Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« Queneau, Lindner, Pessoa en cafébaas Andy Fierens | Hoofdmenu | Nieuw gedicht A.H.J. Dautzenberg »

30 november 2010

Het eerste gedicht (26): Henk van der Waal

Waalzelf Vandaag in deze rubriek het eerste gedicht uit de bundel Zelf worden van Henk van der Waal. De bundel is, door een jury die bestaat uit Wim Brands, Maaike Meijer en een paar randgroepjongeren uit het academische circuit, genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Er hoort eveneens een site bij Zelf worden, voor de surfer met geduld en niet al te veel interesse in beeldende kunst: zelfworden.nl. Het boek zelf bestaat uit een aantal cycli met steeds twee gedichten, die op hun beurt weer uit elkaar vallen in twee 'halve gedichten'. Dit is het eerste 'hele' gedicht:

        cirkel

als het laat is, als de tijd zich
kromt in de schemer, als de
mist de velden bestookt met witte
wijven en de rimpels van het
land langzaam vollopen met een
zilverpapieren zwaarte, trekt de
taal zich terug in zijn doofstomme

        cirkel

je speelt nog de troefkaart van
uitstel en lust, vlucht nog in tennis
en voetbal, maar eigenlijk draai je
al rond in de jubel van het totale af
laten weten: kijk maar hoe jij je kijkt
en hoe je al kijkend verhevigd raakt
in de staar van je zuiverste droom

Het mag niet, van mezelf, maar ik wil deze beschouwing toch beginnen met een citaat uit een recensie van de vorige bundel van Van der Waal, Vreemdgang. Piet Gerbrandy, het onvermoeibare orakel, schreef: "Evenals zijn voorgangers is Vreemdgang een door filosofie en mystiek aangeraakte bundel, waarin de dichter lange zinnen vol abstracties aaneenrijgt en tastenderwijs probeert iets onuitsprekelijks te benaderen, iets wat ons dermate vreemd is, dat het zich aan alle taal onttrekt."

Dat van die "lange zinnen" had PG goed gezien. Dat van dat "onuitsprekelijks", "iets wat ons dermate vreemd is, dat het zich aan alle taal onttrekt" lijkt me eerder iets uit de persoonlijke moppentrommel van de recensent. Maar het helpt misschien wel om ook dit gedicht te "zien". Het bestaat namelijk uit één lange zin, die mededeelt dat de auteur slaap heeft en langzaam indommelt, of wegdut.

Dat zegt hij mooi, overigens, al zou je kunnen zeggen dat tijd zich niet kromt (niet in de relativiteitstheorie, tenminste), dat die witte wijven en die zilverpapieren zwaarte wel heel, eh, alliterend zijn, dat taal in een doofstomme cirkel best wel een cliché is, dat het wel geinig is, tennis en voetbal bij zoveel vertoon van geleerdheid, dat Faverey in de laatste regels wat hard meepijpt, maar goed, dat zou je dus kunnen zeggen.

Ik zeg dat niet.

Wat ik wel zeg, is dat Jean Pierre Rawie niet weg was gekomen met deze regels. Dan was Piet op zijn achterste benen gaan staan. Maar bij Van der Waal is een wat archaïsche stijl - waar ik overigens van houd - ineens diep-filosofisch. In dat verband verheug ik me nu al op het juryrapport van de VSB Poëzieprijs. Ik hoop dat dit door een van de randgroepjongeren mag worden geschreven, zodat ons geen gemeenplaats bespaard blijft.

Maar het gedicht! Waarom zeg ik niks over het gedicht?

Ik denk, omdat het gedicht vooral zichzelf zegt. Het zegt wat het zegt, en zegt niet veel meer dan dat. Het zegt het mooi, het zegt het in "uitstel en lust", maar het zegt: "ik zit ergens en word langzaam slapensmoe." Die cirkel is daar niet bij nodig, dat is een geval blufpoker en niet bepaald een troefkaart.

Laat ik ophouden. Voordat ik dit gedicht, dit mooie gedicht, bedelf onder mijn ergernis - over de mooiigheid die de auteur eromheen heeft gedrapeerd.

Reacties

dominique stoffelen

"Het bestaat namelijk uit één lange zin, die mededeelt dat de auteur slaap heeft en langzaam indommelt, of wegdut.", schrijf je Chrétien.

ik lees in de twee laatste regels "hoe je al kijkend verhevigd raakt / in de staar van je zuiverste droom" niet als een indommelen of wegdutten.

