Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« En op de zesde en zevende dag... | Hoofdmenu | Pierre Kemp, een leven (2) »

05 september 2010

Van Adrichem interviewt Thomas Vaessens

Als aanvulling op het After postmodernism'-dossier van Parmentier maakte Arnoud van Adrichem een interview met Thomas Vaessens over diens geruchtmakende studie De revanche van de roman. Dat interview staat nu online op de website van Parmentier:

AvA: Laten we beginnen met de politieke actualiteit. Na decennia waarin links de boventoon voerde laat nu vooral populistisch-rechts van zich horen, zoals alleen al blijkt uit de eclatante zetelwinst van de PVV. Denk je dat deze 'verrechtsing' in Nederland en België zijn sporen zal nalaten in de laaglandse literatuur?

THomas Vaessens: "Ik weet niet helemaal zeker of het bij het succes van de PVV inderdaad om een verrechtsing gaat. We zien dat sommige politici en opiniemakers ostentatief niet meer geïnteresseerd zijn in wat de intellectuele elite van hun standpunten en redeneringen vindt. Zulke politici weten dat ze er in de wereld van vandaag mee wegkomen wanneer ze hun schouders ophalen voor het intellectuele debat. 'Vindt de deskundige dat? Dan is de deskundige knettergek!' - dat werk. Het kan iemand als Wilders niet schelen dat de Korancitaten in zijn film Fitna (in kringen van Arabisten en Korankenners als tendentieuze parafrases worden ontmaskerd. Hij voert het beginsel dat de meeste stemmen gelden tot de uiterste, tot de lulligste consequentie door. Als half Nederland vindt dat 'we' overspoeld worden door een tsunami van gelukszoekende potentiële terroristen, dan is dat dus waar. Hoewel dit soort retoriek niet speciaal rechts is, is het natuurlijk wel waar dat de intellectuele elite, waarvan de nieuwe populisten zich 'geëmancipeerd' hebben, 'de linkse kerk' genoemd wordt. 'Links' is dan de benaming geworden voor het soort politiek denken dat naar bovenpersoonlijke legitimering van maatregelen en beleid zoekt; dat geworteld is in een rationeel debat, bijvoorbeeld over moraal en ethiek. In de afgelopen campagne zag je dat sterker dan ooit: de analyse achter de soundbites was nauwelijks nog aan de orde. Het is heel cynisch, maar die analyse doet er in de electorale praktijk ook eigenlijk helemaal niet toe. Politici die zich daarvoor niet schamen, zijn opvallend succesvol op het moment. Misschien is literatuur voor hen ook wel een linkse hobby" 

Over de laatste tendensen in de poëzie zegt Vaessens:

"Ook in de poëzie is de laatste jaren een duidelijke heroverweging van de postmoderne erfenis gaande. Ook dichters zijn minder streng in de postmoderne leer, ze gaan op zoek naar nieuwe vormen van verbinding en engagement. Achteraf gezien had het hoofdstuk in dat boek van Joosten en mij (Postmoderne poëzie in Nederland en Vlaanderen.- 2003) over Robert Anker dààrover moeten gaan: Anker probeert in Goede manieren uit de impasse te komen waar het postmodernisme ons gebracht heeft. Datzelfde zie je ook in het werk van allerlei uiteenlopende jongere dichters van nu, zoals Alfred Schaffer en Ilja Leonard Pfeijffer. En in Vlaanderen eerder al bij Miguel Declercq of Jan Lauwereyns."

Lees het volledige interview op de extra-pagina van Parmentier.

Reacties

Chrétien Breukers

Arnoud is een brave lakei, en Thomas is een gladde prater. Triest hoor.

Samuel Vriezen

Ja, dat heb je zo bij interviews, iemand laat iemand anders aan het woord.

Jeroen van Rooij

Protocol voor een volautomatische Chrétien 2.0:

1. Stel een zoekactie in op bepaalde namen en begrippen: Thomas Vaessen, Marc Reugebrink, Samuel Vriezen, nY, engagement, subsidie, fonds der letteren et cetera.
2. Verzamel een repertoire van knorrige en licht beledigende frasen.
3. Zodra de zoekactie in 1. één of meerdere van de namen of begrippen vindt, combineert een slim protocol het gevondene met enkele frasen uit 2. en publiceert het resultaat op een blog. Hoeft geen al te slim protocol te zijn. Stel enkele variabelen in wat betreft lengte en zuurgraad en wijze van publiceren (reactie, zelfstandige posting) et voilá: uw eigen Breukje. Rumoer en plezier gegarandeerd.

Chrétien Breukers

Een volautomatische Jeroen van Rooij, 3.0:

Neem vijf maanden vakantie. Noem dat: redactiesecretariaat.

Een volautomatische Samuel Vriezen 3.0:

[...]

Samuel Vriezen

Ach, het is toch mooi om te zien hoe het literaire debat op De Contrabas weer volop bloeit!

Chrétien Breukers

Ja, vooral de suggestie van Jeroen, over het Fonds voor de Letteren, die is heel smakelijk; vooral als je bedenkt dat hij ook wel weet dat ik alleen mopper op het Fonds, als sommige mensen, onder wie Willem Bongers, Huub Beurskens of Erik Spinoy, in commissies zitting nemen.

Jeroen van Rooij

Ik kan hier niet inhoudelijk op reageren tot ik zéker weet dat ik niet tegen een robot praat.

Chrétien Breukers

Je kunt er niet inhoudelijk op reageren, omdat je weet dat ik gelijk heb. Maar soit. Zand erover. Klaar. We verheugen ons in elk geval op je terugkeer van zes weken vakantie en zijn benieuwd met welke prachtrecensies jullie ons, nu ja, ons, hun gaat verblijden.

RHCdG

Enfin. Er verschijnt een uitgebreid interview met een literatuurprofessor over een discussie die nogal pertinent lijkt dus misschien is dit gekut over en weer niet erg zinvol.

Aan het eind van het interview wordt naar de poëzie gekeken, en Vaessens zegt dan:

"Ook in de poëzie is de laatste jaren een duidelijke heroverweging van de postmoderne erfenis gaande. Ook dichters zijn minder streng in de postmoderne leer, ze gaan op zoek naar nieuwe vormen van verbinding en engagement. Achteraf gezien had het hoofdstuk in dat boek van Joosten en mij over Robert Anker dáárover moeten gaan: Anker probeert in Goede manieren uit de impasse te komen waar het postmodernisme ons gebracht heeft. Datzelfde zie je ook in het werk van allerlei uiteenlopende jongere dichters van nu, zoals Alfred Schaffer en Ilja Leonard Pfeijffer. En in Vlaanderen eerder al bij Miguel Declercq of Jan Lauwereyns."

Ik ben niet de beste om dit aan te vragen want ik volg de poëzie niet op de voet, maar ik zou wel eens willen weten: is dat hier het algemene gevoelen? En is het, afgezien daarvan, niet zo dat poëzie van nature veel moeilijker uit haar cocon treedt dan de roman?

Kortom: is er iets gaande in de poëzie sinds dat boek van Vaessens en Joosten, of is de poëzie met haar in zichzelf gekeerde spelletjes de "natuurlijke" vorm voor het postmodernisme en komt ze er maar moeilijk weer vanaf? Of zijn er toch dichters die er geen zin meer in hebben en iets radicaal anders proberen?

Gert de Jager

Welke dichters zijn ooit ‘streng in de postmoderne leer’ geweest? Het postmodernisme van Vaessens en Joosten was een constructie van henzelf waarmee ze een ontwikkeling in de poëzie voor het voetlicht wilden brengen. Het boek werd indertijd onder meer bekritiseerd vanwege de eenzijdigheid. Als dichters nu al weer radicaal afstand nemen van ‘de leer’ heeft die leer zich misschien niet zo heel erg voorgedaan.

Een van de kroongetuigen in het boek was Arjen Duinker. Als er nu één dichter is die constant heeft gezocht naar ‘nieuwe vormen van verbinding en engagement’ is hij het wel. Dat zijn engagement heel wat verder gaat dan strikt maatschappelijk engagement zegt iets over de beperktheid van Vaessens blik. ‘De zon en de wereld’ – daaronder en daarin gebeurt heel wat meer dan zich in de snel recyclebare categorieën van een academicus laat vangen.

Chrétien Breukers

Volgens mij heeft De Jager gelijk, met een uitbreiding: Jos Joosten en Thomas Vaessens bedachten "de leer", omdat ze nog hoogleraar moesten worden. Dat staat wel lekker, een ontdekking, op je cv.

Samuel Vriezen

Rutger: Met Vaessens' opvatting van het "postmodernisme" heb ik sowieso niet veel op; vandaar dat ik ook niets kan met het idee van dichters die "streng de in postmoderne leer" zouden zijn. Als ik al over "het postmodernisme" zou moeten spreken zou ik daar heel andere opvattingen over hebben. In elk geval zijn de denkers die ik heb gelezen en die als postmodern te boek staan vaak bij uitstek politiek.

