Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« Maandagochtendnieuws, 24.1.2011 | Hoofdmenu | Film Martin Ros - Hans Warren - Mario Molegraaf »

24 januari 2011

Top 100 Turing Nationale Gedichtenwedstrijd (1)

Omdat de organisatie Poëzierapport verzocht aandacht te besteden aan de Top 100 van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd, doen wij dat. We kregen de Top 100 toegezonden en zullen nu in drie recensies aandacht besteden aan deze keuze, die uit een zee van inzendingen werd gedaan door de redactie van Awater: Edwin Fagel, Thomas Möhlmann, Janita Monna, Ron Rijghard en Rob Schouten. De jury koos de gedichten van de Top 100, waaruit de hoofd-jury de winnaars kiest; de auteursnamen bleven onbekend, en dat blijven ze in deze recensie eveneens. Tijdens de uitreiking van de Prijs (op 26 januari) wordt de Top 100 in boekvorm gepresenteerd.

Laat ik beginnen met een bekentenis. Ik heb (voor het eerst) meegedaan aan de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd (2011). Mijn inzendingen overleefden de eerste ronde niet, dacht ik. Na verloop van weken bleken ze dat wel te hebben gedaan. Foutje van de systeembeheerder, meldde de organisatie. Alle gedichten die door leken te zijn gegaan, waren afgevallen. Alle gedichten die leken te zijn afgevallen, waren door. Het was alsof de geest van een CDA-congres in de prijs was gevaren.

De Top 100 haalde ik echter niet. Jammer. Natuurlijk had ik daar graag tussen gestaan. Maar het is niet zo en ik zal mijn leven verder moeten leven, een illusie armer. Ik denk wel dat ik, als ik nog éven mag, naast inzending 2672 geen kwaad figuur had geslagen:

Een heel dom blondje in Overpelt

Een heel dom blondje in Overpelt
Heeft na een ongeluk 5 gebeld
Om sneller te zijn
Had de vrouw haarfijn
1-1-2 bij elkaar opgeteld!

Maar het heeft geen zin om op elke slak zout te leggen. Zelfs niet op de slakken uit Overpelt.

De grote attractie van de prijs, is dat de inzendingen anoniem zijn en blijven, tot de bekendmaking van de winnaar. Dat heeft tot gevolg dat grote namen soms vroegtijdig sneuvelen (in de vorige editie bijvoorbeeld Ingmar Heytze en Mark Boog).

De winnaar hoeft geen bekende dichter te zijn en zelfs niet eens een 'echte' dichter. Gerwin van der Werf, de winnaar van de eerste editie, debuteerde een paar maanden later met een roman, en het is nog maar afwachten of hij zich verder als dichter zal profileren.

Het nadeel is dat een keuze uit de grote hoeveelheid inzendingen (vorig jaar nog meer dan deze keer) vaak naar het midden dreigt te neigen. Gedichten die gemiddeld van kwaliteit zijn, of niet al te veel weerstand oproepen bij eerste lezing, hebben een grotere kans om door te gaan. Dat maakte de Top 100 vorig jaar een beetje flauw.

Wie de Top 100 van dit jaar in vogelvlucht overziet, krijgt de indruk dat de voor-jury inderdaad opnieuw heeft gekozen voor gedichten die niet al te moeilijk in het gehoor liggen. Dat is in de voor-jury te prijzen. Er is zeer veel weemoed om wat was, in de Top 100, bijvoorbeeld in inzending 3033, 'Uitvaart': De dode koe ligt / gestrekt als een eiland / in de inham van gras / langs de doorgaande weg, / afgebonden plastic zakken / stro op een hoop.' Kopland-achtige versregels; enfin, misschien ís het Kopland wel, we weten het niet.

Toch is er bij tijd en wijle sprake van humor. We zagen het hierboven al, maar inzending 3325 doet er nog een schepje bovenop:

wie wil er met mij trouwen 5

mijn oldtimer koester ik lieflijk
lekker samen op reisavontuur
maar we komen niet verder dan Hapert
jij duwt hem terug en ik stuur
wie wil er met mij trouwen

Naast humor, weemoed (en een dosis doodsverlangen), krijgen we een ruime portie verwondering geserveerd. In inzending 3542 bijvoorbeeld is sprake van: 'Ik zag een vos vannacht / bij ons in de straat / hij bleef merkwaardig lang staan / midden op de weg'.