1 al kijkend - ik dommel niet echt al kijkend in. kijkend is intentioneel en doelgericht.

2 verhevigd raken - is het tegendeel van langzaam, langzaam ontspannen, het doet denken aan [seksuele?] opwinding

3 staar van de zuiverste droom - verwijst hier [naar mijn aanvoelen] naar het in de ban geraken van ja-wat, een verlangen, een [seksueel?] fantasma

kortom ik lees hier eerder een afsluitende opwinding in de ban van een [seksueel?] fantasma in [denk ik]

Chrétien Breukers

Ja dat kan ook, zeker na tennis of voetbal.

RHCdG

Maar Dominique, jij kan toch niet vergeten wat er gebeurt wanneer je slaapt? Dán pas 'kijk' je, dan pas 'raak je verhevigd', dan kom je terecht in de 'staar van de zuiverste droom'. Indommelen of wegdutten wil zeggen dat je je overgeeft aan een groot avontuur (eventueel: de bundel die volgt).

Gert de Jager

“Zelf worden” – het lijkt me een existentieel probleem voor de dichter Van der Waal. Een schoolkrantmetafoor als tijd die zich kromt, Veluwefolklore, ‘rimpels van het land’, een enjambement dat we sinds Kouwenaar nog nooit gezien hebben, Faverey-reminiscenties, het idioom van Ouwens en Jacob Groot – dat allemaal in veertien regels. Niets, maar dan ook niets lijkt bij deze dichter op te borrelen uit een authentieke bron. Authenticiteit, ik weet het, bestaat niet en dat kan spectaculair gethematiseerd worden. In deze poëzie gebeurt dat, geloof ik, niet.

Van der Waals debuut is ooit omschreven als ‘schoudervullingenpoëzie’, meen ik me herinneren. De omschrijving lijkt me tot op de dag van vandaag geldig.

RHCdG

Wat een rare reactie. Je kunt van elk woord en elke woordgroep wel een bron aangeven als je maar vertrouwd genoeg bent met het corpus. Godzijdank ben ik dat niet, zou ik haast zeggen, want daardoor kan ik ook naar Van der Waal luisteren als naar een oorspronkelijke stem.

En dat van dat enjambement begrijp ik al helemaal niet, want dat komt bij VdW eenvoudig niet voor. Was je zijn typografie al opgevallen? Goed kijken, dan zie jij 't ook.

Graag maak ik, als dat mag Chrétien, wèl van de gelegenheid gebruik om de lezer te wijzen op mijn door 23 bezoekers - niet noodzakelijkerwijs mensen, maar wat dondert dat - gelezen bespreking van deze bundel te wijzen: http://www.cornetsdegroot.com/rhcdg/2010/10/26/henk-van-der-waal/

Het was weer een vruchtbare avond. Zien jullie Erik Lindner nog wel eens? Nu maar naar bed!

Kanvas Tetrapool

"trekt de taal zich terug in zijn doofstomme cirkel"

Wat jammer dat deze zin erin zit. Het is alsof de dichter zich plots tot de 4e wand richt. Dan trekt de lezer zich terug uit het gedicht.

Verder niets dan lof.

Gert de Jager

@ Rutger: af/ laten weten

RHCdG

@Gert: bij Henk van der Waal wordt de regel- en strofeverdeling niet door syntactische, prosodische of andere verstechnische ingrepen bepaald, maar door typografische. Derhalve geen enjambement, ook niet wanneer het erop lijkt.

Gert de Jager

Het blijft een versregel, en daarom wel degelijk een enjambement. Ik denk dat Van der Waal dit enjambement buitengewoon bewust heeft aangebracht en daarmee de iconische en semantische implicatie. Met een beetje schuiven had hij het enjambement kunnen vermijden en had hij nog steeds de typografie gerespecteerd.

RHCdG

Ik zou willen zeggen dat je in concrete poëzie, en daar hebben we 't hier over volgens mij, niet kunt spreken over 'versregels'. En ik geloof niet dat een dichter van concrete poëzie rekening hoeft te houden met de paranoia die andere leeshoudingen met zich meebrengen; integendeel, ik vind dat een lezer rekening moet houden met de auteursintentie. Maar enfin, kijk lekker hoe jij het graag wil lezen, als dat nodig is om deze poëzie af te wijzen.

k

Vraagt blijft: vindt RHCdG het een mooi gedicht?

RHCdG

@k: Zeer mooi!

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...