Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« Recensie Cees van der Pluijm, Gay Krant | Hoofdmenu | Nieuwe bundel Bart Stouten »

20 februari 2011

Kort Rapport: Johanna Geels en André van der Veeke

Johannageels Johanna Geels – Detox

Thomas Vaessens gaf me eens de raadgeving over gedichten schrijven; 'maak het vreemd.' Ik vroeg me af waarom ik ingewikkeld moest doen als het eenvoudig kon.

Johanna Geels maakt ook dingen vreemd,  maar in dit geval snap ik waarom. Bij haar levert mystificatie een betekenisverbreding op. Neem het openingsgedicht van haar tweede bundel, ‘Van ver’.

Ik kom hier niet voor de gezelligheid. / Valt het u op dat ik niets heb gegeten.  /  Nooit heb ik gegeten. / In dit land. // Valt het u op dat ik nooit heb gehuild. / (...) / Omdat ik iets / Ik wil het goed zeggen. / (...) Of ik nog iets heb? / Nee dank u. / Niets.’

Dit gedicht gaat misschien over een assielzoeker. Misschien over een alcoholist, gezien  het niet eten en de bundeltitel.  En over een dichter,  die het goed wil zeggen. Alledrie staan ze met lege handen, volgens het adagium van Paul van Ostaijen 'Naakt zijn en herbeginnen'.

De bundel bestaat uit vijf afdelingen: de eerste titelloos, Berichten uit Mölköl, Na de zondvloed, In een doos hang je geen slingers op, en Berlin ist allein, ich auch. Ze staan echter niet los van elkaar, want  bijvoorbeeld het 'klotshoofd' ('waar het troebele water  dagen / in je ogen stond') komt in het laatste gedicht van de bundel terug.

Natuurlijk is dat een hint naar alcoholisme,  maar de bundeltitel verwijst naar meerdere verslavingen,  zoals ook het omslag (een Mariabeeld tegen de achtergrond van drankflessen, de weerspiegeling van een etalageruit en een witte bloem die doet denken aan de dood.) Geels trekt de dramatiek breder, maakt de anekdotiek in haar bundel universeler, veelomvattender.

Soms is ze weinig origineel, zoals over het huis van Stasi en Berlijn: 'Mariablauwe tegeltjes. Hoeveel mensen wasten hier hun handen / in onschuld.' Soms is ze listig met literaire verwijzingen  ('sus de blauwe gitaar' – met een knipoog naar Wallace Stevens). Soms is ze melig ('Henk, hebben we de T800 binnen? / Hij is binnen hoor, ik zal hem voor u halen. / (....) Mijn naam is Herman. / Ik heb u geholpen. Dat staat ook op de bon.').

Maar op haar beste momenten vertrouwt ze op haar eigen beeldend vermogen en op haar taalbouwsels,  zoals in 'Inleiding tot groot worden': 'Denk aan een berg ver weg,  daar waar  exoten wonen (...) of vrouwen die zonder zadel / met felgekleurde sjaals kamelen inrijden.  // Zoek een steen uit op het grindpad van je ouders en stop hem in je mond. / (...) / Koop een brommer. / Kijk in de spiegel en zie de berg. (...) Laat vrouwen  kamelen tot je komen. // Schud de berg van je af (...) / Verkoop dan de brommer. Dicht de scheur in je lip met de sjaals en de vrouwen. / Houd de helm.'

Op zulke moment is Geels in control, en bezweert ze welke verslaving  dan ook.

Recensent: Hanz Mirck
Detox - Johanna Geels
Atlas, Amsterdam, 2011
978 90 450 8568 5 - €22,95 

Vdveeke

André van der Veeke - Blauw als ijs

Ooit was André van der Veeke dood. Maar hij werd weer tot leven gewekt en begon daarna serieus werk te maken van zijn dichterlijke carrière. Hij vertelt daarover (uitgebreider) in dit filmpje op lezen.tv.

Ik word altijd bevangen door een huiver, bij het horen van verhalen over een hartstilstand, misschien omdat we er allemaal ooit, minimaal één keer, mee te maken zullen hebben. Maar als Van der Veeke er over vertelt, wordt die huiver nog een keer vermengd met, tsja, ontroering.