Je ziet het beest staan. Maar we zijn er nog niet: 'ik was verbaasd / dat het na een late zomer / al weer zo snel winter is geworden / en ik vroeg de vos / om een haar uit zijn staart / voor in een omslag, / dan kunnen we elkaar / schrijven'.

Zie dat toch lekker schrijven! Het wisselende gebruik van tijden! Dat schiet maar van de verleden naar de tegenwoordige tijd. Je wordt er duizelig van.

Gelukkig blijven, los van dit soort poëtisch-achtige trucs, de echte levensvragen niet buiten beschouwing, met name in gedicht 3614: 'Stel dat sperma transparant was / dan zou je het zo tussen je dubbelglas kunnen spuiten / en dan zou je nog gewoon bij de buren / naar binnen kunnen kijken'.

Ja ja. Na zo'n gedicht schreeuwt de gemiddelde lezer om... reflectie. Gedicht 4456 biedt die: 'Onder de sterren geslapen. Lang in de tijd / liggen kijken, in de ijlende, krijsende ruimte. / De vreemde vreugde die dat ondenkbare schept.' Hier worden we tenminste méégenomen, al vraag ik me af: waarnaar? 'Ik zou zo graag licht willen reizen, met in mijn rugzak / niet meer dan wat kleren, een veldfles, een pen / en papier.'

Het begint er waarachtig op te lijken dat er veel geleden wordt, in de Top 100, en eerlijk gezegd: dat is zo. Veel van de gedichten zijn nogal lijzig van toon (ongeveer zoals het dichtwerk van voor-juryleden Möhlmann en Fagel) en handelen over de eigen navel (ongeveer zoals het dichtwerk van idem).

Dat geldt, ter verdediging, voor véél dichtwerk, maar misschien is het goed om een prijs die de aandacht voor poëzie wil stimuleren eens... anders aan te pakken. Misschien zou het eens een aardig idee zijn om, eh... leuke, verrassende, goedgemaakte gedichten uit te kiezen, en niet de gladde middelmaat. Want dan blijven we toch allemaal met de vraag zitten, die mij nu, in dit eerste deel van de recensie, plaagt: why? Gedicht 5444 leert ons dat er geen antwoord op die vraag lijkt te zijn en dat wij maar hebben te berusten:

wel spreek ik tot de ganzen in de lucht
hoewel ik weet dat ze me niet verstaan
als ze in formatie naar het zuiden gaan
zeg ik: groot gelijk en nog een fijne vlucht

Reacties

Marein

Toen de Turing zichzelf aankondigde een verklaarde naar Brits voorbeeld te gaan werken hoopte ik inderdaad op 'goede poëzie'. Nu hebben we een experiment 'elite probeert volk te bereiken via uitholling van elitair spel'. Ook interessant, hoor. Nu weet ik dat ik óók dichter kan worden, als ik nog wil, net als iedereen.

Marein

Waar ik de eerste keer een zei moet en staan. Stop de tijd.

Harry J.M. Kleinhoven

@ Marein. Mee eens, de (opnieuw) overduidelijk gekozen middelmaat lijkt werkelijk een diepere bedoeling te hebben, zeker met het oog op de nog komende jaren, nl. zoveel mogelijk zgn. zondagsdichters bereiken, want 'iedereen kan dichter zijn' (Komrij). Overigens ook commercieel wel zo interessant. ;-)

Marein

Commercieel interresant bestaat niet in de poëzie, of het moet de weg naar de subsidiepot zijn (leven van het minimimloon, maar dan wel van je hobby). Dan is zitting nemen in zo'n verdeelcommissie commercieel nóg interresanter (zo leerde een van die mensen mij de term 'culturele mandarijn').

Harry J.M. Kleinhoven

@ Marein. Nee, nee, ik bedoel natuurlijk de stichting! Hoe meer gedichteninzenders, des te meer inkomsten er worden gegenereerd.

D.A. Hoover

Interessant, deze overzichten, ook om aan eigen werk te toetsen. Van mij gingen 2 van de 6 inzendingen naar de tweede ronde, maar niet verder.

