-politicus in de mond bestorven, en momenteel, maart 2011, tuiten mijn oren van het volk in de Arabische wereld – maar toegegeven, dat is geen alledaagse kost. West-Europeanen verdragen bepaalde grote woorden alleen in speciale situaties, en vooral met betrekking tot verre, onderdrukte volkeren (waartoe ook het Oostblok behoorde: tegen Wir sind das Volk had niemand bezwaar). Intussen leven we wél tussen de Mensenrechten, de lege Verandering en de Democratie (die niet als heerschappij van het Volk wordt opgevat)." Joris Note maakt zich boos op David Van Reybrouck en stijgt op, in een fel en ter zake doend opiniestuk, te lezen op de website van De Morgen.

Denkt Joris Note zelf, op de website dodewaard.org is het denken inmiddels overgegaan in politiek spreken. "Rutte beperkt zich echter tot het uitslaan van spierballentaal over orde op zaken stellen en calculeert cynisch dat er nog (net) genoeg mensen zijn die hem geloven.Copy/paste, dus, zolang de werkelijkheid ons nog niet heeft ingehaald."

"Van alle killers die ik ooit heb gespeeld, vond ik dit de ergste man om te spelen. Het is een man die je niet één, twee, drie begrijpt. Ik snap niet hoe hij zo aan wetten kon hangen. Deze man zegt niet: zou je misschien? Deze man zegt: je moet." Rutger Hauer en vader Jonker.

"De Nacht van de Poëzie, dat is de Olympische Spelen voor de dichters. Indien ik er niet had mogen bij zijn, dan zou ik maanden ongelukkig hebben rondgelopen. In 1988 was ik erbij in Utrecht. Ik liep toen backstage rond tussen dichters als Hugo Claus en Remco Campert, mijn helden. Ik heb bijna alle Nachten meegemaakt. Ze hadden een geweldige impact op mij. Dichters toonden hoe je een publiek kunt enthousiasmeren als je je gedichten op de juiste manier brengt. Ik heb maar zeven minuten, ik ga proberen indruk te maken. Hoe zotter, hoe liever roept Guido Lauwaert." Guido Lauwaert heeft brandstof nodig om zijn OS aan de man te brengen; dat mag best menselijk materiaal zijn.

Antonkorteweg Net verschenen bij Meulenhoff: Voor mannen is 't niet erg, een bundel met "veertig kwatrijnen die trefzeker getuigenis afleggen van het comfortabel ongeluk van een mooie baan en een verstandige vrouw." Geschreven door Anton Korteweg. Geplukt uit eerder verschenen werk. Daarmee is er een bundel verschenen, zij het een compilatiebundel, van iemand uit "de tegendraadse generatie", zoals de eerder gesignaleerde bloemlezing van Yves T'Sjoen die brandmerkte. 

Wat mij opvalt, en wat me bij eerder werk van Huub Beurskens en Jan Mysjkin ook al opviel, is dat Meulenhoff lijkt te zijn overgeschakeld op Printing on Demand. Dit zóú een stap kunnen betekenen op weg naar een verbreding van het poëziefonds, waarvoor het bedrijf geen overdreven risico meer hoeft te lopen. Het kán ook het begin van de afbouw betekenen, en dat zou jammer zijn - een combinatie van POD, e-book & een lage voorraad lijkt me veel toekomstmuziek te bevatten.

29 maart 2011

Het eerste gedicht (38): Leonard Nolens

Leonardnolens

Vandaag het eerste gedicht uit de nieuwe bundel van Leonard NolensZeg aan de kinderen dat wij niet deugen. Het is, weer, een kloeke bundel, waarin Nolens, uiteraard, veel vertelt over Nolens, en over de rol van Nolens in de poëzie & het leven. Ik moet toegeven dat ik Nolens niet altijd hoog heb zitten, het is iets wat ik bijna alleen met schroom durf te bekennen, want een courant geloofsartikel is het niet; wat weer niet wil zeggen dat Nolens niet nu en dan prachtige verzen schrijft. Maar naast die prachtige verzen staat een nadrukkelijk oeuvre, en dat staat daar met nadruk nadrukkelijk te zijn. Anyway. Het eerste gedicht:

Spartaans

Sluit de ramen.
Vergrendel de voordeur.
Verbrand de krant.

En blijf. Blijf hier. En loop in huis
Je vluchtgedrag, je reislust voor de voeten.
Dat gindse gedoe ruïneert je spartaanse verveling.

Een tafel, een stoel en een bed meubileren perfect
Je hoofd en je hart en je handen, wat zei je?
Waarheen met die lang overdachte verlangens?

Ze gaan als een trein door de kamer,
Ik weet toch waarover ik spreek,
Ik ben drieënzestig.

Maar geeft men zijn ogen de kost
Door het huis en je blik te blinderen
Met nietsdoen?

Werk elke dag een beetje.
Maar bijt je niet vast in het brood
Als het beest in zijn prooi.

Er is honger genoeg om zijn tijd te verdoen.
Heeft iemand, heeft iets ons gevraagd
Een oogst aan te vatten die vaag is en traag

Als het kiemen, het priemen van zaaizaad?
Misschien.
En dat ritme dicteert onze toekomst.

Het gaat nu proberen om eten te maken
Van mij.
Het huis is potdicht en de tafel gedekt.

Lees meer "Het eerste gedicht (38): Leonard Nolens" »

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën