"Dat is, buiten al het andere, iets dat poëzie in mijn hoofd blijkbaar doet, en wel op de meest aangename manier: het beperkt mijn zicht. Tijdens het lezen van een gedicht bekruipt me soms het gevoel door een piepklein raam naar een heel wijds landschap te moeten kijken. Ik zie een fragment, ingekaderd, afgemeten - maar ik wéét dat er meer is. Dus moet ik zelf aan de slag, desnoods de muur om het raam heen beschilderen, lijnen aanvullen, beelden tevoorschijn halen." Ester Naomi Perquin, over een naakte man op weg naar het paradijs, alors, over Joost Baars. Op Versindaba.
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Merk op dat in tweede instantie het zicht juist vergroot wordt.
Juister was dus: poëzie beperkt in eerste instantie mijn zicht.
Paul
Geplaatst door: Paul van de Wiel | 30-8-10 om 20:11