Marein

Wel, D.A., wat vindt U? En Harry, ik kan me niet voorstellen dat deze stichting (!) winstgevend zal zijn. En ik ben helemaal niet tegen het inzenden van gedichten door wie dan ook, ik ben er vóór dat er niet neerbuigend wordt gedaan en eerlijk commentaar gegeven wordt. Langs de maatstaf van de volwassen poëzie, want dat was de insteek die beloofd werd.

Harry J.M. Kleinhoven

Wel, ga maar eens na hoeveel serieuze critici de vorige Top 100 bundel, 'Zoals een haan een ei legt', gerecenseerd hebben. Uitkomst: NUL.

Oké, de stichting wellicht niet winstgevend (kan ook niet, per definitie), maar dan toch zeker vrij gemakkelijk prima inkomsten genererend.

In berichten elders heb ik tot mijn niet geringe verbazing vaak gelezen dat van heel wat inzenders juist de minste/'slechtste' gedichten door de eerste ronde gekomen zijn. Wat wil dat dan zeggen van de uiteindelijke Top 100?

Marein

Dat zegt iets over de mening van de inzenders. Ik vind zelf mijn oudste werk in zekere zin het beste, want zeer persoonlijk, maar het is onleesbaar.

Marein

Overigens, Chrétien, heb je gedachten over het verschil tussen een voorselectie-jury bestaande uit studenten Nederlands (vorig jaar) en een vs-j bestaande uit redactie Awater?

D.A. Hoover

@Marein: ik heb nog geen oordelen. Al het gemopper op welke jury dan ook, levert niets op dan teleurstellingverwerking.

Opvallend was dat de eerste foutieve kruisjeszetterij mij bevreemdde; na correctie dacht ik, o zo slecht is die jury dus toch niet.

Verder wacht ik nog een toegezegd beoordelingsrapport af, maar hoe geweldig dat ook in elkaar zal steken, ik weet dat er niets in zal staan dat ik zelf niet weet.
Dieter

Bart FM Droog

"Deze keuze, die uit een zee van inzendingen werd gedaan door de redactie van Awater: Edwin Fagel, Thomas Möhlmann, Janita Monna, Ron Rijghard en Rob Schouten."

Van deze figuren - behalve wellicht Möhlmann en Fagel - kan ik me niet voorstellen dat ze daadwerkelijk álle inzendingen bekeken hebben. Eerder verwacht ik dat ze het hebben uitbesteed aan kindslaven in India of een dergelijk land.

Hans Smit

Ik denk dat de firma Tom Tom niet wakker ligt van de inkomsten die een gedichtenprijs al dan niet genereert.

Arjan Keene

Er is geen relatie (meer) met TomTom. De Turing stichting is opgericht door mede-oprichter Pieter Geelen en zijn vrouw met geld uit de beursgang. Een mooi voorbeeld van een mecenasfunctie, en dat in ons land notabene. Een beetje Bill en Melinda.

De heffing per gedicht dekken de kosten ook helemaal niet, is vermoedelijk bij de eerste editie bedacht als extra drempel, in een poging de kwaliteit hoog te houden.

Ik kijk uit naar het vervolg van Chrétiens vogelvlucht. Vorig jaar is de bundel inderdaad niet gerecenseerd, op een bespreking van Martijn Benders op zijn Loewak na.

Zie ook een voorselectie bij Met het oog op morgen:
audio:
http://weblogs.nos.nl/methetoogopmorgen/2011/01/24/top-100-turing-nationale-gedichtenwedstrijd/

plus teksten:
http://www.turingfoundation.org/sound20110106.html

D.A. Hoover

Ha, bedankt voor de link (de tweede) hierboven!

Cath Blaauwendraad

Volgens mij staan er regels van Louis Nanet tussen...

L. Werts

Oh ja! Ik was het al bijna weer vergeten. Een beoordeling hadden we nog tegoed (voor 3 x 3 = 9 euri's!)

Harry J.M. Kleinhoven

Die beoordeling gaat echt niet meer komen hoor, er is vast wel sprake van een situatie van overmacht, 'waarvoor uw begrip' - vanzelfsprekend. ;-)

Hans Smit

Een mooi klusje voor Kleinhoven, lijkt me.

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...