Colofon

Dit is weblog De Contrabas. Begonnen op 21 augustus 2005 door Ton van ’t Hof en Chrétien Breukers. Laatste bericht zal worden geplaatst op 21 augustus 2015, of ergens rond die datum. De weblog zal blijven bestaan, om de rijke archieven niet aan de digitale vergetelheid prijs te hoeven geven.

De redactie was in handen van Chrétien Breukers. De reactiemogelijkheid is gesloten, omdat de website niet ten prooi wil vallen aan eindeloze reeksen spam of aan reacties van notoire internettrollen. Mailen over de website kan aan decontrabas[at]hotmail.com

De boeken van Uitgeverij De Contrabas worden geleverd via Liverse, via CB of direct via Liverse. Eind augustus gaat de nieuwe website van uitgeverij De Contrabas, met bestelinformatie, online.

augustus 2015

ma di wo do vr za zo
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

« juli 2010 | Hoofdmenu | september 2010 »

augustus 2010

31 augustus 2010

Einmal Lebt ich, wie Götter

Fignon  Laurent Fignon is dood. Hij was vijftig. Niet oud, maar bij wijze van geluk bij een ongeluk maakte een van de meest bizarre wendingen in zijn loopbaan hem al op 23 juli 1989 onsterfelijk. Op die dag verspeelde hij namelijk een zekere Tourzege aan Greg Lemond. Acht seconden slechts scheidden hem van een derde overwinning in La Grande Boucle, maar die maakten wel dat hij kon toetreden tot het pantheon van Tourhelden – en Tourhelden hebben hun fysieke aanwezigheid niet meer nodig om levend gehouden te worden in anekdotes en (sterke) verhalen. 

Ik herinner me die zondag goed. Fignon, jaren weggeweest, vanwege blessures (doping, beweerden boze tongen, die overigens gelijk hadden, dat gaf de renner later ruiterlijk toe), stond op het punt om een overwinning te behalen op Greg Lemond, ook weggeweest, zij het om andere redenen. Het pleit leek beslecht, in het voordeel van Fignon, maar tijdens de tijdrit naar Parijs zag je hoe Fignon aan het sjravelen was, terwijl Lemond, op een gekke fiets, een gekke helm op het hoofd, zichtbaar vloog.

's Ochtends had hij nog vijftig seconden voorsprong, aan het eind van de middag acht seconden achterstand. Het was hartverscheurend erg. Echt sportief vatte hij de nederlaag niet op, gelukkig. Niets zo erg als een sportieve verliezer. De dag erna molesteerde hij zelfs bijna een cameraman die hem op weg naar zijn huis in Parijs wilde filmen. 

Toch zijn het precies die acht seconden die hem vrij regelmatig, aan stamtafels, in huiskamers, tot een onderwerp van gesprek maken, en daarom hadden de al gestorven wielergoden in de wielerhemel (Coppi, Bartali, Ockers, Schotte, Ocana enz.) ook maar acht seconden nodig, vanmiddag, voordat ze besloten hem toe te laten in hun midden.   

An die Parzen

Nur Einen Sommer gönnt, ihr Gewaltigen!
Und einen Herbst zu reifem Gesange mir,
Daß williger mein Herz, vom süßen
Spiele gesättiget, dann mir sterbe.

Die Seele, der im Leben ihr göttlich Recht
Nicht ward, sie ruht auch drunten im Orkus nicht;
Doch ist mir einst das Heilge, das am
Herzen mir liegt, das Gedicht, gelungen,

Willkommen dann, o Stille der Schattenwelt!
Zufrieden bin ich, wenn auch mein Saitenspiel
Mich nicht hinab geleitet; Einmal
Lebt ich, wie Götter, und mehr bedarfs nicht.

Friedrich Hölderlin

Avondeditie

Mortensen Recensent van The Economist onder de indruk van het gedicht 'Vermeer' van Wislawa Szymborska waarin de wereld geen einde kent.

SJ Fowler interviewt de jonge Noorse dichter Audun Mortensen (foto). Zes gedichten van hem zijn hier te lezen.