En in de poëzie lijkt me de hele tegenstelling tussen "spelletjes" en "verbinding" vals. Het gaat om hoe je leest. Wat zegt het spelletje over mijn mogelijkheid me te engageren? - is al een interessantere vraag, lijkt me. Wat dat betreft is Gerts suggestie om Duinker als geëngageerde dichter te lezen prikkelend. Reugebrink en Mettes hebben het eerder gedaan, met zeer verschillend resultaat. Ik ben heel benieuwd naar Gerts visie.

Het is verder mijn lezerservaring als lezer dat de gemiddelde roman tegenwoordig me minder engageert dan het gemiddelde gedicht, precies omdat ik me door de meeste romans die ik zie verschijnen niet uitgedaagd voel, al gaan ze nog zo over de honger in de derde wereld (want meer nog over de moeilijke moeder-dochterrelatie waarvan die honger de achtergrond vormt). Maar dat kan aan mij liggen natuurlijk.

RHCdG

Ja, zelf heb ik het idee dat het nu heel makkelijk is om te doen alsof iedereen altijd flink afstand heeft bewaard tot dat postmodernisme, maar ik kan me erg goed herinneren hoe alomtegenwoordig het was, en het mij soms het idee van een vacuüm gaf waar we er nooit meer uit zouden komen. Vaessens komt wat mij betreft de eer toe altijd bewegelijk te zijn gebleven, er over- en doorheen te kunnen kijken en die beweging van het postmodernisme vandaan als een van de eerste in een verhaal te hebben verantwoord. Dus ik vind het erg gemakkelijk allemaal om nu te zeggen: ach dat viel toch allemaal vreselijk mee - want zo was het niet: alles, de wildste vormexperimenten, inclusief die van Duinker vielen onder het postmodernisme - en waar was jij destijds, Gert, om erop te wijzen dat het anders zat.

@Chrétien: het ultieme bewijs dat die twee (V&J) dat boek of die 'leer' voor hun carrière en leerstoel zouden hebben geschreven zou zijn als er onzin in dat boek stond. Dan zou die bewering meer overtuigingskracht hebben. Maar dat er onzin in staat is mij op die manier nog niet gebleken.

@Samuel: ook zeer benieuwd naar wat jij onder het postmodernisme dan verstaat, zodat het verschil met Vaessens' opvatting kan worden gepeild. Maar als schot voor de boeg: je bedoelt dat Vaessens' postmoderne dichters a-politiek zijn?

Gert de Jager

Het boek van Joosten en Vaessens kreeg eerder een sceptische dan een juichende ontvangst. Ik herinner me dat ik het zeer eens was met een bespreking van Groenewegen in Ons Erfdeel.

En verder waren er altijd dichters als Ter Balkt, Nolens, Jansma, Gerlach, Jellema enzovoorts, enzoverder. Een vacuum?

Samuel Vriezen

Over het verschil van mening heb ik samen met Ernst van den Hemel en Matthijs Ponte eens een stuk geschreven. Daarin schreven we het al een beetje:

"De theoretische onderbouwing van het boek is weinig precies. De drie grote posities die Vaessens benoemt vormen een aantrekkelijke driehoek, die hij heel breed hanteert. Bij de toepassing van zijn model op het literaire veld moet hij daarom vaak zeer uiteenlopende posities samenbrengen onder één noemer. Zo valt onder de term ‘postmodernisme’ onder meer een algemene culturele omslag in de maatschappij, een complexe intellectualistische ‘serieuze’ variant die op Franse theorie is geënt en een vrijblijvende ‘anything goes’-variant volgens welke schrijvers naar believen kunnen experimenteren met verhaalstructuren en op ironische wijze nooit iets serieus hoeven te nemen. Vaessens benoemt deze onderscheiden wel, maar hanteert ze niet altijd even consequent. Hij geeft vaak de indruk ze willekeurig door elkaar te gebruiken of in elkaar over te laten lopen. Daardoor kunnen in het boek claims voorkomen als dat het een uiterste consequentie van het denken van Derrida zou zijn dat de schrijver ‘nog slechts de rol van campy entertainer’ (55) zou resten, wat simpelweg niet waar is. De opmerking staat dan ook in scherp contrast met de veel zinniger signalering dat het postmodernisme in Nederland (volgens Vaessens in tegenstelling tot de Belgische receptie) nooit daadwerkelijk goed doordacht is."

