De boom waar Anne Frank uitzicht op had, is omgewaaid. Het was een kastanjeboom, die er begin jaren veertig van de vorige eeuw natuurlijk minder groot bij stond dan nu, en gezonder.
Hij raakte gaandeweg verbonden, die boom, met het lot van de onderduikster, die hem met haar blik had gezegend. Maar ook veroordeeld tot een eeuwig leven, in een bomen-tuigje. Hij mocht niet dood.
Nu hij is omgewaaid, heeft hij onmiddellijk de status van relikwie verkregen. De Telegraaf meldt een paar uur na het omwaaien vandaag: "kort nadat de Anne Frankboom was omgevallen, waren er al meerdere advertenties op de website Marktplaats.nl te vinden waarin stukken van de boom werden aangeboden."
De Anne Frankboom was jarenlang de stoffelijke vorm, waarin de Anne Frank-industrie zich kon manifesteren zonder de verdenking van commercialiteit op zich te laden. Hij was totempaal, sjibbolet en klaagmuur tegelijk. De boom stond in een eerbiedwaardige, maar gedateerde traditie van boomheiligdommen.
Met het meisje Anne Frank, dat is verraden door een Nederlandse politieagent en vermoord in een Duits concentratiekamp, had en heeft het allemaal niets te maken, dat gedrentel rond een kastanje (die nog figureerde in een bloemlezing gemaakt door Nanne Nauta, overigens).
Anne Frank schreef haar dagboek, deels als verslag en deels als een werk van verbeelding, kunst. Zij kon toen zij haar regels schreef niet vermoeden (gelukkig maar) dat ze het onderwerp zou worden van bedevaart en mythologie.
Als ze uitkeek op de kastanjeboom, zag ze de boom die in haar gedachten was verbonden met vrijheid, met dromen waarvan het uitkomen haar niet is gegund. Ze zag iets, dat wij nooit, zelfs al lezen we haar dagboek vijftig keer en gaan we een maand in haar achterhuis wonen, met de luiken dicht en de lichten uit – iets dat wij nooit kunnen zien.
De ceder
Ik heb een ceder in mijn tuin geplant,gij kunt het zien, gij schijnt het niet te willen.
Een binnenplaats meesmuilt ge, sintels, schillen,
en schimmel die een blinde muur aanrandt,
er is geen boom, alleen een grauwe wand.
Hij is er, zeg ik en mijn stem gaat trillen,
Ik heb een ceder in mijn tuin geplant,
gij kunt hem zien, gij schijnt het niet te willen.
Ik wijs naar buiten, waar zijn ranke, prille
stam in het herfstlicht staat, onaangerand,
niet te benaderen voor noodlots grillen,
geen macht ter wereld kan het droombeeld drillen.
Ik heb een ceder in mijn tuin geplant.
(c) Han Hoekstra
(c) foto: Wikipedia
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
George Ziad
Geplaatst door: sodade | 23-8-10 om 23:44