Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« Avondeditie | Hoofdmenu | 23 oktober: nieuwe bundel Delphine Lecompte »

22 oktober 2010

Krabbendam en De Jager over Achterberg (bis)

Gert de Jager publiceerde mede naar aanleiding van een discussie op De Contrabas een tekst met de titel ‘Gerrit Achterberg en het mechanische’ in het Jaarboek Gerrit Achterberg (10). Hierop ontstond een uitwisseling van berichten, die bij dezen openbaar wordt gemaakt.

Beste Gert,

Eerst even over een aantal zinsneden waarin ikzelf word opgevoerd. Hoogst vermakelijk vind ik in elk geval de vele malen waar Gerbrandy en ik in één ademtocht worden genoemd of neergezet. Een groter contrast is niet denkbaar, tenzij misschien op dit ene, twijfelachtige punt.

– Je stelt in wel heel fantasierijke alinea dat er bij ‘lezers als Gerbrandy en Krabbendam meer aan de hand [lijkt] te zijn dan louter onverschilligheid. Ze ervaren Achterbergs werk als kil en onpoëtisch en reageren met een mengeling van afkeer en agressie.’ Afkeer en agressie? Waar haal je dat vandaan? Misschien bij P.G., maar niet bij mij. Bovendien laat je mijn reacties waarin ik juist wel gewag maak van ontroering en geraaktheid achterwege.

– Je stelt: ‘Belangrijker [...] is het feit [sic] dat een perceptie [sic] als die van Gerbrandy en Krabbendam [sic] [...] met een grote mate van vanzelfsprekendheid [sic] onder woorden wordt gebracht.’ Daar lust de argumentatietheorie wel pap van. Waar haal je die ‘grote mate van vanzelfsprekendheid’ vandaan? Hoe denk je dat te weten? En nog wel over twee personen in een adem? Is mijn perceptie dezelfde als die van Gerbrandy? Dat is, kortom, toch geen feit?

– Daarna kom je met het aanvankelijk milder geformuleerde, maar toch verbazingwekkend suggestieve ‘Ik vermoed dat hun visie momenteel in brede kring wordt gedeeld – we hebben te maken met een eigentijdse opininion chique. [cursivering van mij, A.K.]’ Ook hier sla je, in elk geval waar het ondergetekende betreft, de plank mis met je vermoeden en suggestie. Als er al sprake is van zoiets als een ‘eigentijdse opinion chique’, dan behoor ik allerminst tot de ‘brede kring’ waarin zoiets wordt gedeeld. Net zo min als dat het bij mij zou gaan om ‘nieuwe literaire normen’.

In mijn schamele, wellicht in andermans oren nogal extreem klinkende reacties op De Contrabas, verwoordde ik enkele gevoelens en gedachten zoals die zich bijna dertig jaar geleden bij mij vormden. Hoe eigentijds en chic en nieuw is dat? En wat heeft dat met normen te maken, of met afkeer, of met agressie? Toen mij, onder meer door RHCdG, werd gevraagd mijn uitspraak te argumenteren, kon ik uiteraard niet anders dan voortgaan op mijn eigen subjectieve reactie. Want het is zuiver subjectief wanneer iemand meent dat het ene gedicht ‘knap knutselwerk’ is en het andere ‘poëzie’. Op een blog kun je zoiets roepen, of bij de open haard, iets algemeen geldends als een of andere waarheid (of ‘opinion chique’) kun je daar natuurlijk niet van brouwen. Zoals ik al aangaf: het is een kwestie van smaak, van gevoelen, van subjectieve poëtische ervaring.

– Daarom ben ik verbijsterd om te lezen: ‘Lezers als [opnieuw!] Gerbrandy en Krabbendam [1.] accepteren het pathologische aspect van Achterberg niet en [2.] verlangen dat hij een normale [??] relatie van intimiteit [???] met de lezer aangaat. [3.] Hij dient zijn gevoelens te tonen zoals het hoort bij iemand ‘‘met een biografie als de zijne’’.’
Ondanks het feit dat de laatste aangehaalde woorden inderdaad de mijne zijn, gebruik je ze in volkomen onzuivere context, waarin de fantasie wel erg krachtig met je op de loop gaat.

[1.] is volslagen waanzin, een gotspe
[2.] behoort tot dezelfde categorie
[3.] ‘zou je verwachten’ is wel iets heel anders dan ‘dient […] zoals het hoort’.