Juist die opmerking over Derrida vond ik heel erg vreemd toen ik het boek las. Die man is toch bij uitstek een ethische, politieke denker. Dat betekent dat ik Vaessens postmodernisme-definities lastig kan volgen, al besef ik dat ze in een Nederlandse traditie staan, maar dat is dus een traditie die ik zelf al niet zo sterk vind - het "anything goes" aspect van het postmodernisme is een weliswaar diepgewortelde, maar vooral waanzinnig botte karikatuur (waar je het DUS ook het makkelijkst over kunt hebben in opiniestukken). Maar overigens niet dat ik zelf betere definities heb liggen.

Ook durf ik niet van deze of gene dichter te zeggen dat die wel of niet politiek zou zijn. Wat er politiek aan iets of iemand is is uiteindelijk in the eye of the beholder. We kunnen alles politiek lezen, en dat kan heel leerzaam zijn. Immers, de literaire productie is, zoals alle productie, compleet van politiek doortrokken.

Samuel Vriezen

Dat stuk stond in de groene, trouwens. Het is hier wel gesignaleerd indertijd, maar wie het nog eens wil naslaan volge deze link: http://www.groene.nl/2009/19/een-postmodernisme-met-tanden

RHCdG

Je lijkt te suggereren, Samuel, dat Vaessens dat postmodernisme niet helemaal goed doordacht heeft - niet zo goed als de Belgen en als jij en je twee co-auteurs. Maar dat vind ik nou een grote en grove versimpeling en eigenlijk een vorm van kwaadsprekerij, het spijt me wel. Op die pagina 55 die je citeert wordt niet alleen Derrida genoemd, maar staat: 'mensen als Derrida, Lyotard en Foucault' en vervolgens: 'Toch kan het ludieke postmodernisme [van de Zestigers en hun nazaten] wel degelijk als een (uiterste) consequentie van dat denken worden beschouwd. Waar literaire autoriteitsclaims volledig onmogelijk zijn gemaakt, rest de schrijver nog slechts de rol van campy entertainer'.

Ik zie niet in wat hier bot aan is of wat er tegenin te brengen valt. Het is gewoon zo, en in het algemeen valt er niet aan te ontkomen de dingen in groter verband te zien wanneer je een visie wil ontvouwen ergens op.

Aan jou zou ik willen vragen om eens te vertellen wat je in dit verband nou toch eigenlijk met 'politiek' bedoelt. Ik heb het idee dat ik volgens jouw begrip ervan al politiek bedrijf als ik mijn glas wijn aan mijn mond zet.

@Gert: ondanks de constante kwaliteit van de stukken van Hans Groenewegen vond ik mijn eigen stuk over het boek in Tirade (nr. 407, feb 2005) destijds vele malen beter.

RHCdG

Afgezien van deze kwesties blijft de vraag open of dichters van deze tijd - dwz van nu - inderdaad dat onbehagen voelen waar Vaessens het in dat interview over heeft. Willen dichters van nu door die ironische distantie, die superieure positie heen, en zo ja, op welke manier proberen ze dat voor elkaar te krijgen? Of erkennen ze dat het onmogelijk is om authentiek te zijn, en is hun poëzie een demonstratie van die erkenning?
Over dit soort vragen moet op een site als deze toch een soort van enquête gehouden kunnen worden, waar is dat internet anders voor.

Samuel Vriezen

Ja, die opmerking die je citeert bedoel ik inderdaad. Die gevolgtrekking is eenvoudigweg onjuist of op zijn best uitermate karikaturaal. Mij is althans totaal niet duidelijk hoe je van welk boek dan ook van Derrida naar die campy entertainer komt. Als je er vanuit Derrida komt, kan je er volgens mij vanuit elke schrijver wel komen. Maar wie het weet mag het zeggen. Ik zou zeggen, laten we Derrida, Foucault en Lyotard eens er grondig op naslaan. Leesgroep misschien? Heb nog wel wat boeken van die lui op mijn lijstje staan, ik stel voor om te beginnen bij De la grammatologie.

Dat glas wijn zou waarschijnlijk ook politiek te lezen zijn, als het moest. Dat was mijn punt: ik wil niet aanwijzen welke schrijver of handeling essentieel wel en welke essentieel niet politiek zouden zijn; het politieke is altijd aan te wijzen, en ook altijd te negeren. Zo ben ik zelf niet erg overtuigd van het politieke gehalte van de voorbeelden die Vaessens heeft aangedragen in zijn boek; in ons Groene-artikel vonden we evenwel één voorbeeld wel overtuigend als beginpunt van een politieke lezing van literatuur.