Johan Velter grasduint in de najaarscatalogus van de gevestigde uitgeverijen. We noteren oa: 'dat Jan Lauwereyns in 2011 het gedichtendagessay ‘De smaak van het geluid van het hart’ schrijft. Lauwereyns stelt het hart, het voelen, centraal in zijn pleidooi voor poëzie. En er verschijnt van hem ook een nieuwe bundel ‘Hemelsblauw’, een verdere exploreatie van de relatie tussen het denken en het voelen, het weten en het zijn.'

"In september verschijnt de roman Nachbarin, en mijn naam staat er op, dus ik zal het wel geschreven hebben." Vrouwkje Tuinman leert Duits, zo kan ze ook eens haar eigen boek lezen.

15 jaar geleden voor het laatst Duits gesproken en nu vloeiend gedichten performen op het Flachlandfest in Berlijn, daarvoor moet je Andy Fierens heten.

Nog meer nieuws uit Duitsland hipste stad: afgelopen zaterdag regende het poëzie boven Berlijn. Een helikopter strooide 100 000 gedrukte gedichten van 80 dichters uit Duitsland en Chili over de stad. Een actie van het Chileense kunstcollectief Casagrande dat hiermee een protest uitbrengt tegen de oorlog. Het is al het vijfde poëziebombardement van deze actiegroep. (The Guardian) Heb je zelf een gedicht dat kan dienen als bom? Stuur het naar deze facebookgroep.

Gerbrand Bakker herschikt alvast de Benelux: "Vanavond de eerste Duitse lezing met Juni in de hand. Niet ver, Düsseldorf, dat is minder ver dan Maastricht, waaraan je maar weer eens kan zien dat Limburg wel bij Wallonië mag als Holland bij Vlaanderen gevoegd wordt, over een jaar of tien."

Niets beter dan een glimp van Claes (die dit najaar bij Athenaeum ‘De tuin van de Franse poëzie: een canon in 100 gedichten’ uitgeeft) om de dag te vieren:

17 aug.: Mijn versie van Valéry’s ‘Cimetière marin’ is voltooid. Het eerste vers luidt: ‘Dit stille dak waarover duiven deinen.’

Tot morgen met meer of minder glimpen ons toegestuurd vanuit de Olympus. 

30 augustus 2010

Rotterdam vertrekt van André van der Veeke

Rotterdam_VertrektMet trots presenteren wij de langverbeide nieuwe bundel van André van der Veeke, Rotterdam vertrekt, waarin hij ons onder andere meeneemt naar zijn jeugdjaren in zijn geboortestad Rotterdam.

Eerder publiceerde Van der Veeke (1947) Het Sacrament van de Sneeuw, Reizigers voor alle richtingen ('Deze bundel mag begroet worden als een gebeurtenis voor het hele Nederlandse taalgebied.' – Hans Verhagen), Tekens in het land, Moerasbeest Verdriet ('Prachtige bundel, een absolute aanrader!' – Kees Klok) en De Zoeaaf.

Van der Veeke is hoofdredacteur van Ballustrade (literair periodiek), medewerker van het Zeeuws Tijdschrift en initiatiefnemer van MVP, een gezelschap dat poëzie en muziek brengt.

Hieronder twee gedichten uit zijn nieuwe bundel:

III

Mijn vader bekijkt zijn zoon
zoals iedere man dat na een oorlog doet,
buigt zich als een god over me heen

Mijn moeder zoekt haar borsten
maar mijn honger is vijandig
groot, past nergens in

(uit de reeks 'Rotterdam vertrekt')

BAR CASABLANCA

Drinkend onder de zuidelijke hemel
van mijn jeugd in bar Casablanca

Jonge vrienden verdringen zich
Al oog ik even oud als zij – ik draag
mijn leeftijd als een ziekte met me mee

De smalle kroeg deint als een schip
In de eindeloze nachtzee fonkelt een oog

Een man gaat onderuit, een meisje
wankelt naar me toe, ik inhaleer haar blikken
en mijn oude bloed raakt aan de kook

Ik laat haar kiezen, hotel of park, terwijl
mijn hand de steile helling van haar borst
verkent: afgrond, schaduw, droom

Rotterdam vertrekt is verkrijgbaar in onze webshop en binnenkort ook in de boekhandel.