Ik vind de gedichten van Van der Veeke namelijk ontroerend. Hij schrijft gedichten die eigenlijk niet kúnnen, ze zijn té anekdotisch, ze zijn in een stijl die té parlando is, en ze behandelen niet veel meer dan de eigen vierkante meter die Van der Veeke wenst te behandelen. Zijn familie. Zijn afkomst. Zijn leven.

Meestal leidt een dergelijke poëtische grondhouding tot wat obligaat geschuifel. Bij Van der Veeke niet, en ik krijg er niet helemaal de vinger achter, waaróm niet.

Het gedicht 'Kleuren bijvoorbeeld: 'Mijn vader, / mijn onlangs overleden vader, / kwam langs in een droom / Ik houd me tegenwoordig / met kleuren bezig, sprak hij / Mijn moeder, / mijn onlangs overlevende moeder, / ging naast hem zitten en keek / me vergoeilijkend aan, met / laat hem maar, dan heeft hij / iets om handen op haar gezicht // Verenigd in een droom / leken mijn ouders / jonger en gelukkiger dan ooit, / jonger en gelukkiger dan de dromer'.

Ik vind het een heel mooi gedicht, hoewel het inderdaad héél eenvoudig, bijna enkelvoudig is, op de merkwaardige mededeling 'ik houd me tegenwoordig met kleuren bezig' na. Verder gaat dit gedicht rechtdoor, als een liedje van Status Quo bijna. Toch zingt het, en is het - ook op talig niveau - een interessant gedicht. Dat komt omdat Van der Veeke de taal lijkt te hebben geslepen tot er een soort kristallen voorwerp tevoorschijn kwam.

In het hierboven genoemde filmpje koppelt de dichter zijn hang naar eenvoudige, heldere poëzie aan zijn arbeiders-afkomst. Ik denk dat dit, voor hemzelf, klopt. Maar toch zijn er weinig arbeiders die zelfs dit eenvoudige gedicht spontaan zullen omarmen. 

Daarom lijkt het mij, dat er iets anders aan de hand is. Misschien heeft Van der Veeke door zijn afkomst een hekel opgelopen aan wollig taalgebruik; maar in zijn inderdaad glasheldere gedichten zit een 'eenvoud' die dermate 'diep' is, dat hij zich, gedicht na gedicht, verder van zijn afkomst verwijdert. Paradoxalerwijs moeten juist die gedichten de afstand zien te overbruggen, in een perpetuum mobile van mislukking-en-opnieuw-beginnen.

In gedichten kun je weliswaar beschrijven wie je bent, maar de afstand tussen de dichter en het verleden wordt met elk gedicht groter: er ligt een steeds grotere vlakte tussen, een vlakte zo blauw als ijs. Totdat alleen de droom nog, af en toe, voor hereniging kan zorgen - iets wat de dichter niet per se gelukkig stemt.

Recensent: Chrétien Breukers
Blauw als ijs - André van der Veeke
Liverse, Dordrecht, 2011
978 90 76982 77 9 - €12,00

Reacties

RHCdG

Je hebt niet goed naar Vaessens geluisterd. Hij zei niet: maak het ingewikkeld, maar maak het vreemd.

hanz mirck

Was jij er bij dan? Hij zei het tegen me na een college, het ging over mijn eigen gedichten.

Hans Smit

Bovendien: 'Maak het ingewikkeld' had hij waarschijnlijk al tegen RHCdG gezegd.

RHCdG

Nee, ik was er niet bij, je vertelt het zelf hierboven. Niet alleen luister je niet goed, je leest ook je eigen werk niet goed.

Hans Smit

Het is hier meteen gezellig op de vroege ochtend. Maar misschien kunnen we er wel enkele gedachten aan wijden. 'Vreemd' is over het algemeen niet hetzelfde als 'ingewikkeld', maar in poëzie hebben die begrippen wel een paar extra connotaties. 'Vreemd' is kennelijk op de een of andere manier aanbevelenswaardig volgens Vaessens, in elk geval op dat moment en betreffende het werk van Hanz Mirck. 'Ingewikkeld' is in het geval van poëzie een gangbaar vooroordeel van veel leken, en dat vooroordeel laat zich makkelijker bevestigen door poëzie die 'vreemde' kenmerken heeft dan door een sonnet van wijlen Driek van Wissen. Daar hoeft niks aan te gebeuren, want er is weinig aan te doen.