Gert de Jager

Volgens mij kan geen enkele dichter die iets voorstelt het zich permitteren om in ironische distantie te blijven steken en is elk gedicht dat iets voorstelt het verslag van een poging een authentieke verhouding tot de wereld te bereiken. Daarbij kan ironie worden ingezet als stijlmiddel.

Aldus uw ideale respondent.

Samuel Vriezen

"Vond ik mijn eigen stuk vele malen beter" - goed dat het eens gezegd wordt.

RHCdG

Mij dunkt, Samuel, dat jij met jouw contacten in je Facebookmilieu zonder problemen een leuk academisch leesclubje voor 'De la grammatologie' bij elkaar moet kunnen krijgen. Maar zolang je weigert het verband te zien tussen Derrida en die campy entertainer, maar wel dat glas wijn van mij als 'essentieel' (wat dat ook betekent) politiek kunt lezen, geloof ik niet dat ik er veel belangstelling voor heb. Vind je 't heel erg? Dat dacht ik al, Vraag Hans Groenewegen anders eens, die schrijft goede stukken.

Samuel Vriezen

Rutger, verdorie, schrijf ik werkelijk zo slordig? Voor de duidelijkheid, toen ik schreef "ik wil niet aanwijzen welke schrijver of handeling essentieel wel en welke essentieel niet politiek zouden zijn" bedoelde ik dus jouw glas wijn juist niet te willen lezen als 'essentieel' politiek.

Dat verband tussen Derrida en die campy entertainer wil ik best zien hoor, maar ik KAN het op dit moment helemaal niet zien. Maar goed, jij, of wie ook, mag het me altijd komen uitleggen. Daar ben ik voor beschikbaar. Voor de volledigheid: het gaat dus om het afleiden van de stelling

"De schrijver rest nog slechts de rol van campy entertainer"

als consequentie van enige teksten van, laten we beginnen bij Derrida. Het hoeft niet De la grammatologie te zijn, het kan ook de Politique de l'amitié zijn of die teksten over gastvrijheid, enz.

RHCdG

Jammer dat je 't niet ziet, of niet kan zien - voor mij hoeft dat citaat op p. 55 geen verder betoog. 't Gaat over een volstrekte vrijblijvendheid - maar 't gaat (mij) er nu vooral om of er inderdaad dichters zijn die dat destijds een passende positie vonden, en nu niet meer.
Van het rijtje dat Vaessens noemt ken ik eigenlijk alleen Pfeijffers werk een beetje, en van hem weet ik dat hij zich altijd al ongemakkelijk heeft gevoeld bij al die gepercipieerde onechtheid en dat hij zich graag wil laten raken door iets authentieks. Je zou dat hele 'gevaarlijke poëzie' en 'bijl' discours als voorbeelden kunnen zien van die poging tot ontsnapping aan dat postmoderne vacuüm waarin niets er meer toe doet.
Daar heb ik het liever over dan over het soortelijk gewicht van Derrida cs.

Samuel Vriezen

Dat idee van Derrida als een denker van de volstrekte vrijblijvendheid is dus precies wat ik niet zie. Volgens mij is er geen geëngageerder lezer van literaire en filosofische teksten dan Derrida.

Maar goed. Als je het over Pfeijffer e.d. hebt, lijkt me de vraag of de verandering van zijn retorische inzet correspondeert met een verandering in de poëzie. Of ook wel, hoe serieus is dat hele plotseling opgestoken "gevaarlijke" discours nou eigenlijk? Op de Bijl-discussie (met name Harmens' inleiding en het gezamenlijke manifest) is vorig jaar op verschillende plekken dan ook met grote reserve gereageerd, onder andere hier:

http://avondenperdu.blogspot.com/2009/05/ik-wil-een-manifest-waar-langer-dan.html

http://reugebrink.skynetblogs.be/archive/2009/05/25/maar-werkelijk.html

Het probleem dat ik zelf met de discussie heb ik ongeveer zo te stellen: de manier waarop er nu steeds wordt gesproken over echt, authentiek, geengageerd, enzovoort is niet vaak niet minder vrijblijvend dan de speelse houding die ze geacht wordt te vervangen, zolang er geen rekenschap wordt gegeven van hoe taal, representatie, instituten (literaire, journalistieke en politieke), macht en dergelijke met elkaar zijn verweven. Zodra iemand zo'n fundamentele analyse maakt zal er actief literaire politiek bedreven worden. Zolang iemand dat nalaat blijft de literaire politiek passief.