M’enfin, deze laatste drie punten zou ik op kunnen vatten als laster, al dan niet per ongeluk (door slordigheid) gepubliceerd. Of liever, het i s laster, en in elk geval niet op aantoonbare feiten gebaseerd.
Waar ik van twijfel spreek, worden mij strikte eisen in de mond gelegd, waar ik mij verbaas wordt mij in de mond gelegd dat ik van een dichter, in dit geval Gerrit Achterberg, ‘verlang dat hij een normale relatie van intimiteit met de lezer aangaat’. Dat gaat wel erg ver, en staat wel heel ver van mijn uitlatingen op een ons allen bekend blog.

Afgezien van bovenstaande, zie ik ook dat je het over heel andere zaken hebt dan ik. Zelfs de zin van wat je hebt geschreven vat ik niet. Veel begrijpen we blijkbaar niet van elkaar.

goeds,
Piet Adriaan

Gert de Jager reageerde hierop met het volgende:

Ha Adriaan,

Je schrijft dat je niet vat wat ik met mijn stuk heb gewild. Ik heb geprobeerd een verklaring te geven voor een fenomeen: het fenomeen dat tegenwoordig zo drastisch anders tegen Achterberg wordt aangekeken dan vroeger. Om [dat] te kunnen doen moet ik smaakoordelen in een breder kader zetten; de implicatie is dat wat een subject als hoogst subjectief ervaart – alles wat jij een kwestie ‘van smaak, van gevoelen, van subjectieve poëtische ervaring’ noemt – als niet zo subjectief beschouw, maar gedetermineerd door een context, geprefigureerd door een klimaat – hoe je het maar wil noemen. Het is om die reden dat ik meteen al begin met verwantschap tussen uiteenlopende types als Mulisch, Rodenko en Vinkenoog in de jaren vijftig; als uiteenlopende types als Gerbrandy en jij enkele decennia later juist wat Achterberg betreft verwantschap vertonen heb ik volgens mij ook dan iets onderliggends in het vizier gekregen.
Jammer dat je een en ander als laster en waanzin beschouwt; zo is het zeker niet bedoeld. Ik heb er zelf weinig moeite mee om mij te zien als een hevig historisch bepaald subject. Trouwens, als je in één adem een negatief oordeel geeft over Achterberg en vervolgens stelt dat hij niet aan verwachtingen van de lezer beantwoordt, betekent dat volgens mij wel degelijk dat je eigenlijk vindt dat hij iets anders moet doen dan hij doet. Impliciet stel je een norm – als het al niet expliciet is.

Groet, Gert

Waarop Adriaan nog de volgende repliek gaf:

Beste Gert,

Stelde ik ‘dat hij niet aan de verwachtingen van de lezer beantwoordt’? Nee, Gert, dat schreef ik niet, je hebt het mis en je interpreteert maar een eind weg. Je hebt ‘iets onderliggends in het vizier gekregen’ dat niet bestaat, een fantoom. Ik ben de laatste om te vinden dat een dichter iets anders ‘moet’ doen dan hij doet, ook niet ‘eigenlijk’. Ook impliciet stel ik geen norm. Ik vind iets mooi of sterk. Ik ervaar iets als vervelend of boeiend, als inspirerend of duf. Verder niets.
Maak je geen illusies, en publiceer alleen je eigen dromen. Dit gaat niet over de mijne.
Ik heb het bij mijn weten niet over grootheden als ‘de lezer’, maar louter over mijzelf, over mijn ervaring, mijn gevoelen. Zelfs niet over mijn ‘verwachtingen’ [‘zou je verwachten’ is zeker niet hetzelfde]. Nee, ik vind niets, ook niet ‘eigenlijk’, behalve dat jij me deze woorden en ideeën niet in de mond mag leggen. Dat is wellicht mijn enige norm in deze context.

Goeds,

Adriaan

PS Ik snap dat je het niet bedoelde als ‘laster en waanzin’, maar in mijn ogen leest het wel zo. We dragen eenvoudig een andere bril.

 

Reacties

Hans Smit

Als in een discussie het woord 'gotspe' valt, weet je zeker dat je met een paar bejaarden van doen hebt; geestelijk, fysiek of allebei.

Herman de Winter

Als Hans Smits het zeker weet, waarom zou je dan nog zelf denken?

Hans Smit

En als je herman de winter kunt lezen, wat moet je dan nog met Achterberg?

http://www.gedichten.nl/nedermap/gedichten/gedicht/6667.html?zoekresultaat=ja

Adriaan Krabbendam

Inderdaad Hans, na Herman is er niets, niets meer te wensen of verwachten.

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...