Avondeditie

Tekening Benoit)Tanzung, de nieuwe dansproductie van Jan Decorte, gaat eind september in première in het Gentse Campo. Elk theaterstuk van Decorte valt, wat mij betreft, in de categorie 'gedichten'. In Tanzung vertrekt hij voor het eerst resoluut van beweging. Weinig tekst dus, ware het niet dat het Brusselse theaterfenomeen toch zes Engelstalige gedichten over de liefde in de voorstelling wist binnen te smokkelen. We zeggen het maar één keer: zien! (tekening links van © Benoit)

Onze Zuid-Afrikaanse collega's van Versindaba zijn er in korte tijd in geslaagd om een imposante kolonie van Nederlandstalige dichters op hun site onderdak te bieden. Elke morgen is het dagelijks bericht van Louis Esterhuizen mijn eerste lectuur. Daarin behandelt hij een algemeen poëzienieuwsitem en signaleert hij ook de nieuwe bijdragen van gastauteurs. Onlangs leverden Peter Holvoet-Hanssen, Astrid Lampe en Ester Naomi Perquin een bijdrage. Leuk om te zien hoe dichters van naam en stand hun meningen en zieleroerselen in de Zuid-Afrikaanse vrijhaven de vrije loop geven. Korte, pittige hapjes waar af en toe een aha-erlebnis doorheen klinkt.

Voor de taaiere brok moet u op pzr zijn. Wie veel honger heeft kan er zijn tanden zetten in een niets ontziende recensie van Wie wij schuilen van Sasja Janssen. Elk detail wordt er u gretig voorgekauwd. Volstaat het niet om gewoon het eerste gedicht door te lichten, in plaats van elke hoek van deze bundel te laten zien?, moest ik onwillekeurig denken, maar dat zal geheel aan mij liggen.

"Een poëziefestival is een gevangenis zonder ramen en deuren. Zonder vloer of plafond." verzucht 'de godfather van het poëziefestival' Guido Lauwaert. Op het einde van De driedaagse van de Poëzie in Berlijn  dwong hij Eva Cox, Jess De Gruyter, Andy Fierens, Els Moors en Reinhout Verbeke - kater of niet- een eindbeschouwing af. Het laatste woord geeft Lauwaert aan de jonge dichter die er nog niet bij mocht zijn Kenny de Thaey. Kenny die op de Nacht van de poëzie in Brugge door Komrij werd aangesproken met de woorden 'Gaat het, jongen?'. Die Kenny dus, die met zijn dichtersdrinklied in de nieuwe Poëziekrant zou staan. Dat laatste kan ik u niet bevestigen want de postbode is vandaag niet door de 'drache belge' geraakt. 

Een quote van Cineast Paul Verhoeven op de voorpagina van NRC wekt de weerzin van Thomas Vaessens: ‘Couperus is maar een jaar in Nederlands-Indië geweest, maar hij heeft goed gezien wat daar aan de hand was: de opkomst van het moslim-fundamentalisme’.

En goed nieuws: vanaf 1 september blogt Jaap Goedegebuure voor Tirade.

Tot morgen, voor meer of minder goed nieuws uit de beau monde van de poëzie.

Poëzierapport: Sasja Janssen

Sasjajanssen In 2007 maakte Sasja Janssen (1968) haar debuut als dichter, met Papaver. Ik was destijds erg onder de bekoring van deze bundel, met name van het sterke beeldende vermogen van Janssen. Wel nam ik, naast deze beeldende tendens, een talige tendens op, die mij aanmerkelijk minder aansprak.

Over Papaver merkte ik onder andere het volgende op:

'Sasja Janssen grossiert (...) in het gebruik van neologismen (...). Een kleine selectie, een verre van uitputtende opsomming: “armsteken” (p. 10); “gelegenheidsblad” (p. 13); “vogelvrijehals” (p. 23); “baaikamer”, “zeekwets” en “naoogde” (p. 27); “bitterdag” en “klapkinderhanden” (p. 28); “kronkelduikt”, “eigenaarsogen”, “waterblik” en “monddier” (p. 29); “liefkruid” (p. 30); “spinraggend”, “vlinderbeeldend” en “oogdonker” (p. 31); “kreukkreten” (p. 34); “zoethouthanden” (p. 35); “jongemeisjesrood” (p. 41); “teisterkat” (p. 38); en “goochelgiechellach” (p. 45).'