Een literator kan zonder zo'n analyse natuurlijk altijd waardevol werk doen als, pak hem beet, columnist, en misschien zelfs heilzaam politiek werk verrichten, en daarmee misschien zelfs de kloof tussen literator en politiek overbruggen - en toch de politieke mogelijkheden van literatuur blijven miskennen. Je kunt immers best columnist zijn of talking head en over alle actuele kwesties een mening hebben en toch helemaal niks bewerkstelligen.

RHCdG

Maar dat *zegt* Vaessens helemaal niet, dat Derrida een 'denker van de vrijblijvendheid' is. Alsof hij een alibi voor vrijblijvendheid zou willen zoeken. Daar is geen sprake van, en als je dát suggereert dan lijkt het me dat jij je veeleer schuldig maakt aan die oppervlakkige, 'Hollandse' opvatting van het postmodernisme.

Verder weet ik nog altijd niet wat je onder 'politiek' verstaat, en zie ik niet hoe een 'fundamentele analyse' gelijk staat aan het bedrijven van 'actieve literaire politiek'. Wat is in godsnaam literaire politiek? Verandert die de maatschappij met literaire middelen? Hoe dan? Kun je voorbeelden uit het verleden geven? Of moet ik daarbij denken aan het manifest tegen de komende regering waar je toe oproept?

En waarom moet het streven naar authenticiteit gefundeerd worden door een analyse - is dat nou juist niet waar men genoeg van heeft? En hoezo leiden analyses tot actieve politiek? Is het niet eerder andersom: dat analyseren tot passiviteit leidt? Als je de beuk erin wil zit niemand op analyses te wachten.

Ten slotte de 'kloof tussen literator en politiek': wat is dat nu weer? Wat voor boekjes lees je tegenwoordig? Heb je heimwee naar Sartre en Mulisch? Of ben je gecharmeerd van dichtende dictators als Mao, Khomeiny en Karadzic? Ik niet. Ik hoop de kloof tussen mijzelf en de politiek zo diep en zo gapend mogelijk te houden. Mijn voorbeeld is Nero.

Samuel Vriezen

"Maar dat *zegt* Vaessens helemaal niet, dat Derrida een 'denker van de vrijblijvendheid' is. Alsof hij een alibi voor vrijblijvendheid zou willen zoeken. Daar is geen sprake van, en als je dát suggereert"


Nee, ik dacht dat jij dat suggereerde. Maar waarschijnlijk begrijp ik je verkeerd.

Een eerste opzetje over literaire politiek heb ik enige tijd terug voor de website van Parmentier geschreven.

Ter aanvulling: "de maatschappij veranderen" - zou mooi zijn, nietwaar? Ik stel voor dat politieke literatuur eens begint met het lezen te veranderen. Nee, dat manifest is een andere (en nog heel erg prille) kwestie, hoewel mijn literaire activiteiten ongetwijfeld ertoe hebben bijgedragen dat ik op zo'n idee zou kunnen komen.

Over het streven naar authenticiteit heb ik het niet gehad. Wat "Fundamentele analyse" betreft, betere term is eigenlijk dat "rekenschap geven" eerder in de alinea. Maar nu die olifant toch in de kamer staat: ja, het ontbreekt volgens mij nou juist aan een inspirerend verhaal gebaseerd op een grondige visie. Analyse zat in de politiek, maar het is meestal een soort halfbakken statistiek, geen conceptueel grondig opgebouwde gedachte over waar we zijn en waar we heen moeten.

En nee, ik heb geen heimwee naar Sartre of Mulisch en zelfs niet naar Mao c.s. Met die "kloof tussen literator en politiek" bedoelde ik vooral de literator, als die optreedt als columnist, te scheiden van de literatuur die hij ook schrijft. Je lijkt te denken dat ik daar voor pleit, maar dat is niet zo.

f.starik

Dames! Mag ik in uw deftige discours eens iets onbeleefds zeggen?

Waarom wordt 'de eenzame uitvaart' in dit discours stelselmatig over het hoofd gezien?


der peter

'rechts' sterven, heerlijk.

'links' hangend, of 'rechts' hangend.

't zal je klote worst wezen.

RHCdG

Omdat u heel goed uw eigen woordvoerder kunt zijn, heer Starik, ook in deftige discoursen?

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...