Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« Avondnieuws: 22.3.2011 | Hoofdmenu | Ochtendnieuws: 23.3.2011 »

22 maart 2011

Het eerste gedicht (37): Meindert Talma

Meinderttalma Vandaag in deze reeks, inmiddels al bijna 40 afleveringen groot, of klein, dat is maar net hoe je het bekijkt, het eerste gedicht uit de debuutbundel van romancier en muzikant Meindert Talma, die Laat het orgel jammeren heet. "Kleurrijke randfiguren uit stad en dorp, pijnlijk persoonlijke ontboezemingen, muziekavonturen en voetballers met baarden en snorren zijn de onderwerpen in deze bundel." - De flaptekst belóóft wat. 

Avontuur in Groningen

Ik wil eens in Groningen kijken
of ik er misschien ook een mooi
avontuur kan beleven
had hij de vorige dag tegen zijn moeder gezegd.
Die had geen bezwaar gemaakt.
Je moest er tegenwoordig
uit halen wat er uit te halen viel.
Haar zoon moest zijn avontuur
daar in de grote stad morgen
maar eens ten volle aangaan.
Dat leek haar helemaal
niet zo'n verkeerd idee.

Hier zitten we op het platteland, in Talma's (en mijn jeugd). De tijd: ergens midden of eind jaren zeventig? Of misschien net iets later, maar niet na het midden van de jaren tachtig. De tijd waarin je nog gewoon platteland had, versus stad. En met platteland bedoel ik platteland: dorpen die ver weg lagen, niet die opgepimpte woonwijken (aan of bij de snelweg) waar je tegenwoordig mee doodgegooid wordt, op wat je gerust het voormálige platteland kunt noemen.

Zelf woonde ik toen ook op het platteland, in het dorp Leveroij. Vier wegen, waarvan twee verhard. Negen mensen met een telefoonaansluiting (wij hadden nummer 6). Een pastoor. Een frietkraam. Kerk. Kroeg. Voetbalveld. Later: tennisveld. Voor de import. Belachelijk, maar je hield het niet tegen, die nieuwigheid. Mijn opa, moge hij rusten onder Gods vleugels, zei altijd: "Geef mij maar een kort gebed en een lange braadworst."

Welnu, een kort gebed is het, dit gedicht. Het is gesteld in een wat norsige taal, die grommelt en grauwt. Precies zoals mensen op het platteland spraken. Je hoeft niet alles uit te leggen, hallo zeg. Dat is meer iets voor Hollanders of mensen met stadse fratsen. Die praten graag. Wij houden het hier gewoon gemoedelijk. Sorry, ik laat me meeslepen. Dat is de schuld van Meindert Talma en zijn gedicht.

De eerste vier regels hanteert Talma een mooi procédé: eerst even een bewering opzetten, zodat het lijkt of je een ferme, reislustige jongen aan het woord hoort, en dan in regel vier ineens overschakelen op de verleden tijd. Hij had het de vorige dag gezegd. Hij ís dus nog niet weg. Hij luistert naar zijn moeder, die het woord overneemt.

Het woord "ook" in de tweede regel vind ik persoonlijk nogal lelijk, net als het enjambement van regel 2 naar 3. Maar misschien is de term "mooi" niet toepasselijk bij deze poëzie. Die is niet mooi. Die is ook niet lelijk. Die is gewoon. Die gaat zijn eigen, slungelige gang. Dit is poëzie die in geen enkel hokje past, zelfs niet in het hokje "anekdotische" poëzie of "performance-poëzie". Wat is het dan wel? Het maakt, vermoed ik, niet veel uit. Daarom gebruikt Talma in regel 5 voor de tweede keer achter elkaar het woord "had" en gaat hij in regel 6 en 7 net even tegen het ritme in.

Ondertussen zie je die moeder wel voor je. DIe is niet kort van stof. Die geeft uitgebreid toestemming, een keer of tig achter elkaar. Met toevoegingen, want je moet er immers uit halen wat er in zit. Ondertussen is die zoon nog steeds niet in Groningen. Logisch. We kijken terug naar de vorige dag. Maar iets zegt me dat het avontuur niet bepaald voor het grijpen ligt. De moeder ziet geen reden om die zoon eens te porren ("Ga dan, jongen, ga!"), maar ze is wel de oorzaak van drie bijna Faverey-achtige regels:

Haar zoon moest zijn avontuur
daar in de grote stad morgen
maar eens ten volle aangaan.