Wat Hanz wellicht bedoelt is dat hij van mening was of is dat je een dichter niet kunt vragen: 'maak het vreemd', omdat je maakt wat je nu eenmaal maakt, en dat het bewust 'vreemd' maken van een gedicht zou neerkomen op dat gedicht nodeloos ingewikkeld maken. Ik vraag me af of dat geen al te romantische opvatting van dichterschap is.

Tegen de achtergrond van de door Ilja Pfeijffer verdedigde 'inelkaargewikkeldheid' van de werkelijkheid aantonen in kunst in plaats van die werkelijkheid op een valse en kunstmatige manier te ordenen in een, laten we zeggen, niet-vreemd maar juist alledaags, herkenbaar gedicht, is er iets te zeggen voor de aanbeveling van Vaessens.

De vraag die mij het meest interesseert: kun je zoiets aan een dichter vragen, 'maak het vreemd?'

Gert de Jager

Die vraag kun je pas beantwoorden als je de gedichten van Mirck uit die jaren onder ogen krijgt. Misschien bevatten ze enige grote woorden of clichés.

Vaessens’ uitspraak is overigens een citaat of een bijna-citaat. “Make it new,” was een beroemde slogan van Ezra Pound. Beide heren, Vaessens en Pound, bedoelden daar waarschijnlijk hetzelfde mee. Pound, de grote poëticale ideoloog van de jaren twintig en de redacteur van Eliots Waste Land, kon zoiets zeggen. Velen zegden het hem na.

RHCdG

En inmiddels is het de late avond.

Het lijkt me niet dat Vaessens gepleit heeft voor ingewikkeldheid. Dat is een vulgarisering, op zijn minst, van wat hij bedoelde. 'Vreemd' - iets 'vreemd' vinden - is een sensatie; iets ingewikkeld vinden alleen maar een toegeving van eigen tekortschieten. Geen esthetische categorie dus, maar een psychologische.

Het verband met Pound, beste Heintje, ik bedoel Gert, zie ik al evenmin, want 'new' drukt al evenmin een waarde uit, tenzij volstrekt formeel. Het is een programmatische leus, een modernistische functie, leuk voor wie geschiedenis wil schrijven.

Als ik bij Vaessens' aanbeveling naar een referentie op zoek zou gaan, zou ik eerder bij Brecht en diens vervreemdingseffect uitkomen: doorbreek de illusie zodat de mensen zich niet laten meeslepen door het verhaal, maar zich bewust blijven/worden van hun positie, zodat ze er iets aan kunnen doen.

Maar ook dat is niet wat Vaessens bedoelde, denk ik.
Hij vraagt gewoon: maak iets waarover ik me kan verwonderen. Maak iets dat me een andere kijk op de wereld biedt dan ik al heb. Maak dat ik van mijn verstokte ideeën loskom, en er iets begint te bewegen. Maak poëzie.

Chrétien Breukers

Dat zou vreemd zijn, een dergelijke aanbeveling zou betekenen, dat Vaessens niet in staat zou zijn, om de producten die het gevolg zijn van zijn aanbeveling, te lezen.

Gert de Jager

Vroeger opstaan, Rutger.

Pound zei wat hij zei omdat hij met poëzie wilde bereiken wat je in je laatste alinea omschrijft. Het ABC van het modernisme sinds het Russisch Formalisme. In 'Maak het vreemd' mengt Vaessens de leuzen van twee grootheden: Pound en Sklovski. Geen wonder dat zo'n man professor wordt.

Gert de Jager

Maar misschien is het beter om de discussie te richten op waar Hans Smit en Chrétien hem willen hebben: op de merites en de actualiteit van zo'n bijna een eeuw oude visie op poëzie.

RHCdG

Ik vind het goed hoor, Gert en Chrétien, klets maar een eind weg.

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...