Dit stuk staat vandaag in de papieren versie van nrc*next. Inmiddels is er ook een apart nieuwsbericht over aangemaakt, en wel hier.
De laatste donderdag van januari is de enige dag in het jaar waarop alle Nederlandstalige dichters tegelijk aan het wérk zijn en zich als een schimmel over het land verspreiden. Het is dan namelijk Gedichtendag in Nederland en Vlaanderen.
Mocht u morgen in een boekhandel, café, wijkbureau, instelling voor zorg en onderwijs of gewoon, op straat moeten zijn, grote kans dat u een dichter hoort voordragen. Van beroemd tot totaal onbekend, van professioneel tot amateuristisch, iedereen die wel eens drie of meer zinnen onder elkaar heeft gezet, zwermt uit.
Van Den Helder tot Breskens, van Knokke tot Tongeren en van Delfzijl tot Eijsden: overal brengen dichters de blijde boodschap, die van de poëzie. Waarom? Volgens de organisatie hierom: ‘Poetry International en Stichting Lezen Vlaanderen willen door middel van het initiëren van Gedichtendag, ditmaal voor de twaalfde keer, zoveel mogelijk mensen aanzetten tot het lezen en of schrijven van gedichten.’
Dat klinkt natuurlijk sympathiek, en in zekere zin ís het dat ook. Maar!
Over die verkoopcijfers kan ik uit mijn eigen praktijk als poëzie-uitgever een minder vrolijk boekje open doen. Van de iets meer dan vijftig bundels die ik uitgaf, blijft de helft steken onder de 150 verkochte exemplaren. Ik weet zeker dat dit beeld bij alle uitgevers hetzelfde zal blijken te zijn.
Deel 2 van de missie is discutabel. Je kunt je afvragen of dat nou wel de bedoeling moet zijn, dat ‘aanzetten tot het schrijven van gedichten’. De meeste bundels die mij in mijn hoedanigheid van uitgever worden toegestuurd, hadden beter ongeschreven kunnen blijven. De inzenders had men beter kunnen aanzetten om iets anders te gaan doen. Tuinieren. Postzegels verzamelen. Verre reizen maken. Poëzie lezen, desnoods. Poëzie schrijven: nee.
Nog even en heel Nederland schrijft gedichten, daartoe opgehitst door de organisatie van de Gedichtendag.
Of door de organisatie van de Turing Nationale Gedichtenprijs, die overigens deels door hetzelfde ‘veld’ wordt bestierd. Voor deze prijs moet men… anoniem inzenden. Gevolg: 10000 inzendingen, waarvan het merendeel van een bedroevend peil. Het was nieuw en fris, het idee, vorig jaar, maar nu zie je de verflauwing al toeslaan. Bovendien blijft het merendeel van de dichters die de Top 100 halen totaal onbekend; de prijs bood ze, heel even, onterecht, het idee dat de Parnassus lonkte.
Het is een samenzwering, zou ik denken, als ik achterdochtig was.
Om weer tot een normale situatie te komen, pleit ik voor een moratorium op Gedichtendag. Minstens vijf jaar géén Gedichtendag en géén promotie voor het schrijven van gedichten. Het is jammer van de schnabbel(s), maar daar komen de meeste dichters wel overheen.
Gedichtendag is verworden, juist dóór de positieve missie, tot poëzievloedgof, die één dag over het land trekt. Het lijkt wel een voorronde voor The voice of Holland of Popstars, met Gerrit Komrij in de rol van sjamaan of opperjurylid: een sympathieke variant op Henkjan Smits of Van Velzen.
Wat ‘promotie’ voor ‘de poëzie’ moet zijn, is nu een dichter in de trein (weer eens wat anders dan een zwerver die zingt, ik geef het toe) of de stadsdichter van Deventer die het bibliotheekpersoneel lastig valt met zijn verzen.
Na die ene dag trekt de golf zich terug en gaat iedereen verder. Met het schrijven van middelmatige gedichten. Die dan allemaal, ooit, aan mij of een van mijn collega’s worden gezonden. Mensen die het ook niet kunnen helpen en tegen de burn-out aan leven. Bundels worden nog steeds niet verkocht.
Denkend aan de dagen om Gedichtendag heen, zie ik eindeloze reeksen gedichten, op zoek naar een uitgave. Echte lezers of kopers zijn er niet meer. Er zijn wel festivals. Hoogtijdagen waarvoor een dichter een gelegenheidsgedicht maakt. Clubjes waarin dichters elkaars werk bespreken. Gedichten alom. Maar waar is de poëzie bij dit alles gebleven?
Die trekt zich meer en meer terug in een klein hutje, waar de laatste kenners zinloos met elkaar van mening verschillen. Die kenners zijn bijna nog erger dan de dilettanten waar ze zo op neerkijken.
Die kenners schrijven recensies, waarin het werk van Astrid Lampe ‘terroristisch’ wordt genoemd. Een fijne poging om het gevaar de poëzie in te loodsen, maar meer dan een losse flodder wordt het niet, en de lezer trekt er niet voor naar de boekhandel of webshop.
Gedichtendag is, net als Boekenweek, een uitzichtloze paradox. Wat ooit bedoeld was om aandacht te vragen voor het boek, verwordt tot een machine die geld (via festivals en voorleesavonden) en aandacht moet opleveren, aandacht die na die ene dag als een met schimmelzalf behandelde schimmel wegtrekt.
‘De’ poëzie is meer en meer iets dat zich afspeelt buiten dit ‘officiële’ circuit, op slamavonden, op websites (als De Contrabas, met excuses voor de reclame), op Facebook en in de hoofden van jonge dichters, die zich niks gelegen laten liggen aan prijzen of festivals – die winnen ze later wel, daar treden ze ooit wel op.