'Sasja Janssen heeft (...) onmiskenbaar, naast een beeldende, ook een talige inclinatie. (...) Persoonlijk ben ik niet zo’n liefhebber van dit soort neologismen, taalvondsten en woordspelingen. Mij bevalt de beeldende Sasja Janssen beter dan de talige. Gelukkig overheerst de eerste de laatste.'

Onlangs verscheen Janssens tweede bundel, Wie wij schuilen, en tot mijn spijt moet ik zeggen: de talige tendens heeft zich versterkt, is verder doorgevoerd.

Lees meer "Poëzierapport: Sasja Janssen" »

Poëzie, beperkt mijn zicht

"Dat is, buiten al het andere, iets dat poëzie in mijn hoofd blijkbaar doet, en wel op de meest aangename manier: het beperkt mijn zicht. Tijdens het lezen van een gedicht bekruipt me soms het gevoel door een piepklein raam naar een heel wijds landschap te moeten kijken. Ik zie een fragment, ingekaderd, afgemeten - maar ik wéét dat er meer is. Dus moet ik zelf aan de slag, desnoods de muur om het raam heen beschilderen, lijnen aanvullen, beelden tevoorschijn halen." Ester Naomi Perquin, over een naakte man op weg naar het paradijs, alors, over Joost Baars. Op Versindaba.

Erik Jan Harmens over eh... g(G)od

29 augustus 2010

Het eerste gedicht (22): Maria van Daalen

WierdeVandaag in deze rubriek een gedicht uit de bloemlezing De wierde van Wierum, samengesteld door Jane Leusink en Remco Ekkers; aangezien het boek strikt genomen alleen maar bestaat uit eerste gedichten, heb ik gekozen voor de bijdrage van Maria van Daalen:

Knekel
‘Mené Mené Tekèl’ 

hoofd dat mijn beenderas bevat voor later
spreek met een mond vol aarde van het leven
ik voel de zon en ja, ik blijf nog even
mijn ogen tranen maar ook dat is water

woorden bewogen door de wind – dat staat er
in elke beendercel volop geschreven –
vormen de liefste zin aan mij gegeven
zolang mijn schedelmond nog praat – ik schater

mij schuimend, bottend, brandend, stormend naar de 
vier elementen die zich zingend mengen
met mij, de lichtste, aether, als hun hemel

die schedeldak mag vullen met gewemel
van wormen, rijmend kronkelend in strengen
ten slotte is mijn vruchtbaarheid mijn waarde

Lees meer "Het eerste gedicht (22): Maria van Daalen" »

Light verse, wat is dat eigenlijk (cursus!)

"Light verse; iedereen herkent het meteen. Geen vergissen mogelijk. ‘Light verse heeft geen introductie nodig’ staat in menige bloemlezing te lezen. Vandaar dan ook dat ik een vlugschrift heb geschreven onder de pakkende titel ‘Light verse, wat is dat eigenlijk?’ dat zo lang uitpakte dat het in vijf afleveringen geplaatst wordt." Jaap van den Born publiceerde op het vrije vers deel 1 en deel 2.

Parmentier: het postmodernisme doorgelicht

Parmentier Het nieuwe nummer van Parmentier maakt de balans op van het postmodernisme: "Sinds de aanslagen op de Twin Towers heet het postmodernisme voorgoed voorbij te zijn. Volgens veel westerse commentatoren leven we vandaag de dag in een ‘postpostmodern’ of ‘laatpostmodern’ tijdvak. Maar hoewel het postmodernisme inderdaad op zijn retour lijkt te zijn, moeten we misschien eerder spreken van een soort tussenfase. Veronderstelt het ‘post’ in ‘postpostmodern’ niet juist een dialectiek waarbij postmoderne inzichten tegelijk omarmd en verworpen worden? In het door hen samengestelde en ingeleide dossier ‘After postmodernism’ leggen Arnoud van Adrichem, Erik Spinoy en Bart Vervaeck deze en andere kwesties voor aan schrijvers en wetenschappers." (meer op Parmentier)
Uitgeverij De Contrabas

Cookies

De Contrabas maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie Zie hier
.

Laatste reacties

Pageviews


Sinds 21 augustus 2005

Categorieën