Laurent Fignon is dood. Hij was vijftig. Niet oud, maar bij wijze van geluk bij een ongeluk maakte een van de meest bizarre wendingen in zijn loopbaan hem al op 23 juli 1989 onsterfelijk. Op die dag verspeelde hij namelijk een zekere Tourzege aan Greg Lemond. Acht seconden slechts scheidden hem van een derde overwinning in La Grande Boucle, maar die maakten wel dat hij kon toetreden tot het pantheon van Tourhelden – en Tourhelden hebben hun fysieke aanwezigheid niet meer nodig om levend gehouden te worden in anekdotes en (sterke) verhalen.
Ik herinner me die zondag goed. Fignon, jaren weggeweest, vanwege blessures (doping, beweerden boze tongen, die overigens gelijk hadden, dat gaf de renner later ruiterlijk toe), stond op het punt om een overwinning te behalen op Greg Lemond, ook weggeweest, zij het om andere redenen. Het pleit leek beslecht, in het voordeel van Fignon, maar tijdens de tijdrit naar Parijs zag je hoe Fignon aan het sjravelen was, terwijl Lemond, op een gekke fiets, een gekke helm op het hoofd, zichtbaar vloog.
's Ochtends had hij nog vijftig seconden voorsprong, aan het eind van de middag acht seconden achterstand. Het was hartverscheurend erg. Echt sportief vatte hij de nederlaag niet op, gelukkig. Niets zo erg als een sportieve verliezer. De dag erna molesteerde hij zelfs bijna een cameraman die hem op weg naar zijn huis in Parijs wilde filmen.
Toch zijn het precies die acht seconden die hem vrij regelmatig, aan stamtafels, in huiskamers, tot een onderwerp van gesprek maken, en daarom hadden de al gestorven wielergoden in de wielerhemel (Coppi, Bartali, Ockers, Schotte, Ocana enz.) ook maar acht seconden nodig, vanmiddag, voordat ze besloten hem toe te laten in hun midden.
An die Parzen
Nur Einen Sommer gönnt, ihr Gewaltigen!
Und einen Herbst zu reifem Gesange mir,
Daß williger mein Herz, vom süßen
Spiele gesättiget, dann mir sterbe.
Nicht ward, sie ruht auch drunten im Orkus nicht;
Doch ist mir einst das Heilge, das am
Herzen mir liegt, das Gedicht, gelungen,
Willkommen dann, o Stille der Schattenwelt!
Zufrieden bin ich, wenn auch mein Saitenspiel
Mich nicht hinab geleitet; Einmal
Lebt ich, wie Götter, und mehr bedarfs nicht.
Friedrich Hölderlin
Lenze L. Bouwers
Reine de Pelseneer
Jabik Veenbaas
Hans van Willigenburg
Peter Swanborn
Leo Herberghs
Ton van 't Hof
Ton van Reen
Joris Miedema
Peter Drehmanns
Lammert Voos
Frits Criens
Rik Andreae
Jabik Veenbaas
Sacha Blé
Bernhard Christiansen
Delphine Lecompte
André van der Veeke
Gert de Jager
Hans van Willigenburg
Peter Knipmeijer
Maarten Das
Nanne Nauta
Onder redactie van Heytze en Breukers
Peter M. van der Linden
Jabik Veenbaas
Diverse auteurs
ACG Vianen
Rob Molin
Bart FM Droog
Lies Van Gasse
David Pefko; Het voorseizoen
Wat een schitterend woord Chrétien: sjravelen. We leren iedere dag iets bij!
Geplaatst door: Bert Bevers | 31-8-10 om 21:27
Het is Limburgs. Maar je begrijpt meteen wat het betekent, vind ik.
Geplaatst door: Chrétien Breukers | 31-8-10 om 21:30
Een soort klunen op de fiets?
En weer zo'n mooi toepasselijk gedicht.
Paul
Geplaatst door: Paul van de Wiel | 1-9-10 om 13:24