Helaas kun je er niet ‘tegen’ zijn, tegen Gedichtendag. Het zou lijken of je je eigen vak om zeep wilde helpen. Dat is niet solidair.
Maar toch, ik herhaal het: het moet de komende jaren maar eens afgelopen zijn. E. du Perron schreef het immers al: ‘De Poëzie blijft, naakt en ongekromd, / een Tijdverdrijf voor enk’le Fijne Luiden.’ Zo is het maar net. Ook al bedoelde hij het ironisch.
© Chrétien Breukers
Chrétien Breukers is dichter, publicist, uitgever en hoofdredacteur van www.decontrabas.com, de (het hele jaar door) best bezochte website met en over poëzie in het Nederlandse taalgebied.
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Inderdaad, zo is het Chretien. Aandacht voor poezie lezen en genieten is mooi, maar al die vol verwachting en goede bedoelingen schrijvende rijmelaars die zelf zelden of nooit een regel poezie van een ander lezen....dat begint bijna op een plaag te lijken.
Geplaatst door: Kees Klok | 26-1-11 om 10:30
Vijf jaar lang geen nieuwe bundels zou me ook heel wat waard zijn.
Geplaatst door: Dorps | 26-1-11 om 13:32
Ja verdomd... dat was een nóg beter idee. Had dat dan gezegd!
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 26-1-11 om 13:56
Pak twee tennisballen en ga daar op staan met blote voeten. Dit helpt tegen kromme tenen.
Geplaatst door: leo hermens | 26-1-11 om 15:15
Goed zeuren kan ook poëzie zij, net als goeiedag zeggen op straat, bonjour... maar dit stuk hierboven rijmt niet. Laat die Gedichtendag gewoon bestaan, mensen. Ook Chrétien gebruikt deze gedichtendag voor aandacht...
Geplaatst door: emile budé | 26-1-11 om 16:52
Het zijn helemaal niet de geldprijzen van gedichtenwedstrijden die zogenaamde rijmelaars ertoe aanzetten hun gedichten (anoniem) openbaar te maken of hen een rad voor de ogen draaien maar het soort fora zoals dat van ‘De Contrabas’ zelf.
Het verschil tussen slechte poëzie en middelmatige poëzie is veel kleiner dan het verschil tussen middelmatige poëzie en goede poëzie. Is het toeval dat ik hier weinig sporen van de echt grote kleppers bemerk? Een dergelijke zelfgenoegzaamheid is op zijn minst tenenkaasproducerend.
Misschien is het een nog beter idee om vijf jaar lang minder subsidiesnoepgoed uit te delen. Waarlijk goeie poëzie zal zo’n aderlating wel overleven, met een zeldzaam uitgegeven bundel, met gegarandeerd een hoger verkoopcijfer als gevolg.
En de volksfeesten worden terug feestjes waar men van een afstand met het analfabete volk lachen kan.
Bovenstaand bericht doet denken aan een kat in het nauw.
PS
@ Kees Klok: proficiat! Doorsneeïger gedichten dan de uwe zijn mij vooralsnog onbekend.
Geplaatst door: Daan Loones | 27-1-11 om 14:13
Van het terugschroeven van subsidies zoals links en rechts voorgesteld zal geen enkele poëzieliefhebber beter worden, geen lezer, geen dichter!
Geplaatst door: Richard Steegmans | 27-1-11 om 15:47
Ik heb wel eens iemand horen zeggen dat hij 80% van de uitgegeven poezie troep vindt, misschien is 80% van de niet uitgegeven poezie dat ook, 80% van de films in de bios pulp net als 80% van het tv voer, idem van de popmuziek, 80% van de mensen die je ontmoet zou je niet als buurman willen hebben, 80% van de reageerders kletsen koek....80% van alles boeit niet, irriteert, doet pijn aan oog of oor.
Het zal een natuurwet zijn. Of een herseneigenschap.
Geplaatst door: leo hermens | 27-1-11 om 17:01
Sinds 6 jaar schrijf ik versjes. Met veel plezier en niet eens zo slecht. Waarom schrijf ik? Omdat ik daar meer plezier in heb dan in bloemschikken. Wil ik uitgeven? Van z'n leven niet. Maar wat wel gebeurde is, dat ik tegelijk met het schrijven van mijn versjes poezie ben gaan lezen en kopen. Er is een wereld voor me opengegaan. Dat gevolg kan Gedichtendag dus hebben. Niet zo elitair heren!!!
Geplaatst door: Nel Davidse | 29-1-11 om 17:03
Ik ben het van harte eens met de inhoud van dit artikel. Poezie is geen democratisch gebeuren. Poezie als kunst, in tegenstelling tot arbeidstherapie of hobby, is voor mij een product van de geinspireerde geest en uitsluitend daar van. Zo kan deze vorm van poezie de lezer tot grote ontroering brengen en een glimp laten zien van een haast transcendente schoonheid. En het schrijven van een dusdanig geinspireerd gedicht is maar weinigen gegeven. Poezie als hobby is een mooie tijdsbesteding die veel voldoening kan geven aan de poeet-hobbyist. Ook die poezie is het stimuleren waard maar is van een andere orde.
Geplaatst door: Erik Louis Greve | 10-2-11 om 18:13
@Leo: dat 80%-verhaal is min of meer universeel en staat bekend als het Pareto-principe.
Geplaatst door: Jacob van Schaijk | 20-9-11 om 21:24