Dat is volgens mij het schuttersstuk van dit gedicht. Hier bereikt Talma een soort summum van spreektaal, die niettemin poëtisch is. Mocht hij in staat zijn om, zeg, 300 van dit soort strofen te schrijven, dan wordt hij de auteur van de mooiste en beste dichtbundel aller tijden. We gaan het zien, we gaan het zien.

Het mooie van het gedicht is dat de jongen (neem ik aan) die een avontuur wil gaan beleven in Groningen op de een of andere manier maar drie regels van het hele gedicht aan het woord komt. Hij wordt dan onderbroken door zijn moeder, die het woord niet meer afstaat. Weliswaar doet Talma of hij noteert wat zij zei, maar wij, de lezers, weten beter. Hier spreekt de moeder.

Zulke moeders had je, toen, op het platteland. DIe hadden schorten aan, en die droegen krulspelden. Die gaven je een wats om je oren, als je niet gezeglijk luisterde, of deed alsof je luisterde. Echte, moederachtige moeders. Die het huis stofzuigden en tegelijkertijd met de op bezoek zijnde buurvrouw de gebeurtenissen van drie huizen verder doornamen. Pre-multitask-moeders.

Moederachtige moeders die hun zoon langzaam platdrukken. Uit liefde. Want ze benadrukt het tot en met de laatste regels, dat die jongen, echt, heus, maar eens een mooi avontuur moet gaan beleven in Groningen. Dat is voor zo'n jongen toch leuk? Aan haar zal het niet liggen.

Talma laat zijn eerste gedicht meteen flink ontsporen. Wat in de titel begon als een avontuur, te beleven in de stad Groningen, wordt al snel een aantal goedbedoelde, maar verpletterende aanbevelingen van een moeder, die zó zou kunnen zijn weggelopen uit Talma's romans en uit mijn jeugd. Het is slapstick en sentiment in een. 

Meindert Talma heeft daarmee, in alle eenvoud, een tamelijk knap vers geschreven. Een vers dat zondigt tegen alle regels (wat die ook waard zijn) van de dichtkunst en maar zo'n beetje voor zich uit schrijft - ik geef het je echter te doen, een gedicht noteren terwijl je moet luisteren naar die moeder uit het gedicht. Zo komt een dichter nooit in Groningen.

Reacties

Gert de Jager

Hij is dús nog niet weg? Mentaal zeker niet, maar fysiek misschien wel. Daar sta je dan met je zucht naar avontuur.

Chrétien Breukers

Dat is een mooi perspectief... hij is "mentaal" nog daar, thuis, bij zijn moeder in de keuken bij wijze van spreken, en fysiek inmiddels in dat goddeloze Groningen...

Gert de Jager

Hij is vanavond al weer thuis.

Chrétien Breukers

"Doe je voorzichtig op de trap?" Etc.

Gert de Jager

Maar verhálen!

Harry J.M. Kleinhoven

Het enjambement van r.2 naar r.3 heeft wel degelijk functie, er had in die regels nl. net zo goed kunnen staan: "of ik er misschien ook een mooi / meisje kan vinden". Verkeerde been, etc. ;-)

Die drie zgn. 'bijna Faverey-achtige regels' vind ik helemaal niet zo des Faverey's, zelfs niet eens bijna: niets in die regels is in de gekozen taal zelf-referentieel, immers hét kenmerk van Faverey's dichtkunst.

Chrétien Breukers

Faverey had ook van die anekdotische zen-momenten, maar ik besef dat discussie zich geen zin heeft.

Harry J.M. Kleinhoven

Dat wou ik er bijna nog bij zetten: ook in het anekdotische (nooit uitbundig, altijd zuinigjes) blijft Faverey's taal zelf-referentieel. Maar ik dacht: dat weet iedereen immers al.

Cath Blaauwendraad

Opvallend vind ik in dit gedicht de afwezigheid van de vader, die inzake avonturen traditioneel gezien het vetorecht had.

Chrétien Breukers

Dan ken je dat soort moeders niet, Catharina!

Chrétien Breukers

Tegen Harry zou ik willen zeggen: "Romeinen 5 vers 18."

Dennis H

bedankt voor alle reacties, ik doe mijn Nederlands presentatie over dit gedicht en ik kan hier heel veel mee.

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...